De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

15 minuten leestijd

DE NIEUWE JAARGANG.
Zoo begint dan heden de 23ste jaargang van ons Bondsblad „De Waarheidsvriend". Voor de 23ste maal verschijnt het eerste nummer en 22 maal nu hebben we het door Gods goedheid mogen zien, dat het einde van den jaargang bereikt werd. Telkens onder omstandigheden, dat we moesten en mochten bekennen : de Heere heeft het boven bidden en denken wèlgemaakt.
Het is waarlijk niet altijd van een leien dakje gegaan, 't Is waarlijk niet alles „van zelf" gegaan. Er is voor gewerkt, hard voor gewerkt. Er is voor gebeden — keer op keer. En omdat de Heere ons werk wilde zegenen en ons gebed wilde verhooren, staan we tot op dezen oogenblik en is onze courant niet alleen, maar al ons Bondswerk gegroeid en toegenomen, op een manier, dat we des Heeren weldaden niet genoeg kunnen prijzen en Zijn Naam niet genoeg kunnen erkennen.
En nu gaan we weer moedig en opgewekt beginnen. Voor de 23ste maal verschijnt weer het eerste nummer. En de bede is in ons harte, dat de Heere het bij vernieuwing moge zegenen en dat Zijn aangezicht in vriendelijkheid met ons mag optrekken.
Zonder Hem kunnen wij niets doen. En dan is het ook aangenaam, wanneer wij de medewerking van velen mogen ontvangen. Dat kan zoo bemoedigen, wanneer men merken mag dat velen met ons meeleven en dat we samen hetzelfde bedoelen !
Dan trekken we blijmoedig verder en doen we allen, wat onze hand vindt om te doen.
't Gaat om onze Hervormde Kerk te helpen, dat zij mag worden opgericht uit haar diepen val en weer mag staan als de Kerk des Heeren in het midden des volks !
Vooral nu hebben we zoo noodig, dat onze Vaderlandsche Kerk niet verscheurd wordt, maar in het midden van de natie staan mag als getuige van Jezus Christus.
En gelukkig, dat de Heere het werk Zijner handen niet zal laten varen.
Wat winden dat er waaien. Wat regen dat er plast.
Het hooge huis van Sion Staat onbeweegd en vast!

EEN NATIONALE DAAD.
Het heeft zeker verreweg het grootste deel van ons volk verblijd, dat onze Prinses het initiatief heeft genomen tot het vormen van een Nationaal Crisis-Comité, hetwelk zij reeds in kwaliteit van eerevoorzitster heeft geïnstalleerd. Het is de eerste maal, dat de Prinses voor een nationale zaak van groote beteekenis als leidsvrouwe optreedt en dat zij nu juist, nu de tijden voor land en volk zoo bang zijn, op deze wijze toptreedt, kan niet anders dan dankbaar stemmen.
Hier werkt — zoo schrijft „De Standaard" terecht — gewijde traditie!
Haar Koninklijke Moeder, haar Koninklijke Grootmoeder hebben het voorbeeld gegeven van een innig meeleven met ons volk, als tijden van nood en smart werden doorgemaakt. En daarom stemt het tot groote vreugd en oprechte dankbaarheid, „dat de gouden draad der barmhartigheid, die door al het werk van onze Koningin en Koningin-Moeder is geweven, door Prinses Juliana niet wordt losgelaten".
Een echte Oranje blijkt de Prinses te zijn. En nu hopen we, dat geheel ons volk, rijk en arm, jong en oud, zal willen medewerken om saam te doen wat onze hand vindt om te doen, om den nood van ons volk te helpen lenigen, als straks de tijden nóg moeilijker en de levensomstandigheden nóg angstiger worden.
Blijve het drievoudig snoer : God, Nederland en Oranje, vooral in deze tijden ongeschonden bewaard ; ja, worde de band vaster nog aangehaald.
Ons gebed en onze gave wordt nu gevraagd.

