STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE OPENBARE SCHOOL.
Het wetsontwerp tot wijziging van de Lager Onderwijswet 1920, dat, naar te verwachten is, binnenkort in openbare behandeling komt, heeft vanaf het oogenblik dat het bij de Tweede Kamer werd ingediend, in de kringen de voorstanders der Openbare School heel wat stof opgejaagd en zelfs tot het houden van groote protestvergaderingen aanleiding gegeven.
De bekende Leidsche hoogleeraar professor Eerdmans sprak er onlangs over in de Haagsche afdeeling van den Vrijheidsbond en gaf bij die gelegenheid als zijn meening te kennen, dat, wanneer het wetsontwerp-Terpstra in werking treedt, nieuwe verhoudingen op schoolgebied zullen ontstaan, waarvan nieuwe achteruitgang van het Openbaar Onderwijs het gevolg zal zijn. De vrees werd daarenboven uitgesproken, dat bij aanneming van het wetsontwerp het Openbaar Onderwijs door de ontwikkelde Nederlanders nauwelijks eenige aandacht meer zal worden waardig gekeurd. „En toch" — zoo zeide dr. Eerdmans — „is het Openbaar Onderwijs van het allergrootste belang voor de eenheid der natie, voor de breedheid van blik, waardoor men iets krijgt dat van waarde is voor het geheele leven. Daarom moeten wij pal blijven staan voor het Openbaar Onderwijs, dat wellicht na eenige jaren weer een groote plaats in ons volksleven zal innemen".
Wanneer men zooiets leest, moet men onwillekeurig glimlachen. In de eerste plaats over de loftrompet, welke hier gestoken wordt op het Openbaar Onderwijs, een geluid, dat ons herinnert aan wat in vervlogen tijden met betrekking tot de Openbare School werd gezegd als het instituut, dat de deur voor het kind opent om later plaats te kunnen nemen bij het denkend deel der natie, en in de tweede plaats over de naïveteit van denLeidschen professor, die meent, dat, wanneer het wijzigingsontwerp maar niet wordt aangenomen, het Openbaar Onderwijs wel weer spoedig het instituut zal worden waaraan de natie zich zal hechten.
Wat dit laatste betreft, zal, ook al wordt de Lager Onderwijswet 1920 niet gewijzigd, wat dr. Eerdmans verwacht, wel bij een ideaal blijven.
Niemand toch, die een open oog heeft voor den ontwikkelingsgang van het onderwijs, gelooft, dat de toestand, waarbij de verhoudingscijfers omtrent het Openbaar en Bijzonder Onderwijs zijn, wat de scholen aangaat als van 46 tot 54 en wat het leerlingental betreft als van 39 tot 61, zich ten gunste van de Openbare School zal wijzigen.
Integendeel, de verhouding zal nog steeds ongunstiger worden.
Het moet in dit verband dan ook verwonderen, dat de voorstanders van het Openbaar Onderwijs, als zij het hebben over den achteruitgang van de Openbare School, blind zijn voor de oorzaken, dit tot dien achteruitgang hebben geleid. De schuld wordt dan altijd gezocht bij de Bijzondere School, die de Openbare oneerlijke concurrentie zou aandoen, terwijl men niet inziet dat de schuldigen, die de Openbare School afbreken, juist te zoeken zijn onder de voorstanders van het Openbaar Onderwijs.
Zij, die de Openbare School het meest afbreken, zijn de vele openbare onderwijzers, die door hun revolutionaire theorieën het Openbaar Onderwijs bij de bevolking in discrediet brengen.
Het is een bekend feit, dat heel wat ouders, die de Christelijke levensbeschouwing niet zijn toegedaan, de Openbare School den rug hebben toegekeerd en die of zelf een schoolvereeniging stichtten, öf hunne kinderen naar de Christelijke School zenden.
