KERSTFEEST
o, Heilig Kind, Gods Zoon, üit eene maagd geboren, Volzalig in U Zelf, de Koning van 't Heelal; Wat bracht U tot 't besluit de Profetie, te voren Reeds eeuwen aangezegd, te hooren, Te komen in een somb'ren beestenstal ?
Gij wist toch welk een lot U hier te wachten stond, Veracht, miskend, gehoond vanaf Uw komen, Schoon niets dan Waarheid voortkwam uit Uw Mond, Was 't eind de kruispaal, die U bond En waar G' Uw dierbaar bloed deed stroomen.
Wat bracht U tot 't besluit om op deez' zondig' aarde Te komen met Uw heil en Uw gerechtigheid ?
't Was, Uwe liefde zelf, van onbegrepen waarde, Die redding bracht en ons verlossing baarde Waar zondeschuld haar vangen had gebreid.
Die Liefde, onbegrepen, maar Goddelijk bewezen, Bracht ons verlossing aan, gerechtigheid en heil.
Geloofd zij God, Drieëenig in Zijn Wezen, Die ons de zondeschuld deed vreezen, En redding schonk, door goedheid zonder peil.
Och ! mocht mijn ziel iets van die liefde ontvangen. Die stralend met een Licht, dat alle wolken scheurt, Een weg zich baant naar 't hart, in zondesmart gevangen. Dan prijs ik God met blijde lof gezangen.
Dat mij genade en redding is gebeurd.
DEN HAM, Dec. 1931.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's