KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONZE GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Aan de hand van verschillende gegevens, van alle kanten ons verstrekt, onder bekwame leiding van ds. G. van der Zee, destijds predikant te Den Bommel, nu te Vaassen (Geld.), kunnen we zeggen, dat er 1644 predikantsplaatsen zijn in onze Hervormde Kerk, waarvan (ongeveer) 477 behooren tot de Moderne richting (Evangelischen mee inbegrepen), 502 Ethisch, 451 Confessioneel en 214 Gereformeerd (ongeveer !)
Daarvan waren indertijd 100 Moderne, 42 Ethische, 61 Confessioneele en 71 Gereformeerde vacant. Zoodat er 1370 dienst doende predikanten waren : 377 Modernen, 460 Ethischen, 390 Cónfessioneelen en 143 Gereformeerden.
Nu zijn niet alle Gereformeerde predikanten helaas ! Gereformeerde Bonders. De sympathie bij allen is niet dezelfde. Er is bij velen onverschilligheid ten opzichte van den Gereformeerden Bond. Ze laten zich aan den Gereformeerden Bond niets gelegen liggen. Ook zijn er helaas! die bepaalde tegenstanders van den Gereformeerden Bond zijn, niet alleen niet medewerkende, maar zelfs tegenwerkende.
Om de waarheid getrouw te zijn en de werkelijkheid bloot te leggen, moeten we dit eerlijkheidshalve bekennen.
Waar de Gereformeerde Bond tracht een band te leggen tusschen alle Gereformeerde predikanten en alle Gereformeerde kerkeraden, is ons dat nooit volkomen gelukt. Soms is er een strijd om beuzelingen, die de hoofdzaak uit het oog doet verliezen. Zelfs in deze ernstige tijden kan men er niet toe komen om den broederband te leggen en te sterken.
Soms ook is er principieel bezwaar, omdat men van geheel andere beginselen uitgaat en het vele werk en den veelszins nuttigen, opbouwenden arbeid van den Gereformeerden Bond, b.v. door het Studiefonds en den Evangelisatiearbeid in moderne gemeenten (onze verschillende Evangelisatie-posten, vooral in het Noorden) steunt men niet. Men trekt liever de handen af en laat anderen dan maar alleen werken.
Ook is het soms niet bepaald, dat men principieele bezwaren heeft, maar de laksheid en de onbroederlijke zin veroorzaken, dat men zich niets van de dingen aantrekt en z'n schuldigen plicht in deze nalaat.
De verschillende Provinciën nagaand en beginnend bij Gelderland (aan de hand van de officieele kerkelijke indeeling) kunnen we als Gereformeerde gemeenten en Gereformeerde predikantsplaatsen (bij benadering en dus altijd hier en daar wat onzeker) noemen :
GELDERLAND. Classis Arnhem : Bennekom. Ede (2 pred. pl.), Hoevelaken, Lunteren, Otterloo, Renkum, Wageningen (1 van de 3 pred. pi.).
Classis Nijmegen : Heteren, Zetten-Andelst. Randwijk,
Classis Tiel : IJzendoorn, Kesteren, Lienden, Opheusden.
Classis Bommel : Aalst, Brakel, Bruchem, Gameren, Hedel, Poederooijen, Zuilichem, Hellouw.
Classis Harderwijk : Barneveld (2 pred. pl.)., Elspeet, Ermelo, Garderen, Harderwijk (1 pred. pl.), Kootwijk, Nijkerk (1 pr. pl.). Putten (2 pred. pl.), Voorthuizen, Doornspijk, Elburg (1 pred. pl.), Emst, Oldebroek (2 pred. pl., 1 vac), Oosterwolde, Vaassen, Wapen veld, Wezep, Hattem (1 pred. pl.), Oene.
ZUID-HOLLAND. Classis Den Haag : Den Haag (1 pred. pl.). Delft (3 pred. pl.). Monster.
