De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Het geestelijke leven van boer Brandsma is van ander gehalte. Het heeft dieper wortelen. Gewoonlijk spreekt hij niet veel, maar denkt des te meer. Opgevoed in streng Calvinistischen geest, zijn, naast den bijbel, de oude schrijvers zijn vrienden. Als het werk aan kant is, zit hij af en toe gaarne in zijn eentje, om zich dan te verdiepen in de heilige mysteriën van den Raad. Gods, voor zoover zij in het Woord zijn geopenbaard.
Op een boekenplank nevens den schoorsteenmantel staan zij vredig naast elkaar : „Eens christens opwekking op den hemelweg", door Myseras ; „Het Hooglied van Salomo, verklaard en vergeestelijkt", door Hellenbroek ; „Het ABC des Geloofs" door Comrie ; „De ware gemeenschap met God en de geloovigen", door Binning ; „De vrije wil en de knechtelijke wil", door Luther ; en vooral niet te vergeten : „De redelijke godsdienst" van Brakel, en : „Eens Christens reize naar de eeuwigheid", door Bunjan.
In dat gezelschap voelt boer Brandsma zich thuis. „Daar vindt je levensbrood", zegt hij. Dat waren godzalige leeraars, die zóó in het Woord groeven, dat zij altijd wat nieuws wisten voort te brengen. Soms gaat hunne redeneering hem diep genoeg, doch omdat hij van huis uit gewend is aan dergelijken kost, kan hij heel wel de vaste spijze verdragen.
Ds. Velthuis heeft zich dan ook meermalen verbaasd over zijn kennis. Hoe lang hebben zij wel niet zitten redeneeren over de diepe waarheden der Schrift, al zag de prediker, die van jóngeren datum is en uit een geheel andere omgeving voortkomt, de dingen dan soms ook anders in dan zijn gemeentelid. 't Is hem wel eens te kras, wanneer Brandsma de meest eenvoudige dingen meent te moeten vergeestelijken, omdat hij achter de letter den geest ziet. Het hinderde hem wel eens, dat de stoere Fries nooit van zijn stuk te brengen was, ook niet al had hij het grootste ongelijk. Hij vond het b.v. kleinzielig, dat de boer met hand en tand zich verzetten bleef tegen het aanschaffen van een orgel in de kerk, omdat dit wereldsch zou zijn. In den tempel te Jeruzalem werden immers ook allerlei muziekinstrumenten gebruikt, waar mede Jehova met psalmgezang verheerlijkt werd. Niet het minst speet het hem, dat, tengevolge van den aanleg van die spoorlijn — waar hij als predikant nu eenmaal niet tegen kon zijn, omdat hij daarin een vooruitgang in het maatschappelijk leven zag — een verwijdering was ontstaan tusschen hem en zijn voormaligen ouderling, die zich in zijn rechten voelde aangetast. Doch afgezien van deze kleinigheden, kan niet ontkend, dat boer Brandsma een der degelijkste en flinkste boeren van Kleiterp is.
Doch juist daarom is er ook zulk een verschil tusschen hem en Klaas koopman, die met alle menschen bevriend zoekt te blijven, of, zooals hij zelf zegt, maar huilen gaat met de wolven waarmee hij in het bosch is, omdat zijn voet onder allemans tafel steekt.
„Wat heb je daar voor blinkends liggen ? " vraagt Brandsma, wijzend naar een halssnoer, vastgehecht op 'n blauwe kaart.
„Dat zijn parels, boer", zegt Klaas, terwijl hij hem het bedoelde voorwerp toereikt. „Is 't misschien wat voor de kleine pake-zegger ? "
„Zijn het echte parels. Klaas ? " „Nou, daar durf ik niet voor instaan, boer, maar ze blijven lang mooi en zijn vanzelf ook goedkooper dan bij een goudsmid".
„Wat vraag je daar dan voor ? " zoo'n prullerij, welke nauwelijks de waarde van een paar dubbeltjes heeft, zulk een prijs te vragen ? "

pake = grootvader.


Vrouw Brandsma kijkt haar man van terzijde aan. Zij weet niet hoe zij 't heeft. Wat zal men nu beleven ? Nooit zou haar man naar zooiets de oogen wenden en nu toont hij een belangstelling, alsof hij opeens plan heeft het te koopen.
Ook de koopman weet niet wat hem overkomt. Nu kan hij misschien nog eens goed zijn slag slaan. Zijn kleine oogjes beginnen te flikkeren. Hij neemt de kaart met het bewuste sieraad in de hand, draait deze eens heen en weer, tracht met koopmanstactiek de door het venster vallende zonnestraal er op te laten schijnen en zegt dan met een ernstig gezicht: „nu, ik zal het billijk maken, omdat ik hier al zooveel jaren zaken doe, en wij het altijd zoo best kunnen vinden. Voor acht en een halven gulden kan ik het den boer overdoen".
Een zware zucht moet beteekenen, dat het hem heel wat moeite kost, zulk een voordeelig aanbod te doen.
„Maar verdien je dan nog wel, Klaas ? " vraagt de boer doodgewoon.
„Och, een kleinigheid je, 't is om handgeld te doen".
„En kan je dat nu met je christelijk geweten overeen brengen, dat je dien prijs vraagt ? "
Thans begint de koopman lont te ruiken en oppassen is dus de boodschap.
„Wat bedoelt de boer ? " „Ik bedoel, of je geweten je niet zegt, dat je een ellendige schurk bent om voor zo'n prullerij, welke nauwelijks de waarde heeft van een paar dubbeltjes, zulk een prijs te vragen?"
„Maar dan ziet de boer toch verkeerd, kijk eens deze pareltjes.
„Is dat glas of steen ? " „Nou ja, maar " ' „Nee, geen praatjes".
„Ja, maar dan moet de boer ook bedenken, dat het stiftje en het busje .......".
„O, goed, is dat koper of goud ? " „Nou ja, maar " „Zal ik je eens wat zeggen, koopman ? Je bent een groote bedrieger en een gevaarlijk man. Als je op „de Eendenkooi" bent, dan gebruik je bijbelteksten, omdat je denkt dat het je in je kraam te pas komt, en als je bij menschen bent die zich om God en Zijn gebod niet bekommeren, dan tap je uit een ander vaatje. Ik wil den bijbel niet aan je verspillen, omdat ik dien voor jou te goed acht, anders zou ik je laten hooren wat Petrus en Judas in hunne brieven zeggen van zulke menschen, als jij er een bent, maar dit wil ik wel zeggen, als jij niet verandert, loopt het een keer raar met jou uit".
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's