Zendingsgeschiedenis.
HOE DE FRANKEN CHRISTENEN WERDEN.
HOE DE FRANKEN CHRISTENEN WERDEN.
De geschiedenis der Zending leert ons de wonderlijke daden Gods prijzen, en overtuigt ons, dat de Heere langs verschillende wegen Zijn Koninkrijk weet uit te breiden en Zijn Kerk weet te stichten onder de volkeren.
We willen ditmaal iets vertellen van een Vrouw, d ie onder de gunste Gods een middel mocht zijn tot zegen voor een koning en een heel volk.
Gallië, later Frankrijk genaamd — naar de bewoners er van, de Franken, zoo genoemd — bezat reeds van vroege tijden af christelijke gemeenten : Parijs, Lyon, Viènne enz. Maar de omringende wereld was geheel heidensch en het Christendom had op de Galliërs weinig invloed. Ook St. Maarten van Tours, de krijgsman-monnik, had met zijn twee zwaarden : de Schrift en zijn degen, de Franken niet voor de Kerk kunnen winnen. De koningin Clothilda, een dochter van den Bourgondischen vorst Gimdobald, was een vrouw die den Heere van harte vreesde, maar haar man Clovis was een verstokt heiden. Deze vorst behaalde groote overwinningen op de Romeinen en wist zijn rijk uit te breiden. Clothilda trachtte met voorbeeldigen ijver haar man voor het Christendom te winnen, maar zij ontmoette allerlei hinderpalen op haar weg. Haar oudste zoontje, dat zij met moeite gedoopt had gekregen, stierf jong en Clovis schreef dat toe aan de gramschap der goden zijns volks en aan de nietigheid van den God der christenen. Ook een tweede kind, met nog grooter moeite gedoopt, werd krank tot stervens toe, zoodat Clovis nieuwe oorzaak voor zijn toorn ontving en wederom raasde tegen den God zijner vrouw. Toen dit zoontje echter, tegen alle verwachting in, op het gebed van de moeder genezen werd, maakte dit wel wat indruk op den heidenschen vorst.
In 496 hadden verschillende volkeren — de Allemannen, Friezen en Saksen — zich tegen Clovis verbonden en waren reeds tot Lotharingen doorgedrongen. Bij Keulen kwam de koning tegenover de vijandelijke nachten te staan en de Franken begonnen reeds te wijken, daar de vijand sterk en dapper was en met verwoedheid streed tegen den erfvijand, den Frank ! Vergeefs riep de Frankische vorst tot zijn goden; vergeefs smeekte hij om bijstand, hun bloedige en kostbare offers belovend. Ten einde raad begon Clovis te denken aan Hem, van wien zijn vrouw hem zoo menigmaal had gesproken. Hij knielde op het slagveld neder en riep : „O, Jezus Christus, van wien Clothilda mij verzekert, dat Gij de Zoon van den levenden God zijt, die hulp verschaft in nood, en overwinning aan hen, die op U hopen, ik smeek U ootmoedig Uwen bijstand af. Want ik heb mijne goden aangeroepen, maar zij helpen mij niet. Help Gij mij en geef mij de overwinning, dan zal ik in U gelooven en mij in Uwen Naam laten doopen".
Zoo bad de koning der Franken. Daarna stond hij op, stelde zich aan het hoofd der zijnen, rukte op de vijanden aan en na een hevig gevecht moesten de vereenigde troepen zich terugtrekken.
Dit was voor koning Clovis de verzekering, dat der christenen God de ware was en vooral op aandrang van zijn vrouw, werd de koning, die misschien zelf zijn belofte wel zou hebben vergeten, door Remigius, den bisschop van Rheims, gedoopt.
Het volk stemde met dezen doop in en zeide : wij verwerpen onze goden en zijn bereid den God, dien Remigius verkondigt, te gehoorzamen.
Toen de koning gedoopt werd zei de bisschop : „Koning, buig uw hoofd in ootmoed, verbrand wat gij placht te aanbidden, aanbid wat gij placht te verbranden".
Drie duizend Franken volgden op dienzelfden dag het voorbeeld huns konirigs. Toen was reeds de meening, dat de Doop de wonderlijke wedergeboorte werkte (de Roomsche stelling).
Dat het bij Clovis een wonderlijk en oppervlakkig Christendom was, kan ons op deze manier niet verwonderen. Meer dan eens doopte hij zijn handen in het bloed der Arianen (die de godheid van Christus loochenden), die in Bourgondië (het land van zijn vrouw) woonden, gewis niet zoozeer uit liefde tot de eere van den Zoon Gods, als wel om dat rijke land aan zich te trekken. Zijn leven was helaas ! een opeenstapeling van wreedheden. En al gaf Rome hem ook den titel van „oudste zoon der Kerk", en al beschonk hij de geestelijkheid met rijke giften, wij hebben van de bekeering van Clovis toch niet zoo'n hooge gedachte !
