FINANCIËN
't Is al heel wat jaartjes geleden, — wanneer ik 't me goed herinner was het in een der eerste jaren van mijn studententijd — dat ik op een Zondag achter een groepje menschen meeliep in een gebouw, dat me toescheen gebruikt te worden voor kerkelijke samenkomsten. Zooals ik gedacht had, was het inderdaad, 't Was een vergadering van een of andere secte. De naam dier secte doet er weinig toe te vermelden. Alles was hier anders dan wij het gewoon zijn ten onzent. Twee dingen zijn me bijgebleven. De zang en de collecte. Gezongen werd uit het onberijmde Woord. Eene bepaalde wijze kon ik niet ontdekken, toch was het niet onstichtelijk. Ieder zong mee. De collecte had niet plaats onder den zang, neen, deze geschiedde op een heel bizondere wijze. Weet ge hoe ? Vlak bij den ingang, dadelijk bij de deur hing een bus, en daarnaast was een soort loketje gemaakt. Ieder die binnen kwam bracht, alvorens zijn plaats in te nemen, zijn offerande. Wat ik hier zag, zal ik niet licht vergeten. De man, die vlak voor mij naar binnen ging, was iemand uit het volk. Zijn grove eeltige hand verried den man, die door handenarbeid zijn brood verdiende. Heel zijn doen liet niet den minsten twijfel over dat hij hier deed zooals hij het gewoon was. Hij nam zijn beurs en telde wat er in zat en gaf daarvan een bepaald deel. 't Was van mij misschien niet heelemaal kiesch om iemand zóó op de vingers te zien ; toch was het geen onbescheidenheid. Hij gaf eerst een gulden, daarna een paar kwartjes en een dubbeltje, om met enkele centen te besluiten. Zooals het mij toescheen, gaf deze man een tiende van zijn inkomsten.
Als gold het de allergewoonste zaak van de wereld, werd hier gehandeld. Men scheen het gewoon te zijn. Want wat de ene deed, deed óok de andere.
Toen ik dit een oogenblik had gadegelagen, stelde ik mezelven de vraag : hebt ij voor uw kerkelijke doeleinden ook zoo veel over ? Het gevolg was, dat ik met een gevoel van schaamte en verlegenheid me nederzette. 'k Had een les gekregen, welke ik niet licht vergeten zal.
Nu is het evenwel heel goed mogelijk, dat er iemand gevonden wordt, ook onder de lezers, die bij zichzelven deze opmerking maakt: de godsdienst, dien die man beleed, was zeker half of driekwart Roomsch. Hij dacht door zulke offers gewis aan zijn zaligheid iets te kunnen toebrengen. Het was hier een deel van zijn goede werken.
Best mogelijk, dat ge gelijk hebt, doch bepaald noodzakelijk is dit niet. Zoo herinner ik me uit een van mijn gemeenten ook een geval, 't Was op een Zondagmorgen, dat een briefje van zestig gulden in den collectezak werd gevonden, met aanwijzing voor een bepaald doel. De hand kende ik. 't Was een mijner beste vrienden. Een man met een groot gezin en daarbij met niet vele aardsche goederen. Ik ging denzelfden dag nog naar hem toe en sprak ongeveer op deze wijze : vriend, er zat in de collecte een briefje van zestig gulden, en deze gift kwam van u. Dat is veel te veel. Dat is heel goed van u bedoeld, maar toch zou ik den raad geven deze gift minstens tot vijf en twintig te herleiden. Ik neem de verantwoordelijkheid op me.
Weet ge wat hij zeide ? : Neen, dominee. De Heere heeft het mij in het hart gegeven en wat Hij mij gegeven heeft is van zulk een oneindige waarde, dat ik deze gift met een blij hart mag geven, 't Zal mij niet schaden. Den Heere staan duizend wegen open om mij te geven wat ik en de mijnen |Ook voor deze wereld behoeven.
Ik werd hier op dezelfde wijze als den eersten keer beschaamd.