DE DOOPKWESTIES TE NUMANSDORP. —
wy kunnen en willen niet oordeelen over allerlei kwesties, die er zitten in het midden van de Ned. Hervormde Gemeente van Numansdorp. Wel hebben we van verschillende kanten over deze dingen een en ander gehoord — en de lezingen verschillen dan nog al — maar toch kunnen we niet genoegzaam over alles oordeelen. Want het is wel een samenloop van allerlei dingen, naar 't ons voorkomt, die de kwesties niet vereenvoudigen.
Maar één ding staat ons nu voor den geest, waarover we een enkel woord willen zeggen. En dat is het weigeren van den doop door den kerkeraad aan de kinderen van zulke menschen, die niet opgaan onder de bediening van het Woord door den plaatselijken predikant, en die bezoekers zijn van de samenkomsten in het Evangelisatiegebouw, waar de heer Heemskerk voorganger is.
Wij achten het samenstel van deze dingen niet gemakkelijk. Maar het weigeren van den Doop als een soort tuchtmiddel te gebruiken, achten we verkeerd en ontoelaatbaar. Wanneer de ouders weigeren te antwoorden op de vragen en zeggen, dat ze het absoluut niet eens zijn met den inhoud van het Doopsformulier en den Doop geheel anders zien, dan in onze Kerk noodig is — dan wordt 't iets anders. Maar wanneer er ouders zijn, die tot de Hervormde Kerk behooren en instemming betuigen met de vragen en met het formulier en willen beloven, dat zij hun kinderen in deze leer willen opvoeden en hun kinderen christelijk willen onderwijzen en doen onderwijzen — moet een kerkeraad het weigeren van den Doop niet als een soort wraakmiddel en strafmiddel gebruiken ten opzichte van ouders, die niet in de kerk komen, maar gewoon zijn ergens elders te kerken.
Wanneer men in Hilversum, Bussum enz. ging zeggen : de menschen, die in de Ethische Evangelisatie kerken en onder het gehoor van prof. Obbink, Cramer enz. enz. opgaan, en niet in de Hervormde kerk komen bij de plaatselijke predikanten kunnen en mogen hun kind niet laten doopen — zouden wij dat geheel en al verkeerd vinden.
En wanneer men in Numansdorp de menschen van de Evangelisatie door de weigering van den Doop in de moeite brengt — keuren we dat eveneens af.
Zóó mag men de doopsbediening niet gebruiken of — beter gezegd — misbruiken.
Alles moet op z'n plaats worden gelaten ! En daarom verheugt het ons, dat de Synodale Commissie heeft besloten, dat de doopkwestie van. Numansdorp nog weer eens in de volle Synode, in 1932, zal worden behandeld.
Dan hopen we, dat het ook afgedaan zal worden.
En dat de Synode zal uitspreken, dat men het weigeren van den Doop niet als een tuchtmiddel mag gebruiken.
Wij voelen heel goed dat — vooral in het midden van de Ned. Hervormde Kerk — de dingen soras heel, héél moeilijk kunnen staan. Maar dan moet men dés te meer er op uit zijn dat het Sacrament van den H. Doop niet uit wraak of als tuchtmiddel zal worden onthouden aan menschen, die leden der Kerk zijn, en op de vragen van het formulier bevestigend willen antwoorden.
Laat men den Doop — den Doop laten. En laat men zich wachten om niet met allerlei bepalingen en voorwaarden het Sacrament te omtuinen, met de bedoeling dan zoo tegelijk met sommige menschen te kunnen handelen tot straf.
Indien wij in Numansdorp woonden en wij ontvingen op ons verzoek om de bediening van den Doop aan ons kind, een weigering van den kerkeraad, terwijl wij ons bereid verklaarden bevestigend op de vragen te antwoorden — zouden wij ons zeker en vast beklagen bij een hooger bestuur. En we zouden niet nalaten op de meest kalme en correcte wijze voort te gaan en aan te houden, totdat ons eindelijk recht zou geschieden.
