KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE NIEUWE LIDMATEN (2)
Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht, die kiest de weigebaande wegen".Het zal er nu om gaan, dat onze jonge lidmaten — waaronder ook ouderen wel zullen gevonden worden — in de wegen des Heeren wandelen en hun gangen richten naar Gods Woord, om Hem lief te hebben en Hem te volgen, Die een allesvervullend Borg en Middelaar wil zijn voor een arme zondaarsziel en Die Zich zoo gaarne geven wil aan Zijn gemeente, die naar Zijn Naam genoemd is en Zijn Naam wil belijden voor de menschen.Dat men toch getrouw bevonden mag worden aan de belijdenis des geloofs, welke nu is afgelegd. Dat men toch mag blijven bij de goede keuze, nu gedaan, om door Gods genade te volharden ten einde toe.Geen anderen Heiland zal men dan moeten volgen dan Hem, Die op aarde is gekomen om een Zaligmaker te zijn voor zondaren, om te verlossen. van het hoogste kwaad en te vervullen met het hoogste goed. Die geloovig in Zijn verlossingswerk mag rusten, neerzittend in de schaduw van het kruis van Golgotha, mag ervaren dat er nergens vrede en zaligheid is, die dat te boven gaat. En diezelfde Heiland, die Zijn leven wilde geven voor Zijn schapen, wil ook de goede Herder zijn, om de Zijnen in alles te verzorgen, naardat ze van noode hebben, waarbij Zijn liefde uitgaat tot de zwaksten, tot de kleinsten, tot degenen die het meest Zijn hulp en. bijstand behoeven, zoo goed als tot degenen, die reeds meer gevorderd zijn op den weg.Laat ons dan nooit vergeten, dat Hij zoo goed weet wat we van noode hebben in den strijd van het leven, zoo goed als straks bij het sterven. Hij is de verhoogde Heiland, Die, zittend aan de rechterhand des Vaders, bekleed met heerlijkheid en macht, door Zijnen Heiligen Geest, in ons, Zijne lidmaten de hemelsche gaven wil uitgieten en ons telkens wil vertroosten met Zijne woorden der liefde : „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zal ophouden". En hoe meer wij nu onze sterkte en steun, onze wijsheid en kracht bij Hem zoeken, des te meer zal het ons openbaar worden dat Zijn kracht in onze zwakheid wordt volbracht, dat Zijne genade ons genoeg is en dat de liefde Gods in onze harten uitgestort, een onuitputtelijke bron van blijdschap is.Het is een heerlijke gedachte, dat de Kerk, waartoe wij in onze jeugdjaren als belijdend lidmaat toetreden, ons gaarne op allerlei wijzen helpen wil en bijstaan.Als wij belijdenis des geloofs afleggen, doen wij dat niet om afzonderlijk en eenzaam op onszelf te blijven staan; maar dan hebben we er immers juist behoefte aan gehad om dat te doen samen met anderen ; en wel in het midden van de Kerk, begeerende met de gemeente des Heeren saam te leven, geloovende de gemeenschap der heiligen en wetend, dat de Kerk van God gegeven is als een Moeder der geloovigen. Als God onze Vader wil zijn, geeft Hij — naar het woord der Schrift — de Kerk ons tot Moeder.En zóó staan onze nieuwe lidmaten door en met hun geloofsbelijdenis, nu in volle rechten als lidmaat in het midden der Kerk, welke Kerk, naar Gods voorzienig bestel, voor ons de Nederlandsche Hervormde of Gereformeerd e Kerk is.Plechtig is beloofd om met allen, die den Christus der Schriften liefhebben en instemmen met de belijdenis, die naar .Gods Woord is, diè Kerk te helpen — waarbij wederkeerig die Kerk belooft degenen, die in haar midden wenschen te leven als belijdende lidmaten, in alles te zullen bijstaan, om in de belijdenis des geloofs gesterkt te worden en de vreugd van 's Heeren dienst te mogen smaken.Dat wil de Kerk doen door hare schatten te geven, welke zij van God ontving om uit te deelen, zijnde het Woord en de Sacramenten met de bediening van het Woord, de ontsluiting der Schriften, de prediking van het Evangelie der zaligheid, wil de Kerk al hare leden helpen. En hoe meer de jonge lidmaten er gebruik van maken, hoe liever het de Kerk is ! En immers, het betaamt een lidmaat der Kerk om getrouw Gods huis te bezoeken. De Heiland Zelf heeft ons in deze een voorbeeld gegeven, om in de Schriften onderwezen te worden en bij de Schriften te leven, waartoe het nederzitten onder de prediking zoo heerlijk kan medewerken ten goede. Hij, Die den opbouw van Zijn Kerk, de volmaking der heiligen beoogt, geeft ons daartoe de Kerk en roept en vermaant ons toch in deze niet te verachten, wat als middel ten goede ons geschonken wordt.Verzuimt daarom de onderlinge bijeenkomsten der Gemeente niet!Wie zal kunnen verhalen, hoe menigmaal en hoe heerlijk door de verkondiging van Gods Woord en de prediking van het Evangelie der verzoening, bij lied en gebed, een zegen bereid is aan jong en oud, in blijde en in droeve dagen, ja, voor leven en sterven beide ? De Heere geve daarom aan onze nieuwe lidmaten veel het lied der oudheid, dat nog geenszins verouderd is, in het hart: „Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot, O Heer, der legerscharen God ! Zijn mij Uw huis en tempelzangen ! Hoe branden mijn genegenheên Om 's Heeren voorhof in te treên ! Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen : Mijn hart roept uit tot God, die leeft En aan mijn ziel het leven geeft".(Psalm 84 vers 1). (Slot volgt)
OVER DE KERK.