Wanneer wij gaan rekenen, komen we altijd tekort. En wat dan zeker uitblijft : de zaak van Gods Koninkrijk. Dan schiet er heelemaal niets over. Gaat van den hemel de bewegende kracht uit, zoo komen wij zelf achteraan en Hij ontsluit de harten en de beurzen.
't Is wel beschamend wat de. wereld laat zien ook in onze alleszins gedrukte tijden. De vermakelijkheden gaan evengoed hun gang. Slaat de bladen maar eens open. Wanneer wedstrijden worden gehouden, en waarvoor misschien ook tienden van heel veel inkomens gevraagd worden, moet ge niet denken dat een plaatsje onbezet zal blijven. Men vecht zelfs om een staanplaats. Duizenden en duizenden offeren voor hier wat de zinnen streelt en de hartstochten prikkelt, 't Is met geen cijfers te begrooten wat de wereld niet tezamen brengt voor wat de Schrift zegt „ijdelheden".
Is de dienst des Heeren ons dan waarlijk zoo weinig waard ?
Ge zegt: neen. Nu, wanneer dan in deze dagen van u gevraagd wordt blijken te geven dat ge mee wilt werken aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk door te offeren voor opleiding van aanstaande dienaren van Zijn Evangelie, zoo leggen uwe daden getuigenis af.
Waarlijk, de zaak is het waard dat wij allen tezamen onze krachten inspannen om in dezen weg te doen wat onze hand vindt om te doen. 't Is goed, dat we gaan rekenen ; wij doen het vaak veel te weinig. Misschien dat van ons budget wel enkele posten konden en moesten worden afgevoerd. Zou het een onwaarheid zijn, wanneer wij zeggen : in onze dagen leven wij allen een stand te hoog. De periode van rijke inkomsten heeft nameloos veel bedorven. Dus op een onbedachtzaam uitgeven hebben we heel wat aan te merken, doch wanneer we met rekenen beginnen, moet God en Zijn dienst niet aan het einde komen te staan, maar vóóraan. Hij is toch de Gever. Wat hebben wij van onszelf ? Toch niets, is 't wel ? Dalen van Hem af enkel goede gaven en volmaakte giften, van onzen kant wordt lederen keer het bederf aangebracht. Laat zoo ons levenspad worden overzien, dan wordt een nuchterheid openbaar, welke zich nu telkens tevergeefs laat zoeken. Dan eerst wordt onze levensbaan een effen pad, als de Heere voorop gaat. Anders loopen we overal vast. We zien dit in onze dagen zoo duidelijk. Daarom zij onze bede, ons dagelijksch vragen :
Leer mij naar Uw wil te handelen, 'k Zal dan in Uw waarheid wandelen ; Neig mijn hart en voeg het saam Tot de vrees van Uwen Naam.
Blijken, dat Hij met Zijn Geest nog werkt ook in onzen arbeid, zijn er te over. Wie dit niet ziet, heeft zijn oogen moedwillig gesloten. Immers vanwaar komen elke week opnieuw de giften ? God doet het. Deze werkelijkheid te zien, maakt ons werk zoo licht en geeft ons hope ook voor de toekomst.
Mogen we thans hierbij dezen keer besluiten, om een overzicht te geven van wat bij ons inkwam in de stille week.
1. De eerste gift werd ons ter hand gesteld door 'n broeder ouderling uit Utrecht. Wijl hij haar ontving van iemand die onbekend wenscht te blijven, zal ik geen naam noemen, zelfs niet van de plaats. Deze ligt in de buurt van Amsterdam, 'k Mocht deze eene bestemming geven welke ik wilde. Alzoo kreeg het Studiefonds van den Gereformeerden Bond ƒ 5.—
Voor de vele plaatsen rondom Amsterdam zij dit een voorbeeld. Ook Amsterdam mag meedoen.
2. Iemand uit Zeist wilde ons verrassen. Deze zond ons een gulden met jaartal van vóór 1920. Doch daar hij bang was dat deze niet goed overkwam, gaf hij een grooteren broer mee. Zij zouden op elkander toezien. Een rijksdaalder met 'n gulden vormt de som van , 3.50
Wie bedenkt nog eens zulk een verrassing ?