Wilde men ons met tuchtmiddelen te lijf, dan zouden we dat, naar de omstandigheden, willen behandeld zien — maar men zou ons niet in den Doop van ons kind moeten raken ! Dat zouden we als ons onvervreemdbaar recht beschouwen en we zouden èn om de wille van ons kind èn om de wille van ons zelf niet rusten alvorens ons recht gedaan was !
Wij hopen, dat de bespreking in de Synode het verlossende woord mag brengen bij de doopkwesties te Numansdorp.

DE GEESTELIJKE VIJANDEN.
Wanneer we het hebben over Christus als Koning, dan zijn we gewoon om te spreken van de vergadering van Christus' Kerk uit alle volkeren — van de regeering van Christus' Kerk door middel van Zijn Woord en Geest — en van de bescherming van Christus' Kerk door den verhoogden Middelaar tegen hare geestelijke en lichamelijke vijanden. Vergaderen — regeeren — beschermen !
Allerlei gevaren dreigen de Kerk van Christus. Ze kan klein, armi,gering, vervolgd, gehaat zijn. Wat alles pijnlijk en heel erg kan zijn.
Maar wat haar vooral dreigt, dat is : dat geestelijke vijanden haar schade doen, dat ze geestelijk benadeeld wordt, dat ze geestelijk afzakt en afwijkt, dat zij geestelijk niet gezond, maar geestelijk ziek is.
Geestelijke vijanden zijn er — waar tegen de verhoogde Heiland wil waken, om Zijn Kerk er tegen te beschermen. Maar waaraan zij altijd weer bloot staat en waardoor zij veelszins groote schade lijdt. Dan bloeit de Kerk niet, maar kwijnt. Dan is zij niet een getrouwe getuige van Jezus Christus, maar spreekt andere taal. Dan is. zij niet een levende brief van Christus, maar draagt allerlei andere dingen uit. Dan is zij niet een pilaar en vastigheid der waarheid, maar duldt en verbreidt allerlei dwaalbegrippen en leugenleer.
Geestelijke vijanden zijn er — waar tegen gewaakt, gebeden en gestreden moet worden. Want als die over haar heerschen, is de Kerk geestelijk krank. Dan wordt zij afgevoerd van de gezonde leer, van de kloeke belijdenis van den Christus Gods, die ons gegeven js van God tot wijsheid, gerechtigheid, heiligmaking en volkomen verlossing.
De Kerk moet geestelijk leven en geestelijk gezond zijn. En de geestelijke gezondheid komt uit in het prediken en beleven van het Evangelie des Kruises. In het uitdragen van de beginselen van Gods Woord op alle terrein des levens, van de prediking des Evangelies onder alle creaturen.
In de geloofsleer moet de Kerk gezond en kloek zijn.
In de levensleer moet de Kerk van Christus een helder geluid doen hooren.
Hoe meer zij spreken mag de gezonde woorden des Evangelies en hoe meer zij bijdraagt en meewerken mag tot een gezonde toepassing van de beginselen des Evangelies voor alle rangen en standen, voor alle levensterreinen, hoe heerlijker het is.
Dan is de Kerk als een zoutend zout door de gezonde woorden des Evangelies. Dan is zij een lichtend licht door de kloeke belijdenis der waarheid. Dan gaat er kracht van haar uit voor heel het volk — voor alle natiën der aarde.
Omdat Christus haar Koning is. Hij zorgt er voor.
Zijn Koninkrijk der waarheid komt dan met kracht, en al zal de hel woeden, al zullen de volkeren tezamen rotten, de Heere des hemels en der aarde is bekleed met alle macht en heerlijkheid. Hij zorgt voor Zijn eigen zaak. En Hij heeft overwonnen — overwint ook nu — en zal overwinnen tot in eeuwigheid.
Als we aan één ding niet behoeven te twijfelen, dan is het aan de komst van Gods Koninkrijk.
En de Kerk van Christus, de Kerk met het Evangelie des Kruises, de Kerk des Woords, wil de Koning van Sion gebruiken om de komste van Zijn Koninkrijk te bevorderen.