Classis Rotterdam : Rotterdam (3 pred. pl.), Delfshaven (2 pred. pl.), Vlaardingen (2 pred. pl), Bergschenhoek, Bleiswijk, Kralingen (1 pred. pl.), Moercapelle, Charlois (1 pred. pl), Feijenoord (1 pred. pl.). Classis Leiden: Leiden (1 pred. pl.), Benthuizen. Bodegraven, Ter Aar, Noorden, Rijnzaterwoude.
Classis Dordt: Dordrecht (2 pred. pl.). Ridderkerk, Nieuw Beijerland, Oud Beijerland (2 pred. pl.), Puttershoek, Zuid Beijerland, Bleskensgraaf, Goudriaan-Ottoland, Nieuw Lekkerland, Oud-Alblas, Papendrecht. Wijngaarden, Giessendam, Giessen-Nieuwkerk, Gorcum (1 pred. pl.), Hoog-Blokland, Hoornaar, Schelluinen, Spijk.
Classis Gouda : Oudewater, Reeuwijk, Sluipwijk, Waarder, Waddingsveen, Bergambacht, Gouderak, Krimpen a. d. Lek, Ouderkerk a. d. IJssel, Schoonhoven (2 pr. pl.), Willige-Langerak, Ameide en Tienhoven, Groot-Ammers, Hagestein, Hei-en Boeicop, Langerak a.d Lek, Lexmond, Nieuw poort, Noordeloos, Asperen, Leerbroek, Leerdam (2 pred. pl., 1 vac), Oosterwijk, Schoonrewoerd, Zijderveld.
Classis Brielle : Den Bommel, Dirksland, Goeree, Herkingen, Middelharnis, Nieuwe-Tonge, Ooltgensplaat, Ouddorp, Sommelsdijk, Stellendam.
NOORD-HOLLAND. Classis Amsterdam : Amsterdam (1 pred. pi.). Huizen (3 pred. pL, 1 vac). Muiden, Hilversum (1 pr. pl.). ZEELAND. Classis Middelburg: Arnemuiden.
Classis Zierikzee: St. Annaland, St. Maartensdijk, Oud-Vosmeer, Poortvliet, Tholen.
UTRECHT. Classis Utrecht: Utrecht (2 pred. pi.). Benschop, Jaarsveld, Linschoten, Lopik, Montfoort, Polsbroek, IJsselstein, Kamerik, Kockengen, Ter Aa, Mijdrecht, Vinkeveen, Wilnis, Zegveld, Vreeswijk.
Classis, Amersfoort: Amersfoort (1 pred.pl.), Baarn (1 pred. pl.), Eemnes-Buiten, Lage Vuursche, De Bilt (2 pr. pl.), Blauwkapel, Maartensdijk, Westbroek, Zeist (1 pred. pl.).
Classis Wijk: Houten, Neer-Langbroek, Eist, Leersum, Renswoude, Veenendaal (3 pred. pl., 1 vac).
FRIESLAND. Classis Leeuwarden : Suawoude.
Classis Sneek : Oudemirdum.
Classis Dokkum : Driesum, Wouterswoude, Wanswerd, Ooster-Nijkerk.
OVERIJSSEL. Classis Zwolle : Hasselt (2 pred. pl., 1 vac), Rouveen, Staphorst, Daerle, Den Ham.
Classis Deventer : Rijssen (2 pred. pl.). Wierden.
Classis Kampen : Genemuiden, Kampen (2 pred. pl., 1 vac). Mastenbroek, Wilsum, IJsselmuiden, Kamperveen.
GRONINGEN. Classis Winschoten : Onstwedde.
NOORD-BRABANT EN LIMBURG. Classis Breda : Dinteloord (Prinseland).
Classis Heusden : Aalburg, Woudrichem, 's-Gravemoer, 's-Grevelduin-Capelle, Loon op Zand, Sprang.
Classis Meppel. Hoogeveen (2 pred. pl.). Het ligt voor de hand, dat we bij voorkeur het oog op deze gemeenten hebben als we denken aan onze PAASCH-COLLECTE. voor het Studiefonds, ter hulpe van de opleiding van predikanten in onze Hervormde Kerk.