Allervriendelijkst dank.
3. Door ds. Van Dorp te Den Haag ontving ik enkele giften uit den collectezak aldaar. Gecollecteerd was in de Wilhelminakerk 1 gld. voor den Geref. Bond van N.N.; 1 gld. voor den Geref. Bond van mej. R.; van N.N. 1 gld.; uit de catechisatiebus 1 gld. Verder van N.N. op de Bijbellezing 1 gld. (Studiefonds) en van mej. N.N. op de Bijbellezing ƒ1.25 (voor het Studiefonds). Samen „ 6.25
4. Door ds. Koldewijn te Hattem uit den collectezak „ 1.—
5. Spreekbeurt gehouden te Hillegersberg, waarbij voorging ds. Lans van Huizen. De collecte bracht op..„26.—
6. Van de afd. Rotterdam en Kralingen voor het Studiefonds, in verband met het 25-jarig bestaan van de afd. Een prachtcollecte. Afgedragen aan dé Bondskas „ 75.— 7. Door J. Sparreboom te Slikkerveer voor het Studiefonds van de J.V. „David" „ 5.— en van dezelfde vereeniging voor den Geref. Bond eveneens „ 5.—
8. Door den kerkeraad van Genemuiden werd me toegezonden als gecollecteerd in de kerk tweemaal 1 gld. uit dankbaarheid. Ik ben ook dankbaar en laat het verder over aan de hand des Heeren. Een gezegend Paaschfeest „ 2.-—
9. Vanuit Hilversum kreeg ik een gift van 10 gld., waarbij we herinnerd werden aan een afspraak, welke onze Fliehe indertijd gemaakt had. Bij de geboorte van een kleine, zou ook voor den Geref. Bond een dankoffer worden afgezonderd. Dit werd hier gedaan. De Heere make het met u en de uwen wèl. Mijn vriendelijken dank „10.—
10. Door J. Dierense te Katwijk aan Zee gezonden een collecte, gehouden bij een spreekbeurt door ds. Rijnsburger, thans te O. Beijerland „ 18.—
11. Door E. J. van Spankeren te Ede voor beide fondsen 2.50
12. Door ds. J. de Bruin te Rotterdam van N.N. voor den Gereformeerden Bond „ 1.—
13. Door ds. Van der Kooij uit den collectezak „ o.25
14. Door G. de Rek, diaken te Ouderkerk a.d. IJssel, nagift van de gehouden spreekbeurt „ 5.—
15. Van onzen rekenmeester uit Rotterdam kreeg ik in postzegels ..„ 1.—
16. Ontvangen van N.N. te Nijverdal een kleine Paaschgave „ 2.—
17. Door ds. Van den Berg te Amersfoort een deel van een gift van N.N., voor het Studiefonds „ 10.—
18. Door ds. Van der Wal te Wageningen - van een echtpaar dat 12 1/2 jaar geleden in den echt werd verbonden „ 5.—
19. Door den Penningmeester van' de afd. Zwolle. Contributie van de Afdeeling „ 36.—
20. Spreekbeurt, te Ameide gehouden, waarbij voorging de oud-Pastor ds. Van der Snoek. De collecte bracht op „71.—
21. Ten slotte zond de Penningmeester van de afd. Kampen me voor het Studiefonds 19 gld. van de Zondagsschool op G.G.; ƒ 6.25 gecollecteerd op de jaarvergadering van de Zondagsschool; ƒ 1.— van een zuster, die wegens ziekte niet ter kerk gaan kan; ƒ 11.— by een spreekbeurt, waarbij ds. Cuperus van Mastenbroek voorging, en eindelijk nog 20 gld. uit het busje no. 125. Alles samen „ 57.25
Wanneer ik alles tezamen tel en me niet vergis, is het thans
f 347.75
Het stemt ons tot veel dank.Geve de Heere ons in deze dagen de leiding Zijns Geestes in het bizonder.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's