KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONZE GEORGANISEERDE PAASCHCOLLECTE.
Sinds jaren zijn we als Gereformeerde Bonders gewoon onze Paaschcollecte te bestemmen voor den Gereformeerden Bond, met name voor het Studiefonds. Op den dag van de opstanding van Jezus Christus, zonderen we dan gaarne een gave af voor de Kerk, met name voor de opleiding van de dienaren des Woords, die straks dan het Evangelie mogen verkondigen in stad en dorp, in alle oorden van ons land.
Tot nu toe werd er in de gemeenten, waar dat maar eenigszins mogelijk is, een Kerkcollecte gehouden. Kerderaden — predikanten voorop — hebben ons daarbij steeds trouw geholpen. We mogen daarop immers nu weer rekenen ? Geen enkele Gereformeerde Bondsgemeente (en we hebben er een groot aantal) blijve achter ! Allen zijn immers trouw op hun post ? Het zou jammer zijn indien er ook maar één achterbleef!
Maar er zijn zoo héél veel gemeenten, waar een Kerkcollecte onmogelijk is — doch een collecte bij vrienden van den Gereformeerden Bond, bij vrienden van de Gereformeerde Waarheid, niet.
En daartoe willen we hier nog eens opwekken.
Overal moet een collecte, een Paaschcollecte, een collecte voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond gehouden worden. In Veenendaal, Genemuiden, Hoogeveen, Ameide, Schoonhoven, Elburg, Leerdam enz. enz. In Ouderkerk a.d. IJssel, in Krimpen a.d. Lek, in Bergschenhoek, in Ridderkerk enz. enz. Overal waar 't maar eenigszins mogelijk is in de Kerk. Maar dan ook in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Hillegersberg, Utrecht, Bunnik, Arnhem, Apeldoorn, Kampen, Middelburg, Vlissingen, Dordrecht, Hilversum, enz. enz.
En voor plaatsen waar geen Kerkcollecte kan gehouden worden, zal het Hoofdbestuur een circulaire beschikbaar stellen, met inteekenstrook, waardoor alle vrienden van de Gereformeerde Waarheid in alle gemeenten moeten worden bewerkt — duizenden in getal — om een gave (groot of klein) te geven voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond.
Daarvoor moeten in alle gemeenten vrijwilligers — jongeren en ouderen — zich beschikbaar stellen, om bij bekende adressen eerst een circulaire te brengen en daarna deze circulaire — de inteekenstrook — terug te halen.
Wil men overal daaraan eens ten volle z'n aandacht geven ?
Onze georganiseerde Paaschcollecte moet door aller medewerking, onder 's Heeren zegen, overal wél gelukken ! Wie doet er mee ?
Mannen, vrouwen, jongeren, ouderen — allen kunnen hier een handje helpen ! Opgave van het aantal circulaires, voor verspreiding noodig, aan de DRUKKERIJ VAN „DE WAARHEIDSVRIEND", MARKT 9, MAASSLUIS.
Er kan voor elke gemeente afzonderlijk — indien men dit vroeg genoeg opgeeft — een klein stukje onder gedrukt worden, b.v. : De collecte wordt alhier te mede aanbevolen door onderstaande personen
DE GOD-LOOZEN BEWEGING IN RUSLAND.
Rusland telt thans ruim 3 millioen georganiseerde God-loozen. Maar in Duitschland neemt het getal ook schrikbarend toe, want daar wordt een aantal van 800.000 georganiseerden genoemd. Kleinere vertakkingen vindt men in Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, België, Nederland, Zwitserland, Polen, Frankrijk, Griekenland, Spanje enz.
De generale staf van het internationale Godloozenleger bestaat thans uit 4 mannen, n.l. de Russen Scheinmann, Loukatchevsky en Yaroslavsky en de Duitscher Hans Meins.
Hoe men werkt in Rusland om de ongodisterij te propageeren en den godsdienst te bestrijden, blijkt uit de volgende publicatie inzake het Godloozenmuseum te Moskou.
