GEESTELIJKE OPBOUW
Het spiritisme
HET SPIRITISME (18)
We denken hier ook aan de z. g. n. slapende juffrouw of somnambule. Dat vreemde woord somnambule (helaas ! in Nederland zóó populair, dat de eenvoudigste er van praat) beteekent letterlijk : „die in den slaap wandelt" (somnus = slaap; ambulare = wandelen) ; en er wordt dan mee aangeduid iemand, die onder invloed van den magnetiseur, dus in zekeren zin kunstmatig, in slaap wordt gebracht. Als dan het bewustzijn weg is, gehoorzaamt de in slaap gebrachte, zoo ver het maar mogelijk is, aan den wil van den magnetiseur en niet zelden laat een verborgen fijngevoeligheid zich dan gelden, waardoor de in slaap gebrachte een zekere helderziendheid krijgt en op allerlei vragen weet te antwoorden, aanwijzingen weet te doen, geheimen weet te openbaren, waartoe de somnambule in waaktoestand niet in staat is, maar wel, wanneer haar wil gebroken en gebonden en machteloos is gemaakt door den wil van den magnetiseur en haar waakbewustzijn kunstmatig op non-activiteit is gesteld.
Wat zij wakende niet weet en niet kan, dat weet zij en kan zij als zij kunstmatig gedwongen in slaaptoestand is gebracht.
Of neem den meer gewonen „slaapwandelaar", die wakende niet door een dakgoot kan loopen zonder duizelig te worden en naar beneden te storten, maar in z'n slaap steekt hij licht aan, loopt van een trap, klimt uit 't dakvenster, wandelt door de dakgoot en keert weer naar z'n bed terug en kruipt rustig onder de dekens.
De een gaat in z'n droom in bed verre reizen maken, de ander doet het droomend en slapend en wandelend, als de motorische zenuwen op buitengewone wijze in beweging worden gezet.
Goethe vertelt, dat hij enkele gedichten in z'n droom gemaakt heeft, La Fontaine heeft z'n fabel „Les deux Pigeons" gedroomd en de Deensche beeldhouwer Thorwaldsen vond in den droom het beeld van den noodenden Christus, dat hij daarna in waaktoestand in marmer heeft uitgewerkt.
Wat kan er, onder zekere omstandigheden, dus al niet uit de kelders van onzen geest, uit de verborgen diepten van ons innerlijk zijn, uit ons onderbewuste te voorschijn komen !
En nu geeft het medium zich voor de spiritistische affaire. En wat kan er dan niet uit den geest van den mensch te voorschijn komen. Jules B o i s zegt geestig : "De onvoorzichtigen, die zich tot de geesten begeven, verliezen hun eigen geest". En ia, wie aan Spiritisme doet, komt vaak van het eene tot het andere, en wie als medium zich geeft is niet zelden, eer hij of zij het weet, een gebroken geest. Hij loopt gevaar zijn gaven en krachten te verspelen in den dienst van 't geheimzinnige en verbodene. Aldoor groeit de lust, de hartstocht voor het occulte, het verborgene, het geheimzinnige, het griezelige. Het aantal krankzinnigen, door Spiritisme zoo geworden, is waarlijk niet gering.
„Helderziend" is het medium soms. Dan weer raakt het medium in trance en raakt min of meer in onbewusten toestand en gaat spreken in vreemde talen. Het medium wordt ook soms zóó door den „geest" in bezit genomen, dat hij optreedt en zich aanstelt als een bepaald persoon. Zoo kunnen de vormen verschillen, maar het medium is altijd het centraal-station bij al de spiritistische gebeurtenissen, waarbij dan door het medium invloed uitgaat op de aanwezigen.
En wie waarborgt dan, dat hetgeen het medium zegt en doet, van de geesten der afgestorvenen is ? Niemand ! Uit de kelders van het onderbewuste van het medium, die altijd onder buitengewone, abnormale, zenuwzieke omstandigheden verkeert, kan zooveel wonderlijks te voorschijn komen. En wij hebben zoo maar niet geloovig aan te nemen, wat een medium, die in vervoering geraakt is en in verrukking van zinnen verkeert, ons belieft te vertellen.
De groote fout is in elk geval hier : de mensch wil zelf een antwoord zoeken voor de verschillende vragen en dit leidt tot dwaling als 't gaat buiten Gods Woord om.
Dat was de ervaring van ds. Huët met het Spiritisme, en dat zegt ons ontzettend veel. De mensch wil een nieuwe religie zich maken en waar God ons een grooten Profeet in Christus heeft verwekt, naar Wien we zullen hooren en het profetische Woord onder ons is, dat zéér vast is, gaat de mensch in spiritistische séances tot de geesten der afgestorvenen !
