De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

9 minuten leestijd

't Is een eigenaardige trek van het menschelijke hart, dat het altijd maar haakt en grijpt naar de toekomst. Welke aandrang hierachter schuilt, is niet moeilijk aan te duiden. Het heden bracht het niet wat het wenschte. Alsof de toekomst het verbeteren zou.
Zoo verkeer ik op dit oogenblik ook, als bezig zijnde mij los te maken van 't oude.
Ge moet n.l. weten, met deze mededeeling wordt ons boekjaar afgesloten. Het loopt van 1 December 1930 tot 1 December 1931. 't Is voor mij zooveel als Oudejaarsdag. Wanneer de Waarheidsvriend weer verschijnen mag, wordt al weer vooruit gegrepen naar een nieuwen jaarkring. Dus om kort te gaan, 't is voor mij om even langzaam de dingen, die passeerden, voor mijn geest te laten voorbijgaan.
Een soortgelijke gewaarwording voel ik over mij komen als toen ik nog in mijn eerste pastorie zat.
De plaatselijke gebruiken waren daar zoó, dat men Oudjaars-avond niet gemeentelijk samenkwam. Men hield daar Oudjaar 's morgens. Het patriarchale leven was daar zóó overheerschend, dat elke poging om hierin verandering te brengen, faalde.
De man, die in den familiekring het te zeggen had, die als hoofd gold, verwachtte alles wat daartoe behoorde ten zijnent.
Heel de na-dag was daarvoor bestemd.
Zoo kwam het dan ook, dat men Oud-jaars-avond 's morgens moest vieren. Voor iemand die dit niet gewoon was, viel het iets vreemd.
Zoo gaat het mij nu ook. 't Is nog geen Oudjaar, en toch voor mij wel.
Een kort overzicht zal ik pogen te geven.
't Was een voortdurende wisseling, het Penningmeesterschap. Onze onvergetelijke, van God met zulke rijke gaven gesierde Fliehe, ontviel ons. Algemeen werd dit aangevoeld als een moeilijk te herstellen verlies. Men had Gode te zwijgen. Wat God doet is welgedaan. Had Hij geen recht om het Zijne terug te nemen ? Was er geen rijke stof om Hem te danken voor het goede, door ons zoo rijkelijk genoten ? Wat wij als Bond in den lande van taeteekenis hebben, is voor een goed deel de vrucht van zijn arbeid.
Wat we hieruit kunnen leeren is dit, dat het lang niet altijd de gestudeerde menschen zijn, die voor het kerkelijk en maatschappelijk leven van onschatbare waarde mogen worden geacht. Hij was geen geleerde, maar een bij uitstek practisch mensch. Hoe wist hij de menschen te doen grijpen naar de Waarheidsvriend. Wanneer het blad werd open gevouwen, liep dadelijk het oog langs de derde pagina. „Wat zegt Fliehe ? ", zoo werd luide of zacht gesproken.
Schrijf dit niet toe — want ook dit behoort tot de mogelijkheden — aan enkel zucht tot het stoffelijke, 't Zou kunnen gebeuren dat iemand zei: „voor de geestelijke dingen heeft men blijkbaar minder belangstelling dan voor de geldelijke". Toch is dit in dit geval beslist onjuist.
Onze menschen voelden de geweldige beteekenis aan van wat er met onze fondsen bedoeld werd. 't Ging om de Waarheid Gods weer in ons volksleven in te dragen, èn door de Universiteit èn de jong te vormen Dienaren des-Woords.
Scheen 't in den aan beginne een dwaasheid, toen als doelstelling gesproken werd van een ton gouds — want deze had men beslist noodig, zou van een hoogleeraar èn van studiesteun van eenige beteekenis worden gesproken. Fliehe heeft het nog met eigen oogen mogen zien en zijn hart was er klein onder. Evenwel, hiermee was ook zijn taak onder ons afgedaan. God nam hem weg.
Wie zou het nu worden ?
De man, die jarenlang met zooveel interesse en toewijding het Secretariaat had gevoerd. Ds. Jongebreur zag als met duidelijk gebaar zich daartoe aangewezen. Fliehe heeft het hem zelf nog gevraagd.