De publicatie van de N.C.P. luidt:
„In het Russische emigrantenblad „Posljednija Nowosti" lezen we bijzonderheden over het Russische godloozenmuseum te Moskou, gevestigd in het vroegere Strastnoj-klooster. De bezichtiging van de voorwerpen, in de kerkruimte van het oude klooster uitgestald, begint met het bezien van een collectie schedels van apen en menschen, welke de juistheid van Darwin's theorie moeten bewijzen. Dan volgen voorwerpen van godsdienstigen aard uit de oudst bekende perioden der menschheid; afgodsbeeldjes, offermessen, enz., terwijl afbeeldingen toonen willen, hoe de voorvaderen deze voorwerpen gebruikten en hoe hun „eeredienst" verliep. In een volgende afdeeling wordt een rij oude mythen uitgebeeld, welke als parallellen van het Christelijk opstandingsgeloof het opstandingsverhaal weerleggen moeten. Zoo ziet men naast een reproductie van het schilderij „De graflegging van Christus" een afbeelding van „Aphrodite bij den stervenden Adonis". De uitlegger, die geen oogenblik ontbreekt, vertelt, hoe de geschiedenis van Adonis al lang als sage is erkend en de geschiedenis van Christus niets anders is dan een herhaling dezer oude sage. Gelijk Adonis nooit bestond, bestond ook Christus niet. Zijn gestalte is slechts uitgevonden door geestelijken met het doel daar geld mede te verwerven. Na dezen uitleg voert de geleider de bezoekers naar een volgende afdeeling, waar men een monnik vindt (wasfiguur) voor een altaartafel, geld tellende. Voor hem staat een groote collectie kerkbussen met czarengeld, zelfs met bankbiljetten van 500 roebels gevuld. De uitwerking van een en ander op primitieve bezoekers is goed berekend. Natuurlijk wordt niet gezegd, hoeveel ziekenhuizen, scholen, gestichten enz., de kerk van het ontvangen geld onderhield. Ook vindt men in deze afdeeling een open lijkkist met het gebeente van den honderden jaren geleden gestorven en door de Russische kerk heilig verklaarden bisschap Serafim. De uitlegger deelt mede, dat de orthodoxe kerk leerde, dat de gebeenten der heiligen niet verteerden ; ieder echter overtuige zich, dat van Serafim niets dan holle beenderen nog zijn overgebleven. Ook een stuk hout en een aantal spijkers, naar kerkelijke traditie van het kruis van Christus afkomstig, worden getoond, terwijl een daarbij hangende tabel vermeldt welke inkomsten de kerk van deze zoogenaamde reliquieën trok. Een volgende afdeeling geeft kerkvaandels en heiligenbeelden, gekleed en gekroond, te zien. De uitlegger wijst er op, hoe czaristisch alles er uitziet en hoe duidelijk de kerk tot het czarisme behoort en in dienst van het czarisme stond.
In de afdeeling, die aan de secten gewijd is, worden bepaald de Baptisten aangetast. In 1928 leverde een huiszoeking bij een Baptistisch geestelijke in de Oekraïne een verzameling lidmaatschapskaarten van deze gemeenten op, op welke kaarten de leden genoemd werden met hun militaire en burgerlijke titels, b.v. overste A., generaal B., enz. Men vertelt hierbij, hoe contra-revolutionair ook het secte-wezen (en alle godsdienst) is.
Een bijzondere zaal is aan de niet-Christelijke godsdiensten gewijd, aan de Joodsche en de Mohammedaansche in het bijzonder. Dezelfde tendens is ook hier rijkelijk op te merken.
De Posljednija Nowosti vermeldt met bijzonderen nadruk, dat in het geheele museum geen enkel voorwerp aanwezig is, dat het Protestantisme aantast.
Het slot van den rondgang is de apotheose. Dan komt men n.l. in de zalen, aan de godloozen gewijd, hun groei en bloei uitbeeldende, hun stijgend ledental, hun massa's geschriften, gewijd aan het bewijs van het niet-bestaan van God, hun vaandels en hun leuzen".
Men proeft hier den geest, die anti-Christelijk, fel ingaat tegen God en godsdienst en als een kanker voortvreet onder de volkeren.
TOCH AL TE BAR !