Willen de kerkeraden, ons daar ter plaatse helpen ?
Willen de predikanten deze collecte voorstellen in den kerkeraad en straks van den kansel heel hartelijk aanbevelen ?
Hier ligt zoo'n prachtige weg .om onze Hervormde Kerk te dienen en mede te werken tot oprichting van het huis des Heeren, tot zegen voor land en volk.
WAAROM TOCH NIET ?
In bovenstaand artikel kon men lezen waar, zoo ongeveer, onze Gereformeerde gemeenten in ons Vaderland — wat onze Hervormde Kerk betreft— te zoeken zijn.
Nu zou men denken, dat in al die gemeenten met Paschen, wanneer wij saam gedenken mogen de onuitsprekelijke liefde Gods in Christus voor een zondige wereld en de heerlijke opstanding uit den dood van Sions Borg en Middelaar, een collecte zou worden gehouden voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond. Want, o, zeker ! in eigen gemeente zijn nooden en behoeften.
Maar hebben we er óok geen behoefte aan om zoo nu en dan saam te denken aan den nood en de behoefte van anderen ? Zijn we niet elkanders leden ?
Daarom moeten er zoo nu en dan ook collecten gehouden worden in de Kerk voor andere doeleinden, dan voor eigen gemeente.
Te meer, wanneer, het dan gaat om saam onze Hervormde Kerk te dienen in de opleiding van Dienaren des Woords, die straks de gemeenten mogen ingaan als herders en leeraars, verkondigende de Waarheid Gods, die ons lief is.
Daardoor wordt onze Hervormde Kerk 't meest geholpen !
En ziet — nu zijn er tal van Gereformeerde gemeenten waar nog nooit een Paaschcollecte, een collecte dus voor de opleiding van predikanten voor onze Hervormde Kerk, is gehouden.
Natuurlijk zullen we hier nu geen namen noemen. Maar — een 50-tal zijn er zeker, die het hadden moeten doen, maar het niet gedaan hebben.
En dat komt meestal, omdat men er niet aan denkt. Omdat men geen acht geeft. Omdat men niet genoegzaam meeleeft. Omdat men het maar laat loopen.
Natuurlijk zijn er ook wel gemeenten, die het om principieele oorzaken niet doen. Om des beginsels-wille noemt men dat dan. Maar dat kunnen we moeilijk indenken. Veelszins is het nalatigheid, gebrek aan belangstelling. Men leeft niet genoeg mee. Men geeft geen acht op de teekenen der tijden.
Daarom zouden we willen vragen aan de broeders kerkeraadsleden en vooral ook aan de collega's predikanten — maar ook aan de vacante gemeenten denken we, waar het dan vooral op de broeders ouderlingen aankomt — helpt ons dit jaar nu toch eens flink.
Zeker, we weten wel, dat de behoeften in eigen kring vele zijn.
Maar laten we toch aan de geestelijke nooden der Kerk vooral gedachtig zijn en laten we onze gave niet onthouden aan het werk, dat de Heere nog gebruiken wil, om onze Hervormde Kerk, en daarin ons volk en vaderland, grootelijks weldadigheid te bewijzen.
Wij zijn door den Heere als rentmeesters gesteld en zullen dus ook overvloedig in onze gave moeten zijn, wanneer de Heere ons daartoe voorkomt met Zijn weg en werk.
Laten we ook daders des woords mogen zijn.
Laten we in deze de Koninklijke Wet mogen volbrengen — zooals de Apostel Jacobus dat zoo ernstig ons voorhoudt (2 vers 8), zeggende, dat het geloof, indien het de werken niet heeft, bij zichzelf dood is.
Uit liefde diis een offerande gebracht op het heerlijke Paaschfeest, dat aanstaande is in al onze Gereformeerde gemeenten, zonder uitzondering.
Wij zullen zorgen, dat aan al de kerkeraden een verzoek om een Paaschcollecte wordt toegezonden.
Men kan er nu reeds rekening mee houden.
