De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOEN GING HIJ STERVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOEN GING HIJ STERVEN

2 minuten leestijd

I.
Toen ging Hij sterven En zijn Heilandshart brak open in de overwinningskreet: „Het is volbracht!" —en mensch noch engel weet de bitterheid van Zijn doorleden smart.
„Vader, in Uwe handen beveel Ik mijnen geest" Toen steeg Zijn ziel, op eng'lenwiek gedragen, omhoog, in 's Vaders schoot. En 't hemelfeest, — zoo lang ontbeerd — verving Zijn angstig klagen.
En — op den heuvel namen vriendenhanden 't gehavend lichaam van het smadelijk kruis En vrouwen zagen 't aan, die bitter weenden.
Vervlogen hope klaagde droef : wij meenden Maar in die stonde kwam de Zoon weer thuis, waar goddelooze en vrome Hem van de aarde banden.

II.
O, Heilig wonder, dat Zijn liefde wrocht.... Nu breken de heem'len in een lichtvloed open ; en zal God Zijn verloren zonen doopen met vlammen heilig vuur. — En elk, die zocht met een waarachtig hart naar d' eeuw'ge waarheid, ' wordt nu geleid tot aller lichten Bron. Hem overstraalt alreê de zuiv're Zon, niet uit de neev'len voert tot gulden klaarheid.
Want 't Kruis, op aard geplant, heft zich naar Boven. En in Uw groot meedoogen breidt Ge Uw armen, om heel een kille wereld te verwarmen
Tot — van Uw heilig vuur geheel doorgloeid, weer d' aarde met den hemel samenvloeit, om eeuwig den Volzalige te loven.

III.
Nu breekt de breede Godsrivier zich baan, en laat zich door geen dammen meer betoomen. Want alle vloek hebt Gij op U genomen, en daarmee alle scheiding weggedaan.
Nu neemt God ons weer als Zijn kind'ren aan, en staam'len wij — verrukt — het Abba Vader. Nu liggen wij Gods liefdeharte nader, dan toen geen zonde ooit nog was gedaan. Want, eeuwig-onverbreek'lijk zijn de banden, waarmee we aan U, o Heil'ge, zijn verbonden :
Viel de eerste mensch door eigen gruwb're zonden, ons heil ligt vast in Uw doorboorde handen.
Neen, niets scheidt ons van Uwe liefde meer. O Zone Gods, al 't schepsel geve U eer !

Lunteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

TOEN GING HIJ STERVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's