MEDITATIE
Doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanloopen. Jezaja 53 vers 6.
DE RECHTE BESCHOUWING VAN JEZUS' LIJDEN.
Alle beschouwing van Jezus' lijden, waarbij met Jezaja's hier gesproken woord geen rekening wordt gehouden, is van meet af verkeerd. Buiten het licht van het woord : God heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanloopen, is zijn lijden zelfs een raadsel, tenzij dan dat de Synagoge gelijk zou hebben, die zijne vijanden rechtvaardigt. Hem daarentegen des doods waardig keurt, wijl Hij zich Gode even gelijk heeft gemaakt.
Gelooven wij echter de tegenspraak zijns eigenen volks ten spijt, dat Hij Gods Zoon is, in den eenigen zin, waarin Hij zich dien titel toekende, dan is zijn lijden een raadsel, tenzij erkend worde, dat het zich uit de zonden der zijnen verklaart.
Wel zijn er, die zijn lijden op ééne lijn stellen met dat van den martelaar, en het opvatten als eene hulde, ten koste van het leven, aan de goddelijke waarheid gebracht, waardoor Christus ons allen een voorbeeld gegeven heeft, waarvan eene bezielende kracht uitgaat in de harten.
Ook zijn er die nog verder gaan, en zijn lijden als verzoenend aanmerken. Volgens hen verzoent Jezus God met den mensch, wyl Hij vooral door de lijdzaamheid, waarmede Hij een onverdienden dood ondergaat, heel zijn geslacht tot eere brengt, en den menschennaam een nieuwen klank van ongemeene lieflijkheid bijzet bij God.
Maar bij geen van deze beschouwingen kan men zich rekenschap geven van het feit, dat God, in stede van Hem te troosten, Hem aan zijn kruis verliet. Dat deed God de martelaren en de rechtvaardigen niet; een Stefanus opende Hij zelfs den hemel.
Waarom verliet Hij dan zijnen eigenen Zoon ?
Jezaja wist het reeds vóór het geschiedde. God liet den stroom onzer zonden, die, reeds tot aan de lippen gestegen, ons hoofd voor eeuwig dreigde te overdekken, van ons afvloeien en op Jezus aanloopen, opdat zijne wateren Hem zouden overdekken. In dit licht bezien, begrijpen wij alles, wat Hem wedervoer, ten volle.
Nu Hij toch afgezonderd was om in de plaats der zijnen gestraft te worden, was het noodig dat Hij als een, die het verbond heeft gebroken, en voor wiens zonde de Wet geene verzoening toelaat, buiten de gemeenschap der geheiligde gemeente werd gesloten, en Gode geheiligd tot een ban. De oversten des volks moesten Hem des doods waardig verklaren, en Hem overleveren aan de Heidenen, als een, wien men buiten de grenzen van het heilige brengt. De gemeente, hoe ook van hooggeplaatste hand tot het tegendeel vetzocht, moest Hem verloochenen, dermate zelfs, dat zij liever dan Hem, een diepveracht moordenaar voor zich verkoos. Dat alles was uitvoering van Gods raad, en die raad was geeischt door het feit, dat den Christus de zonden der gemeente waren toegerekend.
Daarom was het ook noodig, dat de hoogste overheid der wereld, dienaresse der goddelijke gerechtigheid als zij is, Hem overgaf tot den dood des kruises, opdat Hij Gode een vloek worden zou, en dat God het werk zijner dienaresse bevestigde, door Hem aan zijn kruis te verlaten, en Hem prijs te geven aan alle bestaande machten des verderfs.
Ongetwijfeld wordt er op Golgotha eene openbaring van liefde gegeven; sterker zelfs mogen wij spreken; het is de openbaring zelve der liefde, die hier gegeven wordt, de volkomene, de weergalooze openbaring.
Maar wien geldt deze liefde ? Zij geldt hun, in wier plaats God Jezus vloek der Wet worden doet, hun, niet Hem.
Tegenover Hem grijpt eene even volkomene, eene even weergalooze openbaring van gestrengheid plaats, van richterlijk straffende gerechtigheid. Aan wien hier genade bewezen wordt, niet aan den borg des nieuwen verbonds ; geen enkele penning van den geëischten losprijs wordt Hem geschonken, geen enkele druppel uit den beker des toorns wordt Hem gespaard. God zelf is in de geschiedenis zijns lijdens richtend werkzaam ; de menschen schijnen wel alles te doen, maar in werkelijkheid vervullen zij slechts eene ondergeschikte slavenrol.
Wel zijn zij ten volle verantwoordelijk voor wat zij doen ; toch zijn zij er om te doen wat Gods raad te voren bepaald had dat geschieden zou.
'Wie is het zich beter bewust dat Jezus zelf ? Hij getuigt, dat Hij niet om eigene zonden in deze benauwdheid gekomen is.
Waarom roept Hij dan niet met een enkel woord Gods ontferming over zich in ? Omdat Hij zich bewust is, dat Hij om de zonden der zijnen lijdt, wil Hij de goddelijke rechtvaardigheid niet verzoeken, om ter wille van Hem ook slechts een weinig zichzelven te verloochenen. Ook daarom zwijgt Hij tegenover hen, die Hem veroordeelen en kwellen ; dat is meer dan lijdzame zachtmoedigheid, want Hij rechtvaardigt er God mede, dat Hem niets onbillijks geschiedt, wijl zij, in wier plaats Hij lijdt, niets minder dan zulk een lijden waardig zijn.
Elke prediking zijns lijdens, die er niet mede rekent, dat Jezus om onze overtredingen verbrijzeld is, neemt de kern uit de historie des lijdens weg. Zij moge ons met haat tegen de Joden, met verachting voor Pilatus vervullen, ons met de vrouwen doen weenen van medelijden over Jezus' lot, ja meer nog, ons met verwondering over Jezus' lijdzaamheid, vijandsliefde en ehoorzaamheid vervullen, niet daar brengt zij ons, waar wij moeten komen, zullen wij behouden zijn.
Want niemand wordt behouden tenzij hij in den spiegel van Jezus' lijden gezien heeft, welk vonnis God wegens de zonde over Hem velt; dan leert hij zichzelven meer haten dan Jezus' beulen, en weent hy, niet over Jezus' smarten, maar over eigene zonden ; en wat hem, bij alles wat zijne bewondering opwekt, het meest verwondert, dit is het, dat God zijne zonden van hem af op dezen volmaakt Rechtvaarige aanloopen liet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's