Wat Calvijn er van zegt in De Institutie (2). De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn. Maar wij hebben naar het oordeel der liefde voor leden der Kerk, voor geloovigen te houden, die zuiver zijn in belijdenis, onberispelijk van wandel en door deelneming aan de Bondszegelen denzelfden God en Christus met ons belijden.Wat het lichaam der Kerk betreft, hebben wij de volgende duidelijke merkteekenen. 1. Waar Gods Woord recht gepredikt en gehoord wordt; en 2. Waar de Bondszegelen bediend worden naar de instelling van Christus ; daar is een Kerk van God.Alle bizondere Kerken, die naar den eisch van de menschelijke noodzakelijkheid alom in steden en dorpen opgericht zijn, bezitten met recht den naam en het gezag van Kerk. Elke Kerk, die aan bovengenoemde kenmerken beantwoordt, moet als Kerk erkend worden. En zóó behouden wij de éénheid der Algemeene of Katholieke Kerk, die de duivelsche geesten altijd getracht hebben te verscheuren. Eén Hoofd, één lichaam, met vele leden. Men kan geen twee of drie Kerken hebben, zonder dat Christus verscheurd wordt. De uitverkorenen Gods groeien tot één lichaam, onder één Hoofd, saam.Een Kerk met zulke merkteekenen te verachten of te verlaten is groote zonde. Zij is het lichaam van Christus, het huis Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid. (1 Tim. 3 vers 15). God is onze Huisvader en de Kerk is de bewaarster der waarheid. De Kerk heet de bruid van Christus, het lichaam van Christus, dé vervulling (volheid) van Christus. Efeze 1 vers 23 ; 5 vers 27).Afwijking van de Kerk is dus eene verloochening van God en Christus.De Satan stelt zich altijd tegen die merkteekenen der ware Kerk. Hij tracht óf ze wég te nemen, 6f hij doet ze gering achten. Door zijne listigheid is gedurende eenige eeuwen de zuivere verkondiging des Woords verdwenen en nu legt hij er zich met dezelfde boosheid op toe, om den dienst des Woords aan het wankelen te brengen. En toch heeft Christus den dienst zóó in de Kerk verordend, dat, wanneer hij weggenomen is, ook haar opbouw te niet gaat.Een Kerk, met deze merkteekenen voorzien, moet nooit verworpen worden. Laat ons gerust haar de eer toekennen, die aan Kerken verschuldigd is. Maar indien zij zich aan den anderen kant zonder Woord en Sacramenten aanbiedt, moeten wij ons voor dergelijke begoocheling even zorgvuldig wachten, als we in het andere geval lichtvaardigheid en hoovaardij moeten vermijden.Ook al is de Kerk overigens vol fouten, zoo mag zij niet verworpen worden, als zij de zuivere bediening des Woords en het zuivere gebruik in de bediening der Sacramenten heeft. Ja, zelfs zal er in de bediening van de leer of der Sacramenten eenige fout kunnen insluipen, zonder dat die ons van haar gemeenschap behoort te vervreemden. Want de hoofdstukken der ware leer zijn niet alle van één gehalte, dommige zijn zóó noodzakelijk om te weten, dat ze bij allen ontwijfelbaar vast moeten staan, als leerstukken, die den godsdienst eigen zijn. Als daar zijn dat er één God is, dat Christus God is en de Zoon Gods, dat onze zaligheid gelegen is in Gods barmhartigheid en dergelijke. Maar er zijn andere dingen, waarover verschil kan zijn. De Apostel zegt: „zoovelen als wij volmaakt zijn, laat ons hetzelfde gevoelen ; indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren". (Fil. 3 vers 15). Verschil van meening behoeft onder Christenen nog geen oorzaak van scheiding te zijn. Ook de allergeringste dwaling mag niet in bescherming genomen worden, maar we mogen niet lichtvaardig, om het een of ander klein verschil uit elkaar gaan.Wat de heiligheid des levens betreft, zullen we ook voorzichtig moeten zijn, dat we niet stellen alsof de geloovigen „heiligen in de lucht zijn". De Katharen en Donatisten hebben oudtijds in dwaasheid eischen van heiligheid des levens gesteld, die niet waarachtig zijn. Zoo ook de Wederdoopers. Zij oordeelen aanstonds, dat er geen Kerk is, waar geen volkomen zuiverheid en ongeschondenheid des levens is. Zij voeren aan, dat Christus' kerk heilig is. Maar opdat ze tegelijkertijd mogen begrijpen, dat de Kerk bestaat uit goeden en slechten dooreengemengd, zoo laat hen uit den mond van Christus de gelijkenis hooren, waarin de Kerk met een net vergeleken wordt (Matth. 13 vers 47), waarmee visschen van alle soort gevangen worden, die niet uitgezocht worden, vóórdat ze op het strand gelegd-zijn. Laat hen hooren, dat de Kerk gelijk is aan een akker, die, met goed graan bezaaid, door bedrog van den vijand met onkruid verontreinigd wordt, waarvan hij niet gereinigd wordt, vóórdat de oogst haar den dorschvloer gebracht is. (Matth. 13 vers 24). Laat hen eindelijk hooren, dat de Kerk is als een dorschvloer, waarop de tarwe zoo verzameld is, dat ze verborgen is onder het kaf, totdat ze, door wan en zeef gezuiverd, eindelijk in de schuur geborgen wordt. (Matth. 3 vers 12).Indien de Heere zegt, dat de Kerk tot den dag des oordeels toe aan dit kwaad zal lijden, dat ze bezwaard is met de vermenging der boozen, zullen ze tevergeefs een Kerk zoeken, die met geen enkele vlek bespat is.(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's