De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

11 minuten leestijd

Vóór eenigen tijd had ik de volgende ontmoeting. Aan het eind van de straat waarin ik woon, zat op den trottoirband een oude man, iemand, dien we bedelaar zouden noemen. Hij had natuurlijk een doosje bij zich, waarin zich verschillende dingen bevonden, welke hij presenteeren kon aan de menschen. Het hoofddeksel, de pet, hield hij in zijn hand. Weet ge wat hij bezig was te doen ?
Neen, zegt ge ; hij wilde waarschijnlijk even rusten, zoo'n heelen morgen van de eene deur naar de andere. Hier afgegromd en daar weggebeten met „al weer zoo'n vent met allerlei rommel, men kan wel bij de deur blijven staan", 't Is zoo'n wonder niet, dat bij den last der jaren de hondsche behandeling van menschen hem meer dan vermoeid had gemaakt.
Toch gold dit voor dezen keer niet. Het heele gezicht wees iets anders uit. Hij had blijkbaar een gelukkig oogenblik in zijn leven.
In zijn pet telde hij de eene cent, de eene halvestuiver — want centen hebben voor verreweg de meeste bedelaars afgedaan — de eene na de andere. Ook zat er hier en daar iets tusschen, dat veel op wit geld geleek, enkele dubbeltjes. Hij telde, en het viel hem blijkbaar niet tegen. Het gezicht glansde.
Weet ge wat er nu gebeurde ? Een jongen, die voorbij kwam, en wien ook dit tafereeltje trof, roept opeens — en zeer duidelijk deed het hem zelven niet weinig genoegen — : „baas ge liet een dubbeltje vallen".
M.a.w. hij was nog een dubbeltje rijker dan hij dacht.
Zoo ging het mij haast net eender. Niet, dat ik op den hoek van de straat den band van het trottoir als zetel had gekozen, neen, ik zat netjes voor mijn schrijftafel. Ik telde en ik telde — en het viel me werkelijk niet tegen. Zooveel is de eindsom.
Dadelijk werd het getal in cijferschrift vastgelegd. Zoo stond het er, en zoo werd het afgedrukt.
Doch ziet nu het sluitstuk, de opmerking van den jongen die passeerde, ontbrak ook hier niet. Een paar blije meelevende oogen verwijden zich nog iets meer dan gewoon en de uitroep weerklinkt: „Ds. ge hebt een tientje over het hoofd gezien. Dit hoort er ook nog bij". Om u te laten zien dat ik weet wat het in heeft, blijde te zijn met de blijden, wil ik er zelf nog iets bij doen, opdat het afgerond wordt tot een ronde som. De schalksche opmerking was de slotklank : „Denk om uw schoolgeld".
Kan het u verwonderen, dat de gedachte bij me naar boven klom : „ik zal 't straks nog een keertje overdoen". Toch zal ik eerlijk mijn best doen het in het vervolg te voorkomen. Ik zal mijn pet zóó houden, dat er geen dubbeltje buiten valt.
't Is zoo kwaad niet, dat men merkt hoe van alle kanten bevriende oogen nagaan wat er binnenkomt voor onze fondsen. Wat meer oogen, wat liever ik het heb.
't Spreekt vanzelf, dat ik bij lange na niet onverschillig ben of iemand lid is van onzen Bond. Laat ieder zijn best eens doen om er een bij te winnen. Dan zegt mijn rekenkunst, dat we dan net tweemaal zooveel krijgen. Van deze contributie-gelden gaat zoo goed als niets af. Dit strekt tot stijving van de kas. Wat meer er in komt, wat meer jonge menschen geholpen kunnen worden. Maar wat mij niet minder welgevallig is, en waarvoor ik minstens zoo gevoelig ben, is dat men lezer is van „De Waarheidsvriend". Hierin ligt onze kracht van propaganda. Alle meeleven verdwijnt stelselmatig, wanneer men niet merkt wat er gebeurt, 't Is voor mij als Penningmeester zoo uiterst verdrietig wanneer ik zoo aan alles merk bij de een of andere ontmoeting, dat men niet meeleeft, omdat men elk contact mist, omdat onze verantwoording, ons wekelijksch overzicht, hen nooit onder de oogen komt. Vandaar de dringende, doch niet minder vriendelijke vraag, welke ik aan de trouwe lezers van ons blad voorleg : Zoudt ge niet willen zorgen, dat de kring van lezers zich nog veel meer verwijdt dan tot nu geschiedde ?
Er is blijkbaar in tal van plaatsen vraag naar de oude beproefde Waarheid. Hoeveel verzoeken me niet bereiken om hier te helpen en daar bij te staan, weet ge niet. Van alle oorden wordt de vraag me voorgelegd : hebt ge geen candidaten, die eerstdaags beroepbaar zullen zijn ? Merkt ge niet uit vele beroepen, dat men ten einde raad is ?
