GEESTELIJKE OPBOUW
HET SPIRITISME (2).
Ed von Hartmann, een Duitsch filosoof, schreef in 1898 : „Het bijgeloof aan geesten grijpt epidemisch om zich heen en opent voor de uitbreiding der lichtgeloovigheid door handige bedriegers, nieuwe middelen en wegen. Alle doodgewaande vormen van middeleeuwsch bijgeloof ontwaken uit hun graf en dreigen hun verwarring van nieuws aan te beginnen.
Dat was in 1898. Maar als diezelfde wijsgeer de na-oorlogsche jaren had beleefd, zou hij nog anders hebben gezucht en geschreven ! Want vooral tijdens den grooten wereld-oorlog en de jaren, die daarop gevolgd zijn, is het bijgeloof als een besmettelijke ziekte rondgegaan in alle landen en onder alle standen. Een der voornaamste couranten in Frankrijk schreef in 1922, dat er in Parijs minstens 30 duizend kaartlegsters, helderzienden en waarzegsters waren. In de Vereenigde Staten van Amerika rekent men, dat jaarlijks ongeveer 125 millioen dollar aan waarzeggers en waarzegsters, kaartlegsters, handlezers, sterrenwichelaars enz., wordt uitgegeven. In New-York beoefenen 15—20.000 mannen en vooral vrouwen dit griezelige bedrijf. Van eene vrouwelijke astrologe, die als sterrenwichelaarster werkt in New-York, wordt verzekerd, dat zij een maandelijksch inkomen heeft van 10.000 dollar.
In Chicago kan men zich bij astrologen of planeetkundigen voor een jaar abonneeren op het horoscoop trekken; de astroloog houdt z'n klant dan op de hoogte, wanneer het de juiste tijd is om zakelijke ondernemingen het winstgevendst op touw te zetten.
Heel de wereld lijkt wel betooverd en bevangen door bijgeloof. Het lijkt wel „voor de aardigheid", wanneer men in de auto's of aan de vliegtuigen allerlei figuurtjes of poppetjes als talisman hangt, maar in werkelijkheid steekt daar bijgeloof achter. Wie zich er op toeleggen zou om al deze verschijnselen systematisch na te gaan, die zou met ontzetting ontdekken, dat zij juist onder het tegenwoordig geslacht ongelooflijk verspreid zijn en vaak genoeg met des treurigste gevolgen gepaard gaan. Een demonische macht heeft zich meester gemaakt van duizenden en tienduizenden en vrees en angst vervult velen, waarbij zij nergens houvast hebben. Voor het goede worden ze hoe langer hoe meer onvatbaar en ze worden tot een speelbal van allerlei duistere machten. En hoewel de Heere vanouds voor deze dingen der duisternis heeft gewaarschuwd en heeft gezegd : „Gij zult u niet keeren tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars ; zoekt hen niet, u met hen verontreinigend ; Ik ben de Heere, uw God" (Lev. 19 : 31) — gaat men rustig voort om zich in te laten met allerlei duistere machten, waarbij de onrust grooter wordt en des Heer en eer en majesteit stout geschonden.
Nu mogen we één ding niet vergeten — wat vooral uitkomt bij de zonde van het Spiritisme. En dat is, dat vooral de vragen aangaande den dood en 't hiernamaals de menschheid tegenwoordig niet zelden bezig houden. Dat is wel eens anders geweest! Grof materialisme heeft over duizenden geheerscht. En bij velen, onder , alle standen, was geen hoogere waarheid dan : „dood is dood". Van alles wat na dit leven, wat na den dood geschiedt, trok men zich niets aan. Men zei eenvoudig : niemand weet er iets van, en daarmee uit! , Ruw sprak men : er is nog nooit iemand ! teruggekomen, om ons te vertellen hoe het na den dood zijn zal — daarom bemoeien we ons niet met allerlei nuttelooze vragen aangaande het leven, dat hierna komen kan. Als het zoover is, zullen we het wel zien. En voorloopig houden we ons voor dit korte leven maar aan het recept: geniet wat er te genieten valt, want de tijd is niet lang !
Van een lichaam was er natuurlijk sprake ; en zorg voor het lichaam bestond. Maar van een ziel wist men niet en wat zielszorg was, begreep men niet. Van de stoffelijke dingen sprak men, maar van de geestelijke dingen wist men niet!
Doch — dat is wel veranderd. Van „de overwinning der ziel" heeft prof. Bavinck dan ook reeds gesproken. En inderdaad boezemen de vragen naar de ziel en naar de boven-stoffelijke dingen velen belang in, en er worden dikke boeken geschreven en gekocht en gelezen, die handelen over den dood en wat er bij en na den dood met een mensch gebeurt. Men interesseert zich in vele kringen juist bizonder voor de dingen van „het leven aan de overzijde", voor hetgeen na den dood geschieden zal. „De dood en het hiernamaals" is een mode-boek geworden.
Voor deze kentering onder de geesten is wel een verklaring te vinden. Want ten eerste is de mensch een eeuwigheids-kind. Hij kan nóg zoo sterk zich hechten aan de tijdelijke en aardsche dingen; hij kan nóg zoo druk zich inlaten met het leven en wat het leven hier biedt — toch komt 't telkens uit dat de mensch aan de aardsche, tijdelijke dingen niet genoeg heeft; dat hij zijn vleugels gaat uitslaan om hoogere sferen en boven-zinnelijke dingen te zoeken. God heeft hem de eeuwigheid in het hart gelegd en daarom moet de mensch bij het aardsche en tijdelijke leven telkens teleurstelling boeken. De geest, de ziel des menschen vraagt telkens om. haar rechten.!|Daarbij komt nóg iets. Nooit was het aardsche leven rijker dan tegenwoordig. Rijk en arm staat allerlei ten dienste. Allerlei ontdekkingen, die elkaar snel zijn opgevolgd, hebben het leven voor jongen en ouden gevuld met allerlei ongedachte dingen, waarvan onze grootouders niet konden droomen. We hebben alles wat ons hart begeert. We kunnen alles doen, alles zien, alles genieten — volop. Wetenschap, cultuur, sport, film, auto, radio — wat lange rij van woorden kunnen we gebruiken om al de" levensschatten van het tegenwoordig geslacht uit te stallen.
En toch — en toch — is de mensch van de 20ste eeuw met het leven niet voldaan. Nooit was de levensteleurstelling grooter, de levenslast zwaarder, de levenssmart pijnlijker, dan juist nu. Zooveel ontvangen, zooveel gehoopt, zooveel beloofd — en zoo weinig bereikt.
Het eeuwigheidskind staat arm en ellendig tusschen de tijdelijke dingen, die teleurstelling en smart geven.
Dat is óók een oorzaak, dat er naar iets anders gezocht wordt.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's