Ds. Jongebreur was geen leek, had wel gestudeerd en deed dit nog dagelijks. Hij heeft zich aan de nieuwe taak met een ijver, hem eigen, geheel gegeven. En het resultaat was van dien aard, dat 't spoedig gefluisterd werd en straks luide getuigd : „niemand is op deze wereld onmisbaar". Fliehe had een waardigen opvolger gekregen. Wat ging het alles voorspoedig ! Wat ging het, van alle kanten, gezegend ! Doch ziet, daar valt opeens de slag. De onverbiddelijke dood legt op het meest onverwacht de kille hand op dit fiere hoofd. Roerloos ligt hij neder. Wij waren onzen Penningmeester weer kwijt.
Weer wordt hulp verkregen. Collega Van der Snoek, met wien Jongebreur zoo enkele jaren had meegewerkt, bezweek voor den aandrang zijn krachten en tijd voor het werk, dat onverzorgd daar lag te wachten, ten beste te willen geven. Steeds grooter waren de posten geworden, de moeite daar aan verbonden, alleen den ingewijde bekend, niet te onderschatten. Toch gaf ook hij zich geheel. En zeker niet ongezegend. Tot ook hier een plots stilhouden werd geboden. Voortgaan was, op dit moment, op den ouden voet niet mogelijk.
Wie zal nu dezen post aanvaarden ? Onder biddend opzien hebben wij dit toen op ons genomen. Omdat het moest. Gods zaak vordert het. En zoo ziet ge nu reeds een half jaar onder de rubriek „Financiën" onzen naam.
Hoe het gaat, vraagt ge? Mag ik het u eens eerlijk zeggen : veel beter en veel gemakkelijker dan ik ooit gedacht heb dat het zou gaan.
Wij leven in een tijd, dat het heelemaal niet te verwonderen zou zijn dat er weken over heengingen, dat er iets van eenige beteekenis te vermelden viel. Het eerste wat vaak dicht nijpt is de beurs. Vasthouden wil de mensch. Maar als de Heere deze losgespt, maakt hij hem niet dicht. Hij kan het niet. God neigt de harten. Zoo zie ik het telkenmaal.
't Spreekt, daar is ook een menschelijke zijde aan. Van onze Gereformeerde menschen mogen wij het verwachten dat zij voor de komst van Gods Koninkrijk in onze onmiddellijke nabijheid iets gevoelen, ja veel gevoelen zelfs. Doch daarachter en daarin zou Gods hand niet zijn ? Ongetwijfeld.
Zoo werden we in de laatste weken telkens verrast door den uitgevoerden wil van vrienden, die van ons heengingen. De laatste week gewerd ons het bericht van een legaat van drieduizend gulden. Zooals wij een vorigen keer reeds hebben medegedeeld. Nu is ons van onderscheiden kanten gevraagd : „Vanwaar komt het ? "
'k Krijg zoo den indruk, dat bij velen de gedachte leeft : het kan van hier zijn, en het kan van daar zijn. Dus vele mogelijkheden. Wellicht mag hieruit iets worden afgelezen voor de komende tijden. Gode kan alles worden toebetrouwd. Hij vergist zich nooit. Dat wij aan deze god­delijke leiding ons persoonlijk lot en le­ven en dat van al het onze steeds meer toebetrouwen. Hij maakt het wel.
Nu weet ik het nog niet, zegt ge. Ik zal 't u zeggen. Het kwam uit Barneveld. Wie hierin medewerkten, onzen dank, ; bovenal Gode.
Thans mag ik 't staatje voorleggen van de 52e week van ons boekjaar. Het ziet er kostelijk uit.
1. Spreekbeurt gehouden te Oudewater door ds. Remme te A'dam ƒ 30.—
2. Van N. N. te Elburg. Deze schrijft niet recht te weten aan welk fonds hij 5 gulden zou moeten zenden, daarom maakt hij er maar een tientje van ƒ 10.—
3. Door een zuster der gemeente te Veenendaal bij het herdenken van den geboortedag van wijlen ds. Jongebreur ƒ 8.50 Wij danken deze vriendin en de gevers voor dit blijk van medeleven.
