RONDOM DE LEESTAFEL
HET WOORD GODS IN DE MODERNE CULTUUR
door prof. dr. Th. L. Haitjema. Uitgave : J. B. Wolthers, Groningen;
In den kring der Confessioneele Vereeniging heeft men een .Vereeniging voor Bijzondere Leerstoelen aan de Rijks-Universiteiten. Men heeft geen bijzondere hoogleeraren van die Vereeniging, maar men laat wel telkens door vooraanstaande figuren uit den kring van Confessioneele theologen lezingen houden aan de Rijksuniversiteit te Leiden.
Prof. Haitjema van Groningen is dan gewoonlijk ook aan 't woord, wat zeer te begrijpen is, omdat hij in die kringen zeker een van de vooraanstaande figuren is. Hij is een man van groote kennis, die bovendien de gave van het woord heeft. Door hem is verleden jaar in Leiden, in 6 voordrachten, gesproken over Het Woord Gods (openbaring. Heilige Schrift, het gepredikte Woord) en dan wel over het Woord Gods in de moderne cultuur. Dat het hierbij ook gaat over de Kerk en de positie die de Kerk van Christus in de wereld heeft in te nemen is te begrijpen. Ook heeft prof. Haitjema het over de Zwitsersche theologie en noemt Barth en Brunner, van wie hij veel goeds heeft te vertellen, maar waarbij hij ook op ; de gevaren wijst. Vooral in hun Bijbelcritiek is hij 't geenszins met hen eens.
Wij hebben dit boek niet in z'n geheel nog kunnen lezen. Maar waar 't om zulke ; allerbelangrijkste stukken gaat als het Woord Gods en - de moderne cultuur en dit geweldig probleem zoo veelzijdig belicht wordt, willen we aan degenen, die dit boek „hebben" kunnen, gaarne hartelijk aanbevelen. Dat deze dingen onder de studenten gebracht worden en nu in menige pastorie kunnen worden gelezen — en niet alleen in de pastorieën, maar ook wel daarbuiten — verheugt ons. De Uitgever zorgde voor keurig werk, zooals dat bij zoo'n boek past.
GODS WOORD EN DER EEUWEN GETUIGENIS,
door prof. dr. A. Noordtzij. üitgave H.J. Kok te Kampen.
Op het titelblad van dit .lijvige boek, .dat zoo buitengewoon keurig is uitgegeven, staat „het Oude Testament in het licht der Oostersche opgravingen" en daaronder staat „tweede vermeerderde druk". Nu weten we dadelijk dat het een boek is waarin velen onzer grootelijks belang stellen. „Het Oude Testament" en dan „in het licht der Oostersche opgravingen" — wie wil niet gaarne zoo'n boek in huis hebben; om het telkens eens ter hand te nemen en er in te lezen ? De tweede druk bewijst dan ook, dat dit boek „loopt". Waarbij het 200 mooi is, dat het een veel vermeerderde herdruk is. Want dat „veel" durven we er zelf wel bij te voegen. Ieder die den eersten druk kent en nu deze tweede uitgave ter hand neemt, bemerkt gedurig dat er veel veranderd en verbeterd en vermeerderd Is, waarover we ons recht hartelijk verblijden.
In prof. Noordtzij hebben we een alleszins betrouwbaren gids op dit terrein. En als hij schrijft, dat hij den inhoud van het Oude Testament dichter wil brengen bij hen, die daarin met hem de teboekstelling hebben gevonden van de openbaringsdaden Gods ter voorbereiding van de hoogste openbaring in Jezus Christus .— dan voelen we, dat we hier een gids hebben die we in het voornaamste van dit alles volkomen kunnen vertrouwen.
Hoe rijk de inhoud en hoe groot de beteekenis van dit boek is, zien we als we even de inhoudsopgave voor ons leggen. We krijgen eerst de geschiedenis der opgravingen. Wat hebben die een ongekende uitbreiding gekregen de laatste jaren, in Italië en Griekenland, maar ook in Egypte, de Eufraat-Tigrisvlakte enz. De Oostersche wereld is bij vernieuwing voor ons open gelegd ! Wat is er niet veel gedaan in Mesopotamië, maar vooral in Palestina. En zóó komt de geleerde schrijver tot de Bijbelsché Geschiedenis zelve, om ons te beschrijven Gods openbaring aan Israël, De Schepping der wereld, Mensch, Paradijs en Val, de Zondvloed, de Geschiedenis van Abraham enz. Ook komt dan nog een hoofd stuk „Naar Egypte", „De Worsteling met de Kanaanietische Cultuur" en over „De Strijd met de Wereldmachten", waarbij over Egypte, Damascus, Assyrië, Ninevé enz. enz. gehandeld wordt.
Het is geweldig interessant om in dit boek te lezen. Het is een genot telkens een stuk te lezen en wij vinden, dat de tweede druk het in alle opzichten van de eerste uitgave wint.
Schrijver en Uitgever mogen we voor dit standaardwerk wel zéér dankbaar zijn en wij hopen dat velen, zéér velen dit boek zich zullen aanschaffen en het zullen lezen. Ook voor onze vereenigingen is het uitnemend geschikt voor het maken van „inleidingen" en „opstellen." We hopen dat Schrijver en Uitgever veel genoegen van dit mooie en zoo keurig geïllustreerde boek mogen beleven ! Hier krijgt men echte waar voor z'n geld !