Dikwijls wil „men" beweren, dat het onder de Modernen religieus heel anders en veel beter staat dan vroeger, 25 jaar geleden b.v. Veel ernstiger, veel dieper gaat men, zegt „men". En „men" neemt het ons dan nog al eens kwalijk wanneer wij de Modernen het recht ontzeggen om zich aan te dienen als menschen, die in de Hervormde Kerk, in „geest en hoofdzaak", in „aard en wezen" instemmen met de belijdenis der Kerk en op den bodem van ons algemeen Christelijk geloof staan — zooals dat Christelijk geloof b.v. uitgedrukt wordt in de Apostolische geloofsbelijdenis, of nader in den Heidelbergschen Catechismus, of weer anders in de formulieren van Doop en Avondmaal.
Nu ontkennen wij niet, dat er zéker „ernstige" Modernen zijn, die een ander geluid doen hooren dan vele Modernen 50 en 25 jaar geleden. Maar
En nu komt daar dr. Snethlage, een modern predikant — die weliswaar altijd een min of meer zelfstandige en afzonderlijke positie onder de Modernen inneemt —, maar dan toch gerust tot de woordvoerders der Modernen gerekend kan worden — met een beschouwing, die velen toch zeer zeker de naakte werkelijkheid weer eens zal doen aanschouwen. Want men kan wel spreken van religie en religieus — het modewoord hij velen tegenwoordig — maar religie of religie is toch waarlijk niet hetzelfde. En voor het woord religieus behoeven we waarlijk niet alt ij d zoo hoogen eerbied te hebben. Als men ook al spreekt van de religie van den dankbaren hond en de religieusiteit van de droomerige koeien, dan behoeven we daarvoor nog niet eerbiedig ons hoofd te ontblooten.
Zoo schijnt dr. Snethlage al een heel wonderlijk begrip van religie en religieus, van godsdienst en vroomheid en heiligheid te hebben, als hij zijn oordeel neerschrijft over wat in Rusland geschiedt. We laten hier een stukje uit een artikel van hem volgen. Of beter gezegd, we laten hier volgen een uitknipsel uit „De Maasbode" van 18—2—'32, waardoor men dan direct georiënteerd wordt ten opzichte van deze kwestie. Boven het bericht staat: „Een predikant Leninist" (dus bewonderaar van Lenin). Als onderschrift staat: „de religieuse atheïst". En dan volgt dit uitknipsel :
„In de „Vrijheid" wordt — gelukkig overigens in afkeurenden zin — de aandacht gevestigd op een brochure van dr. J. L. Snethlage, Hervormd predikant te Oyen (N. Br.), waarin deze neo-Kantiaan, die reeds een paar maal voor een professoraat werd voorgedragen, zich aandient als een vurig bewonderaar van Lenin.
0.m. wordt daarbij de volgende uitspraak van dezen modernen bedienaar des Woords overgelegd :
Het Leninisme vertegenwoordigt de hoogste religie, want religie is daar, waar men gelooft in het heilige en dit geloof door een gemeenschap wordt gedragen. Of men gelooft in een God, of alleen in de geschiedenis, dat komt er uit religieus oogpunt niet op aan, — 't is maar de vraag, of men het heilige kent en dat is in dit geval een betere wereld, een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid gevonden zal worden. Lenin zelf mag zeggen, dat God zijn grootste vijand is — hij is er niet minder religieus om. Hij heeft zich alleen maar vergist. Hij heeft niet gezien, dat hij bezig was een oude en verouderde religie te vervangen door een religie van hooger waarde.
Wij herinneren ons niet ooit een droever staaltje van verwarring der begrippen te hebben geconstateerd dan in deze stelling, die het naar Hegeliaansch recept klaar speelt met den... religieuzen atheïst. En in zulke geestesgesteldheid treedt men dan nog op als voorganger van Christenen.
Tot zóóver de R.K. Maasbode.
En ja, — het is wel heel treurig dat een Hervormd predikant zóó denkt en spreekt en openlijk schrijft.
Dat is zóó heelemaal tegen den geest en den zin, tegen den aard en het wezen van de belijdenis onzer Hervormde Kerk, dat het alle perken te buiten gaat.
