FINANCIËN
De vorige week hebben we iets verteld van onze reis naar het Noorden van ons land. ; t Waren maar oogenblikken, dat we in kalmen gang het leven aan ons zagen voorbij trekken. Zoo'n intrede brengt n.l. een eigenaardige drukte met zich mee. In grooter getale dan anders komt de gemeente op. Jong en oud wil getuige zijn van zoo'n eerste optreden. Straks bedt zich het gewone leven weer in. Binnen weinige weken gelijkt wat men „nieuw" noemde, vrij veel op wat voorbij gleed.
Zoo'n intrede heeft iets van een toogdag. Wat de Kerk voor plaats inneemt, of misschien juister gezegd : ingenomen heeft, voornamelijk in het verleden, merkt men bij zulke gelegenheden het best. Van de omliggende plaatsen waren ook niet weinigen opgekomen. Men merkte dit vooral op de wegen, 'n Ongewone drukte heerschte er van alle kanten.
Ook predikers uit den omtrek hadden zich niet onbetuigd gelaten, 't Heeft zeker zijn goede zijde, eens weer herinnerd te worden aan wat vóór jaren misschien onszelven wedervoer. Het jeugdige vuur te zien sprankelen, het moeilijke, doch tevens zoo heerlijke ambt te hooren omschrijven, wie zou het durven ontkennen dat zulks alleszins zijn nut inheeft. Merkbaar lag er beslag op de schare. Van dieper liggende verschillen merkte men op dat moment niet veel. Toch zou het dwaasheid zijn, deze niet te willen erkennen. De tegenstellingen onzer dagen zijn te scherp en te hoekig om ze niet te zien. Nu is het zeker ook waar, dat er nog tal van plaatsen zijn, ook in onze kerkelijke wereld, waar men daarvan niet zooveel gewaar wordt. In vele Zuid-Hollandsche en Utrechtsche gemeenten, om van de Veluwe niet te spreken, kan men zich er geen voorstelling van vormen wat zich elders in ons vaderland op kerkelijk erf afspeelt. Het oud-liberalisme heeft ook daar, waar het gedurende een menschenleeftijd de teugels vasthield, deze zich zien ontvallen. Of iet of wat scherper en juister geformuleerd : zich deze zien ontwringen. Daar is in vele moderne gemeenten een strijd wakker geroepen, welke kan worden aangeduid als loopende over enkel maatschappelijke verhoudingen. Wie zullen de bevelen uitdeelen ? Wie zal het te zeggen hebben ? Die tot de bezittende klasse behooren, of die tot de armeren worden gerekend ?
Bij het stellen van deze vraag hebt ge wellicht het antwoord reeds onmiddellijk klaar „Naar maatschappelijken wel stand mag niet in de eerste plaats worden gevraagd", 't Kan zeer wel gebeuren, en dit vindt ge dan ook van oude tijden af dat rijk en arm broederlijk met elkander verbonden, de leiding in de gemeente van Christus deelt, 't Komt niet te pas — zegt ge — dat zóó de vraag wordt gesteld : „Wie zal het te zeggen hebben ? "
Christus alleen is Koning. En Deze regeert door Zijn Woord en Geest. Hieraan zijn of behoor en allen zich te onderwerpen. Rijk of arm komt niet in aanmerking. Het kan best voorkomen, dat er in den kerkeraad niet anders dan met minder goederen gezegende broeders zijn gezeten, en toch een groote mate van tevredenheid heerscht, waar zelfs niemand het anders zou wenschen, om de eenvoudige reden, dat Gods Geest beslag heeft gelegd op allen.
