UIT DE PERS
JEZUS EN DE OORLOG.
JEZUS EN DE OORLOG.
Veelal wordt vergeten, dat Jezus méér is dan een voorbeeld, dat Hij Heiland en Zaligmaker is, dat Hij de geheel Eénige is, Die een geheel éénige plaats inneemt. Het is dan ook niet zóó, dat, wanneer er drie menschen staan en Jezus er bij komt, er vier menschen staan. Neen, dan zijn en blijven er drie menschen, benevens Jezus de Heiland en Zaligmaker ! Dat is de geheel éénige plaats, die Hij inneemt. En zeker, dan kunnen we allerlei vragen stellen, b.v. : heeft Jezus belasting betaald ; heeft Jezus geslapen ; heeft Jezus gegeten en gedronken, enz. Maar dan moeten we tegelijk weer voorzichtig zijn met onze vragen en niet doen alsof wij met Jezus precies op ééne lijn zouden staan.
Zoo moeten we b.v. voorzichtig zijn met vragen betreffende de verhouding van Jezus en den ongehuwden staat; Jezus en het privaat bezit of persoonlijke eigendom ; Jezus en Zijn wonderen, enz. enz. Jezus is niet een gewoon mensch tusschen de menschen, al is Hij waarachtig mensch. Jezus is de geheel Eénige. En het gaat orh hetgeen Hij ons geleerd heeft ten opzichte van het leven, dat wij te leven hebben. Boven alles om Hem te kennen als Heiland en Zaligmaker, in Zijn leven, lijden, sterven en opstanding enz.
Aan dr. C. Bouma, Geref. pred. te Den Haag, was de vraag gedaan : „zou Jezus een geweer hebben gedragen en met een bajonet gestoken hebben in het hart van een mensch ? "
Dat is een vraag, waarvan we eigenlijk even schrikken. Maar is Jezus daarvoor in de wereld gekomen, om b.v. krijgsdienst te doen ? om het vaderland te verdedigen ? En zoo niet — hebben wij dan óók niets te maken met het vaderland, met den krijgsdienst ? —
We voelen : zóó lossen we de vragen des levens niet op !
Dr. Bouma schrijft daarover in de Kerkbode van Den Haag :
„Het zal naar ik hoop dezen en genen duidelijk zijn geworden, dat die vraag de dingen toch absoluut verkeerd stelt. Dat daar het probleem van den oorlog aan het geweten van een Christenmensch wordt gelegd op een door en door valsche wijze. Ongeveer juist als de vorige week op een vergadering van „Kerk en Vrede" werd gedaan door een der sprekers : of men kan gelooven, dat in den oorlog een vliegenier biddend in een vliegtuig op zou kunnen stijgen, om dan gif dood en verderf te storten over onschuldige vrouwen en kinderen. Zoolang de probleemstelling zóó valsch blijft op meetings en in persartikelen, is er geen hoop dat ooit algemeen de dingen zuiver en helder worden gezien. En het is droevig dat dergelijke dingen worden gezegd niet door onwetende zieltjes op een thee-visite, maar door menschen met een academischen graad.
Maar ter zake. Reeds wees ik er op, dat men, min of meer bewust, een ongeoorloofde scheiding maakt tusschen wat Jezus zou doen en wat Jezus zegt, ter eener zijde, én wat de schrijvers van de Bijbelboeken zeggen anderzijds. Daarbij komt nóg iets.
De vraag, mij gedaan, gaat uit van een geheel verkeerde voorstelling over wat Jezus wèl en niét zou kunnen en willen doen. Mij stelt het zich dan zóó voor, dat Jezus niets anders zou kunnen doen dan alleen maar vriendelijk zegenen. Niets anders dan glimlachen tegen de menschheid, die tegenover Hem staat. Alsof Hij nooit zou kunnen toornen en straffen. Alsof Hij voor de menschheid alleen maar stroomen van goedertierenheid heeft.
En zoo is het niet! Laat ieder maar eens aandachtig de Evangeliën doorlezen, om te hooren, wat Jezus wèl zal doen.
Wat Hij zal doen ? Dingen, die nog veel vreeselijker zijn dan een mensch een bajonet steken in het hart. Hij zal straks ten oordeel komen, en dan zullen de goddeloozen gaan in het eeuwige vuur, hetwelk den duivelen en zijn engelen bereid is. Dan zullen er kloppen aan de poort des hemels, om te smeeken: Heere, Heere, doe ons open — maar Hij zal van binnen antwoorden dat Hij ze nooit heeft gekend. Hij zal doof blijven voor het angstgeroep van een mensch, die wegglijdt in den nacht van het eeuwig verderf. En door Zijn vonnis zal in dat verderf de worm niet sterven en het vuur niet worden uitgebluscht. Zoodat het vreeselijk zal zijn, te vallen in de handen van den levenden God ! En wanneer de morgen der opstanding komt, zal die voor de verlorenen geen verademing brengen, maar het tegendeel, want er zullen velen opstaan tot eeuwige afgrijzing.
