FINANCIËN
't Pleit zeker wel voor het krachtige levensbeginsel dat met den naam „gereformeerd" wordt aangeduid, dat, hoe vaak ook besnoeid, toch altijd weer zulke krachtige loten opschieten uit den ouden stam op het kerkelijk erf.
En de Afscheiding en de Doleantie beide, hebben breede stukken afgevoerd van wat bij ons behoorde. Ook daarna ging hetzelfde proces door. Dit kon moeilijk anders worden verwacht. De organisatie, waarin de aloude Gereformeerde Kerk is ondergebracht, werkt benauwend. En toch kan niet worden ontkend, dat in den tegenwoordigen tijd niet minder vraag bestaat naar de oude beproefde Waarheid dan in vervloten dagen, 't Is wonderlijk. Hoeveel blijken van meeleven ontvingen we niet, waaruit ten duidelijkste zich aflezen laat dat Gods bemoeienissen niet zijn opgehouden. In tal van gemeenten, waar voorheen noch van den kansel, noch in eenig ander opzicht, het gereformeerde beginsel werd uitgedragen, komt nu vraag.
Daarom werkt het zoo alleszins benauwend, dat er zoo weinig leiding in dezen kan worden gegeven. Hoe anders is dit bij. de gescheidene broeders.
Is het u nooit opgevallen, hoevelen zich voorbereiden tot het heilige ambt in deze gelederen ? Men spreekt hier zelfs van een overvloed. Hier zijn haast meer candidaten dan er gemeenten zijn. Bij ons is het juist andersom. Nauwelijks heeft de mededeeling in de pers de ronde gedaan, dat het Provinciaal Kerkbestuur een jongeman tot de Evangeliebediening heeft toegelaten, of van alle kanten komen de aanzoeken.
Hier zijn er veel en veel te weinig.
Hoe komt dat? Vanwaar dit verschijnsel ? Dat hier iets hapert, behoeft nauwelijks te worden opgemerkt. Voor een deel vloeit dit voort uit heel onze kerkelijke samenleving. Er is geen lust om zich in dezen te geven. Ook wijst het heen naar onze gezinnen. Veel en veel te weinig wordt heengewezen naar het heerlijke, dat schuilt in het dienaar zijn van de Gemeente van Christus. Wat reikt hier toch boven uit ? Alleen dienstknecht om Christus' wille, is het schoonste wat ooit werd gevonden.
Wat het beteekent: geen voorgangers te hebben in de gemeenten, merkt men het beste wanneer eens een onderzoek wordt ingesteld ter plaatse. Op eigen gelegenheid wordt in den dienst zoo goed mogelijk voorzien. Een preek gelezen, zoo'n enkelen keer de hulpdiensten gevraagd van een prediker in de buurt, en verder de Ring — kan het u verwonderen, dat alles kwijnt en verkommert ?
Ge hebt misschien bij uzelven gedacht: daar is nog iets, dat ge hebt overgeslagen. Er is ook nog een breede kring van godsdienstonderwijzers. Deze kunnen uitnemende diensten bewijzen. Dat is ook waar. Ik heb ze gekend en ken ze nog, voor wie ik alle respect heb en wier arbeid door God rijkelijk werd gezegend. Maar toch is hier geen klein gevaar te duchten. Wordt op deze wijze de breuke niet op het lichtst genezen ? Wordt hierdoor het euvel verholpen ? Wanneer het gaat, zooals men het meest gewenscht acht, slaapt men gemakkelijk in. Om nog te zwijgen van de moeilijkheden, welke altijd overblijven, als de bediening van de Sacramenten, enz.
In dezen valt wel iets te leeren van de gereformeerden buiten onze Kerk. Deze zijn nooit tevreden geweest met zulk een oplossing. Een leerende ouderling was en bleef uitzondering. Een Dienaar des Woords hebben we noodig, zoo luidde hier de uitspraak. Gods Woord biedt geen anderen uitweg. Wij verheugen ons dan ook van heeler harte, wanneer we hooren dat een Evangelisatie overgaat in de prediking van het volle Woord.
Dat wij met voorzichtigheid voortgaan. Niet wat wij willen, of wat ons dienstig voorkomt, maar wat Gods Woord ons voorhoudt, is noodig.
