De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Van den Christus Gods was reeds bij gelegenheid dat Hij den Heere werd voorgesteld in den Tempel, geprofeteerd bij monde van den ouden Simeon, dat Hij gezet was tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teeken dat wedersproken zou worden.
Nu, die tegenspraak is niet uitgebleven. Dit zien we niet alleen gedurende 's Heeren openbare optreden onder Israël, dit is zoo gebleven tot op den huldigen dag. Nooit is iemand zoo bitterlijk vervolgd en zoo bitter tegengestaan als de Christus. Farizeër en Sadduceër, zij waren het roerend eens dat Hij moest worden gedood. Zonder eenige tegenstem viel het besluit van het Sanhedrin: Hij is des doods schuldig.
Staat het zoo ter eener zijde, daar is een niet minder sterke trek, welke een ieder opvalt die het Evangelie zich ziet voorgelegd, - welke spreekt van aanbidding en goddelijk eerbetoon.
Wanneer de Dichter van Ps. 45 spreekt van Zijne schoonheid, giet hij het in deze vormen : „Hij is veel schooner dan de menschenkinderen ; genade is uitgestort in Zijne lippen".
Wat is en was Hij geliefd bij de Zijnen. Zijn discipelen lieten alles gewilliglijk achter om maar zoo dicht mogelijk bij den Heere te kunnen blijven. En zoo is het bij elken waren jonger nog. Waar de Heere inkomt in het hart, daar neemt Hij ook de voornaamste plaats in. Daar zegt hij het den Dichter na : „Nevens U lust mij ook niets op de aarde. Bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zoo is God de Rotssteen mijns harten en mijn Deel in eeuwigheid".
't Voor en tegen merkt ge geducht op deze wereld. Onverschilligheid is vaak het masker waarachter innerlijke vijandschap zich verbergt. Want is het u nooit opgevallen bijvoorbeeld bij verkiezingen op kerkelijk of burgerlijk erf, dat wat als onverschillig stond aangeschreven, opeens in draf kwam als het ging tegen wie als strijders voor Gods eere bekend stonden. Het natuurlijk hart van den mensch is beslist tegen ! Het wil van God en Christus niet weten. Het Woord zegt het: het Evangelie van Gods vrije genade in Christus is niet naar den mensch. Hij onderwerpt zich aan de wet Gods niet; hij wil van het Woord niet weten ; hij kan het niet. Tegen wat tot zijn eeuwigen vrede dient balt hij de vuist. Al ziet hij het verderf vlak voor zich, ïoc verlokt de spottende taal van den vijand hem nog om mee te doen. Let eens op wat op Golgotha's heuveltop plaats greep. De kruiseling zong mee in het koor : anderen heeft Hij verlost, zichzelven verlossen kan Hij niet. Kom nu eens af en verlos ook ons.
Was dat niet verregaande ?
Toch is en blijft zich hierin heel de wereldgang weerspiegelen. Aan den kruis-Koning neemt de mensch aanstoot of Hij wordt aangebeden.
'k Stond nog niet lang in een van mijn vorige gemeenten, dat ik op een huisbezoek binnentrad bij oogenschijnlijk onverschilige lieden. De redeneering luidde aldus : Men kon evengoed vroom zijn, ook al trad men nooit een bedehuis binnen; ook al werd naar God noch Zijn Woord ooit gevraagd. 'kZou niet weten waarom naar de prediking, van welken dominee ook, zou worden gehoord ? Wanneer de plichten jegens elkander maar worden waargenomen, behoefde nimmer eenige vrees te worden gekoesterd.
En toen ik in dit verband den naam van den Heere Jezus noemde, zag ik hoe de voet van de vrouw dien van haar man zocht. Zij herinnerde hem blijkbaar aan iets dat tusschen hen van te voren was afgesproken.
't Is waar ook, zoo viel de man daarop uit, dat zoodra de naam „Jezus" door u genoemd zou worden, het verzoek of bevel van mij zou gedaan worden heen te gaan, onmiddellijk. Deze naam wordt hier niet geduld. Immers overal waar deze naam wordt verkondigd, ontstaat twist en tweespalt.
Hoort ge dat wel, lezer; wordt hier het woord van den ouden Simeon niet bevestigd : „gezet tot een val en tot een opstanding, tot een teeken dat wedersproken zal worden".
Wie staat, of beter, meent te staan, voor dien is de Christus Gods de steen waarover hij struikelt en valt; doch ook die ligt, of beter, die nedergeworpen werd van zijn hooge voetstuk, waarop hij voor God en menschen stond, wordt door den genadigen reddenden greep Gods in Christus weer opgericht. Hij komt in aanbidding voor den Heere te staan, zeggende : dat Gij naar mij hebt omgezien, is enkel gunst, is de reinste zondaarsmin. 't Gaat alles van U uit. 't Is Uw genade alleen.
