De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

8 minuten leestijd

In verband met het ingezonden stuk van den heer v. I. te B. omtrent „het Nieuw-Testamentisch lied", zou ik eveneens gaarne iets daaromtrent willen zeggen.
Toen ik het stuk gelezen had, dacht ik : „Daar moeten nu alle Hervormd Gereformeerden eens het zegel hunner goedkeuring aan hechten" ; want er wordt ons zooveel in de schoenen gestopt over ons „bekrompen" zijn ten opzichte van het Kerklied, dat het mij verheugt, dat men van zekere zijde nü niet meer zeggen zal: „wat een afgescheiden, apart partijtje, die Hervormd Gereformeerden, die zich steeds indenken het alléén te weten en alléén het „zuivere" vóór te staan !" Tóch zullen wij er niet „lichter" om worden !
Werkelijk, mijnheer v. I., als Hervormd Gereformeerde is dit stuk van u óók m.i. zéér ad rem ! Onder misschien véle Hervormd Gereformeerden, die het óók zoo gevoelen, maar niet durven uit te spreken, behoor ook ik, liever niét!
Neen, speciaal „de" gezangen hebben wij niet direct van noode.
Maar bij feestdagen is het juist, dat er een „leemte" is, en die leemte moet dan in den huiselijken kring maar aangevuld worden, waar wel Kerst-, Paasch-en Pinksterliederen aangeheven mogen worden ?
Dat is niet juist! Neen, in de gemeente dient die leemte aangevuld te worden. Juist daar, waar men „tesaam!!" komt rondom Gods Woord.
\/oor een uitbreiding der „Eenige gezangen achter de Psalmen" is alles te zeggen, al was 't maar een enkel gezang, dat dan toch bezingt : „Christus' geboorte, dood, opstanding en hemelvaart". Die behoefte is er, dat geloof ik ook gaarne ! 't Is m.i. ook logisch.
Maar wij moeten dan helaas, de dwaze, bekrompen opmerking hooren, als teeken van echt Gereformeerd te zijn: „Als ge daarvoor pleit, geeft ge blijk „Confessioneel of Ethisch" te zijn ! Of : „Neen, — dan behoort ge in ons „vakje niet thuis!"
Dat is nu de vrees vaak, om zich uit te spreken omtrent het Nieuw Testamentisch lied : „Menschenvrees", anders niet! Is er een verbod ?
Ik hoop, dat het aansnijden van dit onderwerp nog vruchtdragend en tot verrijking onzer kennis moge medewerken, doordat óók predikanten zich eens hieromtrent uitlaten en aantoonen, dat men, daar vóór zijnde, toch heusch niet minder Gereformeerd behoeft te zijn ! (óf te zeggen : Waarom het niét juist is gezien!).
Ik lach om deze praatjes want blijven de psalmen dan steeds bestaan ? Zingen de verlosten daarboven niet een „nieuw lied ? " en wie weet hoe dat zijn zal ? Ja, de grondtoon zal zijn : „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed !" maar wie weet het „hoé ? " Wie de melodie?
Niemand onzer! Daarom wordt het tijd, dat men zich eens bezinne, om óók orthodoxe predikanten eens niet direct te veroordeelen, wanneer deze een „gezang" laten zingen, want dit is toch geen maatstaf om een Leeraar te beoordeelen ? ook al is het waar, dat zij, die de Psalmen veronachtzamen, meestal niet , , Gereformeerd" zijn, maar dat geldt nu niet altijd voor predikanten, die er b.v. één of twee opgeven !
Want als het ooit zoover komt n.l. wat de heer v. I. (en ook ik !) voorstaat, vrees ik dat dit de schaduwzijde er van zal worden, n.l. „dat onze Hervormd Gereformeerde dominees, die zulk een gezang opgeven — door de domme, bekrompen menschen, die zwaar „critisch" zijn — in achting en waarde zullen dalen en dat zij, die óók tegen een lied uit de dan „uitgebreide Gezangen" achter de Psalmen zijn, de beste dominees zullen blijven, en de meeste beroepen zullen ontvangen !
Dan zou daardoor wéér een „splitsing" komen, misschien „Hervormd Gereform." en „nieuw" Hervormd Gereformeerd, en dat zou ik jammer vinden, omdat het „onzin" is om terwille van een lied (gezang) „tweedracht" te scheppen, terwijl de „Leer" toch bij dezulken niet daardoor schade behoeft te lijden, ook al wil „mèn" deze dingen doen samenvallen.
Daarom, wanneer deze stemmen gehoord worden, dient „mèn !" eens wat voorzichtiger te zijn en niet zoo spoedig gereed te zijn met het „veroordeelen" van deze juiste gedachte van den heer v. I.
Ik juich zijn gedachte hartelijk toe, óók tegen het veroordeelend „mèn" in ! Laten wij heusch niet bang zijn, dat het Gode „onbehaaglijk" zijn zou, als wij op Kerstfeest eens zongen in de kerk:
„Daar is uit 's werelds duist're wolken". Dat heeft met meer of minder Gereformeerd nu precies geen zier te maken ! Gelukkig niet? Wij kunnen Gode „nergens" mede behagen ! onze zonde „mishaagt" Hem.
Gelukkig, als men zich niet stoort aan die gezegden, die ik al dikwijls opving in 'n gesprek daarover, óók dezer dagen nog ! Daarom behoeven er niet direct „honderden" verzen bij. Neen, uit de gezangenbundel zouden er best „eenige" voor de feestdagen te vinden zijn, denk ik, die slaan op de Evangeliën. Over de „prachtige" melodieën die daar bij zijn en gaarne door de gemeente gezongen worden, zullen we nu nog maar niet direct spreken ! Eerst: „inhoud!" en „voorzichtig zoeken !" En dat kunnen wij het best overlaten aan onze Hervormd Gereformeerde Voorgangers !
A.H.