De nood is groot. Wanneer men daar hoort, dat van een heelen Ring nog maar één plaats bezet is, en deze Dienaar des Woords Wekelijks zijn naam ziet prijken onder beroepen, dan legt men zichzelven de vraag voor : Kan 't wel erger gedacht ? De toestand is verre van rooskleurig, doch wat ons het meeste benauwt is dit, dat zulke toestanden langzamerhand zoo worden aangevoeld, dat men niets van het abnormale meer ziet. Daar is nu toch mets meer aan te veranderen, zoo wordt gesproken.
Zou het waar zijn ? Is er geen verandering te wachten, als Gods hulp in deze wordt ingeroepen?
Hij heeft voorheen Zijn Naam verheerlijkt in donkere dagen. Hij handelt altijd wonderlijk. Dat Hij ons tezamen binde op de rechte plaats, pleitende op Zijn trouw en goedheid. Hij blijft een God van menigvuldige genade.
Dit toonde Hij, en toont het nóg. Als blijk daarvan ook het staatje deze week. van
1. Bij mij kwam in door den heer Van Beek te Utrecht de contributie van den heer v. d. Zouwe ƒ 1.—
2. Door ds. Van Willigen te Rijssen uit den collectezak „uit dankbaarheid omdat ds. Van Voorthuizen het beroep had aangenomen" ƒ 1.—
3. Een spreekbeurt, gehouden te Nederhemert, waarbij voorging ds. v. d. Graaf te Nijkerk. De collecte bedroeg de som van ƒ 12.28
4. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal gevonden in den collectezak ƒ2.50 voor 't Studiefonds, „uit dankbaarheid voor het bedanken voor het beroep" ƒ 2.50
5. Het bekende busje uit Zegveld. 't Bedroeg deze maand weer ƒ 3.62 Hartelijk dank.
6. Spreekbeurt te Alkmaar, waarbij voorging ds. Bartlema te Zeist. De collecte bracht op 34 gld., waarbij 5 gld. uit de wijkkas. Prachtig hoor, voor dit blijk uit het Noorden van Noord-Holland, voor het medeleven ƒ39.—
7. Contributie van de leden van de afdeeling Oud-Alblas ƒ20.—
8. Door ds. Heijer te Vlaardingen een gift van mej. N.N. voor het Studiefonds ƒ 1.—
9. Door ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland ƒ 10 voor de fondsen, van den hr. A. de Jong, aldaar ƒ 10.—
Een blijk van warm meeleven.
10. Door ds. Van Asch te Wierden uit den collectezak ƒ 1.—
11. Door ds. Bolkestein te Schelluinen een Kerstgave, bij hem aan huis bezorgd, van N.N. voor het Studiefonds ƒ 1.25
12. Door ds. Van Dorp te Den Haag 1 gld. van B. te S. voor het Studiefonds en 1 gld. van N.N. voor het Leerstoelfonds ƒ 2.—
13. Door ds. v. d. Wal te Wageningen van N.N. voor het Studiefonds ƒ 2.50
14. Door mej. de wed. D. te Utrecht werd mij ter hand gesteld 3 gld. abonnementsgeld voor de Waarheidsvriend en 5 gld. voor de beide fondsen. Samen ƒ 8.—
Ik verblijd mij over deze gaven, en inzonderheid omdat ik weet met welk een blijdschap deze worden gegeven.
15. Een spreekbeurt te Boskoop in de Ned. Herv. Evangelisatie, waar voorging ds. Remme te Amsterdam. De collecte bracht op de prachtsom van ƒ 61.39
De gang van zaken ten uwent heeft me ten zeerste verheugd. Make de Heere het verder wèl.
16. Ten slotte een spreekbeurt te Zuid-Beijerland, waar ds. Westra Hoekzema uit Mijnsheerenland voorging. De collecte bracht op de niet onbelangrijke som van ƒ47.—
Eindsom
f 213,54.
We zien hier al weer een blijk in van Gods gunst. Zijn er niet nog enkele gemeenten, waaruit wij een collecte mogen tegemoet zien ? Namen noem ik niet. Waar het voorheen geschiedde, late men het thans niet na. Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's