JEUGDIGE KRANKE
Auto's razen, langs de voorjaarswegen, Lentevoog'len kweelen zacht hun lied. En de milde lucht is vol van zegen : o Mijn hart, vergeet den Gever niet.
Boven welft een licht-bewolkte hemel, Teere goudschijn overglanst het al — Stil aanschouwend al dit blij gewemel, ligt de kranke, — die niet beet'ren zal
o Mijn Heiland, waar wij thans gedenken 't heerlijk feit van Uw verrijzenis, wil dat hart nu Uw genade schenken, goddelijk vergoedend haar gemis.
Treed nu zeeg'nend aan die stille sponde, dat ze in U haar zielsbevrijder vonde.
2e Paaschdag '32.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's