De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

DE OUDERVERKLARING GESCHRAPT.
Een der belangrijkste veranderingen, die de Lager-Onderwijswet 1920 zal ondergaan, zoo het wetsontwerp-Terpstra tot wijziging dier wet, tot wet wordt verheven, is het vervallen der bekende ouderverklaring.
Zooals bekend is, bepaalt de bestaande Lager-Onderwijswet in artikel 73, dat bij de aanvrage om voorziening in lokaliteit, d.i. bij de stichting van een bijzondere school, eene verklaring moet worden overgelegd, waaruit blijkt, dat de school zal worden bezocht door een zeker aantal kinderen. Dit aantal hangt af van het inwonertal der gemeente.
Naar gelang dit inwonertal blijft beneden 25.000, 50.000 of 100.000 of boven laatst genoemd getal stijgt, zal de school tenminste door 40, 60, 80 of 100 leerlingen moeten worden bezocht.
Deze voorwaarde heeft in den loop der jaren tot velerlei moeilijkheden aanleiding gegeven.
Zoo gebeurt het menigmaal, dat, wanneer de gemeenteraden op grond van verklaringen der ouders tot stichting der school medewerking moeten verleenen, omtrent de waarde dezer verklaringen geschil rijst.
Ook doen zich in de practijk allerlei omstandigheden voor, ten gevolge waarvan ouders aan hun voornemen, bij de verklaring afgelegd, geen uitvoering kunnen geven : kinderen kunnen overlijden ; gezinnen kunnen verhuizen ; ouders kunnen van inzicht veranderen; de opening van de school kan zoolang uitblijven, dat een andere school moet worden gezocht en dergelijke omstandigheden meer.
Al deze omstandigheden hebben een bron van moeilijkheden opgeleverd, die de Minister in overeenstemming met de Commissie-Rutgers thans heeft doen besluiten, om in het wetsontwerp tot wijziging van de Lager-Onderwijswet 1920 de bestaande bepaling van de ouderverklaring te schrappen.
Alhoewel de tegenstanders van de bijzondere school zich tegen deze schrapping verzetten, omdat zij daarin zien een bevoorrechting van het bijzonder onderwijs ten koste van het openbaar onderwijs, zoo kan toch feitelijk tegen de schrapping van de ouderverklaring geen bezwaar bestaan, omdat de Minister een andere voorwaarde, die ook moet worden nagekomen om de voor de stichting van een schoolgebouw benoodigde gelden te ontvangen, verzwaart.
Ingevolge hetzelfde. artikel 73 der Lager-Onderwijswet moet bij het stichten van een bijzondere school, de vereeniging of de instelling, van welke de school uitgaat, zich verbinden om, voordat met den bouw wordt aangevangen, als waarborgsom een bedrag, gelijkstaande met vijftien ten honderd van de stichtingskosten, in de gemeentekas te storten.
Deze waarborgsom van vijftien ten honderd wordt nu gebracht op dertig ten honderd voor scholen met minder dan 150 leerlingen.
De beteekenis dezer verhooging is ongetwijfeld eene verzwaring van den eisch, die in de tegenwoordige wet wordt gesteld bij de aanvrage om voorziening in localiteit.
Het zal zelfs te bezien zijn, of de verhooging van het te storten bedrag niet meerdere moeilijkheden bij de stichting vaneen school oplevert, dan op dit oogenblik bij het bestaan der ouderverklaring het geval is.
In ieder geval zal ook bij schrapping der ouderverklaring voldoende waarborg blijven bestaan, dat geen onnoodige scholen zullen worden aangevraagd.
En daarom is het met deze bepalingen in de wet toch te doen.
De voorstanders van het openbaar onderwijs kunnen gerust zijn.

IN DEN NAAM VAN GOD.
Ingevolge artikel 111 der Grondwet zendt de Koning zijne voorstellen, hetzij van wet, hetzij, andere, aan de Tweede Kamer bij eene schriftelijke boodschap, of door eene Commissie.
Gewoonlijk wordt de eerste weg gevolgd, die van het indienen van ontwerpen van wet bij schriftelijke boodschap.
't Slot van deze boodschap luidt steeds :
„En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming".
De herinnering aan Gods Naam in onze staatsstukken en het belijden van dien Naam in het publieke leven moet voor ons volk een eere zijn, die het voor geen prijs ooit zou mogen verzaken.
Onlangs lazen wij in de bladen, dat in het parlement van het Zwitsersche kanton Tessino besloten werd om den ouden aanhef : „In den Naam van God", waarmede alle officieele stukken beginnen, af te schaffen. Daartegen organiseerden onmiddellijk de Roomsch Katholieken een protestactie, hetgeen tot gevolg had dat de beslissing van het parlernent aan een volksreferendum werd onderworpen.
Het resultaat van de stemming was voor de Roomsch Katholieken een groot succes, want met 17058 stemmen tegen 7399 werd besloten om het oude christelijke gebruik te handhaven.
Wij hopen, dat hier te lande nimmer een dergelijke poging zal worden gedaan. Het verzet daartegen zou van Christelijke zijde algemeen zijn.
En de poging zou zeker weinig kans hebben om te slagen.
Het Nederlandsche volk is een Christelijke natie, die zijn karakter niet gemakkelijk zal verloochenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's