Wanneer de zaak vanuit dit oogpunt wordt bezien, zijn we het dadelijk met elkander eens. Doch nu wordt het eenigszins anders, als we eens de werkelijkheid in oogenschouw nemen. Wat is op tal van plaatsen, voornamelijk in het Noorden van ons land het geval ? Door het uittreden uit de Kerk van zeer vele Gereformeerd gezinden in de dagen der Doleantie, en ook nog daarna, kwam het modernisme zonder eenige moeite vanzelf naar voren. Zij zagen zich kansels ontsloten, waar zij voorheen nimmer een voet hadden gezet. Zij hadden het getij mee. In den eersten tijd liep alles prachtig. Wel kon op geen krachtig kerkelijk leven worden geboogd, noch van eenige waardeering der moderne prediking worden gesproken, doch één ding was in elk geval zeker : de invloed van het oude Gereformeerde leven op het volksleven was gebroken. Deze winst was in hun oog in elk geval de moeite waard. Het Woord des Heeren was van de oude plaats verdrongen door het woord van menschen. Van den rijken Borg voor arme zondaren werd voortaan gezwegen. De groote Leeraar van Nazareth werd nu Zondag op Zondag den volke — of wellicht is deze titel te wijdsch — den enkelen hoorder voorgehouden als het schoonste voorbeeld ter navolging. Voor de brave menschen was het misschien nog uit te houden, doch de zondige en zichzelf schuldig wetende, zag zich alle geestelijk voedsel onthouden. Stelselmatig verkommerde en verkilde alles.
Zie, in dezen toestand bracht het medeleven op politiek terrein verandering.
Vele predikers, die bij hun modernen wereldblik zich allen invloed op de breede massa zagen ontgaan, voelden iets nieuws wenken. Wanneer we ons eens wierpen op het probleem van de zorg voor de door arbeid neergebogenen, voor de klasse der nietsbezittenden. Dit proces is nu de laatste jaren zich bezig te voltrekken. Steeds feller, steeds rooder wordend laait hier de vlam van den klassenstrijd op, de gemoederen steeds meer verbitterende tegen elkander.
Wat zullen we tot deze dingen zeggen ?
Dit, dat wanneer het Evangelie wordt prijs gegeven, zich altijd daarvoor iets in de plaats schuift. En dat iets is altijd tegenovergesteld in uitwerking aan het Evangelie zelf. Biedt dit troost en levenskracht voor vermoeiden en belasten, hetgeen de mensch heeft bedacht doet de schouders doorbuigen, hieronder houdt niemand het op den duur uit.
Zoo komt het voor in deze dagen, dat ook in moderne* gemeenten wordt omgezien naar eene zijde, waarvan men zich voorheen had afgekeerd. In zijn verlegenheid Vraagt men hulp van den belijdenden broeder.
Is dit niet kenschetsend ?
Dat nu in biddend opzien, in getrouwheid aan het Woord, den dolenden de weg worde gewezen.
God, Die helpt in nood, Is in Sion groot.
't Is toch zoo angstwekkend, wanneer ge leest, zooals ik in een der bladen hier in het Noorden las. Een spreker trad op in een vergadering, waarin gewezen werd op de meest schrille tegenstellingen onzer dagen. Het onderwerp luidde : „Weg met den Landstorm; weg met Oranje ; weg met God".
Dat hierdoor de geest van de schare wordt vergiftigd, behoeft niet eens te worden opgemerkt. Hiertegen werpt het modernisme geen dam meer op. 't Wordt weggezogen. Het woord van een onzer voortrekkers is in dezen het eenig juiste : „tegenover de Revolutie het Evangelie".
Dat de belijders van Christus' Naam in onze dagen hun roeping verstaan, 't Evangelie vraagt om biddende voorgangers. Geve de Heere een hoorend oor en bovenal een toegenegen hart. Dat èen ieder zich de vraag als van Godswege zie voorgelegd : wat kan in dezen door mij worden gedaan ? Van geen schepsel kan noch mag hulp worden ingewacht. Gods Geest doet alles. Zijn Woord zij ons eenig licht. Wat meer onze knie in afhankelijkheid zich buige, wat heerlijker uitkomsten worden verkregen.
Onze ervaring is nooit anders geweest; wat kleiner onze verwachtingen zijn van onze krachten, wat meer de Heere Zijn bijstand biedt.
Ook deze week ging het ons niet anders. Een paar dagen gingen voorbij, waarop de post ons geheel passeerde, en zie nu eens. Eerst kwam in de collecte, ons toegezonden 1. uit Alphen aan den Rijn, waarbij voorging ds. Van Dorp uit Den Haag, zijnde ƒ 44.10
2. Hierbij had de Penningmeester gevoegd de opbrengst van zijn busje no. 110. 't Was reeds weer bijna 10 gld. Prachtig deze som, ƒ 9.33
3. De contributie van de leden der afdeeling Kampen bedroeg thans de ronde som van ƒ40.—
4. Hierbij had de Penningmeester gevoegd de opbrengst van een collecte, gehouden door ds. Abbringh uit Wilsum, ƒ 14.—
5. De opbrengst van het busje van den heer v. d. Roest, no. 125, was
thans ƒ 8.40 Het onderschrift luidde : „Wij wenschen in Kampen onze schulden af te doen". Wellicht kan dit als prikkel ook elders zijn diensten doen.