Plomp weg schreef men mij, dat het onverantwoordelijk van een dominee is, niet te beseffen, dat de nieuwe tijd nieuwe vormen van den godsdienst noodig heeft. Eerst hebben we Mozes gehad en de Profeten, daarna is Jezus gekomen, en nu is het Spiritisme aan de orde. Ja, Jezus Zelf is er mee begonnen, schreef iemand mij. Hij was niet de mensch geworden Zoon van God, God uit God en Licht uit Licht, , die door Zijn goddelijke kracht wonderen verrichtte; maar Hij was een voortreffelijk medium, die met Mozes en Elia op een hoogte conferenties of séances hield, die geestesverschijningen kreeg uit den hemel, die allerlei geluiden hoorde van boven, die als een sterk magnetiseur wonderen verrichtte, kreupelen deed wandelen, blinden deed zien, zieken gezond maakte.
En Zijn verschijningen, na Zijn dood, waren niets anders dan manifestaties van den geest, in die wonderverfijnde gedaante van bovenaardsche stof, zooals de geesten in de sphitistische séances verschijnen, spreken, loopen, schrijven enz. De ziel op haar reis door een andere wereld, neemt zoo'n eigenaardige gestalte aan en openbaart zich bij tijden aan de levenden.
Het Pinksterfeest of Pinkster-wonder verklaart men dan als een machtige spiritistische séance, met onstuimig klopgeluid van geesten, onder openbaring van veel vuurvonken. En dat Saulus op den weg naar Damascus een gezicht ziet en een stem hoort, is wederom — zegt men — niets anders dan wat in de spiritistische séances plaats grijpt.
De discipelen — zegt men — zijn dan ook in den beginne spiritisten geweest. Maar langzamerhand is hun geloof verbasterd, verkoeld, versteend. Toen is men begonnen met allerlei dogma's (kerkelijke meeningen of leerstellingen) op te stellen en in plaats dat het „geest en leven" bleef, is het een verdorring in begrippen geworden. De Kerk is in een bevriezingsperiode gekomen. De grootste dwaling is toen geweest dat men de Godheid van Christus is gaan vaststellen, zegt men. Zoo werd Hij van Zijn eer als medium beroofd en een dogmatische figuur gemaakt. Menging toen de geesten als duivelen voorstellen en zóó is men er toe kekomen — in den intellectualistischen Weg - om de gemeenschapsoefening met de geesten als iets „duivelsch" zijnde, te gaan verbieden. Het verdorringsproces over de Kerk — zegt men — is toen voortgegaan. En wel zijn soms weer „geestelijke" menschen te voorschijn gekomen, maar de Kerk heeft ze als „geestdrijvers" altijd veroordeeld en altijd uitgeworpen. Totdat nu de moderne tijd weer aan den doodelijken greep van het grove „ongeloof" van de Kerk is ontkomen en zich nu sinds jaren, vrij en onbelemmerd, in de wegen van het Spiritisme beweegt, wat een veel hoogere openbaring schenkt dan het verouderde Christendom. Nu zijn weer nieuwe, geestelijke wegen voor den mensch ontsloten en te midden van een „wolk van getuigen" kan de mensch nu weer veel meer ontvangen*in den weg van het Spiritisme, dan in de Kerk met haar verouderde begrippen.
De goede geesten hebben zich over de menschen ontfermd, hebben zich tot de levenden gewend en zóó is de weg om gemeenschap te oefenen met de geesten van de afgestorvenen weer ontsloten, waarvan velen „heerlijk" genieten. En vele afgestorvenen hebben van de Overzijde al mededeeling gezonden, dat het hun van harte leed doet dat zij in de dagen van hun leven op aarde het Spiritisme hebben geloochend en genegeerd; want die gemeenschapsoefening van de levenden met de geesten der gestorvenen is toch zoo „heerlijk" en ook zoo tot nut!
„Een wolk van getuigen hebben wij rondom ons", schreef een juffrouw ons. De Bijbel is vol van spiritistische feiten. Denk maar aan Mozes op den berg, toen zijn aangezicht blonk en hij in verrukking van zinnen ons de tien geboden, door den Geest geschreven op twee steenen tafelen, bracht. Dat was diezelfde juffrouw, die ook het verhaal deed van dien brief van wijlen ds. Oberman, geschreven uit den hemel, aan een vrouwtje in Rotterdam !
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's