STAAT EN MAATSCHAPPIJ
ZWARE TIJDEN IK AANTOCHT.
Het rapport van de Bazelsche Conferentie, die op het einde van deze maand door de bijeenkomst der Mogendheden te Lausanne zal worden gevolgd, heeft nogmaals den geweldigen omvang van de wereldcrisis aangetoond en vóór alles de verwoestende gevolgen duidelijk gemaakt, die deze crisis juist voor Duitschland met zich sleept.
Dat Duitschland op dit oogenblik in het centrum van de belangstelling der volken staat en aller aandacht bezig houdt, is duidelijk, omdat het Duitsche economische leven aan den rand van een volkomen ineenstorting staat.
Reeds melden de bladen, dat twee dichtbevolkte centra van Duitschland, te weten de steden Dortmund en Dresden, hunne financiëele verplichtingen niet meer kunnen nakomen en hunne betalingen hebben gestaakt.
Daarom is er in Duitschland nog maar weinig noodig om den chaos te doen intreden en het land te voeren in de armen van het communisme.
Vandaar de boodschap, welke de Duitsche Rijkskanselier de vorige week aan den Engelschen gezant te Berlijn deed toekomen, waarin gezegd wordt dat Duitschland noch op 't oogenblik, noch in de toekomst herstelbetalingen, welke dan ook, zou kunnen verrichten, wanneer het economische ieven der wereld weer tot herleving moet worden gebracht.
Het is voor het behoud van den Europeeschen vrede, met alles wat daarmede samenhangt, van besliste noodzakelijkheid, , dat de Duitsche delegatie op de conferentie van Lausanne dringend in de bres treedt voor een volkomen schrapping der herstelbetalingen, die Duitschland in het bijzonder aan Frankrijk heeft te doen. Alleen reeds als men kennis neemt van de schulden, welke Duitschland met Frankrijk heeft te vereffenen, ter zake van het herstel der verwoeste gebieden als gevolg van den wereldoorlog, begint het een mensch te duizelen. In goud berekend, kunnen de uitgaven, die thans nog voor het lhrstel moeten worden betaald, geschat worden op 175 milliard aan kapitaal en met inbegrip van de rente op 250 milliard. Dit wil dus zeggen, dat alleen reeds ten behoeve van de herstelbetalingen Duitschand aan Frankrijk een bedrag heeft te betalen van 250 duizend millioen goud-franken.
Het is dan ook het oordeel van den Duitchen Rijkskanselier, dat, wanneer een poging zou worden gedaan om Duitschland herstelbetalingen op te leggen, daarvan het onvermijdelijk gevolg zou zijn : ineenstoring van het Duitsche Rijk.
De gevolgen van de wereldcrisis wel ontzettend zijn.
SPREKENDE CIJFERS.
In het nummer van ons blad van de voige week werden in de rubriek „Kerkelijke rondschouw" enkele opmerkingen gemaakt over de „Godloozen-beweging" in Rusland. Wat de omvang dezer beweging betreft, daarover vonden wij dezer dagen enkele cijfers in het Communistisch dagblad De Tribune. In 1925 groepeerden zich om het blad „De Godlooze" („Besbosniki") 50.000 strijdende godloochenaars. In 1929 werd de bond van strijdende godloochelaars officieel opgericht, welke bond thans 5 millioen leden telt. Bovendien zijn er, naar „De Tribune" vermeldt, nog plm. 1 millioen jeugdige godloozen en 1.5mnillioen pionier-kindergodloozen. De Besbosniki zelf verschijnt thans onder de ongekende massa's atheïstische litteratuur in een oplage van 1.5 millioen exemplaren. Meer dan 4000 godlooze stootbrigades verrichten in verband met het bekende 5 jaren-plan allerlei cultuur arbeid, waaronder de strijd tegen het analfabetisme een belangrijke rol speelt.
Op deze wijze wordt in Rusland de strijd tegen den godsdienst gevoerd met kranten, met bonden, met musea, met stootbrigades, zelfs met pionier-kindergodlooze organisaties.