Moet men dat nu maar weer „religieus" vergoelijken ?
Ons dunkt van : neen !
En het is een bewijs te meer, dat er een andere toestand moet komen in het midden van onze Hervormde Kerk, wil zij als Kerk een vertrouwenspositie innemen in het midden des volks.
Hoevelen verlangen daarnaar ! Hoevelen mogen het telkens in het gebed aan den Heere opdragen ! Hoevelen zouden gaarne de handen ineenslaan om hier Kerk en Volk te helpen en als belijders van den Christus Kerkten Volk te dienen !
Gelukkig, dat er in het midden van de Hervormde Kerk hoe langer hoe meer een sterke strooming komt, om te zoeken naar wegen en middelen, die kunnen leiden tot het zoo zeer gewenschte doel. En misschien — de Heere geve het uit genade — moet ook dit kwaad nog meewerken ten goede.
't Is meer gebeurd, dat wat „men" ten kwade bedacht heeft, door den Heere ten goede wordt beschikt.
Hier past geen schelden en geen afbreken — maar bidden en werken, om met liefde en ijver te helpen en mee op te bouwen wat helaas ! zoo zeer in verval is
„BOND VAN KERKEN" ?
Men weet, dat men in den kring van de Gereformeerde Kerken nog al sterk werkt met de onderscheiding van „Kerk" en „Kerken". De Hervormde Kerk is dan in de oogen van de kerkelijk-gescheiden van ons levende Gereformeerden: „het Genootschap" en zij zelf zijn „de Gereformeerde Kerken".
Nu is het goed, dat voor de beteekenis van de plaatselijke gemeente als plaatselijke Kerk wordt opgekomen. In de plaatselijke Kerk vinden we een complete Kerk, maar dat is iets anders dan een zelfstandige en onafhankelijke Kerk. Compleet of autonoom is hier inderdaad zéér verschillend. En met de „autonomie" van de plaatselijke Kerk gaan we den verkeerden kant uit en wordt het tenslotte zóó, dat we, waar plaatselijk de Wortel Davids, dat is Christus, uitspruit en van plaats tot plaats de Kerk van Christus zich in 't midden van een land en een volk zich openbaart, de saamhoorigheid en de éénheid der Kerk uit het oog verloren wordt. Het is dan niet meer de Kerk van Christus, die zich in het midden van een volk plaatselijk openbaart, maar het wordt een bond van Kerken, het zijn dan Kerken, die zich in een „bond" „Vereenigen" — wat glad mis is en absoluut ongereformeerd ! Het plaatselijk individualisme komt dan aan 't woord en het is tot schade voor de openbaring en het leven en de kracht en de beteekenis van de Kerk van Christus in een bepaald land. (Niet Kerken van Christus, maar Kerk van Christus). In den kring van de Gereformeerde Kerken komt men er niet altijd zoo kras voor uit, maar soms toch ook weer wel. En dezer dagen trof het ons weer, dat men die gedachte van „bond" van „Kerken" rustig van geslacht op geslacht leert en propageert.
Want in een pas verschenen boekje van twee predikanten van de Gereformeerde Kerken in Nederland, lezen we op blz. 64 o.a. : „Sinds 1892 leven de Gereformeerde Kerken weer geheel naar de Dordtsche Kerkenorde als een bond van Kerken, die plaatselijk zelfstandig zijn, maar niet independent los naast elkaar staan enz." (De Gereformeerde Kerken. Handboekje door Th. Delleman en W. E. Gerritsma. N.V. De Graafschap. Aalten 1932).
Tegen die woorden „bond van Kerken" gaat ons principieel bezwaar.
De ecclesia completa is iets anders dan de autonome Kerk, plaatselijk genomen.
Daarom willen wij wel weten van de plaatselijke Kerk, maar niet van een landelijke bond van Kerken. Wij spreken liefst van de Gereformeerde Kerk van Nederland, of Hervormd (Gereformeerde) Kerk, en niet van Kerken in dit verband.
DE VRIJZINNIGEN IN BOSKOOP IN ACTIE !
