STAAT EN MAATSCHAPPIJ
TEGENSTRIJDIGE BELANGEN
Het staat zoo eenvoudig in de nieuws-berichten van de „Nieuwe Rotterdamsche Courant van 19 December vermeld :
„Onze correspondent te Brussel schrijft ons :
Bij de behandeling van de begrooting van landbouw in de Kamer, heeft de katholieke afgevaardigde voor Antwerpen de Kerchove d'Exaerde in scherpe bewoordingen geprotesteerd tegen het feit, dat de overvloedige invoer van Nederlandsche groenten de prijzen op de Antwerpsche markt zóó sterk naar beneden drukt, dat alle concurrentie vrijwel onmogelijk wordt. De Nederlandsche groentenproductie — zei spreker — is ingericht op voorziening van de Engelsche en Duitsche markten. Daar deze markten thans gesloten zijn, beginnen onze Noorderburen af te zetten in België, dat zelf reeds overschot van productie heeft. De toestand is nu zoo, dat de meeste groenten, uit Nederland, hier vrij binnenkomen, terwijl deze groenten in Nederland worden beschermd. Dit geldt zoowel voor de aardappelen als voor asperges, bloemkolen, erwten enz.
De „Visscherij Courant" van 18 December deelt uit een Belgische correspondentie mede :
„In de Kamer heeft het katholieke kamerlid voor Ostende, oud-minister Baels, den minister-president en den minister van Transportmiddelen geïnterpelleerd over de crisis in de zeevisscherij en de middelen om ze te bestrijden. De interpellant schetste den toestaand, waarin de Ostendesche reederijen zich thans bevinden, als zijnde zeer ernstig en betoogde, dat de buitengewoon aanzienlijke invoer van visch uit den vreemde de voornaamste oorzaak daarvan is. De Fransche contingenteering had tot dubbel gevolg, dat de Belgische visscherij in Frankrijk niet meer kan invoeren en dat de invoer van Nederlandsche visch, in drie maanden tijd, met 2 a 3 millioen k.g. is gestegen".
Wij zouden met het opsommen van dergelijke berichten kunnen voortgaan. De groententeelers, groentenexporteurs, vischhandelaren enz. hier te lande, hopen maar, dat de Belgische grenzen voor hunne producten zullen open blijven.
Aan den anderen kant dringt men in ons land bij de Regeering aan op sluiting der grenzen voor den invoer van Belgisch brood, Deensch vleesch en meerdere artikelen.
Zoo botsen de belangen van allerlei groepen van de bevolking tegen elkander in.
Het is voor de Regeering niet gemakkelijk hier den juisten weg te vinden.
Het economisch leven van een volk is zoo ingewikkeld.
HET GAAT DEN VERKEERDEN WEG OP.
Er is groote overeenkomst wat de methode betreft van volksvoorlichting en volksopvoeding tusschen Sociaal Democraten en Staatkundig Gereformeerden, ook al staan deze groepen diametraal tegenover elkander.
Deze overeenkomst komt hierin tot uiting, dat beide partijen, elk op haar eigen wijze, geen middel ongebruikt laten om de ontevredenheid over den gang van 's Lands zaken bij het volk op te wekken. Daarbij wordt de malaise in de bedrijven, benevens de werkloosheid uitgebuit, om de ontstemming, die bij velen heerscht over hetgeen de Regeering doet of wel nalaat, nog te vergrooten.
Wanneer men bij de Staatkundig Gereformeerden in woord en geschrift uitdrukkingen beluistert als : „elke verlichting van den zwaren druk, waaronder de boerenstand gebukt gaat, wordt afgewezen" ; „de Regeering speelt met vuur"; „de Regeering verwekt groote ontevredenheid, ja, veel verbittering door zuchtende boeren jaarlijks beduidende sommen af te persen" ; „de geest van ontevredenheid wordt algemeen" ; „zuig de bevolking maar uit, tot zij niet meer kan" ; en dergelijke uitdrukkingen meer, dan hoort men hier niet veel anders dan den toon, waarop de Sociaal Democraten gewoon zijn de massa tot verzet te prikkelen.
Daarom kon het niet verwonderen, dat, toen in de laatste vergadering van de Tweede Kamer voor het Kerstreces, ds. Kersten van de Regeering eischte, dat de fondsen, die ten behoeve van de voorziening bij invaliditeit en ouderdom — zooais hij zeide — aan het volk waren afgeperst, onder de noodlijdende bevolking zouden worden verdeeld, de Communist De Visser met geestdrift den Staatkundig Gereformeerden leider op den schouder klopte en hem luide toeriep : „Wij gaan samen den boer op".
De Sociaal Democraten en de Communisten zien in de Staatkundig Gereformeerden de mannen, die op hunne manier ongezocht willen medewerken om het gezag te ondermijnen en het volk tegen de Overheid opstandig te maken.
De in-droeve, revolutionaire houding, die de Staatkundig Gereformeerde voormannen dier partij in den laatsten tijd aannemen, en die vierkant ingaat tegen wat Gods Woord leert (zie Romeinen 13), is bovendien zoo fataal, omdat zij, die met de politieke-en maatschappelijke vraagstukken niet voldoende op de hoogte zijn, een gansch verkeerden indruk krijgen van wat op die terreinen plaats heeft. Deze menschen worden toch in den waan gebracht, — om slechts bij het geval te blijven wat ds. Kersten laatstelijk in de Tweede Kamer bracht, alsof de Regeering de beschikking heeft over de gelden, die in het invaiditeits-en ouderdomsfonds zijn bijeengebracht en daarover naar welgevallen kan beschikken. Niets is minder waar dan dit. Uit die fondsen worden toch duizenden invaliden en ouden van dagen, weduwen en weezen onderhouden ; voorts zijn de gelden in allerlei leeningen, niet voor 't minst in de gemeente-leeningen, ondergebracht, zoodat verdeeling der gelden — zooals de Staatkundig Gereformeerden dit willen — zou beteekenen een grijpen naar andermans goed en niet zou nalaten ons land aan den chaos over te geven.