Men heeft telkens van die bizondere woorden, die haast door lederen spreker worden gebruikt. Te pas of te onpas hoort ge ze. Zoo lees ik telkens : men moet zich bezinnen op dit of bezinnen op dat.
Nu, laten de kerkeraden zich bezinnen, en de kerkvoogden niet minder, op den geweldigen drang naar de Gereformeerde prediking. Er moeten veel meer jonge menschen komen, niet enkel uit geheel onbemiddelde klassen, maar ook uit den burgerstand. Wanneer alles, elke ondersteuning voor studie, uit onze fondsen moet worden betaald, is onze kas spoedig uitgeput. Doch komen er ook jonge begaafde krachten, die iets, hetzij veel of weinig, zelf kunnen bijdragen, zoo wordt met eenzelfde eindcijfer veel meer bereikt.
Zie eens rond in uw naasten, kring. Het gaat om het groote en noodzakelijke doel om zooveel mogelijk predikers der Waarheid te zien uitgaan tot den heerlijken arbeid om als ambtsdragers te staan in het heilige ambt, opdat Christus' Kerk beantwoorde aan haar heilige roeping : 't Evangelie te verkondigen van Gods vrije genade aan een arm en in zichzelven nietshebbend volk.
De indruk mag wel eens gewekt worden, dat er om geld gevraagd wordt, om stoffelijke dingen alleen ; niets is minder waar. 't Geld is alleen middel om te verkrijgen wat we ons hebben voorgesteld : dienaren des Woords, die dit Woord recht snijden. Vandaar : helpt ons, helpt ons zooveel ge kunt. De tijden mogen moeilijk zijn, de zorgen veel grooter en veel meer dan gewoon, op geestelijk terrein is de nood schreiend. Verstaat dit wel, de bewerking der massa gaat door. V/orden de zaden der revolutie met kwistige hand uitgestrooid, voornamelijk in onze dagen, de zaden des Evangelies wachten óok op uitzaaiende handen, op biddende handen.
Make de Heere ons getrouw en geve Hij ons geloof in Zijne zaak. Hij zal het doen, als wij biddende leeren vragen wat Hij ons oplegt.
Thans willen we het overzicht geven van deze tweede week van het nieuwe boekjaar.
Al is het iets minder dan een vorige week, toch stemt het ons even blijde.
Wij ontvingen : 1. Door ds. Gunning te Schoonhoven uit de collecte aldaar ƒ 10.—
2. Door den Penningmeester van de afd. Veenendaal als contributie van de leden ƒ 60.—
Door den Penningmeester van de afd. Hoogeveen als contributie van de leden ƒ 84.75
3. Van de Ned. Herv. Schoolver. te Stoutenburg voor een Hervormde Kweekschool ƒ 7.50
4. Van den Penningmeester van de afd. Zeist, gecollecteerd bij een spreekbeurt, geleid door ds. Klüsener te Wanswerd, ƒ 16.—• plus ƒ 5.— uit de kas ; tezamen ƒ 21.~
5. Door den heer Bardelmeijer te Zegveld uit het bekende busje ƒ 4.31
6. Door ds. Pott te Kralingen een gift van mej.F. ƒ 5.—
7. Door diaken Beusekom te Hoornaar, nagift van 22 November ƒ 1.—
8. Door den hr. Kranenburg meerdere opbrengst „Gedenkboek" ƒ 3.70
Mag ik naar aanleiding van deze gelden de opmerking maken, dat ik hiermee erg blij ben. Vooreerst om de moeite welke men zich geven wil voor den verkoop van het Gedenk boek zelf, maar ook om de bestemming van de meerdere opbrengst. Deze komt alzoo op de plaats waar ze hoort.
9. Van ds. Fokkema te Sprang uit de catechisatiebus ƒ 10.—
10. Van den heer L. E. van Loo te Waarder abonnementsgelden voor De Waarheidsvriend ƒ 4.—
11. Door ds. Van Dorp te 's-Hage gecollecteerd in de Kloosterkerk 10 gld. van D. en ƒ 2.50 van N.N. als nagift van 17 Novemiber, tezamen ƒ 12.50 Hier is de nalezing nog heerlijk. Zeer vriendelijk dank.
12. Door ds. Bolkestein te Schelluinen uit de collecte ƒ 1.—
13. Door ds. Heijer te Vlaardingen van een echtpaar dat 10 jaar getrouwd was ƒ 10.—; de helft voor 't Studiefonds ƒ 5.— De vorige week hadden wij 't ons gezondene ook voor 't zelfde doel geboekt.
14. Van mej. C. Qualm te Hazerswoude opbrengst van busje 73 in. de laatste drie maanden ƒ 26.55 Prachtig, zulk een blijvend meeleven en meezorgen. Veel dank.
15. Door ds. Vlasblom te Wapenvelde uit de collecte aldaar voor den Gereformeerden Bond ƒ 3.—
16. Gecollecteerd bij een spreekbeurt, gehouden door ds. Remme van Amsterdam, te N.-Beijerland ƒ 30.55
de laatste drie maanden Prachtig, zulk een blijvend meeleven en meezorgen. Veel dank.
Vriendelijk dank ik u; ik hoop dat ge nog vaak me corrigeeren moogt.
Het gezamenlijke bedrag is
f 290.95
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.

