HOE SCHOON ZAL 'T ZIJN.
Hoe schoon zal 't zijn, als wij — deez' aard ontstegen Gods wijde heem'len zalig binnengaan, aan 't einde van de bange pelgrimswegen, en van het zondig lichaam gansch ontdaan.
Dan zal 'k den Koning zien in Zijne schoonheid, en wordt het vergelegen land aanschouwd, waar Hij Zijn wond're heerlijkheid ten toon spreidt; welzalig, wie Zijn Heilandswoord vertrouwt.
Dan legt God Zelf den lach der eeuw'ge vreugd op 't aangezicht; en de verloste ziel, die voor het Lam aanbiddend nederviel,
smaakt weer de weelde van het Paradijs. — Och, dat ook ik daar eeuwiglijk U prijz', wegzinkend in Uw goddelijke deugden.
Lunteren. Januari 1932.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's