De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Daar is een niet klein verschil in onze wereldbeschouwing. Waar dit zijn oorzaak in vindt behoeft nauwelijks te worden aangegeven. Dit hangt samen met ons standpunt inzake onze voorlichting. Werd Gods woord voor ons de lamp voor onzen voet en het licht op ons pad, of steunen we op ons verstand en onze gevoeligheden ? Ziethier, de reden van het wijduiteenloopend oordeel over een en hetzelfde feit, over precies dezelfde dingen.
Trekt dit de grootste scheidslijn door deze wereld, daar is nog iets aan toe te voegen. Ook al zijn we de meening toegedaan dat Gods Woord de waarheid is en zij de dingen voorlegt juist zooals ze zijn, dan ben ik er nog niet. Gods Geest moet mij daarbij ten leidsman strekken. Mijn beschouwing brengt er mij ook nog niet mijn verstand moet worden verlicht en mijn hart worden geneigd om achter den Heere aan te komen.
Als dit in waarheid mag geschieden, wordt alles wat Hij doet niet alleen goedgekeurd, maar geprezen. Zou het nimmer plaats hebben, dat wat bij andere gemoedsgesteldheid harde woorden ontlokte, nu dank en aanbidding doet stamelen ?
Of ik het ergens gelezen heb, weet ik niet meer, het is ook mogelijk dat het me verteld is geworden. Een dominé deed met zijn ouderling huisbezoek. Hij zag op eenigen afstand een armelijk hutje. Moeten we daar óok heen ? zoo luidde de vraag. Behoort de bewoner ook tot onze gemeente ? Beide vragen werden bevestigend beantwoord. Zij gingen op pad. De achterdeur stond open, zoodat zij zonder eenige ruchtbaarheid te geven gemakkelijk naar binnen konden gaan. In de kamer, waarvan de deur gesloten bleek, schenen zich menschen te bevinden, tenminste men hoorde iemand spreken. De prediker naderde tot vlak bij de deur, doch dichtbij gekomen werd het hem duidelijk dat de man in het gebed was gegaan. Hartroerend droeg hij den Heere zijn nooden op, zonder daarbij te vergeten in Zijn trouw en goedheid te roemen. Dit laatste zelfs maakte den indruk op de beide bezoekers, dat een rijke disch stond aangericht. Vandaar dat zij met vertrouwen iets wat op geen gebrek heenwees te zullen zien, naar binnen traden.
Doch stel u voor. Hier zat een man In zijn eenzaamheid met een leege tafel. Green enkele schaal prijkte er op; alleen een leeg bord. Op de kachel stond iets te dampen. Alleen het deksel sloot den nieuwsgierigen blik buiten. Wat zou daaronder zich bevinden ? De bezoekers zouden het wel graag eens willen weten. Maar wat er gebeurde, het deksel bleef onaangeroerd, totdat de prediker opmerkte : vriend, wij houden u toch niet op van uw eten ? Gij hebt gebeden ; begin toch. Verlegen, niet wetende wat te moeten doen, staarde de bewoner van het hutje voor zich. Om kort te gaan, als de prediker begrijpt wat er aan schort, neemt hij de pan en zet deze op tafel. En wat denkt ge nu ? 't Waren niet dan gekookte aardappelschillen.
Die man had letterlijk niets. Wat een ander als afval wegwierp, vormde voor hem een schotel.
Maar nu hebt ge een vraag, n.l. deze : Hoe kon die man dan toch nog in zijn gebed' den Heere dank weten ?
Hoe hij dat kon ?
Omdat hij een oog had, een open oog voor eigen onwaarde. Ik heb alles verbeurd, Heere. Het allergeringste hebben wij verzondigd. Op niets, letterlijk op niets mogen wij aanspraak maken. Ziet hier de sleutel van het geheim, waarom iemand die waarachtig God vreest en alzoo een oog kreeg op zichzelven en op den Heere, met het allerkleinste verblijd kan zijn, terwijl het allergrootste, zonder dezen kijk, het hart onrustig maakt en de begeerte daardoor zelfs grooter wordt.
Staan wij in gebogen houding voor den Heere, of in gestrekte, met fleren hals, of met het oog naar beneden, door schuldbesef verbroken ? Ziethier de groote beginsel vraag.