De bekende communiste Heleen Ankersmit schrijft in haar boek : „Het wezen der school in Sovjet-Rusland, dat in Rusland de strijd tegen den godsdienst en het zich vertrouwd maken met eene godlooze levensbeschouwing, een der voornaamste arbeidsprojecten is der scholen.
Het zijn zware tijden, die Rusland ook ten aanzien van het godsdienstig leven van het volk doormaakt. Er is in het onrustig donker nog geen lichtstraaltje te bekennen.
Echter de wetenschap dat God regeert, geeft aan hen, die daarin gelooven mogen, nog een ongekende rust.
DE DWAAS ZEGT IN ZIJN HART, ER IS GEEN GOD.
Artikel 3 : Wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden, noch voortgebracht door den wil eens menschen, maar de heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken, gelijk de H. Petrus zegt. Daarna heeft God, door een bijzondere zorg, die Hy voor ons en onze zaligheid draagt, Zynen knechten den Profeten en Apostelen geboden. Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen; en Hijzelf heeft met Zijnen vinger de twee tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke schriften : heilige en goddelijke schriften.
Als we toekomen aan het onderwerp van de Heilige Schrift, hebben we te doen met de bijzondere Godsopenbaring. De Heere is van buitenaf weer opnieuw gekomen tot den gevallen mensch om zich aan hem te openbaren.
Neen, het scheppingsplan Gods zal niet mislukken. God gaat voort met Zijn Raad te vervullen, ondanks den val des menschen. Hij roept zich eene nieuwe menschheid. Hij schept nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, waarin gerechtigheid wonen zal.
Wel openbaart zich de Heere reeds in de schepping in het werk Zijner handen. De vogelen des hemels, de visschen der zee, de zoemende kevers, de bruisende zeeën, de steile rotsgevaarten, de wijde vlakten, de fonkelende sterren en wat al niet meer, 't zijn allen als letteren in dat schoone boek der natuur, die ons de onzienlijke dingen Gods te aanschouwen geven, beide Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.
Maar de dichter van den 19den Psalm heeft gevoeld, dat de mensch aan dit natuurboek niet genoeg heeft. De natuur kan een mensch niet bekeeren.
En daarom zong hij :
Des Heeren wet nochtans, Verspreidt volmaakter glans Dewijl zij 't hart bekeert.
De Heere kwam zich aan den mensch te openbaren door Zijn Woord en Geest. Hier komt reeds onmiddellijk scherpe critiek van de zijde van het ongeloof.
Beroept niet elke godsdienst zich op openbaring ? Zeggen de leeraars ook van andere godsdiensten niet, dat de profetieën hun door de goden geschonken zijn ? Toch moeten we er onmiddellijk op wijzen, dat er geen enkele religie is, die een openbaringsbegrip kent, gelijk het Christendom dat heeft.
In alle religies brengt openbaring een verhouding met enkelingen tot stand. Het zijn eigenlijk op zichzelf staande openbaringen, die kunnen worden voortgezet tot het eind der tijden toe.
Welke religie heeft ooit durven beweren, dat God mensch geworden is ?
Van de mythologische theophaniën is de inhoud vaak belachelijk en van historiciteit is geen sprake.
Maar let nu eens op het Kruisevangelie, hetwelk ons boodschapt dat Christus ééns aan het kruis heeft geleden. Moeten we dan niet erkennen, dat het Christendom mèt het begrip van openbaring absoluten ernst heeft gemaakt, tervrijl er in andere religies eigenlijk maar mythologisch spel mee wordt gedreven ?
Hoe weinig wordt dit door de tegenstanders bedacht. Kort geleden ontmoette ik ook nog iemand op mijn huisbezoek, die mij onmiddellijk voor de vraag stelde, of de Koran, de bijbel der Mohammedanen, niet net' zoo goed was als dö bijbel van de Christenen.