HET NIEUW-TESTAMENTISCH LIED.
Met de opvatting van den heer v. I. aangaande de Psalmen, kan ik me in hoofdzaak vereenigen. Wanneer hij echter aan een eventueelen Hervormd-Gereformeerden Gezangenbundel den eisch stelt dat het „uitsluitend berijmde Schriftgedeelten uit het Nieuwe Testament" moeten zijn, dan is daarmee practisch het doodvonnis over dien bundel gesproken. Het aantal Schriftgedeelten in het Nieuwe Testament, dat zich n.l. zou leenen tot berijming, is uiterst gering, daar zich uiteraard alleen lyrische gedeelten daarvoor leenen, die in 't Nieuwe Testament niet zoo heel vaak voorkomen.
Niet-lyrische gedeelten zijn ongeschikt, want wanneer men zou trachten b.v, het opstandingsverhaal te berijmen en in koralen in te deelen, zou het koraal een muzikaal onding en de berijming zelve een carricatuur van het eenvoudig-verheven proza der evangelisten zijn.
Wanneer echter theoretisch het vraagstuk langs dezen weg tóch oplosbaar zou zijn, dan komt de practische vraag, wie die moeilijke taak op zich zou kunnen nemen ; ik vrees, dat de geniale figuur, die daarvoor noodig is, ontbreekt, en daar ik „geen N.-Testamentisch-gezang" verkies boven een slecht, zou ik me wel wachten een stroom van dilettanten-dichters en - componisten met die taak te belasten.
De éénige oplossing is deze : Uit den oneindig rijken schat van Christelijke liederen dien we bezitten, moet een commissie, bestaande uit orthodoxe theologen èn musici, een keus doen, zoodat die bundel overeenkomstig Gods Woord is, en bovendien beantwoordt aan de muzikale eischen die men er aan moet stellen. Niemand heeft ooit bezwaar gemaakt tegen het zingen der „Gezangen achter de Psalmen", voor zoover ik weet, hoewel daar verscheidene tusschen staan die géén berijmingen zijn van Schriftgedeelten, b.v. de Avondzang, de Bedezang vóór en na het eten, en andere, en dus kan men tegen de door mij voorgestelde oplossing evenmin bezwaar hebben.
Aan degenen die zich niettemin tegen een dergelijken bundel zouden verzetten, leg ik de vraag voor : Waarom mogen we in onze kerken wél formulieren gebruiken, die geen rechtstreeksche Schriftgedeelten zijn, en geen Gezangen ?
Wanneer de „Gezangen conform Gods Woord" niet volgens datzelfde Woord van God gezongen mogen worden in onze kerken, dan moet men consequent zijn en ten opzichte van de formulieren 't zelfde standpunt innemen.
Z. d. L.

Geachte Redactie, Gaarne zag ik plaatsing van 't volgende in uw blad, naar aanleiding van het ingezonden in het vorige nummer over „het N.-Testamentische lied, een nieuw Kerkboek". Daarin was onder meer te lezen : „Tenslotte komt het voor, dat er ook onjuistheden in de onberijmde en van deze uit weer in de berijmde psalmen zijn binnengeslopen, omdat onze Statenvertaling zich niet nauwkeurig aansluit bij den grondtekst. Ik wijs u b.v. op Psalm 100 vers 2, waar prof. Noordtzij m.i. zeer terecht voorstelt in plaats van : „en geenszins wij" te zingen : „en Zijns zijn wij, de
De geachte inzender, mijn medestudiosus, houde het mij ten goede dat ik het daarmee niet eens ben. Een uitdrukking als „omdat onze Statenvertaling zich niet nauwkeurig aansluit bij den grondtekst", past hier niet. We hebben daartoe slechts in het onderhavige geval de Kantteekening op te slaan bij Psalm 100 en dan zien we dat de vertaling „en Zijns zijn wij" in het geheel niet nieuw is. De Kantteekenaars hebben die nog apart vermeld, om te laten zien, dat ook zóó kon vertaald worden.
We moeten voorzichtig zijn, met den Statenvertalers min of meer van oppervlakkigheid te beschuldigen ; op de titelpagina van lederen Bijbel kunnen we lezen, dat zij dien grondtekst getrouwelijk hebben overgezet, en dat zullen ze er maar niet voor 't mooi bij gezet hebben. We zien hier weer de waarde van de Kantteekeningen; daardoor kan iedere leek met den grondtekst in voeling komen. Ze bevatten een schat van kennis en oriënteeringsmateriaal.

Maarssen.

A. VAN DER KOOIJ Jr.

Theol. Stud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's