FINANCIËN
Ongetwijfeld is het vanzelf zoo gekomen, dat de rubriek „Financiën" geheel achteraf is geplaatst. Lichtelijk vond dit zijn oorzaak hierin, dat wat de Penningmeester te zeggen heeft, mee van het laatste is wat den zetter wordt voorgelegd. Dus aan eenig opzet mag in de verste verte niet worden gedacht. Ik voel me dan ook niets beleedigd. Eerder wordt het tegenovergesteld gevoelen bij me wakker geroepen, 'k Vind dit juist de plaats; Financiën mogen niet voorop gaan. Deze moeten als vrucht van onzen geestelijken arbeid worden aangemerkt, 't Zou bepaald een fout zijn, als op de voorpagina aan deze rubriek een plaats zou worden ingeruimd. Weet ge waarover ik wel eens in dubio verkeer, welke naam aan deze kolom moet worden gegeven. Is het nu het hinkend paard, dat altijd achteraan komt, of is het de heksluiter, waardoor een sluitend geheel wordt verkregen ? 't Eerste is het niet — zegt ge.
Dit is het heelemaal niet. Wanneer de naam van het hinkende paard wordt genoemd, wordt altijd gedacht aan iets onaangenaams. Men heeft iets beleefd, iets wat prettig aandeed, doch wat achteraan kwam stemde minder prettig.
Dit was het hinkende paard.
De gang van het dier was verre van fier. Zoo is het gelukkig niet met onze financiën. Dit is het, Gode zij dank, nog nooit geweest. Van den beginne af aan rustte hierop kennelijk een ongekende zegen. Roep de dagen, waarop een begin werd gemaakt met dezen arbeid, nog maar eens terug voor uwen geest. Wat was het een genot de wekelijksche overzichten van onzen eenigen Penningmeester, onzen vriend Fliehe, te lezen, 't Was alsof alle lezers ter schele hadden gegaan bij een der leeraren van het oude volk. 't Is u niet onbekend, naar ik meen, dat men het Hebreeuwsch van achteren naar voren leest. Wat wij de laatste bladzijde noemen, vormt n.l. het beginpunt hier.Zo
o was het inderdaad bij Fliehe. Wanneer de Waarheidsvriend op tafel werd gelegd — en deze lag er nauwelijks — of meer dan één hand bewoog zich in die richting. Zoo werd de courant opengevouwen om te zien wat de Penningmeester te zeggen en te melden had. Men begon van achteren naar voren te lezen. Men voelde hierin eene uiting van wat in het verborgen wegschool. Natuurlijk kan niet alles worden afgemeten aan wat in geldelijke bijdragen wordt uitgedrukt, maar in den regel is het zóó, dat als de beurzen worden ontsloten, het innerlijke niet onbewogen is gebleven.
Onze rubriek Financiën deelt van den beginne af in de gunst van onze Gereformeerde menschen. Het is geen hinkend paard, neen, veeleer een sluitpost, 'k Geloof waarlijk, dat het vele van onze menschen leed zou doen, wanneer blijken van medeleven in dezen uitbleven. Uit tal van brieven meen ik te mogen afleiden dat onze zaak wordt gesteund door biddende handen.
Zie, daarin schuilt alleen het geheim. De Heere is met Zijn gunst nog van ons niet geheellijk geweken. Hij maakt nog ruimte voor de prediking van Zijn Woord. Hij roept nog altijd nieuwen honger wakker. Overal, in alle oorden van ons land, worden nog menschenharten geopend, zoodat zij acht nemen op wat door Zijne dienaren wordt gesproken. Begeerte naar de prediking van het Woord Gods, zooals dit onder grooten zegen in de voorbijgaande jaren werd verkondigd, openbaart zich allerwegen. De oogen hiervoor te sluiten zou kwaad zijn, niet het minst tegenover den Heere. Hij zou het licht van den kandelaar met alle recht Zijnerzijds kunnen wegnemen. Dat er gevraagd wordt, met aandrang, met steeds grooter wordenden aandrang om predikers van 't eenvoudige Evangelie, God in Christus door Zijn Geest alles gevende wat een armen zondaar doet huppelen van vreugde — is van Zijn vrije genade alleen de vrucht.
Wanneer ik het zoo eens mag uitdrukken met eigen woorden. Dit voel ik haast in iedere
bijdrage, voornamelijk in de kleine giften, in die, welke komen van onbekende en onbekend willen blijvende gevers. Zij hebben iets van den Heere ontvangen, waarom van te voren Zijn aangezicht is gezocht. Zij hebben een gelofte afgelegd tegenover den Heere. En nu volgt de gave als een Gode-verheerlijkende vrucht. Daarin schuilt niet de gedachte iets voor den hemel te verdienen, neen, alle werkheiligheid is hier zoek, 't is een vruchtgevolg van wat Hij Zelf heeft gedaan.