OOK EEN ANDERE MANIER IS MOGELIJK!
In vele gemeenten kan geen Paaschcollecte in de Kerk gehouden worden. De kerkeraad is er niet voor, de dominé is er fel tegen, en — natuurlijk, dan komt er niets van.
Wij stellen ons niet voor, dat er in Dordrecht of Hilversum, in Soest of Arnhem, in Delft of Zwolle, in Enter of Bussum, in Middelburg of Vlissingen, in Meppel of Naarden, in Vianen of Sneek een Paaschcollecte in de Kerk kan worden gehouden.
Maar dan is er nog wel een andere manier !
Als de vrienden in Delft, in Dordt, in Rotterdam, in Raamsdonksveer, in Enter, in Utrecht, in Hilversum, in Arnhem, enz. enz. eens onderling een kringetje vormen, zooals Hillegersberg, Charlois, IJsselmonde, , den Haag, Rotterdam, Utrecht enz. enz. nu een paar jaar achter elkaar gedaan hebben, dan kan er een Georganiseerde Paaschcollecte in tal van gemeenten komen, waar langs de huizen met circulaire en inteekenbiljet gewerkt kan worden.
Men brengt persoonlijk een circulaire bij bekende adressen. In Vlaardingen, in Maassluis, in Hilversum, in Dordt, in Amsterdam en Utrecht — en ook in onze kleinere gemeenten waar vrienden van onzen Gereformeerden Bond en lezers van „De Waarheidsvriend" wonen — zijn zulke adressen wel te vinden. En als er dan een regelingscommissie is, die het werk aanpakt, dan kan zoo'n circulaire worden gebracht en b.v. acht dagen later persoonlijk teruggehaald, waarbij het inteekenbiljet ingevuld in ontvangst wordt genomen met het bedrag daarop geteekend.
't Behoeven dan heusch niet allemaal groote giften te zijn. Een kwartje, twee kwartjes, een gulden, een rijksdaalder — alles is heel hartelijk welkom.
En die tien gulden kunnen geven — blijven dan niet achter.
Misschien zelfs — we spreken bij ondervinding — zijn er dan ook zelfs wel, die nog meer dan tien gulden kunnen en willen geven !
Van harte hopen we, dat onze menschen van „aanpakken" zullen weten. Als er overal maar een paar gevonden worden, die het werk willen beginnen en regelen.
Een goede regeling en een goed begin — is het halve werk !
En God van den hemel doe het ons gelukken : wij. Zijne knechten, zullen ons opmaken ! Nehemia 2 vers 20.
Aan het BUREAU VAN „DE WAARHEIDSVRIEND" kan men het aantal circulaires, dat men denkt noodig te hebben, aanvragen. Ze zijn gratis verkrijgbaar.
HET VOLSTREKT GEZAG DER HEILIGE SCHRIFT.
Het Schriftgezag leeft bijzonder onder de Gereformeerden. Ook anderen spreken wel van het gezag van den Bijbel, maar bedoelen het dan gewoonlijk toch in een geheel anderen zin dan de Gereformeerden. Het is dan niet een objectief, volstrekt gezag, dat men om Gods Wil aanneemt, maar een subjectief, betrekkelijk gezag, dat omschreven en bepaald wordt naar menschelijk aanvoelen en subjectief goedvinden.
Voor de Gereformeerden vormt 't Schriftgezag een fundamentstuk, waarop heel onze levensbeschouwing rust, al onze actie steunt. Daarom neemt onder ons 't Schriftvraagstuk een breede en alles beheerschende plaats in. Alles wordt tenslotte beslist door onze Schriftbeschouwing.