6. De kerkeraad. van de Ned. Herv. gemeente van Vinkeveen zond mij voor het Studiefonds ƒ29.45
Wie trad hierbij als spreker op ? Zoudt ge 't mij even willen laten weten ?
7. Spreekbeurt gehouden te Ermelo, waarbij voorging ds. Rijnsburger van Polsbroek. De opbrengst van de collecte bedroeg de prachtsom van ƒ83.60
8. Spreekbeurt gehouden te Oud-Beijerland, waarbij ds. Pott van Kralingen voorging. De opbrengst van de collecte was — ge ziet er zijn altijd lieden, die hooger bieden — de som van ƒ 170.01
Heerlijk, zulke collecten te zenden, en niet minder heerlijk deze te ontvangen. M'n allervriendelijksten dank aan de gemeente en aan den oud-Pastor.
9. Spreekbeurt gehouden in Filaletus te Amersfoort, waarbij voorging ds. Rijnsburger, van Polsbroek. De opbrengt was ƒ33.50 met nagift van ƒ2.—. Tezamen ƒ35.50
10. Vanuit Sluipwijk werd me ook een nagift op de gehouden spreekbeurt gezonden, n.l. van 2 gld. ƒ 2.
11. Spreekbeurt gehouden te Den Haag, waarbij voorganger was ds. Remme van Amsterdam ƒ47.75
Hierbij had de Penningmeester gevoegd de nagekomen contributie van de leden der afdeeling ƒ13.25
Wij danken de broeders in Den Haag voor hun kostelijke medewerking. De ledenlijst ziet er keurig uit. Intijds hopen wij de kwitanties voor dit jaar te zenden.
12. Door ds. Van Hof te Delfshaven een gift van mej. K. ƒ1.—
13. Het busje van den heer C. Bardelmeijer te Zegveld bedroeg ditmaal ƒ 3.701
Wanneer deze maandelijksche opbrengst eens werd opgeteld, zou een niet onbelangrijk bedrag worden genoemd. Zeer hartelijk dank.
14. Spreekbeurt te Goedereede; voorganger ds. Van Ameide te Ouddorp ƒ 40.-
dorp ƒ 40.-Ook een prachtcollecte voor het Eiland.
15. Van mejuffr. C. Vermeulen te Utrecht kreeg ik een gouden tientje. Deze gift heeft me buitengewoon verblijd. ƒ 10.--
16. Door den heer G. de Pater te Gouderak van N.N. voor den Gereformeerden Bond ƒ 1.—
17. Door ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland kwam in als gecollecteerd voor den Geref. Bond ƒ 10.—
18. Door ds. Van Griethuysen te Zuid-Beijerland gevonden in den collectezak 1 gld. plus 5 gld. ƒ 6.—
19. Spreekbeurt gehouden te Mijdrecht ; voorganger ds. v. d. Graaf van Nijkerk ƒ30.—
van Nijkerk ƒ30.— 20. Tenslotte nog een gift van den heer N.N., bij mij aan huis bezorgd ƒ 2.—
Wat ik niet had kunnen denken : de som van deze week was nog 9 cent hooger dan verleden week, n.l.
f 601.09
't Zelfde onderschrift geldt ook nu : het is beschamend.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER,
Ontvangen van :
Ie. Gerrigje Beens, Genemuiden, postz., caps., zilverpapier en 200 halve centen ;
2e. J. D. Gerritsen, Slijk-Ewijk, een doos zilverpapier ;
3e. Dina Brouw, Waddingsveen, 550 halve centen en eenige oude munten.
|Wat 'n massa van dat kleine goed mocht ik deze week ontvangen. Dat helpt nog eens in dezen slappen tijd. En dan zoo netjes verpakt; daar heb ik niets meer aan te doen.
Hartelijk dank, hoor, en met verdere aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's