JEZUS’ ZALVING DOOR MARIA.
Toen eens een vrouwe kwam om 's Hollands hoofd te zalven. Kwam uit der jong'ren kring een dof gemompel voort; „Waarom die zalf verkwist ? men moest ze duur verkoopen En 't geld besteden aan de armen, zoo 't behoort!" Laat nooit uw gierigheid den schijn van vroomheid dragen. God zal niet naar uw woord, maar 's harten inhoud vragen.
't Was Judas, die 't bedacht, 't vond weerklank bij de and'ren; Maar Jezus stelde Zelf die vrouwe in 't gelijk. Wat niemand nog begreep, zelfs van Zijn meest vertrouwden. Daarvan gaf door 't geloof Maria's hart hier blijk. Laat nooit uw gierigheid den schijn van vroomheid dragen. God zal niet naar uw woord, maar 's harten inhoud vragen.
't Was ter begrafenis, dat zij haar Heer' kwam zalven, Al wist zij 't in dien stond waarschijnlijk zelf nog niet. Maar is, o mensch, dan iets voor Christus' oog verborgen ? Voor Hem, d' Alwetende, Die ieders hart doorziet ? Laat nooit uw gierigheid den schijn van vroomheid dragen. God zal niet naar uw woord, maar 's harten inhoud vragen.
Veenendaal.
GOD IS EEN TOEVLUCHT.
Gelijk de bloode duif vliegt naar de kloof der rotsen. Gelijk 't gejaagde hert naar stroomend water schreit. En 't schuw konijntje zich verschuilt in diepe holen Alzoo de zondaar ook, wien Satan fel bestrijdt.
Zooals voor teed're duif en schuw konijn te zamen Door 's Scheppers wijs bestier de bergen schuilplaats biên. Waar zij in kloven en spelonken zich verbergen. Wanneer een jager of wel 't roofdier hen doen vliên
Zoo heeft de Eeuw'ge ook een schuilplaats voor een ieder, Die door Gods Wet gejaagd, te midden der ellend'. Door Satans klauw begeerd, door helsche macht besprongen. Zich in den angst der ziel tot Hem om redding wendt.
God heeft hun plaats bereid in 's Midd'laars diepe wonden. Die om hun overtredingen verbrijzeld is. Daar mogen zij zich bergen voor 't geweld der strikken. Daar zijn ze veilig, daar beschermt hen God gewis.
En zooals 't dorstig hert zich spoedt naar frissche stroomen. Wanneer 't der jacht ontkwam, gansch afgemat en moe, Zoo dorst de matte ziel naar 's Geestes levend water. Wanneer God Zelf hen noodt: „Wend u naar Mij slechts toe".
Dan wordt het hart verkwikt, dan vindt de moede laaf'nis. Dan wordt de ziel gedrenkt uit d' Eeuw'ge heilsfontein ; Dan spijzigt Christus hen met Zijn genadegaven ; Dan laat God nimmer toe dat één van hen verkwijn'.
Veenendaal.
W. C. v. N. A.—v. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's