De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

In het land van ver over de zee, in de Vereenigde Staten van Amerika, zijn de afstanden vaak zoó geweldig groot, dat men daar, als de gewoonste zaak van de wereld, spreekt van drie, vier en meer dagen reizen om bij elkander te komen. Eerlijk gezegd, zou reeds daarom alleen me dat land niet bizonder aantrekken. Wanneer ik een enkel uurtje in den trein gezeten heb, begint het mij al knap te vervelen. Om dagen achter elkander zoo te zitten opgesloten, zou ik allervreeselijkst vinden.
Nu ben ik voor enkele dagen ook op reis gegaan, d.w.z. van Zaterdag tot Maandag. Om zoo weinig mogelijk tijd te verspillen en de meest noodige zaken nog eerst af te kunnen doen, had ik geen andere keuze dan den laatsten trein naar het Noorden, 'k Zou daar een jongen vriend bevestigen in zijn tweede gemeente. Had ik het in zijn eerste gemeente gedaan, aan het vriendelijk verzoek om ook hier mijn hulp te willen verleenen, kon ik noode me onttrekken.
Verschillende indrukken, bij deze reis opgedaan, wil ik weergeven.
Vooreerst, wat wordt er veel meer gereisd dan voorheen. Het blijken wel hooge excepties, wat me dezer dagen wedervoer, dat een jongeman, die den knapenleeftijd reeds achter zich had, me vertelde dat hij nu voor het eerst van zijn leven in een trein had gezeten. Vroeger was het heel gewoon. Thans niet meer. Alles reist. Zoo kwam het, dat ik niet zonder moeite me een plaatsje wist te veroveren in den trein, welke me zou voeren naar het Noorden.
Al dadelijk viel me één ding op. Ik zag tegenover me een heer, die door een zekere onrustigheid te kennen gaf dat er iets haperde. Opeens staat hij op, me de vraag stellende: „Ik zit toch wel in den goeien trein ? Deze gaat toch naar ? en nu noemde hij den naam van de plaats, waarheen we beiden moesten. Weet ge wat ik tot hem zeide : „het bordje, dat aan den buitenkant van den wagon zich bevindt, heeft het mij gezegd dat we goed zitten". Hij lachte en begreep waarop ik doelde. Wanneer we ergens heen reizen, moeten we zekerheid hebben, dat we in den juisten trein ons bevinden. Het is zulk een angstige gedachte het niet te weten waar we zullen uitkomen. Voor we plaats nemen moeten we onszelven overtuigen of we niet op een verkeerde plaats zullen uitkomen.
Zou dit ook niet gelden voor de groote reis, voor de reis naar de eeuwigheid, lezers ? Zou niet menige reiziger nimmer zich op de hoogte stellen van de plaats waar hij is gezeten ? Hij reist, niet wetende waarheen. Een schrikkelijke gedachte, niet waar ?
Later op den avond had ik een soortgelijke ontmoeting, 't Was in het laatste traject. Bij een der tusschenliggende stations komt een man binnen, wien het was aan te zien dat hij zich buitengewoon had gehaast. De gezwollen aderen op zijn voorhoofd verrieden dat hij zich had ingespannen, schier boven z'n krachten. Tot verontschuldiging bracht hij hortend en stootend uit: „bijna te laat. 't Was de laatste trein, ik móést hem hebben".
Ook dit woord gaf me aanleiding om een enkele gedachte er aan vast te leggen. Wanneer we ons altijd maar zoo mochten haasten, vriend. De laatste gelegenheid te missen, zou dit niet de schrikkelijkste gevolgen inhebben ? Menigeen stelt zich nooit de vraag : zou ik ook eenmaal te laat indachtig kunnen worden dat ik maar over een zeer korten tijd heb te beschikken. Onwillekeurig dachten we aan het woord uit de Schriften : „Haast u om uws levens wil", 't Is nu nog de welaangename tijd, de dag der zaligheid. Is het heden van genade voorbij, zoo is geen ontkomen mogelijk.
Onze reis spoedde ten einde, en zonder ongelukken stapten we uit het vehikel, dat ons bracht naar de vriendelijke pastorie van onzen vriend.
Wat een rustige omgeving en wat een kalmen aanblik bood dit geheel.
Den volgenden morgen, het was Zondag, noodde de dorpsklok de bewoners om op te gaan naar het bedehuis.
't Was al jaren geleden, dat ik hier geweest was, en toch voelde ik me er onmiddellijk thuis. Of 't kwam, omdat eenmaal in dit zelfde land mijn jeugd werd gesleten, of dat de spraak der dorpelingen iets wakker riep van lang vervloten jaren, of dat er nog iets anders aan ten grondslag lag, ik zou het niet durven zeggen, alleen voelde ik iets bij me opkomen als „welk een voorrecht is het om hier te mogen arbeiden in Gods Koninkrijk".