Het is niet onmogelijk, dat bij u, niet enkel uit nieuwsgierigheid, doch meer uit medeleven een vraag opwelt: en wat was daarop uw antwoord ?
Mag ik 't u eens zeggen : Vriend, welke roeping zou ik anders hebben dan van dezen Naam, van dezen eenigen Naam te spreken. Deze Naam beteekent Zaligmaker. Wanneer ik deed wat hier wordt gevorderd zou ik den naam van Evangelie-dienaar niet mogen dragen. Het is mijn eerste en laatste en duurste roeping van dezen eenigen Zaligmaker te getuigen. Wanneer ik dat naliet en sprak over dingen van deze voorbijgaande wereld, zou terecht mij het verwijt treffen mijn taak te hebben verwaarloosd.
Wordt mij dit belet, zoo blijft mij niet anders over dan heen te gaan. Evenwel dit heengaan zal tegen u getuigen. Zoo scheidden onze wegen.
Het Evangelie, het Woord, waardoor de Naam van den Heere Jezus wordt uitgedragen, trekt eene scheiding. Zalig wie het beluisteren mag met een verbroken hart.
Voor deze is het vol van vertroosting. Nog als met een kinderhart zingt hij mee :
Geen naam is er zoeter En beter voor 't hart; Hij balsemt de wonden En heelt alle smart.
In deze dagen wordt deze Christus den volke weer voorgesteld in Zijn diepste vernedering, doch tevens in Zijn alles trotseerend-willen-gehoorzamen van den Vader. Hij duldt en draagt elken hoon, iedere beschuldiging, opdat voor ieder der Zijnen een vrije uittocht worde bedongen.
Christus de Heere is de eenige Zaligmaker, de eenige Behouder van zondaren. Wie als zoodanig tot Hem de toevlucht mag nemen zal ervaren hoe alle schuld en zonde door Hem werd overgenomen en voor den zondaar niet anders overblijft dan dezen eenigen Naam te verheerlijken.
Daar is dan ook maar ééne bede in ons hart, dat om deze Evangelie-boodschap door te geven, steeds meerdere harten genegen worden gemaakt. Is het een klein kuddeke in vergelijking met de wereld, toch is hun aantal verre van gering. Het zal één keer blijken een schare te zijn, ontelbaar groot. God Zelf zorgt er voor dat er altijd weer nieuwe leden worden toegevoegd. Geen enkele Dienaar des Woords, die het Woord recht dienen mag, behoeft zich beducht te maken dat er geen vruchten zullen worden ingezameld. Als zijn oogen het niet zien, zoo zullen anderen het aanschouwen. Immers Hij, Die getrouw is aan Zijn eenmaal gedane beloften, zal het waar maken : ledig keert Mijn Woord nimmer weder. Het doet wat Mij behaagt. Het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zende.
Zie, met dit Woord tot basis en met deze belofte voor oogen mogen we gerust de toekomst tegemoet zien. Ook dit werk, dat door ons gedaan wordt met het oog op de vorming van toekomstige Dienaren des Woords, kan aan des Allerhoogsten hand worden toevertrouwd. Hij zal het maken.
Ook de dagen die achter ons liggen, boden ons daarvan de meest ondubbelzinnige blijken, 'k Begon deze week met geen enkel overschot. Ik durfde niets achter te houden. Waarom zou ik niet met alle vrijmoedigheid afwachten wat binnen kwam ? Was ooit de uitkomst beschamend geweest ? Nooit, niet één keer !
Zoo begon ik de inzameling met een klein postje, 't kwam uit den Achterhoek.
1. Van ds. Wesseldijk van Den Ham werd me gezonden een gift, aldaar gecollecteerd voor het Studiefonds ƒ 1.—
2. Door den heer J. Sterk te Nieuwerkerk a.d. IJssel van N.N. voor 't Studiefonds ƒ 5.—
3. Door ds. Cuperus, den jongen dominee van Mastenbroek, werd op Zondag 7 Febr. in beide diensten een collecte gehouden voor het Studiefonds. In den collectezak werd gevonden een gift van 50 gld., waarvan de helft bestemd was voor het Studiefonds.
