Geestelijke opbouw
Het spiritisme
HET SPIRITISME. 3)
Arme menschheid ! De mensch van de 20ste eeuw is teleurgesteld. Moegejaagd voelt hij zich arm en ellendig. De levenssmart is zwaar, de levensmoeheid is groot. En men gaat weer spreken over een ander leven, aan de overzijde, waar men dezelfde genoegens meent te zullen vinden als hier, maar heerlijker en voller. Wat het Spiritisme leert, en wat de arme menschheid in breede rijen gelooft.
Schrikkelijke werkelijkheid ! Nooit waren de wereldzangen zóó vroolijk, zoo algemeen — maar wreed en fel klinken telkens dissonanten. Wanklanken worden overal gehoord, die al het mooie weer vergallen. Allerwegen hoort men het onvoldane verlangen kreunen. Men had gehoopt, maar men heeft niet verkregen wat men zich gedroomd had. Desillusie overal. En donkere stemmen mompelen in de verte en dichtbij. Donkere stemmen, die hier en daar en overal opstandig uitbarsten in honend gevloek. Overal worden de barsten gezien in de levenspaleizen, die onwankelbaar vast schenen te staan. De aarde trilt en beeft, alsof we loopen op een vulcaan. En ja, als we goed zien, dan bemerken we dat de aarde, waarop ook onze voeten staan en gaan, doorvoord is overal van 't zwarte, pijnende leed.
Wel schijnt het dikwijls zoo schoon wat de wereld biedt, van licht en vroolijkheid overgoten. Maar uit vensters en deuren stroomt alom het leed naar buiten en luisterend gebogen hooren we ze aanschreien van ver en van nabij, klacht en vloek, door jong en oud wreed uitgestooten.
De rechte blijdschap ontbreekt. Er is geen vrede, geen levensvulling, geen levensgeluk en levenskracht. Er ontbreekt zooveel aan ons leven. Veler leven is gebroken, gescheurd, kapot. En nu gaat alles in razend tempo voorbij. Het snelverkeer gaat nog niet snel genoeg en alles volgt op elkaar, alsof het leven een film is — het symbool van het moderne leven ! Alles vliegt door elkaar, als in de danszaal. Alles is druk, alles maakt nerveus, 't Komt sensatievol, maar 't is vluchtig en 't is leeg. Als regel geldt: 't is „zonder ziel".
Daarbij kan de mensch het niet uithouden. Er komt groote onvoldaanheid. Lang heeft men gezegd : „laat ons eten en drinken en vroolijk zijn, want morgen zijn we dood", 't Leven, dat toch al zoo kort is en niet zelden zoo zwaar, moet maar op 't vroolijkst worden genoten. „Zoolang 't levenslampje brandt, treuren we nog niet". Met het „heden" bemoeide men zich, dansend en zingend ; grof-zinnelijk liefst. Over de toekomst dacht men niet. Dood is immers dood ! Men verlangde soms naar den dood, te midden van de moeiten des levens, om zoo van de ellende en de zorgen afgeholpen te worden. Men beschouwde den dood als een „slapen-gaan". En velen zochten zelfs den dood, door de hand te slaan aan eigen leven. Men wilde niet staan voor z'n daden en de gevolgen daarvan. Men zocht den dood. Crematie of verassching was dan 't laatste. Men maakte het nog interessant bij muziek en bloemen.
Het leven reikte niet verder dan het graf — zei men. Aan de overzijde was niets — leerde de een den ander. Maar daardoor werd het leven toch onbeteekenend. Het loonde eigenlijk niet de moeite, om voor zoo'n kort, moeitevol, ellendig leven geboren te worden.
Dat kortzichtige, grof-zinnelijke standpunt hebben velen nu wel verlaten; , zij 't dan dat zij nog vol zijn van de aller wonderlijkste redeneeringen aangaande dood en verder levensbestaan.
Men voelt er nu niet zelden véél voor, om saam te spreken over den dood en de dingen, die bij het sterven gebeuren en na den dood zullen zijn. Van binnen slaat het bij den mensch aan, wanneer men zegt en schrijft, dat het leven langer duurt dan de jaren, die aan déze zijde van het graf liggen. En zelfs zijn we nu weer zóó ver — de uitersten raken elkaar — dat er velen zijn die zeggen, dat een mensch wel twee-drieviermaal leeft. Men grijpt weer naar de oud-heidensche leeringen der reïncarnatie : dat de geest des menschen weer bij vernieuwing in het vleesch terugkeert. En men spreekt er in vele kringen van, dat het daarom van zoo groote beteekenis is hoe men leeft, omdat zelfs méér dan één leven daarvan den invloed ondergaat en 't leven na dit leven er geheel door wordt beheerscht, hoe men zich hier op aarde gedraagt.
Dat verhoogt inderdaad dan den levensernst bij velen ; onder de vrouwen, ook onder de mannen. Men laat na, wat men vroeger niet naliet en men doet, wat men vroeger niet deed. Zelfs laat men z'n vleesch bij den maaltijd staan en legt zich allerlei onthoudingen op, opdat men deugdzamer kan leven en nu en later gelukkiger zal zijn.
In vele kringen neemt het spreken over den dood en over de geesten van de afgestorvenen een breede plaats in. En mei allerlei vragen komt men en zoekt dan op allerlei manier een antwoord te mogen ontvangen. Altijd heeft men er eigenlijk wel iets van gevoeld, dat er ook nog een „andere wereld" aan de overzijde van het graf is. Men hield zich wel, alsof men er niets van geloofde. Maar men bedroog zichzelf en anderen. En nu is het weer doorgebroken onder de menschen : er is een mysterieus, geheimzinnig leven van den geest en wat na den dood komt, is van de grootste beteekenis ! Men is gaan denken over den geest, die boven het stof uitgaat. En men is tot de ontdekking gekomen, dat alle volkeren, ook de oudste volkeren over deze dingen hebben nagedacht, waarom 't wel heel dwaas zou zijn wanneer men nu er niet over dacht en sprak. Het staat zelfs voornaam en het is alleszins interessant om het tegenwoordig druk te hebben over den dood en het leven na dit leven !
Men heeft zich allerlei voorstellingen gemaakt van het leven aan de overzijde. En zij die gehoord hebben van het geestengeloof der heidenen en van het spokengeloof der Middeleeuwen en van het Spiritisme van den modernen tijd, gaan gaarne mee op pad om over de geesten nu te spreken; waarbij verteld wordt van gelukkige geesten en van ongelukkige geesten ; ook van verschijningen van geesten. En zoo is er de laatste jaren een georganiseerde dienst der geesten gekomen.
Want dat is het Spiritisme : een dienst der geesten; en wel van de geesten der afgestorvenen. Welke dienst der dooden-geest en theoretisch en practisch geheel georganiseerd en goed geregeld is.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's