FINANCIEN
Een ploeger, die telkens omziet om zeker te zijn dat de vore wel recht wordt getrokken, kan er zoo goed als verzekerd van zijn dat niet wordt verkregen wat beoogd werd. De Schrift gebruikt dan ook dit beeld om tegen dit veel voorkomend kwaad te waarschuwen, om iederen keer het oog naar alle zijden te wenden. Het doel dat wordt nagejaagd moet telkens opnieuw de aandacht trekken. Ongestadigheid doet nameloos veel kwaad. Rechte wegen bewandelen, met 't oog op den Heere Zelf, Die gezegd heeft:
„Ken Mij in al uwe wegen, en Ik zal uw paden recht maken", ziedaar de eisch.
Lichtelijk zult ge daar niets tegen inbrengen, evenwel is er toch een vraag op uwe lippen, n.l. : maar kan het zijn nuttigheid niet hebben toch zoo van tijd tot tijd eens den blik naar achteren te wenden ? Uit het verleden kan immers zooveel worden geleerd. Wanneer fouten zijn begaan — en wie begaat die niet — kunnen deze, van achteren bezien, voor ons bakens zijn in de zee, welke ons waarschuwen niet meer den zelfden weg te kiezen.
Ge hebt gelijk ; als ge het zoo bedoelt ben ik het onmiddellijk met u eens. Hierop wordt ook voortdurend in de Schrift gewezen. Rechtlijnigheid moet niet voortkomen uit eigenzinnigheid. Dan zou dit eigen ondergang beteekenen.
Naar alle zijden moet de blik worden gewend en de klanken moeten worden opgevangen, welke van alle kanten tot ons door dringen, maar dan met dezen verstande, dat zulks geschieden moet voor we met ons werk beginnen. Niet telkens onderbreken met de vraag : „wie zegt me iets ? "
Zoo kwam vóór eenige dagen de man bij me, die mijn boeken nagaat, met de opmerking : „ik heb gezien dat verleden jaar èn de Paaschcollecte èn de spreekbeurten aanmerkelijk veel minder hebben opgebracht dan in de jaren daar voor placht in te komen".
Dit is geen verschil, dat in een paar cijfers kan worden weergegeven. Neen, veel meer. Zie, dit te willen verzwijgen, dit achteloos over het hoofd te zien, maar op goed geluk verder te koersen, zou voor den Penningmeester beteekenen niet minder dan schuldige nalatigheid. Onze arbeid mag in geen énkel opzicht worden onderbroken.
De Paaschcollecten vormen voor geen gering deel de bron onzer inkomsten. Deze mogen niet minder worden, integendeel, zij kunnen en zij moeten groeien. Wat meer jonge predikers gevormd worden en in het ambt ingaan, wat meer onze arbeid - redelijker wijze gesproken - zal worden aanbevolen. Steeds zet het terrein, waar de prediking naar Gods Woord en onze heerlijke belijdenis begeerd en gevraagd wordt, zich uit. De vraag naar Gereformeerde candidaten groeit nog met den dag. Hoe vaak onze menschen aan de mouw worden getrokken met „hebt ge geen goeien dominé voor ons", weet ik niet. Dit weet ik wel, dat ik veel vaker dan me lief is, antwoorden moet: neen, lieve broeders, wat gij zoekt kan ik u niet geven.
Dit is niet alleen verdrietig, maar werkt op den duur geheel verkeerd. De menschen laten den moed zinken niet alleen, doch worden lichtelijk afgevoerd op allerlei zijpaden. Vergeet nooit: ledige akkers, waar geen arbeiders komen, blijven niet ledig. Daar schuilt zelfs een gevaar in de vruchtbaarheid van den bodem. De weelde van geen arbeid te laten verrichten kan alleen gedragen worden door de magere gronden. Aan het heideveld en aan den zandrijken bodem wordt niet licht zulk een schade toe gebracht, als waar alles vruchtbaarheid predikt. Zonder overdrijving : wij leven in een hoogst gevaarlijke periode. Gemeenten, waar voorheen een vacature hoogstens enkele maanden duurde, zijn nu vaak jaren achter elkander vacant. Dit moge in het verleden gekund hebben, doch thans kan zulks niet meer. Allerlei misstanden komen hieruit voort.
Zie, dit is iets wat iedereen zien kan. En waar dit duidelijk wordt gedemonstreerd in tal van gemeenten, kan het niet wel anders of alle handen moeten meewerken om dit kwaad zooveel als het kan te beteugelen. Aan de vraag naar predikers moet worden tegemoet gekomen onder biddend opzien tot God, met alle macht. Daarom mogen onze inkomsten niet inkrimpen. Wanneer wij het belang onzer zaak mogen gevoelen als ons van den Heere op de handen gezet, zullen wegen en middelen gezocht en gevonden worden om te bereiken wat wij ons voorgesteld hebben, n.l. om het aantal predikers van Gereformeerde beginselen steeds meer te zien uitgebreid. Wij kunnen niet blijven staan, wij moeten vooruit, 't Geldt niet iets van den mensch, maar het gaat om Gods zaak, om des Allerhoogsten eer en der zondaren behoud.
