De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

5 minuten leestijd

STADSKANAAL—Pekelderweg, December 1931.

Hooggeachte Redacteur,
Mag ik een plaatsje in ons veelgelezen blad ? Hiervoor mijn hartelijken dank. Het is voor de eerste maal, dat ik een stukje mag schrijven in ons Bondsblad. De Evangelisatie-arbeid in het hooge Noorden is een noodzakelijke arbeid; een arbeid, welke door ons volk dient gesteund te worden.
Een der Hoofdbestuursleden van den Geref. Bond heeft eens in De Waarheidsvriend geschreven — dit is terecht opgemerkt — dat Indië was het zwarte heidendom en het Noorden des lands het „blanke" heidendom. In deze uitdrukking ligt een kern van waarheid opgesloten. Elken Zondag moet ik ook te Wildervank spreken en wij vergaderen daar in een achterzaal van een hotel met 30 a 40 menschen. De Ned. Hervormde Kerk kan 6 a 700 menschen bevatten, maar daar komen er niet meer dan 25. Droevig nietwaar !
Het „blanke" heidendom is een aanklacht tegen de moderne predikanten. Zij preeken de kerken leeg. De Classis Winschoten is zoo goed als modern. In de gemeente Zuidbroek gaan stemmen op, om geen predikant meer te beroepen. Men zegt wel eens : er zijn wel moderne dominees, maar geen moderne gemeenten. Men zou bijna gelooven, dat dit waar is. De moderne gemeenten moeten ook al niets hebben van de moderne prediking. Noord-Holland bewijst dat, maar ook ons hooge Noorden.
Met de laatste volkstelling is gebleken, dat in de gemeente Noordbroek van de 2100 inwoners 1700 zich opgaven „zonder eenigen godsdienst".
Het Modernisme is oorzaak van het „blanke" heidendom. Men ontneemt alles aan de menschen en men geeft niets. Men steelt het heilige en laat de menschen in het wereldsche ellendig achter.
Op een zonnigen zomer-morgen gingen wij naar Wildervank en waren wij ooggetuigen van schromelijke sabbats-ontheiliging. Iemand zagen wij een schaap scheren, een ander tuinspitten, een derde een huis schilderen. Dit zijn bedroevende tafereelen, en dat in ons christelijk Nederland. Het lijkt wel of men midden door Celebes gaat en onder de Toradja's woont. In het Zuiden des lands kan men zulks niet indenken.
De moderne prediking is verderfelijk en gaat bovendien tegen de reglementen van onze Kerk in. De ethische prediking is veelal een „water-en melk"-prediking.
In Wildervank en hier in Stadskanaal is een kring van menschen, die vragen naar het zuivere Evangelie van een armen zondaar en een rijken Christus, zooals b.v. onse Heidelb. Catechismus dat leert. Onze Evangelisatie wordt bezocht door ruim 100 menschen. De Gereform. Waarheid moet ook in het hooge Noorden als een zuurdeeg doorwerken. Evangeliseer en is moeilijk eenerzij ds, maar gezegend anderzijds. Vooral de verspreiding van „De Waarheids-vriend" en „Alle den Volcke" is zeer doeltreffend om zegen te verspreiden en „onze" menschen saam te binden.
Velen in den lande staan sceptisch en anderen vijandig tegenover den Gereformeerden Bond, maar wanneer zij de Gereformeerde Waarheid beluisteren, stemmen ze er dikwijls hartelijk mee in. Kan de oorzaak hiervan soms zijn gelijk de welbekende spreuk zegt: „onbekend maakt onbemind" ?
Steun aan de Evangelisatiën in het hooge Noorden is dringend noodzakelijk. De Heere neige de harten van ons Gereformeerde volk tot een milde gave. Laat het ons een vreugde des harten zijn onze gave te mogen stellen in dienst van Gods Koninkrijk.

A. BLIJLEVEN, Evangelist.

Stadskanaal-Pekelderweg.

Geachte Redactie,

In uw blad van 24 December werd meegedeeld, dat er betrekkelijk zoo weinig Psalmen gezongen worden in onze godsdienstoefeningen. Maar als ik denk aan vroeger tijden, toen er in sommige gemeenten nog geen orgels waren en de gemeente was aangelegd op den Voorzanger, dan weet ik, dat er toen veel meer Psalmen gezongen werden. Maar toen kende de gemeente haar Psalmboek. Nu er overal orgels zijn, zouden veel meer Psalmen kunnen worden gezongen. De oorzaak dat het dikwijls niet geschiedt, ligt bij de predikanten. De keuze loopt van 1 tot 150 en waar de Heere Jezus aan het Nachtmaal den Lofzang gezongen heeft, ligt de schuld niet aan de Psalmen, maar bij de leeraars en de gemeente. In de Psalmen hebben zooveel duizenden en tienduizenden lafenis voor hun ziel mogen ontvangen en we zien zoo dikwijls, dat de leeraars, die Gezangen laten zingen, het aantal Psalmen steeds minder maken. Laten wij niet staan naar verandering, waar de Bijbel, als Gods Woord, altijd nieuw blijft. Maar laten wij staan naar verdieping in het geestelijk leven. Wanneer er weer een verzameling Nieuw-Testamentische liederen kwam, zou de verwarring nog grooter worden. Er zouden menschen zijn die Psalmen zingen; anderen die Psalmen zingen en oude Gezangen, maar geen nieuwe Gezangen ; dan weer menschen die Psalmen zingen, oude Gezangen, nieuwe Gezangen, maar geen nieuwste Gezangen. En dat op dezelfde plaats waar gezongen wordt tot Gods eer.

Uw Vriend,

K.

Ouderling der Ned. Herv. Kerk.

Onderschrift van den Hoofdredacteur :
Zonder op een en ander nu zakelijk in te gaan, willen we hier eens even laten volgen het lijstje Psalmen dat wij gewoon zijn te gebruiken voor het gemeenschappelijk gezang bij de godsdienstoefeningen. Het zijn er 121 van de 150. Volgens ons lijstje zouden er dan 29 niet gezongen worden. Gemakshalve laten we deze 29, die niet gezongen worden, hier volgen. Het zijn : Psalm 7, 10, 11, 12, 13, 14, 23, 35, 41, 44, 50, 53, 54, 55, 58, 60, 70, 76, 82, 83, 88, 112, 114, 120, 124, 128, 129, 137, 144.
Dat wil echter volstrekt niet zeggen, dat de 121 Psalmen, die wèl gezongen worden, nu ook dikwijls worden gezongen. Er zijn er bij, die misschien zelden of nooit gezongen worden ; eensdeels om de wille van de woorden, anderdeels om de wille van de zangwijze. Want ook al is er een orgel, daarom kan lang niet elke zangwijze behoorlijk gezongen worden. En verder bedenke men, dat van de 121 Psalmen boven genoemd, er velen zijn waarvan b.v. maar één vers gezongen wordt. Neem Ps. 18 (alleen het 8ste vers) of Psalm 52 (alleen het 7de vers). Psalm 59 (alleen het 10de vers), Psalm 64 (alleen het 10de vers), Ps. 69 (alleen het 14de vers) enz. Daarbij zijn er van die Psalmen, die gezongen worden, verzen die we niet kunnen laten zingen ; zoo b.v. Psalm 149 vers 3 en 4. Dan zingen wij liever een Zendingslied als Psalm 72 vers 10 enz.

M. V. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's