Wie het laatste mag kennen, wat heeft die het veel gemakkelijker dan de anderen. Wordt deze laatste telkens te kort gedaan, krijgt hij altijd te weinig, ziet hij overal belagers en vijanden, de eerste is met alles tevreden en wanneer er iets plaats heeft, waarop hij niet heeft gerekend, rijst de vraag heel spoedig : Heere, wat hebt ge hiermee op het oog ? Wat wilt ge er mij door leeren ? En gebeurt het omgekeerde, dat hij zich verrast ziet door ongedachte zegeningen, zoo klimt al heel spoedig de bede : Och, Heere, laat het geen valstrik voor mij wezen. En wordt mijn vleesch door 't kwade licht verrast. Ai laat het mij toch nimmer overheeren !
Daar schuilt een gevaarlijke kant aan voorspoed. Wij hebben in de afgeloopen tijden hiervan zooveel voorbeelden kunnen zien. Hoe gemakkelijk golfden de zonden den wereldakker over. Geen enkel plekske bleef schier onaangeroerd. Vandaar dat de opmerking zoo terecht is gemaakt: bij elke gave behoort een aparte gave Gods. Wanneer het ons niet ootmoediger maakt en kleiner, brengt alles ons achteruit inplaats van naar voren.
Ziet hier mijn woord van inleiding.
Toen voor ruim een half jaar me de zorg voor de financiën van den Gereformeerden Bond op de handen werd gezet, was er niet veel wat op eenig lichtpunt geleek. Niet, dat het nu anders is, neen, laat ons niet lichtvaardig over de moeitevolle tijdsomstandigheden heenstappen; daardoor heeft God ons veel te veel te zeggen; maar dat we opmerkende zijn op de vele gunsten, welke ons geworden, is onze dure verplichting. Wat maakt de Heere het wèl. Hoe komt Hij ons telkens tegen met verrassingen. Waaraan wij zelf met geen enkele gedachte ooit hebben geraakt, daarmee houdt Hij ons staande. In deze enkele maanden kregen we tot driemalen toe bericht van den Notaris, dat bij testamentaire beschikking een legaat voor ons was besproken. Den eersten keer vanuit Barneveld. Een stille in den lande had den Gereformeerden Bond drie duizend gulden vermaakt.
Nog maar enkele weken geleden gewerd ons de tijding dat van een vriend van den Bond, in Den Haag, vijf duizend gulden ons waren geworden. En nu deze week berichtte ons de Notaris uit Arnhem, dat mevrouw de wed. Fliehe. ons twee duizend gulden, vrij van successierechten, had besproken.
Roemen past ons niet. Wanneer ik roemen zal, zegt de Apostel, zal ik roemen in den Heere. Hij deed het en Hij doet het nog. Wij zien daarin duidelijk Zijn zorgende hand. Ons ongeloof en kleingeloof wordt voortdurend beschaamd. Al past ons dank voor deze liefdevolle beschikking van menschen, al is er erkentelijkheid in ons hart voor wat zij gedurende hun leven hebben gedaan, toch staat de Heere achter alles en onze eerste en laatste dank geldt Hem. De bede stijgt op uit onze ziel : Wijk met Uwe genade van ons niet en geef over Uw werk Uw alleen rijkmakenden zegen.
Deze vrienden, die van ons gingen, laten een open plek achter. Dat de Heere deze Zelf vervulle. Want immers deze gedachte stemt tot weemoed : ons vriendental telt op deze wijze af. Een legaat is 't laatste wat zij konden doen om onze zorg te verlichten. Maar nu is de Heere bij machte weer nieuwe vrienden te stellen in hun plaats. Dat zij er zijn en steeds hun aantal zich weer aanvult, merken we telkens. Ook deze week werden we daarbij zeer duidelijk bepaald. De eerste gift kwam zelfs uit verre landen.
Mag ik u nu den weekstaat voorleggen ?