4. Van den kerkeraad te Genemuiden een gift, aldaar gecollecteerd onder de Bediening van ds. Ottevanger te Kampen ƒ 10.—
5. Door den Penningmeester van de afd. Delfshaven ƒ 78.75 contributie, ƒ 1.— Leerstoelfonds en ƒ 0.50 Studiefonds ; samen ƒ 80.25 Door den Penningmeester afdeeling Zegveld ƒ 45.— Door den Penningmeester afdeeling Genemuiden ƒ 37.50 Door den Penningmeester afdeeling Dordt ƒ 40.—
6. Door den hr. W. Torsius, Slichtenhorst te Nijkerk, aan Adm. van de Waarheidsvriend ƒ 4.—
7. Door den heer Th. A. Paber, O.-Nijkerk, busje no. 49 voor het Leerstoelfonds ƒ 18.10
8. Spreekbeurt te Waverveen, waarin voorging ds. Klüsener te Wanswerd ƒ 22.66
9. Door ouderling Wendel de Joods te Woudrichem, gevonden in de collecte op Dankdag voor het Studiefonds ƒ 5.—
10. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal 5 gld. van een bruidspaar voor het Studiefonds ƒ 5.—
11. Van N.N. te s-Gravenmoer ƒ 1.—
12. Gecollecteerd op . Zondag 22 Nov. te Hoornaar, waarin ik zelf voorging ƒ 52.04 Evenzoo te Noordeloos, waar ik ook een collecte mocht houden voor het Studiefonds ƒ 54.72 Beide gemeenten hartelijk dank.
13. Door G. J. V. d. Weg, Oldebroek, Ie helft 23ste jaarg. Waarheidsvriend ƒ 2.— Door B. Koele te Vorchten, abonn. Waarheidsvriend ƒ 4.—> Door denzelfde voor het Studiefonds ƒ 1.— Door C. Mulder te Amsterdam 1 gld. Waarheidsvriend ƒ 1.—
14. Door Jb. Bot, Feijenoord, contributie ƒ 4.50
15. Door den heer de Geus te 's-Hage, gecollecteerd bij een spreek beurt, gehouden door ds. Van Dorp, waar de prachtcollecte opbracht de som van ƒ 105.13.
Hiervan moest worden afgedragen aan de Evang. Comm. een gift van W. H. van ƒ 2.50.
In een enveloppe, waarop de letters G. W. G., zat 3 gld., dat bij de collecte is gevoegd, alzoo voor den Bond ƒ 102.63
16. Een spreekbeurt gehouden te Vaassen, waarbij voorging ds. Goverts te Gameren ƒ 31.50
17. Uit het busje van den heer Roest te Kampen kwam ditmaal de prachtsom van ƒ 30.— Hartelijk dank voor alles.
18. Voor 't Leerstoelfonds onder letter K. te H. ƒ 5.—
19. Door den heer P. de Nooij Sr. te Ouderkerk a.d. Amstel, uit belangstelling voor de fondsen ƒ 5.—
20. Nog van N.N. te Rotterdam voor het Herdenkingsfonds 5 gulden en voor de fondsen 5 gulden ƒ 10.—
21. Van den Penningmeester afdeeling Bodegraven nagekomen contributie ƒ 7.—
22. Mej. V. Stralen te Zetten, jaarabonnement Waarh. vriend ƒ 4.-—
23. Ds. Pott te Kralingen voor het Studiefonds onder letter L. ƒ 15.— Is dit geen heerlijk sluitstuk ? Maakt de Heere niet alle dingen wel ? De gezamenlijke som bedraagt
f 645.40.
utrecht. Ds. J. GOSLINGA.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : 1. Mej. C. Oldeboorn, Schoonhoven, postz., theelood, zilverpapier, caps., koper en 425 halve centen.
2. N.N., Den Hulst, 40 stuivers, postz., zilverpapier en theelood.
3. Jo van Manen, Veenendaal, zilver papier en 50 ct.
4. N.N., Hazerswoude, postzegels, caps, en zilverpapier.
5. Anna en Jo de Vries, Woerden, caps, en zilverpapier.
6. Aartje Boere, Putten, zilverpapier, caps, en postzegels.
7. Jana van Spronsen, Monster, ƒ 4.—, benevens postz. en zilverpapier.
8. Frans en G. Wijnbergen, Veenendaal, zilverpapier, caps., ƒ 1.— en 60 h. centen.
9. Den heer H. J. v. d. Esch, Soest, een groote partij caps., zilverpapier, postzegels en sigarenbandjes.
10 ? Een doos caps., zilverpapier en postzegels. Ik vond hierbij geen enkel bewijs vanwaar het afkomstig was. De afzender of afzendster zal echter begrijpen, dat het door mij in goede orde ontvangen is.
Met hartelijken dank en voortdurende aanbeveling voor de komende dagen.
Ik mis nog steeds trouwe adressen, die mij steeds andere jaren gedachten. Mogen de namen van hen, die mij reeds hun verzameling deden toekomen, er aan herinneren mij alsnog met het hunne te verblijden.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's