We schrijven dit met het oog op dien onbekenden gever, die dacht, dat wat hij gezonden had door de hand van een ander, niet zijn doel had bereikt. Deze week, na uw brief, gewerd het mij. Met veel dank. 'k Kreeg dezer dagen toch nog al enkele wenken, welke mij zoo echt goed doen. Inzonderheid stemt het tot dank, wanneer men erkentelijkheid ontmoeten mag bij jonge menschen, die mede door onzen steun hun heerlijk doel mochten bereiken. Daarom is het toch alleen begonnen : predikers te vormen, die het kruis-Evangelie in al zijn schoonheid in het midden van Christus' gemeente uitdragen.
Een onzer vrienden kwam met een vraag. Hij gaf er een wenk bij, dien ik gaarne wil opvolgen. Hij verwees mij naar onzen vriend Fliehe. Die deed het in zijn tijd ook. Nu, in diens sporen wil ik, zooveel als 't kan, gaarne gaan.
Wat was het geval ?
Onze vriend had een gulden gekregen. Dat gebeurt meer, maar ditmaal was 't een gulden waarmee hij niet recht raad wist. In de oorlogsjaren hebben we een soortgelijk verschijnsel gehad. Toen waren er papieren guldens, die op een zekeren tijd alle moesten worden ingeleverd, of zij hadden geen waarde meer. Weet ge nu nog wat onze vriend Fliehe toen deed ? Hij zei: „stuur ze mij, ik zal eens kijken wat ik er nog van maken kan". En hij kreeg er heel wat. Van alle kanten werden ze toegezonden.
Zoo moet gij nu ook doen — aldus de vriendenraad.
„Zeg het tegen de vrienden, dat ze aan uw adres terecht kunnen". Wat meer guldens mij gezonden worden, wat liever ik het heb. Zoek ze maar eens op. 't Zou erg jammer zijn als er straks niets van te maken was. Ge doet er mij dus heelemaal geen displezier mee door mij van alle kanten met zulke oude guldens te bekogelen. Eiken gulden, waarop een jaartal prijkt van vóór 1920, zendt ge maar naar Frans Halsstraat no. 18, Utrecht,
'k Zie dus vanaf 10 Maart uit.
De ééne gulden, dien ik heb, ligt te wachten. Met dezen éénen durf ik niet bij den Betaalmeester aan de Meent aan te komen. Dan lacht hij mij uit. En dat wil toch niemand uwer.
Daar zijn me nog meer wenken gegeven, doch daarover spreek ik nu althans niet. 'k Verwacht nu dat overal onze vrienden bezig zijn om de Paaschcollecte zoo goed mogelijk te maken. Van den persoon, die mij bijstaat om de boeken bij te houden, kreeg ik — en dezen wenk mag ik niet heelemaal voor mezelf houden — een zachte aanmaning om er de aandacht op te vestigen dat de laatst gehouden Paaschcollecten bij lange na niet met de voorgaande overeenkwamen. Hier is een achterstand in te halen.
Nu, ik geloof niet, dat dit in uwe bedoeling ligt. Alle kerkeraden, welke als Gereformeerd staan aangeschreven, zullen doen wat zij kunnen om het resultaat zoo gunstig mogelijk te maken. En waar het werk van den Bond niet van kerkeraadszijde kan worden ter hand genomen, daar kennen onze vrienden hun plicht.
Met Gods hulpe kan een verblijdende uitkomst worden tegemoet gezien.
De gegevens, die we tot nu toe mochten ontvangen, stemmen ons hoopvol.
Zie maar eens de inkomsten van deze week.
1. 't Begon met een post uit Ermelo. 'k Las daar een opschrift „bid en werk". Dit is de naam van een Jongelingsvereeniging. Dat zij biddend werkzaam mag zijn ook voor den Geref. Bond. De prediking van de oude beproefde Waarheid wordt hier hoogelijk gewaardeerd. Dat zij dit ook toonen bij onzen arbeid om predikers te doen opleiden, verblijdt ons ten zeerste. Wij zijn hoopvol gestemd, ook voor de toekomst. De post bedroeg ditmaal ƒ 3.93
2. De tweede post kwam uit Zegveld. Het busje van den heer C. Bardelmeijer had voor de maand Februari opgebracht ƒ 4.09
Is het niet prachtig ?
3. Door den adm.-diaken van de Ned. Hervormde Kerk te Nieuwer kerk a. d. IJssel werd mij toegezonden voor het Studiefonds ƒ20.—
Is hier een spreekbeurt gehouden ? En door wien ? Mag ik het even hooren ?
4. Onder de letters v. G. te Z. ontving ik ƒ 5.—
Dit wordt door mij hoogelijk gewaardeerd.
