FINANCIËN
Daar is nog nooit en nergens eene prediking uitgedragen, waarin God op het hoogst werd verheerlijkt en de mensch op het diepst werd vernederd, waartegen niet van alle kanten protest werd aangeteekend. Hoe dit komt, is niet zoo moeilijk aan te geven. Vooreerst gunt de mensch in het algemeen Gode de eere niet, die Hem toekomt. Dat is hem ormogelijk. Hij kan het niet op. Dan zou hij geen gevallen Adamskind moeten wezen. Dat komt zijn hoogheid te na. Wat de Duivel hem heeft zoeken wijs te maken : „gij zult als God zijn", staat op de wanden zijner ziel te lezen. Zie, daarom kan hij het nooit op, dat God alleen verheerlijkt moet worden. Vandaar het luide protest tegen deze prediking, waar in Gods eere op het hoogste doorklinkt.
Wat het tweede deel aangaat, geldt dezelfde verklaring. Wie wenscht eene vrijwillige vernedering te ondergaan ? Toch niemand. Hoogheid des harten is toch het kenmerkende van zijn wezen. Om geheel zondaar te worden, om met niets dan schuld voor God te verschijnen en van alle bedekselen afstand te doen, is het alleronmogelijkste. Daartegen protesteert de mensch met heel zijn wezen. Vandaar dit algemeen voorkomend verschijnsel. Enkel hij, die door God Zelf onderwezen mocht worden, stamelt : „ik wensch niets anders te hooren dan : God alleen is groot. En Zijne openbaring in Christus is mij het allerdierbaarste". Zooals Deze is uitgetreden op deze vloek-en doemschuldige wereld, om alle gerechtigheid aan te brengen voor een dood-arm en diep-schuldig schepsel, is voor m.ij de meest blijde boodschap des heils.
Het mag den schijn wel eens hebben, dat het niet waar is dat hiertegen de protesten uitgaan — men komt dan met allerlei voorwendselen van formeelen of persoonlijken aard — de zaak waartegen het gaat ligt toch altijd daar, waarheen zooeven door ons werd gewezen. De mensch wenscht niet te worden onttroond. God mag niet alles worden en Christus niet de algeheele Zaligmaker. Het is niet onmogelijk dat de belijdenis van dat eenvoudige kind des Heeren u te sober voorkomt, die bij het onderzoek, dat aan de openbare belijdenis voorafging, aan den prediker en den kerkeraad niets anders kon voorleggen dan deze enkele woorden :
Ik ben een arme zondaar. En anders niemendal; Maar Jezus is mijn Heiland ; Hij is mijn één en al.
't Is toch in den grond der zaak zoo'n hoogst eenvoudige Evangelieboodschap: God heeft in Christus alles geschonken waarin de behoudenis van een schuldig schepsel is gelegen.
Dat daarnaar het oor zich leent en het hart zich neigt, is enkel en alleen het werk dat God Zelf doet door Zijn Heiligen Geest.
En die Geest bedient zich daartoe van zijn eigen Woord. Nooit anders. Al wat daarbuiten staat, valt vanzelf weg. Het is niet onmogelijk dat allerlei bemoeienissen, welke God met den zondaar houdt, als middelen dienst doen om hem bij het èènig noodige te bepalen, maar het Woord, door den Geest toegepast, doet het. Daarom blijft het alle eeuwen door gelden : Predik het Woord ; houd aan tijdiglijk en ontijdiglijk. Wie daarvan afwijkt, mag weten wat hij doet, maar hij heeft het geopenbaarde getuigenis tegen.
Wanneer dit onder ons vaststaat, kan ook wat hieruit voortvloeit niet worden veronachtzaamd. Het Woord moet worden bediend. Het Evangelie Gods in Christus moet worden verkondigd, d.w.z. wij hebben Evangeliedienaren noodig, die niet zichzelven prediken, doch alleen Christus in Zijn algenoegzaamheid en in Zijn allesvervullende genade.
Zoo is het altijd verstaan in de Kerk van Christus. Vandaar dat de bede geduriglijk opstijgt : „stoot dienstknechten uit in Uw wijngaard". Voor den oogst draagt de V/ijngaardenier zelf zorg. Hij zamelt in. Hij leest de schoven tezamen. In de hemelsche schuren brengt Hij tezaam, wat Zijn Naam lofzingt. Dat maakt den hemel zoo heerlijk, dat hier maar één Naam doorklinkt. Hier op aarde is en blijft alles gebrekkig. Hier is velerlei verschil doch in den grond der zaak wordt reeds de eenheid gevonden, waarvan de hemel alleen het geheim kent: God in Christus is alléén heerlijk. Daarheen te mogen wijzen, daartoe werkzaam te mogen zijn is het eenig doel van onzen Gereformeerden Bond. Het allerkleinste en het allergeringste wordt zoo alleen groot. Elke gift, waarbij deze gedachte leeft, krijgt zoo de juiste beteekenis.