Ook onder Ethischen wordt wel gezegd : de Heilige Schrift is het Woord van God. Ook daar spreekt men van Schriftgezag. Maar over dat „gezag" is tusschen Ethischen en Gereformeerden nogal wat verschil. Voor de Ethischen komt het gezag der Heilige Schrift daar te liggen, waar de mensch innerlijk het gezag voelt. En dat gezag wordt dan gevoeld als de ziel (van de Ethischen) zich uit de Heilige Schrift hoort toespreken door de stem van God. Waar die stemme Gods tot de menschen spreekt is de Bijbel Gods Woord, waar die stem niet beluisterd wordt als een stem des Heeren, is de Bijbel eens menschen woord, waarmee de mensch kan doen wat hem goeddunkt.
Maar zóó verstaan wij het Schriftgezag niet. De Heilige Schrift krijgt voor ons geen gezag door het aanvoelen en toestemmen van onzen geest; de H. Schrift heeft gezag in en van zichzelf, omdat het Gods Woord is, ons op zeer bijzondere wijze door den Heere Zelf geopenbaard en het komt tot ons als Gods Stem, waarnaar wij in alles en bij allerlei — Schrift met Schrift vergelijkend — hebben te luisteren en waarnaar wij ons altijd hebben te richten, acht gevend op den voortgang in de Godsopenbaring, met wijsheid in de Schrift neergelegd.
Het gezag der Heilige Schrift is dus niet iets subjectiefs, dat van den mensch bepaald wordt door zijn innerlijk, ethisch of zedelijk aanvoelen, waarbij wij practisch met ons zedelijk aanvoelen dan uitmaken waar de Heilige Schrift Gods Woord is en waar in den Bijbel Gods Stem spreekt. Zeer beslist is voor ons het gezag der Heilige Schrift iets objectiefs, steunend in het Woord zelf, dat zich overal en altijd aandient als Gods Woord. Heel de Schrift is voortgekomen uit de bijzondere relatie Gods tot Zijn volk Israël en de betrekking! van God tot de wereld en wel heel bijzonder tot Zijn Kerk van alle eeuwen. Daarom dient de Heilige Schrift zich altijd en overal aan als Gods Woord, dat geloofwaardig is in zichzelf en dat met gezag optreedt, als vertolkend Gods Wil en Waarheld. Terwijl in de Heilige. Schrift de zaligheid van zondaren als een heilig en gouden kleinood ligt vervat, waarmee alles is, den loop der eeuwen op het nauwst verbonden is geweest en voor alle eeuwen. verbonden blijft, totdat het Koninkrijk der heerlijkheid zal zijn geopenbaard.
Calvijn noemt in zijn Institutie de Heilige Schrift uitdrukkelijk autopistos d.w.z. in zichzelf geloofwaardig, in zichzelf gezaghebbend.
Natuurlijk moet dat objectief gezag door ons dan ook subjectief aangevoeld en erkend worden, anders zal het ons niet veel baten. De Heilige Geest moet ons dat inwendig doen voelen en erkennen. Daarom, spreken de Gereformeerden met artikel 1 van onze Ned. Geloofsbelijdenis van een getuigenis des Geestes in de harten der geloovigen, wat betreft de autoriteit der Heilige Schrift. Dat moeten de menschen ons niet leeren, ook moet de Kerk ons dat niet opleggen (gelijk Rome dat leert), want als we niet verder komen dan dat, zal het ons tenslotte niet tot waarachtigen, zaligmakenden zegen zijn! Maar we moeten persoonlijk leeren kennen het getuigenis des Heiligen Geestes (testimonium Spiritus Sancti), dan hebben de Heilige Schriften voor ons een zaligmakende kracht. Dan kunnen ze ons wijs maker, tot zaligheid, door het geloof, hetwelk is Christus Jezus is (2 Tim. 3 vers 15). Ons hart moet hierin mee getuigenis geven. Br. niet op uitwendige, verstandelijke gronder steunt het gezag der Heilige Schrift (wan; dan zou het van uitwendige, verstandelijke redeneeringen en bewijzen afhankelijk zijn en daardoor altijd wankel bevonden worden, hetwelk geheel past bij het Rationalisme, maar geenszins bij het geloofsstandpunt). Maar naar innerlijke overtuiging moeten we het gezag van de Heilige Schrift voelen en erkennen, zoodat het een geloofsstuk is. Maar dat is niet hetzelfde, als dat de Heilige Schrift alleen maar Gods Woord is en Gods Stem doet hooren, waar wij, menschen, dat believen aan te voelen en te erkennen, waardoor in feite door ons zoo worden bepaald : daar en daar en daar in den Bijbel is Gods Woord en komt Gods Stem tot ons, maar daar en daar en daar (wat met elkaar een behoorlijk groot stuk van den Bijbel is) is in den Bijbel Gods Woord niet en spreekt Gods Stem niet. Dan zou door ons innerlijk aanvoelen worden uitgemaakt wat er in den Bijbel door menschen ingevoegd is en bijgebracht, waaraan wij, menschen, ons in het minst dan niet hebben te houden, als zijnde niet Gods Woord en niet Gods Stem.