WEELDEZUCHT EN VERKWISTING.
De vele financieele specialiteiten in de verschillende landen staan machteloos. Ze zien schier wanhopig, toe bjj alles wat gebeurt, te meer, nu de volkeren de grensmuren hoe langer hoe hooger bouwen, de invoerrechten al hooger en hooger worden; de schulden toenemen voor Rijk en voor Gemeenten — en de weeldezucht en verkwisting maar aanhoudt.
't Is of men het verstand verloren heeft, zoo ondoordacht, onverantwoordelijk dwaas gaat men veelal voort met overdadige weelde aan den dag te leggen.
Ieder die in een groote stad woont, weet hoe het gesteld is met de prachtpaleizen van bioscopen, theaters, danshuizen, enz. Alles even schitterend en niet zelden ziet men de menschen in lange rijen op straat staan wachten om een plaatsbewijs machtig te worden. (Men moest zooiets eens bij de kerk vragen — wat zou men tekeer gaan over dat „op straat staan" en „wachten" enz. !!!) Maar in 't buitenland moet het niet minder, ja, veel erger wezen, zooals de couranten berichten. Uit Duitschland komen daaromtrent de wonderlijkste mededeelingen. Terwijl zelfs de sociaal democratische Pruisische Minister van Binnenlandsche Zaken, Severing gedwongen werd de salarissen van de ambtenaren met gemiddeld 20% te verlagen, neemt het aantal bioscopen en theaters en opera-gebouwen toe en het bezoek vermindert niet, integendeel.
Een gevolg van den nood der tijden is nu, dat de verbazend hoog opgevoerde stedelijke subsidies aan schouwburgen, opera's enz., eindelijk geducht verminderd worden — wat weer groote ontevredenheid" geeft Want elke behoorlijke Duitsche stad moet b.v. een eigen Opera hebben ! Dat acht men eisch van prestige, om zelf een schouwburg en zoo eenigszins mogelijk een eigen Opera te bezitten! Ongelooflijk hooge bedragen werden daarvoor jaarlijks gevoteerd — en per hoofd der bevolking maakte dat een niet onaanzienlijk bedrag uit. Men wil nu beproeven, dat een paar steden gaan „samenwerken" om samen — en niet ieder voor zich — een schouwburg of Opera te hebben en te onderhouden ! Wat echter nogal protesten uitlokt.
Onlangs lazen we het volgende verhaal, dat in dit verband toch wel „teekenend" is:
„Het grootste, meest luxueuse strandbad van Europa is opgericht in Berlin— Wannsee. Dus juist in de hoofdstad van een staat, die erger door de economische crisis is getroffen dan alle andere. Het reusachtige bad heeft een strand van 80.000 M2. oppervlakte, vier groote terrassen voor zonnebaden en biedt plaats aan 120.000 bezoekers. De inrichtingskosten bedroegen 2.031.000 R.M. Dat een dringende noodzakelijkheid voor zulk een badinrichting aanwezig was, zal men moeilijk kunnen volhouden, daar ook de andere Berlijnsche meren, ook zonder deze inrichting, voldoende badgelegenheden bieden. We hebben hier dus een uitgesproken weelde uitgaaf ; dus verkeerd gebruik van kapitaal van meer dan 2 millioen R.M."