Christus den volke te prediken in al Zijn schoonheid, zij en blijve ons eenig doel. Daarvan mag ons niets afvoeren. Goed-of afkeuring van menschen deert niet. Wij hebben niets anders te wachten, 't Is altijd zoo geweest en het zal ook nooit anders worden. Vandaar dat we besluiten met dit woord : laat ons voortgaan, biddende om de hulpe van Boven :
Verlaat niet wat Uw hand begon, O, Levensbron, Wil bijstand zenden.
Deze bijstand gewerd ons ook al weer in deze dagen. Mogen we u een kort overzicht daarvan geven ? Eerst kwam in
1. Door ds. Heijer van Vlaardingen, als ontvangen van den Penningmeester van het Chr. Comité voor Winterlezingen, aldaar gecollecteerd in een der laatst gehouden lezingen. waarbij de Chr. Geref. predikant van Leerdam voorging, ƒ25.—
Wij dachten toen wij dit ontvingen aan het woord dat we lezen : „Welgelukzalig zijt gijlieden, die aan alle wateren zaait".
Wij zeggen den gever of geefster zeer hartelijk dank.
2. Uit een plaatsje, dat ik niet noemen mag, kreeg ik met een begeleidend schrijven van N.N. 10 gld. voor het Studiefonds en 10 gld. voor het Herdenkingsfonds. ƒ 20.—
Wij zullen ons best doen om te verkrijgen wat gevraagd werd. Zoodat ook gij aldaar steun krijgt bij uw arbeid. Uit wat ons door u toegezonden werd, blijkt ons duidelijk dat ook gij gevoelt het groote gebrek onzer dagen. Dat er n.l. veel te weinig predikers zijn voor onze vele gemeenten, waar naar deze prediking wordt uitgezien.
3. Door den kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente van Dordrecht werd ons toegezonden voor het Studiefonds ƒ 7.50
4. Door een vriend uit een der naastliggende gemeenten werd mij, zoo in het voorbijgaan, een bankbiljet in de hand gestopt van 20 gld. voor den Gereformeerden Bond. ƒ20.—
't Is moedgevend, om zulke ontmoetingen eens te hebben.
Hartelijk dank.
5. In Polsbroek werd een spreekbeurt gehouden, waarbij voorging ds. Van Ginkel van Nieuwpoort. Waar zij binnenkort ook hier weer voor een vacature zullen staan waarin wordt uitgezien naar een nieuwen herder en leeraar, voelen zij ook daar weer iets van den nood. Het bleek uit de collecte, welke bedroeg ƒ38.61
6. Door den heer T. Klootwijk van Vlaardingen kwam in van de afdeeling aldaar voor het Studiefonds ƒ 10.— We danken de broeders uit Vlaardingen voor de vele blijken van medeleven. Er gaat haast geen week voorbij, waarin deze naam niet voorkomt. Wij zijn zeer erkentelijk.
7. Van ds. Vermaas van Ter Aa kwam de inhoud van de catechisatiebus. Deze bedroeg ƒ 8.—
Mag ik de collega's eens opmerkzaam maken op deze wijze van inzameling ? Deze steun komt zoo geleidelijk en vestigt voortdurend de aandacht op onze zaak.
8. Ds. Schimmel van Ameide deed op dezelfde wijze. ƒ20.
Het is een onderstreping van wat zooeven door ons werd opgemerkt.
Hartelijk dank. Ameide kwam in onze actie nooit achteraan.
9. Van den heer Asmus werd mij toegezonden de contributie van de leden van de afdeeling aldaar, zijnde ƒ 5.50 10. Eveneens zonden de vrienden uit Ridderkerk door hun Penningmeester mij de contributie van de afdeeling ƒ 21.25
Dat er enkele kwitanties terug kwamen, is jammer. Voornamelijk omdat de oorzaak schuilt in de moeilijke tijden.
Tenslotte nog enkele collecten, gehouden bij een spreekbeurt.
11. Eerst in Rotterdam. Ds. Remme ging daarbij voor. De opbrengst was ƒ 60.—
12. Vervolgens in Gameren. Ds. Van der Zee van Vaassen was hier de voorganger. De collecte bedroeg hier ƒ 36.50
13. En eindelijk de opbrengst van de collecte, gehouden bij een spreekbeurt te Huizen, waarbij ook ds. Remme uit Amsterdam voorging, zijnde ƒ 52.22 Wij zijn zeer erkentelijk voor al deze blijken van medeleven. Het ligt voor de hand, dat de collecten iets minder vaak zullen voorkomen in deze komende weken, daar Paschen reeds dichtbij komt. 't Is maar enkele weken nog en dan verwachten wij de groote giften. Met Paschen zijn wij het zoo gewoon dat in onze Gereformeerde gemeenten gecollecteerd wordt voor onze fondsen.
Wij mogen hierop toch rekenen, nietwaar ?
Ge zult ons niet misverstaan, naar ik hoop, door te zeggen : „de Penningmeester verwacht in deze eerste weken niets meer van ons". Neen, doet wat uwe hand vindt om te doen, met alle macht. Ons doel kent ge. Steunt ons zooveel ge kunt.
De opbrengst van deze week was de niet onbelangrijke som van
f 324.58.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's