En van de pastorie èn van het keurig ingerichte en kostelijk onderhouden kerkgebouw ging een prediking uit, n.l. hier is nog ruimte voor en waardeering van het Woord des Heeren. Jarenlang had hier een dienstknecht des Heeren onafgebroken zijn arbeid gedaan, en niet ongezegend. Zijn stoffelijk omhulsel rustte achter de kerk. Zijn naam werd op dien morgen door de broeders in dankbare herinnering nog genoemd. Daarna zijn jongere predikers tot dien arbeid ingegaan. Zij stonden er niet zoo lange jaren. De toestand op het kerkelijk terrein is iet of wat veranderd. De vraag om over te komen weerklinkt zooveel frequenter, de beroepen zijn thans vaak zoó menigvuldig, dat men onwillekeurig wordt herinnerd aan het woord : „ons leven is een staag verreizen en vertrekken". Toch is een rustig arbeiden voor beiden, voor gemeente èn leeraar, niet zelden meer gewenscht. Zou de mogelijkheid niet bestaan dat menig Dienaar des Woords nergens thuis raakt, omdat de tijd ontbrak om de vezels aan de omgeving vast te hechten ? De groote achterstand aan predikers werkt ook dit kwaad niet weinig in de hand.
Het geheel van de omgeving, waar ik me tusschen bevond, droeg een sprake uit. Wat een aandachtige schare, beide 's morgens en 's middags. Geen plaatsje onbezet. Kan het u verwonderen, dat de bede in mijn hart opkwam : „Och, dat menige kansel ook in dit eenmaal zoo rijk gezegend land weer ontsloten werd". Want weleer waren zij, die God vreesden, in deze environs niet weinigen. Ik zal u geen namen noemen van predikers, die in de vergane tijden met meer dan gewonen zegen hier hebben gearbeid. Ik denk onwillekeurig aan mijn jeugd, toen de scheiding, door de Doleantie gemaakt, nog zulke voren niet had getrokken. Er zijn nu kansels, waarvan een heel andere klank uitgaat dan in die dagen. Veel is blijvend bedorven. Toch is niet te ontkennen dat Gods wondere genade telkens nog aspecten opent, waarvan gezegd moet worden : hierin is Gods hand verborgen. Hij is een God der geslachten. Hij komt telkens weer naar voren en laat zien : „Ik doe het; Ik alleen ; Ik draag zorg voor Mijn werk. Ik roep een honger in het land naar het woord Mijner genade, waarvan wij geen menschelijke verklaring kunnen geven.
Is het niet overal merkbaar ?
Zoo trad ik 's avonds nog op in een plaats, niet al te ver van de stee van mijn toeven, 't Was in het stadje Dokkum. 't Heden stak droef af, wat het kerkelijke betreft, bij voorheen. Men was genoodzaakt als belijdend deel saam te komen in een ander dan een kerkgebouw. Al droeg het ook den naam „Rehoboth", toch was er een omsluiting : waarvan onze gebeden opstijgen : Heere, geef ruimte voor Uw Woord op den kansel, waarvan eenmaal verkondigd werd het rijke aanbod Uwer genade in Christus. Wij traden op alzoo in een Evangelisatie, niet ongezegend voor ons eigen hart en naar we gelooven mogen, ook niet ongezegend voor anderen.
Hoezeer het gewaardeerd werd, bleek me 's avonds, toen ik nederzat na de prediking. Uit de collecte kwam een briefje, waarin de dank werd geuit voor de prediking aldaar. Het deed ons goed ook hier warme vrienden te ontmoeten van onzen arbeid.
Naar wij gelooven, zou stelselmatig voortgaan ook hier rijke vruchten kunnen afwerpen. Er is nog zooveel te winnen. Wanneer in afhankelijkheid van den Heere onze arbeid wordt verricht, onder biddend opzien tot Hem, in gehoorzaamheid aan Zijn Woord onze wegen worden bewandeld, zullen de uitkomsten niet anders dan verblijdend zijn.
Zoo werden we ook in de afgeloopen week uitermate dankbaar gestemd door de vele blijken van Gods gunst.
Mag ik de verschillende blijken noemen ?
1. 't Eerste wat ik u voorleg, kwam uit Dokkum, met dit onderschrift: „van een vriend van den Bond, uit dankbaarheid dat de Penningmeester hier een beurt vervulde, voor het Studiefonds ƒ 10.—
2. Gecollecteerd werd bij de intrede van ds. Terlouw te Suawoude voor het Studiefonds ƒ41.75
3. Spreekbeurt gehouden te Groot-Ammers, waarbij voorging ds. Mulder te Voorthuizen.
De collecte bracht op ƒ 66.58
Beide, den prediker èn de gemeente, wordt hartelijk dank gezegd.