En nu zou het niet dan blijk geven van ondank en van niet-opmerken, als wij niet getuigden van bijzondere gunst des Heeren tot nu aan ons bewezen.Wie heeft dat ooit kunnen denken, dat ons kleine groepje — want dat blijft het in vergelijking met de geweldige machten die tegenover ons staan — zooveel nog zou kunnen voortbrengen. Vele rijken en edelen worden bij ons niet geteld. Het zijn vaak niet anders dan kleine luijden. Doch veel liefde tot de zaak des Heeren wordt hier ongetwijfeld gevonden. Wat een blijken van medeleven merkt ge elke week. Ik wil het wel bekennen : ik word er lederen keer weer beschaamd onder. Uit plaatsen, waarvan ik te voren den naam nauwelijks kende, worden nu blijken gegeven van meedragen van de lasten. Uit de schuchterheid om hun naam te noemen springt naar voren de vrees iets te willen worden in het oog van menschen. Noem maar geen namen, Penningmeester, 't Gaat ons alleen om de zaak : Godes Naam moet worden verheerlijkt. Zijn Koninkrijk uitgebreid.
Waar deze bekentenis vooraf gaat, wordt ook, waarop we wezen en waarop we aandrongen, niet misverstaan. Wij zijn vol vertrouwen dat in deze komende dagen de handen aan den ploeg worden geslagen en dat een ieder doet wat hem van Godswege op den schouder is gezet. Niet omzien, niet vragen wat zullen de menschen er wel van zeggen, maar alleen vooruit zien. Het is Godes zaak.
We zetten voor deze week hier een punt, om nog verantwoording te doen van wat bij ons binnenkwam.
Laat me beginnen met te zeggen, dat 1. Vanuit Wapenvelde de eerste gulden binnenkwam met een jaartal van vóór 1920, van een lezer van „De Waarheidsvriend" ƒ 1-—
Dit deed ons buitengewoon veel genoegen. De vorige week maakte ik een vergelijking met wat onze vriend Fliehe deed. Doch één ding werd hier bij over het hoofd gezien. Toen waren het papieren guldens. Nu echte, en deze laten zich niet zoo gemakkelijk insluiten. Dat is een bezwaar. Zoo noodlg wil ik dit helpen weg ruimen, 'k Wil de kosten, als deze oploopen, vergoeden.
Zend ze mij maar.
2. Spreekbeurt gehouden te Papendrecht, waarbij voorging ds. Klüsener van Wanswerd. De opbrengst van de collecte was 33.65.
3. Nog een spreekbeurt, gehouden te Zegveld, waar ds. Van der Wal van Dirksland voorging. Hier was de opbrengst van de collecte zelfs „ 61.— Wij zeggen aan beide gemeenten vriendelijk dank.
4. Door de Erven van N.N. — plaats en naam mag ik niet noemen — ontving ik „ 10.—
Mag ik u allervriendelijkst dank zeggen ? De Heere zij u nabij.
5. Uit den collectezak in de Buurkerk kwam 5 gld. voor mijn wijk en 5 gld. voor de beide fondsen. „ 5.— Hierop zinspeelde ik de vorige week. 't Is toch nog in orde gekomen. Ook mijn hartelijken dank van deze plaats.
6. Door ds. Lekkerkerker van Oldebroek is een spreekbeurt gehouden te Den Hulst. De collecte bracht hier op „ 30.—
Prachtig hoor. Wij bevelen onze zaak hier krachtig aan. Voor de Zending wordt in deze streken schitterend werk gedaan, doch vergeet, wat vlakbij is, daarom niet.
7. Uit den collectezak op den biddag in de gemeente van Elburg kwam voor den Geref. Bond „ 2.50
Vriendelijk dank. Aanbevelend. 8. Door ds. Westra Hoekzema van Mijnsheerenland uit de catechisatiebus ,, 2.50.
Wij verheugen ons over de telkens voorkomende blijken van meeleven, uit deze gemeente. Velen kunnen hieraan een voorbeeld nemen. Het Gereformeerd beginsel geeft hier blijken van leven. Zegene de Heere ook ten uwent den arbeid rijkelijk.
9. Tenslotte nog een tweetal spreek beurten. Het eerste noem ik een bekenden naam : Ouderkerk a.d. IJssel. Deze gemeente heeft vanouds getoond veel te gevoelen voor de Gereformeerde beginselen. Zoo ook thans, terwijl ds. Remme van Amsterdam voorging, bracht de collecte op „ 102.70.
Heerlijk, zulk een prachtcollecte.
10. De heksluiter is ditmaal niet gering. Vanuit Bodegraven werd ons door ds. Kruishoop toegezonden een collecte, welke me confuus maakte. Ds. Van Grieken, onze voorzitter, ging hier voor. De collecte bracht op de som van „ 386.35.
Wat zal ik daarvan zeggen ? Alleen dit: Gods Naam zij en worde er in verheerlijkt. Wij zijn dankbaar en verblijd.
alzoo met een eind deze week sluit cijfer van
f 629.70.
Is het niet heerlijk ?
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
P. S. Aan onze studeerende jongemenschen wordt bij dezen bericht, dat vóór Paschen de Commissie voor uitbetaling van gelden niet kan samenkomen.
Toch behoeft hierdoor de Paaschvacantie voor u geen zwarigheden op te leveren.
Eén wenk van uw kant en ik verzend of geef af aan mijn huis een cheque, waarop ge het benoodigde kunt halen.
Ds. J. G.
POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Corn. Vis, Sommelsdijk, postz., zilverpapier, 150 halve centen enz.;
2e. de meisjes van Polak, Lage Zwaluwe, zilverpapier en capsules ;
3e. mej. Van Loenen, Vlissingen, zilverpapier en postzegels;
4e. Anna de Haas, Gouda, postzegels, capsules en zilverpapier.
Met zeer hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's