JONKER VAN STERRENBURG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever
J. H. Kok te Kampen
„Goeie morgen". „Morgen, buurvrouw". — „Al weer mooi weer, hé ? " — „Ja, elken dag al weer even mooi. 't Is een kostelijke zomer dit jaar". — „Een wonder is 't. Gisteravond kregen we een prentbriefkaart van Claar. Zij zit nu met haar baas en vrouw op Zandvoort; daar moet het toch zoo mooi wezen. Och, moeder, schrijft zij, ik heb nooit geweten dat de wereld zóó groot is en er zooveel menschen zijn. En dan die zee en dat strand, wat is dat verrukkelijk. En alle dagen weer wat anders. Dat scheelt wat bij Kleiterp. — „Dat zal wel, zij geniet nu nog eens". — „Och mensch, dat is zoo'n mirakel. Zij heeft het zoo best in haar dienst; als kind is ze er thuis, en de vrouw zal niets in haar mond steken of zij krijgt er een stuk van". — „'t Is mooi, zoo zijn allen niet". — „Kan je begrijpen, dan heb ik in mijn jonge jaren ten minste wel andere diensten gehad. Onze Claar zegt ook wel eens, dat zij het niet begrijpen kan hoe jullie Jap altijd bij den boer blijft dienen. Steeds van den morgen tot den avond tot over de ooren in het werk en altijd weer hetzelfde ; nooit eens wat anders". — „Ja, maar Jap heeft een besten dienst bij boer Brandsma. Vanzelf, de menschen worden oud, maar het eten en drinken is daar best, en daarbij een goed loon." — „Nou ja, maar wat moet zoo'n meisje daar niet voor doen ? Laat haar nu jaarlijks eens een twintig gulden meer overhouden dan onze Claar, die heeft dan ook vrij wat meer genot in haar jonge leven en loopt geen gevaar, dat zij zich voor een ander overwerkt." — „Och, dat valt wel wat mee. 't Kan geen kwaad dat jonge menschen 's morgens vroeg opstaan en geregeld bezigheid hebben. Als zij maar goed voedsel krijgen, vooral vet, dan houden zij het lang uit. 'k Heb zelf ook niet ledig gezeten toen ik nog meid was, maar het heeft mij nooit kwaad gedaan, dat de handen moesten uitgestoken worden." —
„Goed, maar wat heeft het je ook gegeven ? Je bent nog niet eens vijftig en je hangt al geheel uit het lood." — „Dank je de heerlijkheid, maar ik heb ook meer achter den rug dan de meisjesjaren !" „Van zelf, maar ik wil maar zeggen, wat je in de jeugd inboet, dat moet je later duur betalen." — „'t Valt wel wat mee, buurvrouw ; 'k doe immers al mijn werk geheel alleen, en altijd met lust." — „Nou, wacht maar, wij zullen wel eens weer praten. Of het moet wezen dat je wat anders in uitzicht hebt. 'k Zag gisteravond zulk deftig bezoek bij je deur. 'k Zei tegen Teunis : wat dat beteekenen moet weet ik niet, maar de huisknecht van het Slot komt bij Mollema weg." — „Ja, hij had even een boodschap." — „Van den Jonker ? " — „Ja, aan m'n man." — „Te deksel, dat is niet slecht; je moet maar in de gratie wezen."
Hier kan vrouw Mollema een zachten glimlach niet onderdrukken, 't Komt precies zoo als zij gedacht heeft, eerst een aanloopje en dan recht op het doel af.
„Heeft de Jonker soms volk noodig ? " — „Ik kan je er niets van zeggen ; 'k heb er niets van gehoord." — „Als het soms zoo wezen mocht, dan zou mijn man er ook wel graag heen willen. We hebben het wel goed, maar hangen te veel van weer en wind af, en dan, die winters zijn zoo lang. Ben je eenmaal op „Grovestins, " dan ben je voor je heele leven onder dak en de kinderen misschien ook". — „Ja, dat is niet zoo min." — „'t Moet anders een vreemd man wezen, nou ? " — „Ik heb er nooit iets van vernomen." — „Och, mensch, lastig en nukkig en vreemd. Overdag slaapt hij veel, en 's nachts, als een ander op bed is, spookt hij om. Ze zeggen wel eens, dat zijn geweten hem plaagt." — „Nou, dat is niet te hopen, want dat lijkt mij een lastige kwaal." — „Dus je weet niet of er iets voor jullie achter zit ? Of heeft die knecht misschien iets gebracht; wat afgedragen kleeren of zoo ? " — „Nee hoor, wij hebben nog nooit iets van het Slot genoten, en ik zou ook niet weten waarom de Jonker dat doen zou. Wij zijn elkander van zelf geheel vreemd." — „Dan begrijp ik het niet. Heb je ook nog iets van Jouke en Anneke gehoord ? " — „Wat bedoel je ? „Of 't verkeering is ; hij moet het nog al met haar op hebben." — „Nee, 'k weet er niets van." — „Jou weet ook van niks". — „'t Is waar". — „Jullie Jap zal toch zeker wel eens iets vertellen ? " — „Och, ik vraag nooit naar die dingen." — „Maar daarom hoor je wel eens wat. Je weet toch zeker ook wel, dat Jap verkeering heeft met den nieuwen smidsknecht ? " — „Hij is tenminste een paar maal bij haar geweest, maar zij zijn nog zoo jong". — „En je weet toch zeker ook wel, dat Klaas koopman laatst zoo'n reis bij Jap gehad heeft ? 't Moet er raar tusschen die twee zijn toegegaan."
Hier vindt vrouw Mollema het meer dan tijd om het gesprek af te breken. Buurvrouw begint stekelig te worden. Haar nieuwsgierigheid is niet bevredigd en nu wil zij zich wreken. Vrouw Mollema wil echter geen ruzie, allerminst op den vroegen morgen.
„Ja, ik weet er alles van, " zegt zij, „maar kom, ik moet aan het werk hoor. 'k Wil van middag liefst spoedig klaar zijn, want er ligt een berg naai en stopwerk."
„Zoo is het mensch, ik zeg wel eens, een vrouw heeft altijd wel wat te doen. Ik begrijp een heele hoop vrouwen niet, die somtijds kunnen staan praten alsof binnenshuis alles van zelf aan kant komt."
In haar woning weergekeerd begint vrouw Mollema met lust haar arbeid. Hier is haar koninkrijk. Hier is zij meesteres. ; Hier is niemand die haar recht betwist, Vlug de kleinsten in de kleeren, dan de kamer gedaan, dan voor den pot gezorgd, : en dan kan zij heerlijk rustig gaan zitten naaien.
Wat is zij toch rijk in haar nederig kamertje. Waarlijk, de Heere maakt het goed. Allen zijn gezond. Allen eten met smaak, al is de maaltijd zeer eenvoudig. Allen doen met lust den arbeid. Wat wil zij meer ? Over Jap heeft de buurvrouw het gehad ; dat die niet bij den boer moest dienen omdat het werk daar zoo zwaar was en Claar het veel beter had. Claar was ook een heel ander meisje, meer een juffertje, die van lintjes en strikjes hield. Enfin, dat moest ieder zelf weten.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's