POSTZ., CAPS. EN ZILVERPAPIER.
Dat is me nu nog nooit overkomen, dat ik geen tijd had om mijn wekelijksche verantwoording te schrijven, en dat nog wel nu ik zulke goede ontvangsten had te melden. Degenen die mij dan ook hun gave gezonden hadden, zullen zich wel teleurgesteld gevoeld hebben. Maar door een onverwachte omstandigheid kon ik er onmogelijk voor zorgen dat het tijdig in Maassluis zou zijn. Zoodoende heb ik nu een heele lijst en zal ik maar beginnen met den grootsten post en wel van:
1. J. van Leeuwen, Jutphaas, een bedrag van ƒ 10.—. Dat is prachtig en een groote verrassing. Dat helpt nog eens flink. Hartelijk dank, hoor !
2e. Gez. Noordhoek, Maassluis, postw. van ƒ 3.50.
3e. Annie van Antwerpen Edr. en Annie van Antwerpen Wdr., van elk dezer twee nichtjes ƒ 2.50, benevens postz., caps, en zilverpapier. Zou ik jullie niet kennen, die mij ieder jaar zoo goed bedenken ! 't Is weer mooi, hoor. En wat is het netjes geschreven. Heb je dat zelf gedaan ? Mijn dank voor jullie goede wenschen en ik wensch jullie wederkeerig alles goeds toe, indien we tezamen het nieuwe jaar door Gods goedheid weer mogen beginnen. En dat jullie maar weer veel zullen vergaren.
4e. Coba Everaers, Utrecht, postz., alm. theel., zilvèrp. en 60 halve centen.
Dat is goed, bewaar het maar tot betere tijden. Dan is 't goed voor het nieuwe jaar.
5e. Mevr. v. d. P., Andel, postz., caps., zilverpapier en ƒ 1.—.
6e. de kinderen Sonneveld, Rotterdam, postz., caps., zilverp. en 300 h. centen.
7e. Mej. A. van Dalfsen, Genemuiden, een pakje zilverpapier.
8e. Truitje Baars, Ressen, zilverp. en 5 dubbeltjes.
9e. W. de With, Hoog-Blokland, ƒ3.50, 26 st., benevens caps, en zilverp.
10e. Cornells van de Pol, Houten, postz., caps., zilverp., ƒ 1.25 en 30 h. centen.
11e. de kinderen Spijkstra en Poeke v. d. Meer, Suawoude, zilverp., caps, enz., benevens van elk 1 kwartje. Dat het niet zoo veel is, is geen bezwaar, hoor ! Ik ontvang in doorsnee meer kleine pakjes dan groote. Alles helpt toch.
12e. Everdina Tuinman, Genemuiden, zilverp., caps., postz., 65 h. centen, 23 h. st. en 1 dubbeltje. Nu, dat is al mooi voor een begin. We hopen dan maar op later meer.
13e. Everdina Toonen, Almkerk, een pakje zilver papier.
14e. Chr. de Jong, Gouderak(? ) postz., caps., zilverp. en ƒ 1.—.
15e. M. Mijs, Oude Tonge, postz., caps., zilverp. en koper.
16e. Niesje Stronkhorst, Abcoude, postz., caps, en zilverp., mede verzameld door Bertha Fortuin en Dirk Verweij.
17e. de leden der Herv. M.V. „Tryfosa" te Dirksland, zilverp. caps, postz., ƒ 1.—, benevens nog ƒ1.— van iemand, die onbekend wil blijven.
18e. Fam. de Hoop, Polsbroek, postz., zilverpapier en oud koper.
19e ? Paramaribostraat, Amsterdam, een pakje caps.
20e. Fam. Pak, Driebergen, caps., postz., zilverpapier en ƒ 1.—.
21e. Mientje en Corri Paul, Hillegersberg, postz., caps., zilverp., 42 centen en 40 h. centen.
Ik heb nog 8 h. centen en 1 h. stuiver, van welke ik niet weet vanwaar ze zijn.
De eigenlijke afzender zal hieruit bemerken, dat ze door mij gevonden zijn.
En hiermede ben ik aan het einde van mijn ontvangsten. Dat was een heele lijst. Dat is in lange niet zoo geweest.
En dit is dan meteen ook de laatste van het oude jaar en ik heb ook mijn afrekening reeds gemaakt, want 't was eigenlyk al over tijd geworden. Ik denk dat allen wel nieuwsgierig zullen wezen naar de uitkomst. Maandag 5 December heb ik aan den Penningmeester opgezonden.
Honderd drie en vijftig gulden en zeven en vijftig cent.
Het is wel niet zoo'n hoog bedrag als 't vorig jaar, maar toen was het ook bizonder hoog. Maar de omstandigheden in aanmerking genomen, n.l. dat de prijzen erg laag zijn en ook dat ik dit jaar niet zooveel ontvangen heb, mogen we nog tevreden zijn. Ik dank intusschen allen heel hartelijk, die mij zoo trouw steunden en mij met hunne gaven zoo ruimschoots verrasten, zoodat we ondanks de moeilijke omstandigheden, nog een dergelijk bedrag konden bereiken.
Met hartelijke groeten en aanbeveling.

Mejuffr. J. DEN HARTOG.

Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's