Een ander voorbeeld is het volgende :
„De Engelsche volkshuishouding maakt — zooals men weet — thans ook een zeer zware crisisperiode door. Niettemin veroorlooft zich de Canadian Pacific Line, die het scheepvaartverkeer met Canada onderhoudt, een weelde een luxe-schip te laten bouwen, dat een drijvende stad gelijkt. Dat schip heet: Empress of Britian. Zijn cabines zijn, volgens het Neues Wiener Journal, als elegante appartementen ingericht, „die niet één seconde doen vergeten dat de allergrootste weelde vanzelfsprekend is". En verder heet het in de beschrijving van genoemd blad : „Origineele etsen versieren de kamers en gangen ; grandioze olieverfschilderingen nemen geheele muurvlakten van de foyer-achtige trappen in, bekleeden de wanden van de prachtige eetzalen. Alle sporten kan men op het dek beoefenen, de tennisvelden zijn groot en uitgestrekt, de turnzaal, met al haar electrisch bedienbare toestellen, is een merkwaardigheid op zichzelf. Alle toestellen voor Zweedsche gymnastiek, voor spierontwikkeling, voor vermagering, staan ter beschikking van de passagiers ; voor hen zijn er Turksche baden en een zoetwater-zwembassin. Dat de scheepskapel voor discrete tafelmuziek en voor de opwekkende 5-uur-thee-dans-muziek maakt spreekt vanzelf. Hoe dringend de te aan zulk een nieuw luxe in onze dagen is, kan men opmaken uit de dalende passagierscijfers uit Amerika. Niettegenstaande de vermindering van de passageprijzen, werden dit jaar ongeveer 50.000 biljetten naar Europa minder verkocht dan in 1930. En dan toch maar die uitzinnige weelde.
In het „Neues Wiener Journal", 12-6-'31 stond het volgende te lezen :
„Terwijl de werkloozen zich in dichte drommen om de stempellokalen verdringen — zoo lezen we verder — en het getal van hen, die uit vertwijfeling zelfmoord plegen, schrikwekkend stijgt, amuseert zich een gewetenlooze troep genieters bij mondaine luxe inrichtingen, zooals b.v. het prachtige licht-en bloemenfeest in Montreux, dat kortgeleden plaats vond. Daar was sprookjesachtig vuurwerk met kunstmatig Noorderlicht van raketten en schijnwerpers. Verder een bloemencorso in luxe auto's en natuurlijk ook de onvermijdelijke schoonheidswedstrijden. Het viel de jury moeilijk „haar keus te maken uit de beteekenisvolle figuren, voorgesteld door vrouwen en bloemen, tusschen Amor en Chimaera, tusschen Lohengrin en Micky Mous". Het feest vond zijn bekroning in een reusachtigen confetti-slag, die drie uur duurde. Gedurende dezen tijd werd voor 35.000 Zw. fr. confetti verschoten en drie groote vrachtwagens konden des morgens nauwelijks de massa van papieren ammunitie opruimen".
Het blijkt toch uit een en ander wel, dat er aan onze samenleving iets los is. Er is een ongebondenheid tegenover God en menschen die allerverschrikkelijkst is.
En daartusschen de groote, groote  massa van duizenden en tienduizend maal tienduizenden !
Terwijl millioenen gebrek lijden, besluit men weer om de productie te beperken, omdat er geen loonende prijzen kunnen worden gemaakt. Bij overvloedigen oogst klaagt men. Wat alles bewijst, dat het leven vol moeilijkheden, vol vragen zit, vol van de ingewikkeldste problemen. Waarbij wij het durven wagen om te zeggen, dat in het wederkeeren tot den Heere en het wandelen naar Gods Woord de oplossing ligt voor rijken en armen, voor werkgevers en werknemers, voor Europa, zoo goed als voor Amerika.
Wij hebben God verlaten op elk terrein des levens. En het is beangstigend, hoe weinig er over 't algemeen gevoeld wordt hoe verschrikkelijk het is dat men in allerlei zonden leeft en voortgaat.
Dat ook de Kerken mochten wederkeeren tot den Heere, om aan de arme wereld bekend te maken den onnaspeurlijken rijkdom van Gods genade in Christus en de waarheid van Gods Woord te prediken dat in het houden van Gods geboden groot loon ligt, terwijl de Godvergetenheid vloek en ellende meebrengt voor jongen en ouden.
Christus, de Wereld-Vorst, die van God gezalfd is, bidt de vorsten en de volkeren, dat zij Hem zullen eeren, dan zal Zijn toorn niet ontbranden en de zegen des Heeren zal zijn over velen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's