Zij vinden het al erg genoeg, dat een groot aantal onderwijzers Sociaal Democraat zijn en ook niet weinigen de Communistische gevoelens zijn toegedaan ; waar dan nog bij komt, dat deze onderwijzers van de Openbare School een republikeinsche School willen maken, waarin niet het hoofd der school de leiding heeft, maar deze wordt opgedragen aan een daarvoor aangewezen collega. Deze republikeinsche School moet dan ook absoluut neutraal zijn. Uit haar midden moet alles worden geweerd wat met de neutraliteit in strijd is. Vaderlandsliefde, eerbied voor het Vorstenhuis zijn contrabande.
Zoo maken de „roode" onderwijzers de Openbare School kapot.
Dat professor Eerdmans, en met hem de voorstanders van het Openbaar Onderwijs dit niet inzien, is een raadsel.
Het proces gaat intusschen voort en is niet te stuiten.
Daarom is het Openbaar Onderwijs, hoé men zich daartegen ook verzet, ten doode opgeschreven.
Het is wel ontstellend, als men het zich gaat indenken dat de tijd niet zoover meer afligt, dat naast de Socialistische onderwijzers ook de schoolbevolking van dezelfde beginselen zal zijn.
Dit kan een gevaar voor de veiligheld van den Staat opleveren.
Aan deze zaak zal de regeering ongetwijfeld hare aandacht moeten wijden.
Echter hoe dit alles ook zij, de voorstanders van het Openbaar Onderwijs doen verkeerd om te klagen over allerlei booze aanslagen van den kant van hen, die het Bijzonder Onderwijs voorstaan. Zij dienen hun oogen eens wijder open te zetten. Dan zullen zij zien, dat degenen die de Openbare School afbreken, in hunne naaste omgeving moeten worden gezocht.
Het zijn de onderwijzers, die de school afbreken.
EEN ONTSTELLENDE TIJD.
Het dagblad van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij „Vooruit" maakt in zijn Maandagnummer melding van een telegram uit Sjanghai, de Chineesche stad van meer dan twee millioen inwoners, die op dit oogenblik het brandpunt vormt van den geweldigen oorlog tusschen China en Japan, en welk telegram voor de Hollandsche Kolonie aldaar zoo compromitteerend was, dat het Handelsblad het telegram slechts sterk verkort heeft opgenomen en dan met weglating van de aanstoot gevende passages.
Welke zijn nu deze aanstoot gevende passages ?
„Vooruit" noemt ze !
Een der passages van 't telegram luidt:
Behalve dat enkele Nederlanders als vrijwilligers voor militaire-en politiediensten optreden, gaat de Hollandsche Kolonie rustig haar dagelijkschen gang. De dames spelen haar partijtje bridge (een soort kaartspel), wat vroeger, ten einde voor donker thuis te kunnen zijn.
Bij deze passage teekent het Socialistisch dagblad aan: Vorenstaand telegram teekent ons den toestand te Sjanghai ten voeten uit. Terwijl zich op enkele kilometers afstand een afschuwelijke worsteling om de macht in het verre Oosten voltrekt, terwijl de Japansche overweldigers vlak onder haar oogen dood en verderf onder de Chineesche bevolking zaaien, spelen de dames der Nederlandsche Kolonie haar partijtje bridge en gaat het „beroemde nachtleven" in de stad zijn vollen gang.
Dat een dergelijk lichtzinnig optreden zelfs den Sociaal Democraat aanstoot geeft, en hem ergert, dat teekent.
Maar is het ten onzent wel anders ?
God is bezig met Zijne oordeelen de wereld te bezoeken. In 't verre Oosten woedt de oorlog. Op een ander deel der aarde zijn het de aardbevingen, die het menschdom teisteren. Overal brengt de wereldcrisis de volkeren schier tot vertwijfeling. En toch gaat de mensch voort om in het meest lichtzinnige vermaak afleiding te zoeken. De bioscopen, schouwburgen, openbare dansgelegenheden zijn dagelijks uitverkocht. Men leeft voort, alsof er niets om zich heen plaats heeft.
Wat in Sjanghai gebeurt, vinden wij ook bij ons terug. Dit is het ontstellende van den tijd, waarin wij leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's