Opheffing der fondsen kan bovendien aar niet zoo, zonder meer, plaats hebben, mdat intrekking Van de invaliditeits-en ouderdomswet daaraan bij nieuwe wet zou moeten voorafgaan.
Daarom is het hoogst onbillijk en onrechtvaardig om dé Regeering te verwijten gelijk ds. Kersten dit deed — dat „zij het volk trapt".
Daardoor zaait men ontevredenheid onder het volk, spoort men het tot verzet aan en verricht men hand-en spandiensten aan de revolutionairen.
Uit dien hoofde is het optreden van de staatkundig Gereformeerden in dezen ernstigen en veelbewogen tijd in hooge mate onverantwoordelijk en af te keuren.
Dat de Regeering al het mogelijke doet om in de crisismoeilijkheden tegemoet te komen en den crisisnood te lenigen, is van algemeene bekendheid. Er werden reeds verschillende maatregelen getroffen om land-en tuinbouw te steunen. Millioenen worden uit de schatkist ter beschikking gesteld om in de verschillende nooden en behoeften van het volk te voorzien, en waar financieele bijstand niet afdoende kan helpen, worden wettelijke voorschriften uitgevaardigd om het economisch leven tegen te scherpe concurrentie van het buitenland te beschermen.
Het is daarom onwaar, wat de Staatkundig Gereformeerden beweren, dat de Regeering niets doet om den zwaren druk, waaronder de boerenstand gebukt gaat, te verlichten, en even onwaar is de aanklacht tegen de Regeering, dat zij „met vuur speelt". Wie wèl met vuur spelen, dat zijn zij, die mede van de tijdsomstandigheden gebruik maken om het volk ontevreden te maken en tot verzet tegen de Overheid aan te sporen.
Het Kabinet draagt, naar Staatkundig Gereformeerd gevoelen, de schuld van al de ellende, die ons land op dit oogenblik doormaakt.
Dat voor dit verwijt geen grond bestaat, hebben wij hierboven met een enkel woord uiteengezet.
Evenmin is er reden voor de klacht, dat het Kabinet de oorzaak is , van de geestelijke inzinking van ons volk.
Als men de Staatkundig Gereformeerden hoort, dan zou, als het Kabinet dit slechts wilde, alles in orde komen
Dan werd de doodstraf weder ingevoerd, de stemplicht afgeschaft, de lijkverbranding verboden.
Dan liepen er op Zondag geen treinen meer, zouden de leeszalen worden gesloten en zou op de scholen niet anders dan Gereformeerd onderwijs worden gegeven.
Dat in dit alles wordt tekort geschoten, is eenig en alleen de schuld van het huidige Kabinet.
Dat er in ons land nog zoo iets als een Grondwet bestaat, daarmede wordt niet gerekend.
Men staat er intusschen verbaasd over, dat er nog Staatkundig Gereformeerden zijn die aan het gepraat van hunne leidslieden geloof hechten.
Zoo werd b.v. in de Kiesvereeniging van de Staatkundig Gereformeerde Partij te Harderwijk — naar „De Banier' meldt — precies uitgerekend, dat, wanneer de Minister van Justitie een wetsontwerp tot wederinvoering van de doodstraf indiende, hij daarvoor in de Tweede Kamer op eene meerderheid van 57 tegen 43 stemmen zou kunnen rekenen. De conclusie daarbij was, dat de Minister van Justitie niet wil.
Maar zoó staan de cijfers niet.
Waren zij juist, dan zou mr. Donner ongetwijfeld met een desbetreffend wetsontwerp komen. De Harderwijksche Kiesvereeniging praat de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden slechts wat na. Doch wanneer de Kiesvereeniging gelijk heeft, waarom dienen ds. Kersten de zijnen dan geen voorstel in tot wederinvoering van de doodstraf ?
Zij doen dit niet, omdat zij, evengoed als wij dit weten, daarvan^ geen succes verwachten.
Zoo staat het met al de principieele kwesties, die hun zoowel als ons belangstelling inboezemen.
Er is voor de oplossing van al deze vraagstukken geen meerderheid in de Kamer te vinden.
Maar waarom dan de Staatkundig Gereformeerden tegen het Kabinet opgezet en hen ontevreden gemaakt ?
Het zijn bij de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden „woorden" en nóg eens „woorden".
En dan woorden van bedenkelijke strekking.
Woorden die tot verzet prikkelen.
Daartegen willen wij met ernst, met grooten ernst waarschuwen, vooral in den donkeren en moeilijken tijd waarin wij leven.
Het is zoo kennelijk, dat de Heere God bezig is de wereld met Zijne oordeelen te bezoeken, ook als een gevolg van onze zonden en onze ontrouw.
Dat er dan een gebed tot Gods troon opstijge om van Hem te smeeken dat het licht in de duisternis moge opgaan.
Wy hebben kinderlijk stil, ons te leeren onderwerpen aan Zijn heiligen wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's