Zoo redeneeren velen en zoo komen we tot de onderscheiding dat de Gereformeerden zeggen : de Bijbel is Gods Woord - en b.v. de Ethischen : in den Bijbel is Gods Woord. Het gaat hier om het objectief door God gegeven gezag der Heilige Schrift o! anderzijds het subjectief door den mensch erkende gezag van den Bijbel.
Wij komen op voor de objectiviteit var het gezag van Gods Woord, dat van God Zelf gegeven is aan de Heilige Schrift door Zijn bijzondere zorg over wereld en Kerk. De Bijbel heeft niet slechts gezag, waar wij het believen te erkennen en waar wij het innerlijk aanvoelen en willen toestemmen, maar de Heilige Schrift is Gods Woord heeft gezag in zichzelf en eischt, dat de mensch dat zal erkennen en aanvaarder. De Heilige Schrift heeft voor ons volstrekt gezag zonder eenige beperking van menschelijke beslissing, waarbij de Schrift zelf gebiedend eischt, dat op den gang de Godsopenbaring zal worden acht gegeven (Hebr. 1 vers 1). Schrift moet met Schrift vergeleken worden, zal Gods Stem op de rechte wijze tot ons komen. Maar zóó de H Schrift gebruikend is het voor ons Gods Woord, Gods Stem, Gods Wil, Gods Waarheid, waaraan wij voor geloof en leven gebonden zijn. De Heilige Schrift moet voor ons zijn en blijven bron, wet, regel voor leer en leven, voor ons denken en handelen, voor ons persoonlijk en voor ons gemeenschapsleven.
„Er staat geschreven". „Hoort Gods Stem".
DE ROOMSCHE KERK-IDEE.
Volgens het Roomsche systeem ontleene de conciliën of algemeene kerkvergaderingen haar bevoegdheid aan de bisschoppen, d.i. aan de ambtelijke personen, die er samenkomen. Die bisschoppen, benoemd door de Apostelen en zoo elkander opgevolgd, zijn de machthebbers, de Paus vóóraan.
Maar de Schrift weet van zulk een hiërarchische machtsoverdracht van Petrus op de pausen, van de Apostelen op de bisschoppen, van de bisschoppen op de conciliën niets !
Dat Petrus de Kerk te Rome zou gesticht hebben, 25 jaar haar bisschop zou geweest zijn en vóór zijn sterven een opvolger aangesteld en op dezen zijn macht overgedragen zou hebben, is niets dan legende.
DE SYNODALE BESTUREN-ORGANISATIE.
Twee gevaarlijke klippen zijn er voor het kerkeiijk leven : independentisiche losbandigheid (independent = onfhankelijk) eenerzijds — en hiërarchische gebondenheid anderzijds. De independenten (onafhankelijken) willen van geen bevoegdheid van classen en synoden weten. De verschillende gemeenten die er zijn, kiezen zelf de ambtsdragers, die dienaren der gemeente zijn en aan de gemeente verantwoording schuldig zijn, enz. De verschillende Kerken mogen wel met elkander vergaderen, maar zulke samenkomsten dragen dan, volgens hen, slechts het karakter van conferenties, waar men samen vergadert en samensprekingen houdt, maar waar men geen bindende besluiten mag nemen. Men wil van geen bindende Kerkregeering weten en zich niet vergeven aan besluiten van classen en synoden.
