STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DALENDE CIJFERS.
Het gaat met de rijksfinanciën nog altijd in de dalende lijn. De opbrengst der middelen over de maand October, - waarvan de vorige week het overzicht in de Staatscourant verscheen, levert daarvan opnieuw het bewijs.
Tegenover 't cijfer van ruim 41 millioen gulden als opbrengst voor October 1930, staat een inkomst van een kleine 33.5 millioen gulden voor de gelijknamige maand van het loopende jaar. Alzoo een vermindering van de opbrengst der middelen over een maand van meer dan 7.5 millioen gulden.
Een duidelijk beeld van den teruggang geven de cijfers, die over het tijdperk van 1 Januari tot 31 October werden gepubliceerd.
Uit deze cijfers blijkt, dat het totaal der opbrengst over de eerste 10 maanden van 1930 bedroeg een groote 421 millioen gulden, terwijl over de eerste tien maanden van dit jaar nog niet het cijfer werd bereikt van 368 millioen gulden.
In laatstgenoemd tijdperk zijn er dus 54 millioen gulden minder in de schatkist gevloeid dan in het overeenkomstig tijdperk van het vorige jaar.
Nu zullen deze cijfers, wanneer zij het volgende jaar worden vergeleken met die. welke dan in het overzicht van de opbrengst der middelen zullen worden gepubliceerd, ongetwijfeld nog een zeer gunstigen indruk maken. Immers het is bekend, dat het jaar 1930, dat in de genoemde cijfers tot uitdrukking komt, wat het algemeen welvaartspeil der bevolking betreft, verre boven het jaar 1931 uit ging, zoodat bij het vaststellen der belastingkohieren voor het dienstjaar 1931—1932 het blijken zal, dat de inkomens der bevolking in belangrijke mate naar beneden zijn gegaan, welke omstandigheid, wat vanzelf spreekt, op den middelen-staat van invloed zal zijn.
Zoo dalen de inkomsten des Rijks gestadig en komen de Rijksfinanciën er steeds slechter voor te staan.
Dit is het beeld van den zorgelijken tijd, waarin wij tegenwoordig leven.
Schier lederen dag wordt de toestand ongunstiger, omdat de uitgaven des Rijks met het trage binnenkomen der ontvangsten geen gelijken tred houden.
En zooals het bij het Rijk toegaat, zien wij het proces ook bij de Provincies en de gemeenten zich voltrekken. Amsterdam en ( Rotterdam zijn daarvan een voorbeeld. Nu komt daarbij voor de gemeenten nog deze moeilijkheid, dat de toenemende werkloosheid telkens groote financiëele offers vraagt.
Daarom behooren alle maatregelen, zelfs de meest ingrijpende, te worden getroffen om de financiën in evenwicht te houden.
Gaat dit evenwicht verloren en dekken de inkomsten, zoowel bij Rijk, Provincie en gemeente de uitgaven niet meer, dan zijn de moeilijkheden die dan zullen komen, niet te overzien.
In het buitenland valt het op te merken, waar het met een volk henengaat, als het roer van Staat niet in handen is van een krachtige regeering, die weet wat haar te doen staat.
Wij mogen ons hier in Nederland gelukkig prijzen, dat wij door Gods goedheid een Kabinet hebben, dat zich van de zorgelijke tijden, die wij beleven, goede rekenschap geeft en van zijne verantwoordelijkheid ten volle bewust is.
DE STREEKSCHOOL.
Zooals bekend is, is het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen het duurste van alle departementeü van Algemeen Bestuur.
Het eindcijfer, dat de begrooting van het departement voor het dienstjaar 1932 aanwijst, is geraamd op de kapitale som van 165.893.853 gulden, waarvan ten behoeve van het lager onderwijs alleen reeds een bedrag van ruim 106 millioen gulden komt.
Dat op dit bedrag van 106 millioen moet bezuinigd worden, daarover is een ieder 't eens. Het ontwerp tot wijziging van de Lager Onderwijswet 1920, onlangs doof' Minister Terpstra ingediend, gaat dan ook in die richting.
Toch verdient ook belangstelling, wat de Vereeniging van Nederlandsche gemeenten als bezuinigingsmaatregel voorstelt.
In een adres, dat van deze Vereeniging by den Minister van Onderwijs werd ingediend, wordt de aandacht gevestigd op de instelling van streekscholen.
Van deze streekscholen schrijft „D e Standaard":
De ontwikkeling van het autobusverkeer biedt een mogelijkheid van concentratie, die er voorheen niet was. In plaats van een school in elke buurtschap of elk dorp, waar slechts voor een dertig tot veertig kinderen onderwijs wordt gevraagd, zou men dan kunnen krijgen scholen van 150 leerlingen, welke voor een deel des morgens per autobus uit verschillende buurtschappen naar de school worden gebracht en des avonds weder naar hun woonplaats vervoerd.
Het ligt voor de hand, dat hierdoor besparing wordt verkregen, zoowel op de exploitatiekosten van het openbaar onderwijs als op het getal onderwijzers. Bovendien wordt over het algemeen het onderwijs aan scholen met vier of meer onderwijzers beter geacht, dan het onderwijs aan de één-of tweemansscholen, al kan men soms op de tweemansschool zeer goede resultaten boeken, wat echter wellicht het meest voortvloeit uit het feit, dat men daar den ouden eenvoud moet bewaren en vele nieuwigheden, die ten slotte het onderwijs meer schaden dan dienen, niet kan volgen. De streekschool heeft dus haar voordeden. En wat het onderwijs aangaat, èn wat de financiën van Rijk en gemeenten betreft.
Hiertegenover staat natuurlijk het bezwaar, dat vele kinderen op school moeten overblijven tusschen de twee schooltijden in, terwijl voorts een tegenwerkende factor is de gehechtheid der bevolking aan de plaatselijke school en 't mindere contact tusschen ouders en onderwijzers.
De nood onzer financiën noopt echter om over enkele bezwaren heen te stappen en daarom meenen wij, dat het denkbeeld van het bestuur der Vereeniging van Nederlandsche gemeenten ernstige overweging verdient.
Wij zijn het met het Antirevolutionaire blad geheel eens, dat het denkbeeld van de streekschool alle aandacht verdient.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's