HET BRANDENDE BRAAMBOSCH,
door dr. D. L. Daalder. Uitgave J. Ploegsma, Zeist.
Neen — dat is niet de bekende bijbelsche geschiedenis die we vinden in Ex. 3. Wel wordt een gedeelte van Ex. 3 op een van de eerste bladzijden afgedrukt, om aan deze brandende geschiedenis uit Mozes' leven te herinneren. Maar het boekje handelt dan over de brandende kwestie van het sexueele vraagstuk, met het oog op 17 a 18-jarigen, jongens en meisjes, die verloofd zijn en niet verloofd; terwijl ook aan gehuwden gedacht wordt. Er wordt hier over deze dingen eerlijk en onbevangen gesproken.
„Naast den overvloed van geschriften, die de jongeren bereiken en waarin het willoos volgen van de natuurdriften als noodzaak wordt verkondigd, leek mij deze getuigenis, die de drift aan het geweten onderwerpt, noodig : zij moeten weten, dat ook een andere opvatting mogelijk is dan die van het uitleven" — zegt de schrijver. Hierin is te gelijk de strekking van het boekje aangegeven. De schrijver zegt: „ik spreek niet graag over deze dingen." En we kunnen het begrijpen. Maar dat hij het gedaan heeft zal door velen worden gewaardeerd. Dat hier aan „oudere jeugdbewegers" gedacht is blijkt dadelijk. En het is dan ook bedoeld voor algemeene verspreiding onder de „oudere jongeren", opdat jongens en meisjes wat meer kunnen leeren over zichzelf, over elkaar en over hun onderlinge verhouding.
Dat het een persoonlijk getuigenis is voelen we telkens. De schrijver zegt zelf : „als er één is, die de overtuiging heeft, dat iedere mensch op zijn eigen manier zalig moet worden, dan ben ik het. Ik kan niets doen, dan eenvoudigweg neerschrijven wat studie en ervaring mij leerde en mijn geweten geoorloofd vindt."
Men weet nu wie hier aan 't woord is. En waar hier een medicus aan 't woord is, die. uit veel. ervaring spreekt over een zoo brandende kwestie als het sexueele vraagstuk, verwondert het ons niet, dat nu een 2de druk van dit kleine boekje van goed 30 bladz. verschenen is.
DE NADERENDE ANTICHRIST IN HET LICHT VAN DE WERELD CRISIS door ds. M. H. A. van der Valk. Uitgave J. H. Kok, Kampen.
In 't kort saamgevat — hoewel we heel wat te lezen krijgen — wordt ons hier duidelijk overzichtelijk en onderhoudend verteld van de bange tijden die we beleven, om de gangen Gods, maar ook de gangen van den Booze na te speuren. Aan de hand van de Schrift en bij de getuigenissen der geschiedenis wordt dan gesproken over den naderenden Antichrist. Natuurlijk is er over dit onderwerp al heel wat geschreven, in tal van boeken en boekjes, om niet te vergeten de vele tractaten die worden verspreid, maar helaas ! is het dikwijls zoo vol van menschelijke droomerijen en dwaze, gewaagde fantasieën, die alles behalve Schriftuurlijk zijn. Hier hebben we iets anders. En daarom zal dit boekje, juist in deze bange tijden, velen welkom zijn. Het is goede lectuur voor dezen tijd en jongeren en ouderen zullen goed doen dit zakelijke boekje te lezen.
MISERERE door Lucas. Verlucht met zeven houtsneden door P. A. M. Engels. Uitgave van De Kruisvaarders van St. Jan. Rijswijk (Z.-H.).
Een Roomsch boekje, dat we met stil genot gelezen hebben, 't Is een meditatie over Psalm 51 „de oprechte belijdenis van zonde en berouw" en bestemd om gedurende „de veertigdaagsche vasten", de tijd van „boete en versterving" te lezen. Hieruit blijkt, dat het Roomsch opgezet is en voor Roomschen bestemd ; en omdat dit telkens uitkomt doet het soms voor ons wat wonderlijk aan. Maar wij hopen van harte, dat alle Roomschen dit boekje van oprechte belijdenis van zonde en berouw mogen lezen. Telkens komt de Latijnsche tekst als opschrift. Het eerste hoofdstuk is „Miserere mei. Deus", wees mij genadig, o God. (Psalm 51 : 3a). En de meditatie begint dan aldus : „Tot U, o God, die de Heiligheid zelve zijt, kom ik, arme zondaar, gebogen onder den last van mijn geestelijke ellende. Voor Uw troon, zoo diep in het grondelooze licht, zweven de Serafijnen af en aan en hun zweven is als het melodisch orgelruischen, begeleidend 't driewerf „Heilig" van hun zingende liefde. En ik, zoo verre van U verwijderd door mijne zonde, hef mijn hoofd en mijn hart op naar U, want ook ik zou U willen nader zijn en bezingen met de zuivere geesten van Uw hof". „Ik roep tot U en ik wacht, bij nachten en bij dagen, van mijn roep den roerenden weerklank Uwer ontferming".
Jammer, dat de Roomsche dictie ons telkens min of meer tegenstaat; en wat meer nog zegt, wij zijn, vooral in dit verband, gewoon anders te spreken over de alles bedekkende gerechtig-heid van Jezus Christus voor een zondige ziel. Maar dat er teere, fijne dingen in dit boekje staan, dat is zeker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's