1. Contributie van ds. Binsbergen, pred. te Makasser, N.-I., ƒ 1.—
2. Door ds. Cuperus te Mastenbroek uit den collectezak met bijschrift: een dankoffer voor het hebben van een eigen herder en leeraar, voor den Gereformeerden Bond ƒ 10.—
Wat een vorige week door ons als onderschrift bij een andere gift werd gezet, geldt ook hier : deze gift is meer waard dan een tientje. Geve de Heere een open oog voor de zegeningen van de prediking van Zijn Woord..
3. Contributie van de leden van de afdeeling Soestdijk ƒ36.36
4. Door den heer D. B. van Lokhorst te Hilversum voor de fondsen ontvangen van den heer D. ƒ 2.50
5. Door ds. Wolthers te Onstwedde een gift, uit dankbaarheid voor het aannemen van het beroep van ds. Lüteijn, tweemaal ƒ2.50 ƒ 5.—
6. Door ds. Enkelaar te Hasselt voor het Studiefonds van N.N. aldaar ƒ 10.—
7. Door ds. Van Grieken te Rotterdam van N.N. tweemaal ƒ2.50 uit de collecte voor het Studiefonds ƒ 5.—
8. Door ds. Pott te Kralingen van J. van 't Stad ƒ 1.—
9. Spreekbeurt te Sommelsdijk, waar bij voorging ds. Steenbeek te Oudewater ; de collecte bracht op ƒ 44.63
10. Door ds. Aalbers te Ouderkerk a.d. Amstel uit naam van den kerkeraad uit het fonds voor Chr. Belangen voor het Studiefonds ƒ 5.—
11. Door ds. Remme te Amsterdam van J. M. voor den Geref. Bond ƒ 2.50
12. Spreekbeurt te Sprang, waar voorging ds. Van Ginkel te Nieuwpoort. De collecte bracht op ƒ40.—
Heerlijk, dat de vrienden ons zoo bijstaan. Vriendelijk dank.
13. Spreekbeurt te Barneveld, waar voorging ds. Van Lokhorst te Hilversum. De collecte bracht op de prachtsom van ƒ88.95
Hierbij was inbegrepen een gift van 20 gulden van een kerkelijke huwelijksinzegening, eveneens te Barneveld door ds. Van Lokhorst, 't Onderschrift luidde : mag ook dit laatste maar veel navolging vinden.
14. Vanuit Leiden zond ons de Penningmeester van de afd. aldaar de som van wat was ingezameld bij een lezing, gehouden door ds. Pop van Monster, aldaar ƒ10.--
Zeer vriendelijk dank.
15. Door ds. Kijftenbelt te Feijenoord ontvangen onder letter H. voor het Studiefonds ƒ 2.50
16. Door den heer G. Verhagen, Penningmeester van de afd. Alphen, een gift van N.N. voor het Studiefonds ƒ 5.—
17. Een spreekbeurt gehouden te Elburg, waarbij voorging ds. Van Voorthuizen te Lage Vuursche. De collecte bedroeg ƒ41.55
18. Een spreekbeurt gehouden te Willige-Langerak, waarbij voorging ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland. Opbrengst ƒ 15.25
19. Een spreekbeurt gehouden te Nijkerk, waarbij voorging ds. Van Voorthuizen te Lage Vuursche. De opbrengst bedroeg ƒ56.25;
20. Door den heer P. Brinkers te Utrecht ontvangen voor 't lezen van De Waarheidsvriend ƒ 2.—
21. Gecollecteerd in de Nic. kerk alhier van N.N. voor 't Studiefonds ƒ 5.—
22. Uit de catech. bus van Zegveld, mij toegezonden door ds. Vroegindeweij ƒ 5.—
'k Maak mijn excuus deze gift niet eerder te hebben vermeld in deze rubriek. 'k Hoop later beter op te passen.
23. Spreekbeurt te Leerbroek gehouden, waarbij voorging ds. Klüsener te Wanswerd. De collecte bracht op ƒ 35.82
24. Uit het busje te Leerbroek werd mij eveneens door ds. Bout aldaar toegezonden ƒ 4.79
'k Was blij ook van deze plaats dit blijk van meeleven te ontvangen. Tezamen
f 435.10.
De Naam des Heeren worde in dezen geprezen. Hij wijke met Zijn genade van ons en onzen arbeid niet.
Utrecht.
P.S. Nog enkele posten heb ik ontvangen. Deze hoop ik de volgende week te verantwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's