Van den anderen kant dreigt het gevaar van hiërarchische bestuursmacht, die van boven af over de plaatselijke Kerken tracht te heerschen.
Die hiërarchische bestuursmacht matigt zich alle rechten over de Kerken aan. Men gaat dan van de gedachte uit: er is over heel het land één Kerkgenootschap, één groote vereeniging, met provinciale, classicale en plaatselijke onderafdeelingen. Aan het hoofd van dat groote genootschap staat een synode en onder haar zijn er voorts de provinciale-, classicale- en plaatselijke kerkbesturen.
Aan de Synode is de hoogste wetgevende macht en zij eischt van haar ambtsdragers (administratief personeel) de belofte af, dat zij alle bepalingen der reglementen zullen nakomen, zonder beroep op Gods Woord open te laten. Er bestaat zelfs in zekeren zin geen Woord van God en geen Koningschap van Christus. Er is alleen een zeer uitvoerig Reglement, met hoofd-en onderdeelen en daarbij een zeer uitgebreid stel besturen, hoogere en lagere besturen, Hen samen uitloopend in het allerhoogste bestuur, de Synode. Zoo is dan de eenige misch in de besturen-organisatie : een absolute onderwerping aan de kerkelijke macht — geen ambtsdragers, maar bestuursleden — en aan de zeer uitgebreide reglementen, zonder dat de kerkelijke macht zelve rept van mogelijke bezwaren (dat komt in een besturen-organisatie niet te pas en daar is ook geen plaats voor) en zonder beroep op Gods Woord in uitzicht te stellen.
Dat alles is op Roomsch standpunt begrijpelijk. De Roomsche Kerk heeft haar eigen stel hoogere en lagere geestelijken, net den Paus aan het hoofd. De gemeente onmondig. De geloovigen tellen niet mee. En de geestelijken, de hoogere zoo goed als de lagere, hebben de leiding des Heiligen Geestes, met den Paus aan het hoofd, die onfeilbaar is in kwaliteit van Hoofd der Kerk, stedehouder van Christus, opvolger van Petrus.
Alles sluit zoo als een bus. Want de beslissingen van de geestelijken zijn voor de consciëntie bindend, als komend rechtstreeks van God — maar zulks is in de verste verte zóó in alles strijdend met de protestantsche opvattingen en de beginselen van Gereformeerd Protestantisme, dat wij er niets van gebruiken kunnen — hoewel helaas ! in onze Hervormde Kerk sinds 1816 een bestuursmacht is, die wonderveel gelijkt op de Roomsche hiërarchie. Alles draait om de Besturen, de Synode 't meest. Omdat het zóó gesteld is, vragen wij om verandering en wel principieele, algeheeie verandering in ons kerkelijk samenleven, in de orde van Kerkregeering.
De Kerk is in 1816 onder een organisatie gebracht, waardoor zij hare regeering aan nagenoeg zelfstandige, in rang opklimmende Besturen zag toevertrouwd.
En nu gaat het ons niet allereerst om wegneming van allerlei misstanden, maar we moeten er voor opkomen, dat de belijdenis van den Naam des Heeren weer hoofdzaak wordt en blijft voor de Hervormde Kerk.
Een van de eerste kenmerken van de ware Kerk is: of Gods Woord rechtskracht heeft in haar midden. En dan niet allerlei woorden, ideeën, meeningen, maar Gods Woord, Schrift met Schrift vergeleken, waarbij het fundament is en blijft: Jezus Christus en die gekruisigd. Als Petrus dien Christus belijdt, spreekt de Heiland van den opbouw van Zijn Kerk.
Als Petrus dien Christus tegentreedt, werpt de Heiland Petrus als een satan op zij en achter Zich.
Wat de Vader uit den hemel hem openbaart, dat is Christus tot eere — wat vleesch en bloed bedenkt, is tot een vloek en Christus tot droefheid en smaadheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's