Boskoop, dat zoovele jaren modern was, is nu „om". En de moderne dominee dr. Glas is nu weg; zoodat er een vacature is, en de beroeping van een predikant wel spoedig aan de orde zal komen. De Vrijzinnigen roeren zich nu en komen in actie. Toen Boskoop modern was en er een vrijzinnige dominee stond, vond men het allang goed ; en men liet den predikant vrijwel alleen staan. De behoefte aan de godsdienstoefeningen was nu niet bepaald groot, blijkens de wekelijksche opkomst in de kerk. Maar nu is het plotseling anders geworden, blijkens een verslag in de courant van een vergadering die gehouden is.
Allereerst lezen we daar, dat het College van Notabelen — dat vrijzinnig is, mee doordat de vrijzinnigen, die altijd zoo „voor uitstrevend" zijn, de vrouwen bij de Notabelen-verkiezing uitsluiten en niet tot de stembus toelaten, volgens plaatselijk recht der kerkvoogdij ! — een vrijzinnigen zoon in de vacature van den vrijzinnigen vader heeft gekozen tot kerkvoogd. Om den rechtzinnigen kerkeraad en straks den rechtzinnigen predikant te helpen ? Of misschien te dwarsboomen ?
Bizonderheden weten we niet. Maar in elk geval hebben de vrijzinnigen, die altijd zoo buitengewoon hoog opgeven van hun verdraagzaamheid, aan de rechtzinnigen in het College van Kerkvoogden geen plaatsje ingeruimd'; Wat natuurlijk aan den „ruimen" geest en de „verdraagzaamheid" van de vrijzinnigen niets af doet.
Toen Zondag 7 Februari ds. Glas afscheid had gepreekt, werd Dinsdag 9 Februari een algemeene vergadering gehouden van de afdeeling Boskoop van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden ; en er was „deze keer (staat er) groote belangstelling. Deze was daaraan te danken, dat als eenig punt op de agenda vermeld stond : „Mededeelingen over den toestand van de Vrijzinnig Hervormden alhier". De voorzitter deelde mee, dat men vele pogingen gedaan had om ds. Glas te bewegen in Boskoop te blijven. (De belangstelling voor zijn prediking was dan ook altijd zeer, zéér groot! ) Maar ds. Glas had niet bewilligd en was vertrokken. Dadelijk daarop was een circulaire door de gemeente verspreid , en is de propagandacommissie aan het werk gegaan met inteekenlijsten ; „met een gunstig resultaat, zoodat met het godsdienstonderwijs en in beperkte mate ook met de godsdienstprediking kan worden doorgegaan.
Ds. Cannegieter van Oudshoorn is toen als catecheet benoemd. (De lidmaten-kweek kan dus doorgaan en met inspanning van alle krachten worden bevorderd. Daarvan kan men-zeker zijn! )
Na eenige discussie (lezen we) werd verder besloten voorloopig ééns per maand kerk te houden in de Remonstrantsche kerk, daartoe aangevraagd. Zoodra het met het oog op de financiën mogelijk zal blijken, zal aan den.wensch van velen (velen staat er) worden voldaan en getracht worden om de 14 dagen een godsdienstoefening te houden. — Ook dat komt dus wel in orde !
„Bij de rondvraag werden nog allerlei vragen onder de oogen gezien", zoo lezen we verder in het couranten-verslag, „ook wat betreft het gebruik maken van de Hervormde kerk. Met den wensch, dat alle vrijzinnigen eendrachtig mogen blijven samenwerken en de belangstelling in de vrijzinnige zaak steeds moge blijven groeien, sloot de voorzitter deze opgewekte (spatiëering is van ons. Red.) vergadering".
Men ziet: de Vrijzinnig Hervormden in Boskoop zijn in volle actie !
Van harte hopen we, dat Boskoop spoedig een herder en leeraar mag ontvangen, die het Woord Gods mag brengen naar de meening des Geestes en die blijken mag „de rechte man op de rechte plaats" te zijn. Des Heeren liefde en trouw zij met de broeders in Boskoop om hen in gunste te gedenken en in rechte wegen te leiden, tot eer Zijns Naams en tot heil der gemeente !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's