Maar hoe komt het dan, dat men dergelijke dingen als in de mij gedane vraag kan zeggen ? Omdat men Jezus niet begrijpt, zich een Jezus van eigen makelij heeft gefabriceerd.
Vanwaar komt het, dat de vraag juist zóó is geformuleerd : of Jezus een bajonet, enz. ? De oorzaak ligt bij een absoluut verkeerd beeld, dat men zich van den Heiland heeft gevormd.
Jezus denkt men zich als den lieven Heiland, vol vriendelijkheid, die nooit toornen kan. Men spreekt hoog van Zijn liefde, en vergeet, dat Hij ook toornen en straffen kan. Men maakt scheiding tusschen rechtvaardigheid en liefde in Hem. Men heeft zich een Jezus gedacht, die niets anders dan zachtheid is. Een piensch van zacht en week sentiment, evenals onder ons ook wel soms zijn.
O, de Heiland is onbegrijpelijk vriendelijk, en zacht. Vol van mededoogen. Die met innerlijke ontferming bewogen was. Die geweend heeft over het leed, dat de zonde brengt. Nooit tevergeefs klopt hier een biddend zondaar bij Hem om ontferming aan.
Maar men mag niet eenzijdig zijn, en Hem zien alsof Hij enkel vriendelijke en zachte liefde ware. Want zoó is het niet. Wat boven werd gezegd over het oordeel dat Hij zonder barmhartigheid zal doen komen over de wereld, die Hem niet kent en dient, laat het toch wel anders zien. Hij is ook de God van vreeselijke majesteit.
Daarop legt immers in navolging van de oude Gereformeerde Theologie de nieuwe Zwitsersche School zoo sterk den nadruk. Zeker, Karl Barth heeft niets nieuws geleerd, dat ook niet bij Kuyper en Bavinck te vinden is. Maar hij en de zijnen spreken terecht van God in Zijn ontzaglijke majesteit. Van het oordeel, waaronder de wereld ligt.
Dat zijn klanken, waarnaar religieuze menschen van vandaag eerbiedig luisteren. Maar tegelijk spreken ze van Jezus, als het gaat over kwesties van ethiek als de oorlog, zoo vreeselijk oppervlakkig en verloochenen het numineuse, het vreeselijke, dat ze juist weer bij Barth en Otto hebben gehoord.
Dat is het scheeve in het beeld, dat men zich van Jezus heeft geteekend : Jezus als den immer liefelijk glimlachenden Heiland. Terwijl het Woord ons juist ernstig waarschuwt tegen een dergelijke eenzijdigheid. Hij is de God der rechtvaardigheid en van den straffenden toorn.
Of de oorlog mét een beroep op Gods Woord al of niet moet worden veroordeeld, elke oorlog, is een kwestie, die met heel andere argumenten moet worden beredeneerd dan met de vraag of Jezus ook een bajonet zou steken in het hart van een mensch. Men beoordeelt Jezus op deze wijze geheel verkeerd, en teekent zich een Jezus, die niet bestaat. En daaraan doet een Schriftgeloovig Christen niet mee. Hij buigt voor het geheele Woord van God, voor al wat profeten en apostelen hebben gezegd. En hij ziet den Heere Jezus zoo, als Hij in werkelijkheid is, de God van liefde en toorn. Daarom haalt hij voor een redeneering van Jezus en de bajonet evengoed de schouders op als voor den biddenden vliegenier, waarvan boven gesproken werd.
De Jezus van de mij gedane vraag bestaat niet in zijn eenzijdigheid. Zoo komt men op het voetspoor van het Modernisme, dat zich een God heeft geteekend, die evenmin kan toornen ; die al maar glimlachend op Zijn aardsche kinderen neer blijft zien. Dat Modernisme heeft daarom geloochend Gods toorn en Zijn straf en geweigerd te aanvaarden het eeuwig verderf van het aangezicht des Heeren en de vreeselijke realiteit van de hel. Het wilde niet weten van praedestinatie en bizondere voldoening — want het kende alleen maar den lieven Vader in de hemelen.
Evenzoo is het met de redeneering over Jezus. Wie over Christendom en Oorlog spreken wil, moet het anders doen dan in boven aangehaalde vraa«. Wie Christen is, verfoeit den oorlog, acht alle geoorloofde middelen noodzakelijk om een herhaling van 1914 te voorkomen ; bidt den Heere, dat Hij ons beware voor de verschrikking van den oorlog.
Maar hij kan met een goede consciëntie toch zijn plicht doen als verdediger van zijn vaderland. Voor eenzijdige ontwapening vindt hij in het Woord Gods geen enkelen grond, die bestaat. En argumenten als van Jezus en de bajonet zeggen hem niets".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's