Toen ik hem daarop vroeg, of hij den Koran wel eens gelezen had, luidde het antwoord natuurlijk ontkennend. Hij kende den Koran niet, maar ook den Bijbel niet, en was dus allerminst bevoegd om beiden met elkaar te kunnen vergelijken.
We denken er niet aan om de superioriteit van den bijbel te gaan bewijzen. Op één ding zouden we maar eens even de aandacht willen vestigen, om eens één van de verschillen duidelijk te laten uitkomen.
De Koran leert, dat Allah de eenige God is. Allah is heer en de menschen zijn slaven. Hij is niet liefde, want er is voor Allah niet de minste behoefte om menschen lief te hebben. Zijn almacht is willekeur. Fatalisme dus.
Stel daar nu eens tegenover den rijkdom van Gods genade, zooals die ons beschreven wordt in Gods Woord. Hoe roept Hij daar arme zondaren, opdat ze als verlorene zonen zouden wèderkeeren tot Gods Vaderhart.
Neen, we laten het maar bij deze ééne vergelijking. Ieder, die den bijbel kent en den Koran ook heeft gelezen, gevoelt onmiddellijk dat er geen vergelijking meer noodig is om het geheel eénige en goddelijke van de Heilige Schrift ons te bewijzen. Alle Schrift is van God ingegeven. Neen, het is niet gezonden, noch voortgebracht door den wil eens menschen, maar de heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken, zegt Petrus.
Hoe zou de Bijbel zich hebben kunnen handhaven, indien het geen waarheid was hetgeen door Petrus gezegd is ?
Wondervol boek ! Wat is het heftig bestreden ! Is er één boek, hetwelk meer tegenspraak uitlokt dan de Heilige Schrift ? En toch blijft ze spreken. Magistraal is en blijft het begin : „In den beginne schiep God den hemel en de.aarde".
Men kan nooit zeggen, dat het een boek is, hetwelk is uitgelezen.
Als ge de meest bekende boeken van onzen tijd hebt gelezen en nog eens gelezen, dan worden ze vervelend.
Maar met de Schrift is het anders.
Wat blijkt het menigmaal, dat zelfs door geleerde mannen de zin van een Schriftgedeelte absoluut niet wordt verstaan.
Moet zelfs Gods kind zich niet schamen, dat het bij het lezen van de Schrift menigmaal als met bezoedelde voeten over kostelijke parelen treedt ?
Teksten, die reeds van kindsbeen af werden opgezegd, bleken pas te worden begrepen en verstaan, toen het licht van Gods Heilige Geest er op mocht vallen.
Wat zijn er al vele theorieën opgesteld om dien Bijbel te kunnen verwerpen. Men zou er zich zoo gaarne van ontdoen. Want die Bijbel kan ook dreigen met oordeelen en gerichten. Die Bijbel spreekt van eeuwige straffen en 'wedervergelding; van zonde en wereldgericht.
De consciëntie van de goddeloozen zegt by oogenblikken : „Het mocht eens waar wezen !
Wat draagt Gods Woord veel bewysmateriaal van hare waarachtigheid in zichzelf. Sla maar eens de boeken der profeten op en ge zult zien, dat de voorspellingen van eeuwen her tot op den huldigen dag worden vervuld.
Zelfs de gravers in de puinhoopen van het verre Oosten moeten menigmaal de tastbare bewyzen van de waarheid der Heilige Schrift aan het licht brengen.
(Wordt vervolgd).
KOM 'K BEN MAAR EEN KEER JONG
— Ja, vriendlief, luister even, Daar zit 'em juist de knoop — indien 't u was gegeven Om tweemaal jong te zyn, 't was minder scha. Al liet dan d' eene jeugd geen vruchten na. Wat d' eerste had verzuimd, kon d' and're nog herstellen. Maar nu — slechts éénmaal jong, leer dan uw dagen tellen : Ras wykt die eene jeugd, nooit keert zy weer, Doe winst er mee en wyd haar aan den Heer !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's