Samen was de opbrengst ƒ59.14
4. Door ds. Pott van Kralingen gevonden in den collectezak bij de Bijbellezing van N.N. voor het Studiefonds ƒ 2.50
5. Door ds. Van Grieken van Rotterdam ontvangen van N.N. voor het Studiefonds ƒ 25.—
6. Door ds. Timmer van Ermelo van Gezusters N.N. voor 't Studiefonds ƒ 5.—
7. Door den Penningmeester uit Utrecht van een gift van 40 gld. van N.N. één vierde gedeelte voor 't Studiefonds ƒ 10.—
8. Door den heer C. Ravenhorst te IJsselmuiden namens den kerkeraad der Ned. Hervormde gemeente aldaar eene collecte gehouden bij een spreek beurt, geleid door ds. Timmer van Ermelo, voor het Studiefonds ƒ59.75
Het doet ons buitengewoon genoegen den naam „IJsselmuiden" te mogen vermelden in de kolom „Financiën". Dat is al een heele tijd geleden dat dit voorkwam. Vandaar dat het ons nu dubbel welkom is. Onze hartelijke dank. Wijke de Heere met Zijn genade niet uit uw midden. Hij wil er om gebeden zijn. Zijt in deze tijden den Heere in 't bizonder aanbevolen.
9. Door ds. Van der Wal te Dirksland een deel van den inhoud van de catechisatiebus. Heerlijk, dat op zulk een wijze aan ons gedacht wordt. Vriendelijk dank. ƒ 10.—
10. Door ds. Verweij te Reeuwijk spreekbeurt aldaar gehouden op 17 Febr., waarbij voorging ds. Klüsener van Wanswerd. De collecte bracht op ƒ 20.—
11. Door ds. V. d. Berg van Amersfoort van mej. B. voor het Studiefonds ƒ 1.—
12. Spreekbeurt gehouden te Dinteloord, waarbij voorging ds. Alers van Dordt. De collecte, bestemd voor het Studiefonds, bedroeg ƒ60.—
Bij het ontvangen van deze collecte gedachten we onzen jeugdigen vriend en broeder, die door den Heere zoo plotseling van de zijnen werd weggenomen. De Heere vervulle de ledige plaats Zelf. Hij zij de zijnen en de gemeente in alles gunstrijk nabij.
13. Spreekbeurt gehouden te Alphen aan den Rijn, waarbij voorging prof. dr. Severijn van Utrecht. Wij zijn dankbaar voor dezen steun. Zegene de Heere zijn arbeid beide op catheder en kansel. De collecte bracht op ƒ31.66. Hieraan werden toegevoegd een nagift van 1 gld. en nog een nagift van de spreekbeurt, gehouden door ds. V. Dorp, van 1 gld. Tenslotte werd busje no. 110 geledigd en bleek te bevatten ƒ 2.16. Samen alzoo ƒ 35.82
14. Door ds. Van Asch te Wierden gevonden in den collectezak voor 't Studiefonds ƒ 2.50
15. Door ds. Van Ginkel van Nieuwpoort ontvangen van N.N. voor het Studiefonds ƒ 40.—
Onze warme erkentelijkheid voor de door u gedane moeite.
16. Door ds. Van der Snoek van Veenendaal werd me toegezonden 2/3 van de gehouden collecte. Deze werd bestemd voor de beide fondsen van den Gereformeerden Bond en bedroeg ƒ 180.74. Voorganger was ds. Klomp van Ede. Nagekomen een gift van 1 gld. Uit den collectezak voor 't Leerstoelfonds 5 gld., voor de beide fondsen ƒ 2.50 ; van de Vereeniging „Troffel en Zwaard" werd toegevoegd de som van ƒ 17.73. Alzoo tezamen de prachtsom van ƒ206.97
Wij zijn de Veenendaalsche vrienden dankbaar voor wat zij ook nu weer hebben gedaan. Werd zooeven bij het verantwoorden van een voorgaanden post teruggewezen naar wat achter ons ligt, hier komen de gedachten zich vermenigvuldigen in niet mindere mate.
Veenendaal is langen tijd in vele opzichten rijk gezegend geweest. De Heere had hier vanouds veel volk. Geve Hij ook thans naar den rijkdom Zijner genade, door in de ledige plaats, welke door den plotselingen dood van onzen vriend ds. Jongebreur openviel, spoedig weer een eigen Dienaar met het rijke Evangelie der genade in Christus te stellen, opdat alzoo het Woord zijn loop hebbe en Zijn Naam worde verheerlijkt.
Met dezen sluitpost eindigen we voor deze week. De Heere maakte het wèl, ja eer wel. Hem worde daarvoor toegebracht dank en eere.
Het gezamenlijke bedrag was deze week
f 543.68.
Ds. J. GOSLINGA. Utrecht

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
1. Mej. C. Fokker, Diemen, postzegels, capsules en zilverpapier ;
2. de kinderen Meijdam, Rotterdam, postzegels en capsules;
3. mej. J. van Veenendaal, Hoogeveen, zilverpapier, postzegels en 60 h. centen.
De vorige week vermeldde ik een pakje van H. Schilperoort, Dirksland ; dit moest zijn Dinteloord. De drukker heeft hieraan een schuld, daar ik er Dirksland uit gemaakt had en dus ook geschreven.
Met zeer hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's