O GIJ...
o Gij, Die mijne schuld woudt dragen, Die mijn vervloeking op U nam, op Wiens herhaald en dringend vragen er slechts een weig'rend antwoord kwam,
o, laat van nu aan al mijn dagen Uw lijden mijn betrachting zijn, "U, Die nu allen, die er klagen, wilt troosten in hun zielepijn.
Want voller dan de lijdensbeker Van allen, was de Uwe, o Heer', toen Gij U steldet tot een Wreker van 's Vaders diep gekrenkte eer.
O. Hemelroos, Die hing verdord, opdat ik, doorn, een mirte word'.
Lunteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's