De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
23) Ziedaar 't geheele interieur van dit huis, waar nu sinds jaren Douwe Mollema met vrouw en kinderen woont.
Op het oogenblik dat wij er binnen gaan, zit vrouw Mollema bij haar wieg, bezig haar kleinste in slaap te zingen. De anderen hebben voor een deel reeds de nachtrust gevonden, alleen de beide oudste jongens spelen nog buiten te midden der overige dorpsjeugd, waartoe de kipkarren voor het vervoer van het zand - langs de ontworpen spoorlijn een rijke gelegenheid bieden.
Douwe zit bij het raam, hij heeft zoo juist zijn pijp gestopt en is nu bezig in Hepkema's courant de nieuwtjes te lezen, ; 't Is opvallend, welk een rust hier heerscht. Of dat komt van den eenvoud, welke hier gevonden wordt, of door de netheid die tot in het kleinsde uitblinkt, of door 't stille avonduur, waar al de kinderen zwijgen en niets gehoord wordt dan het plechtige tik­ tak van die oude klok en het zachte wiegelied der moeder ? Ongetwijfeld werken al deze factoren mede om een welbehagelijk gevoel van vrede te krijgen, doch de hoofdzaak is, dat man en vrouw geleerd hebben om, hoe nederig hun staat ook mag zijn, met hun lot tevreden te wezen en gerust te zijn in hun God. Althans zoo is het tot hiertoe geweest. Zonder dat het in zooveel woorden wordt gezegd komt het uit, dat de vruchten des geloofs ook hier gevonden worden, zooals trouwens overal waar het levend geloof werkzaam is.
Als ds. Feurman hier op huisbezoek komt vertoeft hij in deze woning vaak langer dan bij anderen, omdat het hem zoo weldadig aandoet te zien hoe hier zonder ophef, in allen eenvoud, het Woord des Heeren heerschappij heeft over de harten en m.en samen één is in de allerhoogste aangelegenheden. In plaats van een zegen te brengen, heeft hij, zonder dat de bewoners dit weten, hier menigmaal een zegen ontvangen.
Langzaam ontvalt de courant aan de hand van Douwe ; hij leest niet; hij luistert. Zonder dat zij daar erg in heeft, luistert hij naar de woorden van het lied zijner vrouw.
Met den voet op den trapper, brengt zij den wieg in schommelende beweging, terwijl haar handen bezig zijn met een gat te stoppen in een der sokken van de jongens, die deze zoo handig weten kapot te krij­gen, en ondertusschen zingt zij dien in mooien „Widze-zang" van dr. Eeltje Halbertsma, die om hare schoonheid van woorden en rijkdom van gedachten hier onvertaald een plaats moge vinden :
Du, dü biste myn Anke Du, dü biste myn bern Dü, dü biste myn fanke ; Wist net, ho goed ik it mien ! Ja, ja, ja, ja, wist net, ho goed ik it mien !
Sliep, sliep, seftkes myn berntje ; Sliep, sliep, stil as in blom ! Dük, dük, krüp yn dyn herntje ; Tink dü mar nearne net om ! Ja, ja, ja, ja, tink dü mar nearne net om !
Dy, dy scoe ik wol triuwe, Ticht, ticht, djip oan myn hert, Nin, nin pinnen biskriuwe Nin, memme Ijeafdefjür net. Ja, ja, ja, ja, nin memme Ijeafdefjür net.
Troch, troch fjür en troch wetter Gean, gean, flean ik for dy. Nin, nin libben is better As it stjerren for dy. Ja, ja, ja, ja, as it stjerren for dy.
Dü, dü biste myn kuze, Dü, dü, tögest my wei. Na, na na-nane süze Bliuw er sa swiet yn wei Ja, ja, ja, ja, bliuw er sa swiet yn wei.Dü, dü, biste myn Anke, Dü, dü, biste myn bern ; Wird, wird in tige fanke, Wird, in Friesinne, myn bern Ja, ja, ja, ja, wird in Friesinne myn bern.
Sliep, sliep, slüt hjar de aegen ! Sliep, sliep, krüp troch hjar lea ! Tüs, tüs hjar yn dyn reagen Meitse hjar libbende dea ! Ja, ja, ja, ja, wist net ho goed ik it mien.
Het is door de eenvoudige schoonheid dezer woorden, dat haar man luistert naar een lied, zooals alleen door een moeder gezongen kan worden, omdat alleen een moeder zoo voelt. Wat is dat mooi! Hij ziet van terzijde zijn vrouw aan ; 't valt hem op hoe bleek zij is. Wat staan die oogen diep in het hoofd. Hoe duidelijk teekenen die blauwe aren zich af tegen die blanke kleur ; wat begint dat haar te grijzen. Hoe is het haar aan te zien, dat het feitelijk boven haar krachten gaat; dat het reeds lang boven haar krachten gegaan is, omdat er niet inkomt wat noodig is. En toch klaagt zij niet, maar werkt, en werkt tot in het late avonduur — als de man reeds rust van zijn taak en rookt — en werkt al zingende. Wat is 't leven eener vrouw toch rusteloos, denkt hij ; nooit heeft zij een oogenblik voor zichzelf, altijd is het maar loopen en draven en zorgen, van den vroegen morgen tot den laten avond. Het is zooals zij zong ; door vuur en water vliegt een moeder voor haar kind, en te stervenp voor het kroost schijnt soms nog heerlijker te zijn.dan het leven. !
„Dat is mooi, vrouw", zegt Douwe. Haastig schrikt zij op en een lichte blosf; kleurt opeens de bleeke wangen. Zij wist niet, dat hij luisterde naar het lied, zoo dikwijls door haar in haar eentje gezongen, als zij trekt aan het wiegetouw of haar voet op den trapper heeft, omdat de handen geen rust mogen hebben. Zij meende dat hij de krant las. „Heb je nou het blad al uit ? " vraagt zij, „vertel mij eens wat".
„Och, er is niets bijzonders", klinkt het antwoord, „een brand hier en een diefstal daar en een ongeluk elders ; dan wordt er een dagelijksch opzichter gevraagd bij de nieuwe lijn en werkvolk voor 't graven van slooten en het kruien van zand. Onder kerknieuws komen geen bekende dominees voor. De rechtzaken lees ik niet meer, man, die hier verslag van geeft, maakt er te veel een grapje van, precies alsof 't een kleinigheid is iets kwaads te doen en daarvoor gestraft te worden. Dan vanzelf een hoop aanvragen om boerenknechts en meiden. In het buitenland spookt het nog altijd ; 'k denk, dat het daar vroeg of laat nog wel eens tot een uitbarsting komen zal. Daar wordt zooveel brandstof opgehoopt en elk wil baas wezen op zijn manier. Duitschland kan Engeland, en Engeland kan Duitschland niet verdragen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's