De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

DE ZIN VAN DE BERGREDE. DE LEER VAN DE WEERLOOSHEID.

7 minuten leestijd

DE ZIN VAN DE BERGREDE. DE LEER VAN DE WEERLOOSHEID.
In het boek „Het leven van Jezus", waarin 12 jeugdpreeken zijn saamgevoegd, uitgegeven door Bosch & Keuning te Baarn, schrijft prof. dr. A. M. Brouwer een verhandeling over den zin van de Bergrede en spreekt dan ook over de leer van de volstrekte weerloosheid.
Prof. Brouwer zegt dan ongeveer : Jezus heeft als hoofd van een nieuwe menschheid en als openbaring van God ook onderwijs gegeven, veelsoortig onderwijs in verschillenden vorm : in korte, puntige gezegden ; in helder uitgewerkte gelijkenissen ; in verklaringen van bijbelwoorden, die als een lichtflits werken; ook in langere toespraken. Van dit laatste hebben wij een voorbeeld in de bergrede, zooals wij die in het vijfde, zesde en zevende hoofdstuk van Mattheüs vinden. Wanneer hier op een enkel punt de aandacht gevestigd wordt, dan is het op het woord : „Wederstaat den booze niet".
Als we dit woord geheel op zichzelf nemen, los van het verband — een wijze van aanhalen, die bij geen enkel schrijver geoorloofd is — dan zou Jezus' eigen optreden daarmee in lijnrechten strijd zijn geweest. Hij heeft eiken dag den booze wederstaan door Zijn verzet tegen de Farizeen en Schriftgeleerden. Hij heeft den booze wederstaan door het uitwerpen van demonen. Hij heeft den booze wederstaan, toen Hij in gloeiende verontwaardiging den tempel reinigde. En Hij heeft het rijk van den Booze overwonnen gezien, toen Hij den Satan als een bliksemschicht uit den hemel zag vallen. En Hij heeft het voorzegd, dat diens rijk geheel vernietigd zou worden.
Daarom is het geheel verkeerd, wanneer men de woorden : „Wederstaat den booze niet" gaat uitleggen, alsof hier sprake zou zijn van weerloosheid, en alsof alle geweld werd afgekeurd.
Geweld is dat wegjagen van de kooplieden en de wisselaars uit het voorhof van den tempel, afgezien van de vraag, of Jezus den geesel van touwkens alleen tegen het vee of ook tegen de handelaars heeft opgeheven.
Geweld is ook het uitbannen van demonen, die niet uitgebannen willen worden.
Daarmee is reeds gezegd, dat Jezus' bedoeling onmogelijk weergegeven kan worden met het woord „weerloosheid". Jezus was allerminst „weerloos" in Zijn optreden.
Dit begrip „weerloos" en „weerloosheid" is uit de Voor-Indische wijsheid tot ons overgekomen, maar is geen begrip aan het Christendom ontleend.
Het is een Boeddhistische gedachte dat het leven de bron is van alle lijden en dat lijden kan alleen worden opgeheven, als men niet meer afzonderlijk wil bestaan ; dat is : wanneer men den drang om te leven in zichzelf heeft gebluscht. 't Spreekt vanzelf, dat men op Boeddhistisch standpunt ook z'n eigen bestaan niet mag handhaven tegen aanvallen van buiten
In dit verband — in het kader van het Boeddhisme — is weerloosheid de hoogste deugd. Maar Jezus oordeelt héél anders over het leven en over het afzonderlijk bestaan. Het leven moet geëerbiedigd en beschermd worden en alles wat het leven schaadt moet wederstaan, bestreden en weggedaan worden, ook de booze en de booze machten.
Nu gaat het over de vraag : welk middel daarvoor moet worden aangewend.
En dan is het antwoord : niet de haat; niet de wraakzucht; niet de eigengerechtigheid.
Het moet zijn de liefde, die ons doet handelen, met tact, als 't noodig is ook met gestrengheid, om de gerechtigheid te handhaven.
Sommige karakters hebben een strenge, straffe hand noodig. En de liefde moet die strenge, straffe hand besturen. Het behoeft dan ook schijnbare hardheid niet uit te sluiten. Misschien is zelfs lichamelijke kastijding in sommige gevallen het beste middel om iemand te leeren, hoe hij moet zijn. Liefde sluit ook lichamelijke kastijding niet uit.
En zoo komen wij vanzelf op het punt van het gebruik maken van geweld en het voeren van oorlog.
't Is wel duidelijk, dat Jezus leert geen haat, geen wraakzucht, geen eigengerechtigheid te kweeken. Maar wanneer een kind door een bruut wordt meegelokt, moet ik dat dan kalm aanzien en „den booze niet wederstaan" ? Of moet ik het kind beschermen en den bruut desnoods tegen den grond slaan ? Wanneer een vrouw wordt overvallen, moet ik den booze dan niet wederstaan, of moet ik de vrouw beschermen en den schelm desnoods bewusteloos slaan?
