De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFT­ VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT­ VERKLARING

4 minuten leestijd

PSALM III.
Morgenzang na blij ontwaken, vol vertrouwen tot den Heere opgezonden te midden van moeilijke levensdagen.
1. Lied van David, toen hij vluchtte voor Absalom, zijn zoon.
2. Heere, hoe talrijk zijn ze, die mij benauwen ! talrijk, die tegen mij opstaan !
3. talrijk, die van mij zeggen : „Voor hem is geen heil bij zijn God !"
4. Maar, Heere! Gij zijt een schild rondom mij, mijn glorie en die mijn hoofd opheft!
5. Ik riep luide tot den Heere en van Zijn heiligen berg hoorde Hij mij.
6. Ik legde mij neder en sliep in; ik ontwaakte, wijl de Heere mij ondersteunde.
7. Ik vrees de menigte des volks niet, die rondomme zich tegen mij stelt.
8. Sta op dan, Heere, red mij, mijn God ! Gij hebt al mijne vijanden op de kaak geslagen; Gij verbrijzeldet den goddeloozen de tanden.
9. Bij U, o Heere, is verlossing ! En over Uw volk is Uw zegen !
Verklaring : David is in grooten nood door den opstand en de vervolging van zijn zoon Absalom en degenen, die in grooten getale zich tegen hem over stellen, spottend telkens zeggend : „nu is 't gedaan met hem ; ook God heeft hem losgelaten en hij vindt geen heil bij Hem".
Maar zijn levenservaring is geruststellend, wat hij voelt na een nacht van rustigen slaap, waarin de Heere hem nabij was, hem kennelijk ondersteund heeft en hem heerlijk verfrischt deed ontwaken.
Hoe dikwijls is David 's avonds niet vol zorg geweest, waarbij de morgen 's Heeren uitredding bracht! Daarom is er ook nu geen vrees meer bij hem.
Wel zullen er nog moeilijke oogenblikken en kwade dagen komen — maar de Heere is de Getrouwe. Bij Hem is hulp en uitredding, gelijk Hij ook nu weer bewezen heelt; ' HIJ öoiet hét tel& ens ervaren, uit het volk dat op Hem betrouwt, niet beschaamd zal uitkomen; ook al zijn de tijden nóg zoo zwaar.
Zijn ondersteunende genade is David ook nu weer tot verkwikking geweest.
weer tot verkwikkin Bij den Heere is heil.
Des Heeren zegen is over Zijn volk eeuwiglijk en altoos.

PSALM IV.
PSALM IV. Avondzang, als de zorgen als donkere schaduwen opkomen.
1. Voor den orkestmeester ; om bij snarenspel te zingen. Psalm van David.
2. Verhoor mij als ik roep, o God, die het recht bestelt! die in benauwenis mij verruiming gaf. Erbarm U mijner en hoor mijn beê.
3. Mannen — hoe lang nog zult gij mijn eere vertreden ? hoe lang zult gij het ijdele beminnen ? hoe lang de leugen najagen ?
4. Weet het toch, — hoe, wondervol bewees de Heere mij Zijn genade ! De Heere verhoort mij, als ik tot Hem roep.
5. Beef toch en doe geen onrecht. Bezin u op uw legerstede en wees stil.
6. Breng in oprechtheid offeranden en stel uw vertrouwen op God.
7. Velen (die kleinmoedig zijn) zeggen : Wie zal ons het goede doen zien ? Heere, verhef Gij over ons het licht van Uw aanschijn !
8. Heere ! Gij hebt mij vreugde in het harte bereid, grooter dan bij hem is, die overvloed van koren en most hebben.

Verklaring:
David is door den Heere bemoedigd en uitgeholpen en in zijn morgenzang heeft hy den Heere groot gemaakt. Maar de vijanden verminderen nog niet. De raadslagen der booze lieden, die hem tegenstaan, duren voort. En de kleinmoedigen beginnen meer en meer te zeggen, dat er geen ontkoming is. Wie, wie zal te midden van zulke moeilijke tijdsomstandigheden uitkomst kunnen geven ? 't Zal nooit meer komen tot blijdschap en vrede — zeggen ze.
Dan spreekt David zijn vijanden, die hem vervolgen, aan en zegt, dat ze geen kwaad moeten bedenken en niet met leugenen moeten omgaan. Dat zij liever het recht moeten betrachten en zich wenden tot den Heère, om Hem offeranden te brengen.
Laat ze daarover eens denken op hun legerstede !
En als dan de kleinmoedigen twijfelachtig vragen : wie zal ons het goede doen zien ? Wie zal onze helper zijn en ons uitredden ? Er is immers niemand, die ons ter hulpe komt Dan bidt David tot God, dat Hij Zijn aangezicht in vriendelijkheid over hen wil doen lichten. En hij getuigt vol geloove en met moed, dat hij zich in 's Heeren heil méér verblijdt dan de wereldlingen zich verheugen bij een rijken oogst, bij wereldsch goed.
Dat is het lied van David ten tijde dat het avond is : De goedertierenheid des Heeren is beter dan alle tijdelijk goed.
Welgelukzalig is het volk, welks God de Heere is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFT­ VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's