5. Door ds. Rijnsburger te Polsbroek ontvangen bij gelegenheid van een winterspreekbeurt 1 gld. onder letter J. V. te N. en bij gelegenheid van een spreekbeurt voor den kerkeraad onder letters D. V. ƒ 2.50 voor het Studiefonds. Samen ƒ 3.50
6. Te Vreeswijk werd een spreekbeurt gehouden, waarbij voorging ds. Lekkerkerker van Oldebroek. De opbrengst van de collecte was ƒ26.50
7. Door ds. Bieshaar van Den Haag werd me gezonden van een vriend uit Vriezenveen ƒ 1.—
8. Door den heer M. Barreveld van Waverveen kreeg ik den inhoud van de catechisatiebus aldaar. Als consulent had hier gecatechiseerd ds. Vermaas, voorheen te Ter Aa. ƒ 10.— Allervriendelijkst dank.
9. Door ds. Van Amstel van Groot-Ammers kreeg ik 8 gld. uit de catechisatiebus en 3 gld. van een meevallertje. Daaronder ressorteerde een gulden met 't jaartal 1915. Kijk eens uit, misschien vangt ge er meer. Op steun van u mag ik rekenen, nietwaar ? ƒ 11.—
10. Vanuit eigen gemeente kreeg ik een enveloppe met honderd gulden van iemand, die onbekend wenscht te blijven. Deze wilde 10 Maart niet onherdacht laten passeeren. „Uit dankbaarheid" luidde het opschrift. 't Is n.l. 20 jaar geleden op dezen datum, dat ik in Utrecht werd bevestigd in het ambt. Geve de Heere nog rijkeren zegen. ƒ 100.—
11. Uit den Vredeskerk-collectezak kwam onder letter „E" 10 gld. Hiervan was bestemd ƒ 2.50 voor de Evangelisatie-Commissie, welke ik doorzond. Alzoo voor de beide fondsen ƒ 7.50
Eigenaardig is dit, dat vóór een paar Zondagen ook in een der Utrechtsche kerken een dergelijke gift in den coUectezak gleed, welke mij tot nu niet heeft bereikt. Misschien dat de collectanten niet recht op de hoogte zijn wat met „de beide fondsen" wordt bedoeld. Laat de gever dan aan de broeders in een briefje de zaak toelichten, 'k Twijfel niet, of dan komt alles in orde. De gever kan dit beter doen dan ieder ander.
12. Door den heer P. Brinkers te Utrecht van N.N. voor het Studiefonds ƒ 2.—
13. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal werd ons een nagift van de gehouden collecte gezonden van ƒ 1.—
14. Door ds. Plantenga te Harmelen uit zijn catechisatiebus voor den Gereformeerden Bond ƒ 3.— 'k Ben zeer erkentelijk voor deze gift.
15. Aan mijn huis werd bezorgd voor het Studiefonds ƒ 10.—
16. Mej. Cor Qualm zond me den inhoud van haar busje no. 73 van de laatste drie maanden, 't Is schitterend. ƒ 25.89
'k Wou dat alle busjes zóó vruchtbaar waren. De verzorging laat niets te wenschen over.
17. Door ds. Heijer van Vlaardingen van de fam. B. aan opgespaarde nikkeltjes ƒ 10.— en aan opgespaarde halve centen ƒ 0.30. Tezamen ƒ 10.30
18. Door ds. Vreugdenhil van Gorinchem werd me toegezonden 25 gld. voor het Studiefonds. Hij vond deze in zijn brievenbus met bijschrift: „ik heb beloofd" enz. Hartelijk dank aan gever en zender beiden. ƒ 25.—
19. Vanuit Oosterbeek werd ons door den heer Koopmans toegezonden 1 gld. van een weduwe, voor het medelezen van de Waarheidsvriend. Vriendelijk zeg ik dank, ook voor 't vermelden van den naam van een nieuwen abonné. ƒ 1.—
20. Spreekbeurt, gehouden te Wilsum, waarbij voorging ds. Klüsener van Wanswerd. De collecte bracht op ƒ 32.—
Natuurlijk ben ik blij met deze collecte, maar toch kan ik de gedachte niet onderdrukken : zou hierdoor de Paaschcollecte niet in gevaar worden gebracht ? Ge doet toch ook, evenals altijd, mee, nietwaar ?
21. Vanuit Hoogeveen zond ds. v. Nie me een tweetal giften uit den collectezak, 2 gld. en ƒ 0.50 uit dankbaarheid, dat men weer een eigen predikant van den Heere had ont-. vangen. Wij zijn met de gemeente verblijd. ƒ 2.50
22. Tenslotte zond ds. Wolthers, thans te Putten, een collecte, gehou-c den bij zijn afscheid uit Onstwedde. Deze bracht op ƒ 85.19
Ik ben uiterst dankbaar met dit heerlijk blijk van meeleven. Van Onstwedde zijn wij zooiets gewend.
Wij zijn met al deze gaven verblijd. Zegene de Heere onzen arbeid.
De totale opbrengst van deze week was
f 390, 40.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's