JONKER VAN STERRENBURG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Brandsma gaat naar de deur, opent deze wagenwijd en vervolgt dan : „en nou er uit, en zorg er voor dat je nooit weer een voet op het heem zet zoolang ik hier boer ben !"
Geheel verbijsterd, zonder een woord te zeggen, zoekt Klaas zijn spullen bij elkaar. Slechts werpt hij een hulpeloozen blik op de boerin, in de hoop dat die nog tusschen beide zal komen, om een goed woordje voor hem te doen, maar ook haar gelaat staat strak. Geen wonder. Zij weet, als haar man zóó optreedt, is zwijgen geraden. Bovendien, het is meer dan gewone drift, welke spreekt uit de woorden van haren echtgenoot. Het is een heilige toorn die hem vervult, daarom, omdat de Naam en het Woord des Heeren misbruikt werden tot 'n dekmantel om daaronder allerlei ongerechtigheid te verbergen. Als man van ervaring, die veel menschenkennis in zijn leven heeft opgedaan, doorziet hij deze huichelarij. Hij weet, dat al sinds jaren op deze wijze geld ; bijeen geschraapt wordt, en dat Klaas veel rijker is dan men op het dorp vermoedt. Wat nog nooit iemand hem heeft durven zeggen, misschien ook niet heeft kunnen zeggen, omdat niet één als hij de dingen kent, dat zegt boer Brandsma hem in heilige verontwaardiging, niet achter zijn rug, maar vlak in zijn gezicht, hem meteen een les voor zijn leven gevend, welke misschien nog heilzaam kan zijn.
Als een hond, die een pak slaag gekregen heeft, verlaat Klaas de kamer. In de gang mompelt hij iets en als hij op het boenstap Jap nog bezig ziet, waagt hij het tegen deze te zeggen, dat haar boer een ongelikte beer is, dien ze moesten ophangen aan den hoogsten boom. Wanneer hij echter denkt voet bij Jap te krijgen, vergist hij zich.
„Wou het je binnen niet gelukken je slag te slaan ? " vraagt zij met een spottenden blik. „Je dacht zeker, die domme boeren kan ik gemakkelijk beet nemen. Wil ik eens zeggen wat je doen moet ? Je gaat overal vertellen hoe je op „de Eendenkooi" altijd vriendelijk onthaald zijt; dat je mee gegeten en gedronken hebt wat op den disch stond, al naar het uur van den dag aanwees, en dat je uit dankbaarheid daar, voor den boer eens netjes zocht te bedriegen".
„Brutale heks", snauwt Klaas, „men kan wel zien waar je vandaan komt!" Maar dat is voor Jap te veel. Handig als zij is neemt zij een emmer water, die naast haar onder de pomp staat, en met een flinken zwaai van haar sterken arm werpt zij den heelen inhoud den koopman na met de woorden : „en men kan wel zien waar jou heen gaat!"
Zoo vlug zijn beenen hem dit mogelijk maken, ziet Klaas weg te komen, want Jap lijkt een furie, omdat die man haar aanrandt in haar eer. Haar en haars vaders huis, waaruit zij komt. Kan zij het helpen, dat hare ouders arm zijn ? Is het haar schuld, dat daar thuis zoo vele monden moeten verzadigd worden ? En zijn haar ouders met al hun armoede dan geen eerzame menschen, die met inspanning van al hunne krachten werken om hunne kinderen een fatsoenlijke opvoeding te geven ?
Zij weet hoe haar vader, om iets te verdienen, vóór dag en dauw in de weer is voor elk, die hem gebruiken wil, en hoe haar moeder soms tot diep in den nacht bij het licht van een petroleumlampje nog bezig is van oud nieuw te maken. Hoe arm ze thuis ook mogen wezen, niet één, die een cent van hen te vorderen heeft, óók Klaas koopman niet, en op straat mogen de kinderen gezien worden. Daar zorgt moeder wel voor. Is er al eens te weinig, dan springt Jap bij met een deel van haar loon. 't Is waar, er komt thuis niet veel in. vooral niet in den winter, als de verdiensten zoo klein en de behoeften zoovele zijn. Menigmaal blijft Jap het eten als 'n brok voor de keel zitten, als zij bij den overvloed, welke hier steeds op tafel komt, denkt aan degenen die thuis zijn en van dat alles nagenoeg nooit iets te zien krijgen. Dan smaakt het haar niet meer en zij is maar bly dat de boer den bijbel van de plank krijgt, om een hoofdstuk te lezen.
't Kost haar de nachtrust wel eens, als zij ligt te tobben over de vraag hoe het toch komt, dat de eene mensch zooveel meer heeft dan de ander en het aardsche goed zoo ongelijk verdeeld is. Dit weet zij wél, dat men thuis de schuld niet heeft van deze armoede, gelijk er zoo velen zijn, die door eigen toedoen in de ellende geraakten. En nu zal zoo'n vent als Klaas Kroontje, die nooit zwaar gewerkt heeft, die met een mooi praatje door de wereld zoekt te komen en wiens vermogen al maar aanwast, haar ouders beleedigen en haren boer er bij, van wien elk weet hoe goed hij voor zijn volk is ? Dat kan zij niet hebben, en vandaar dat zij in een opwelling van toorn durft doen wat zeker af te keuren is.
Met een smak zet zij den emmer neer. Een paar bittere tranen springen uit haar oogen. Het volgend oogenblik wordt er op het venster getikt en wenkt de boer haar binnen te komen. „Wat doe je, Jap ? "
„'k Heb dien klaplooper een boodschap meegegeven, die hem heugen zal", zegt zij in verbeten woede.
„Maar is het wel goed, wat je daar gedaan hebt ? „Hij kwam mijn ouders te na". „Wat zei hij dan? „Dat hij wel zien kon waar ik vandaan kwam. lk ben toch een fatsoenlijke meid; " en laat mijn ouders niet door zoo'n kerel bekladden, alleen omdat zij thuis arm zijn".
Rijkelijk beginnen hare tranen te vloeien. Met 't hoofd in den boezelaar snikt zij al haar leed uit. 't Heeft al zoo vaak gedreigd ! 't is al zoo menigmaal opgekropt. Maar 't is tevens de eerste keer, dat in tegenwoordigheid van haren boer en haar vrouw gesproken wordt over de huiselijke omstandigheden van haar ouders. Nog nooit zag men van haar een traan.
Vrouw Brandsma, die nu eenmaal niet over zulke tooneelen kan, ziet haren man aan alsof zij zeggen wil: „wat is er nou aan de hand ? " Doch hij doet alsof hij dit niet merkt.
„Was de genade daar wel aan 't woord" Jap ? " vraagt de boer op kalmen toon. „Zij zullen van mijn ouders afblijven"! snikt Jap.
„'t Spijt mij, dat je hem dien emme water hebt nageworpen, dat zal niets dan bitterheid en toorn uitwerken".
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's