Hier is de keuze niet moeilijk.
Heb ik het kind bevrijd, de vrouw beschermd — dan mag ik daarna den bruut, den schelm niet haten en niet wraakzuchtig te zijnen opzichte zijn. Ik moet op middelen bedacht zijn, ook deze schurken terecht te brengen. Maar in het geval van nood was geweld het eenige middel dat kon helpen : dat het kind, dat de vrouw — maar feitelijk ook den schurk zélf kon helpen — en dat is dat we het kind beschermen en ook den schurk tegen zichzelf beschermen, door hem neer te slaan en af te houden van z'n slechte daad.
Wat Jezus leert, heeft betrekking op de verhoudingen van personen onderling. De verhouding der volkeren kan en mag alleen „in Zijn geest" besproken worden. En dan staat vast, dat is af te keuren alles wat de oneenigheid, den twist, den haat tusschen de volkeren kweeken kan. Hier moeten we den booze wederstaan en verhinderen in z'n booze werkingen !
België is er, en wij hebben België als staat te erkennen en zijn belangen te ontzien. Maar dat is nog maar negatief ; wat we niet moeten doen, n.l. krenken in de rechten en schaden in de belangen.
Maar wij moeten de goede verstandhouding onder de volkeren bevorderen. Alles wat daartoe dienen kan moet door de Christenheid worden gedaan en de Kerk moet daartoe opwekken. We moeten zoo goed als we voor ons zelf leven en zorgen, óok leven en zorgen voor onzen naaste, het kwade van hem weren en z'n belangen zooveel mogelijk bevorderen.
Daarom ook de pogingen, om door internationale rechtspraak de onderlinge moeilijkheden en geschillen trachten weg te nemen en te beslechten ; daarom ook de pogingen om door den Volkenbond internationale regelingen te treffen op politiek, rnaar ook op oeconomisch en hygiënisch gebied en alles te dienen wat den vrede onder de volkeren dienen kan.
Maar de mogelijkheid is denkbaar, dat een vijandig leger ons land zou willen binnenvallen, om hier allerlei geestelijke en stoffelijke schade aan te brengen. Zoo goed als ik een kind bescherm tegen een bruut, zoo goed zal ik dan mijn kinderen en mijn huis verdedigen tegen zulk een inval, omdat het kwaad der invallers den noodmaatregel van gewelddadige verdediging noodzakelijk zou maken. En wanneer ik daartoe gedwongen word, dan zal ik dat als Christen, dan zal ik dat biddende, dan zal ik dat „in den geest van Christus" kunnen doen ; niet uit haat, of wraak, of eigengerechtigheid, maar de gerechtigheid en de waarheid liefhebbende, zal ik den booze wederstaan, als 't moet met geweld. Evenals de liefde lichamelijke kastijding eischen kan, zoo kan zij ook oorlogvoering noodzakelijk maken. Maar dit slechts in alleruiterst noodgeval. Alleen dan, wanneer alle middelen om een oorlog te voorkomen, uitgeput zijn.
Dat heeft de Kerk te prediken.
En dan zeggen wij : dat God ons daartoe de Overheid gegeven heeft, om het volk te regeeren en te beschermen ; om, als 't moet, ook voor de rechten en de belangen van het volk en Vaderland op te treden ; waarbij de Overheid door de burgers geholpen en bijgestaan moet worden. Vandaar de noodzakelijkheid van een staand leger, dat geoefend en paraat is. Vandaar de wenschelijkheid van vrijwilligen landstorm. Vandaar de noodzakelijkheid van wij hier de dingen nuchter en helder te onderscheiden. En de Christelijke Kerk heeft dat te verkondigen naar uitwijzen van Gods Woord.
De Kerk heeft het de regeering aan te zeggen, dat we geen oorlog te wenschen, noch te zoeken, noch te maken hebben. Alle wegen moeten bewandeld, alle midden moeten beproefd worden „in den geest van Christus" om oorlog en geweld te voorkomen. In haat en nijd met den naaste te leven is van God verboden en in strijd met de beginselen van het Evangelie. Alle haat en alle wraakzucht en alle geweld en alle onderdrukking is uit den booze. En hierin moet de booze worden wederstaan !
Maar als de zonde het noodig maakt, dat zij met geweld wordt gekeerd, zullen we van dat geweld niet mogen afzien.
En met die werkelijkheid der zonde zullen we ernstig ook als volk en als regeering des volks rekening moeten houden, biddende ; verlos ons van den booze ; leid ons niet in verzoeking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's