4. Spreekbeurt gehouden te Maassluis, waarbij voorging ds. Pott, van Kralingen. De collecte bedroeg alhier ƒ 38.50
5. Spreekbeurt gehouden te Kesteren, waarbij ds. Van der Snoek van Veenendaal voorging.
De collecte bracht op ƒ 22.16
6. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal kwam in als gecollecteerd uit dankbaarheid dat ds. Van der Snoek voor het beroep naar Randwijk had bedankt ƒ 1.—
7. Door ds. Koolhaas te Charlois : van N.N., op de Heij, 50 nikkeltjes, en van N.N., op de Heij, 5 gulden voor het Studiefonds ƒ 7.50
8. Gecollecteerd in de Domkerk alhier voor de Waarheidsvriend van N. N. 1 gld ; en in'de Jac. kerk alhier van N.N. 2 gld. voor den Geref. Bond en 2 gld. voor het Studiefonds ; samen ƒ 5.—
9. Door ds. Dekker te Nieuwe Tonge uit de catech. bus aldaar ƒ 5.—
En door ds. Dekker te Nieuwe Tonge van Oude Tonge ƒ 6.54
10. Door ds. Van Dorssen te Nieuw Beijerland 200 halve centen van een klein meisje, met onderschrift: om grooten te beschamen ƒ 1.—
11. Spreekbeurt gehouden te Hoogeveen. Voorganger aldaar was ds. Fokkema te Sprang.
De collecte bedroeg ƒ31.10
12. Spreekbeurt gehouden te Ter Aa, waarbij voorging ds. Vroegindewelj, van Wilnis.
De collecte bedroeg ƒ13.17
13. Spreekbeurt gehouden te Wilnis, waarbij voorging ds. Vermaas te Ter Aa. De collecte bedroeg ƒ22.50
Voor het houden van deze beide spreekbeurten gaven beide voorgangers hunne medewerking, zonder dat voor hun arbeid eenige vergoeding werd gevraagd.'Ik zeg dezen beiden broeders hartelijk dank. Wanneer de collecte niet al te hoog is, is deze wijze van doen alleszins te waardeeren.
14. Contributie van de leden van de afdeeling Rijswijk ƒ 16.50
15. De kerkeraad te Genemuiden zond mij van een Kerstgave voor den Gereformeerden Bond ƒ 10.—
'k Zie, evenals gij, uit naar de vervulling uwer vacature. De Heere geve u spoedig weer een eigen herder en leeraar.
16. Van een onzer jonge menschen, die met steun van den Geref. Bond mocht studeeren, ontving ik als aflossing ƒ 100.—
Hij is de eerste niet, die dit deed ; ik hoop, dat hij ook de laatste niet zal wezen. Het zijn de blijken van erkentelijkheid van en meeleven met onzen arbeid.
17. Spreekbeurt gehouden te Hoevelaken, waarbij voorging ds. Klomp te Ede. De collecte bracht op ƒ36.31
18. In Waddinxveen heeft ds. de Geus van De Bilt een spreekbeurt gehouden. Dat hij hier geen vreemde is, blijkt uit de collecte, welke bedroeg ƒ 70.46
Hartelijk dank.
19. Van mejuffr. J. de Groot te Schiedam kreeg ik toegezonden ƒ 3.—
20. Door den heer Gerrit Krook gewerd mij „van een overledene" ƒ 1.50
Ook vriendelijk dank voor uw moeite.
21. Spreekbeurt te Kockengen gehouden, waar ds. Klüsener van Wanswerd voorging.
De collecte bracht op ƒ27.32
22. Spreekbeurt te Nieuwpoort, waar eveneens ds. Klüsener voorging en waar de collecte bedroeg ƒ37.—
23. Spreekbeurt te Reeuwijk, waar eveneens ds. Klüsener voorging.
De collecte bracht op ƒ 13.61
24. Door ds. Heij er te Vlaardingen voor het Studiefonds een deel van een gift ƒ 5.—
25. Door ds. Enkelaar te Hasselt voor het Leerstoelfonds een gift van een arbeider ƒ 1.—
26. Van mej. N.N. te Utrecht voor het Studiefonds ƒ 2.50
27. Door ds. v. d. Wal te Wageningen van N.N., uit dankbaarheid voor een aanvankelijk herstel, voor het Studiefonds. ƒ 5.—
Tezamen
f 60!.-
Is het niet beschamend ?
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's