Doch in één opzicht was die verandering van groot gewicht voor de Zending : Voortaan konden Evangelieboden onder bescherming der Franken noordwaarts dringen om ook in België en Nederland den Christus te verkondigen !
*** DE EERSTE ZENDELINGEN IN NEDERLAND. —
Vanuit Gallië, het land der Franken (later Frankrijk geheeten) kwamen zendelingen naar België en Nederland.
Als we al de verhalen en legenden der oudheid laten voor 't geen ze zijn, dan is 't wel waarschijnlijk dat christensoldaten van het Romeinsche leger hier reeds het Evangelie hebben gebracht (allerlei voorwerpen bij Nijmegen gevonden, waarop soms een kruis of een lam of ander christelijk zinnebeeld afgedrukt is, wijzen er wel op) maar we krijgen pas eenige zekerheid, als we komen aan de geschiedenis van zendeling Amandus, die in 624 tot bisschop was gewijd, en vooral aan de rivier de Schelde het Evangelie verkondigde, nabij Gent (in België) en Antwerpen. Vanuit het land der Franken was hij hierheen gekomen en we lezen dat b.v. te Antwerpen een christelijke kerk werd gebouwd, gewijd aan Petrus en Paulus.
In Noord-Nederland woonden de Zeeuwen en de Friezen. En Eligius (of St. Eloi) is hier de eerste zendeling. Ook hij kwam uit Frankrijk. In 588 geboren, was hij niet bestemd voor een kerkelijk ambt, maar leerde als jongen het vak van goudsmid. Later werd hij muntmeester van den Koning der Franken, Dagobert I, die van 629— 639 regeerde. Ook bij diens opvolger Clovis II deed Eligius nog als muntmeester dienst, de zorg hebbend over het aanmunten van het geld voor het Rijk.
Maar Eligius begeerde toch ten slotte iets anders. Van zijn geld kocht hij dikwijls krijgsgevangenen, soms wel twintig of dertig. Onderwezen in het christendom gingen zij dan vaak naar hun land terug en verbreidden daar het Evangelie.
Maar in 641 werd hij tot bisschop van Noyon (Calvijn's geboorteplaats) gekozen. Toen gaf hij heel zijn leven voor het Evangelie. Hij ging naar Zuid-Nederland. Maar hij trok verder naar Noord-Nederland en predikte onder de Zeeuwen en de Friezen. Eerst werd hij door onze woeste heidensche voorzaten bespot, gescholden en geslagen. Maar hij volhardde en door zijn kalmte, zachtzinnigheid en liefdevol handelen en zijn aanhoudende prediking, mocht hij ten slotte een tamelijk groote menigte onder de kruisbanier vergaderen. Vele altaren en beelden van afgoden werden afgebroken, vele heidenen werden gedoopt en enkele kerken gebouwd.
Dat het christendom, door Eligius gebracht, van het zuiverste gehalte was, gelooven we niet, daar een groot deel van zijn leer was, dat een mensch, die christen werd, nu veel tot zijn zaligheid kan toedoen en in den weg der goede werken de zaligheid kan verdienen (de Roomsche zuurdeesem). Maar dat hij een ernstig, vroom man was blijkt wel uit het gebed op zijn sterfbed uitgesproken en door zijn vrienden bewaard : „Heere, laat thans uw dienaar in vrede gaan, naar Uw woord. O, gedenk, dat Gij mij uit het stof gemaakt hebt en treed niet met uwen knecht in het gericht, want voor U is niemand, die leeft, rechtvaardig. O Gij, die alleen zonder zonden zijt, Christus, Heiland der wereld, verlos mij uit 't lichaam dezes doods. Doe mij behouden worden in Uw Rijk. Gij waart steeds mijn behoeder. In Uwe handen beveel ik mijnen geest. Ik verdien niet uw aangezicht te aanschouwen, maar Gij weet, dat mijne hoop gevestigd is op Uwe barmhartigheid en dat ik volhard heb in het geloof. In de belijdenis van Uwen Naam doe ik nu ook den laatsten ademtocht. Open mij de poort des hemels en laat de machten der hel mij niet ontrooven. Behoed mij met Uwe rechterhand. Verdedig mij met Uwe macht. Voer mij aan Uwe hand naar het oord der verkwikking, al is 't ook in de geringste woning, die Gij voor Uwe dienaren bereid hebt. Amen".
Was Amandus dus de eerste zendeling in Zuid-Nederland, Eligius is de eerste evangelieboodschapper in Noord-Nederland geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's