JONKER VAN STERRENBURG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
J. H. Kok te Kampen
Met een hart vol dank aan God en menschen wordt de dag besloten met het lezen van een gedeelte uit de Schrift.
Terwijl allen eerbiedig luisteren, begint Douwe :
Een psalm van David. Loof den Heere, mijne ziel ! en al wat binnen in mij is. Zijn heiligen naam. Loof den Heere, mijne ziel ! en vergeet geene van Zijne weldaden
En als straks de legerstede weer wordt opgezocht, om van de vermoeienissen uit te rusten, ruischt het nog na in beider hart:
Loof den Heere, mijne ziel !
HOOFDSTUK VI.
Het is kermis op het dorp. Ook in Kleiterp bestond dus nog, zooals in de meeste plaatsen, dit overblijfsel van middeleeuwsch genot. De schooljeugd, spoedig verblind door alles wat schittert en blinkt, had reeds dagen van te voren gesproken over de groote dingen die komen zouden. 't Waren meest oude bekenden, die alle jaren terugkwamen ; een paar oliekoekkramen, een speelgoedkraam, 'n nougatkraam, een paar geheimzinnige tentjes, waarin voor volwassenen iets bijzonders te zien was, dan nog een tent waar men in een paar minuten zijn portret kon laten maken, in het oog van vele dorpelingen zoo'n mirakel, dat zij het schier voor onmogelijk hielden. Voorts een tent, waar men den boel kort en klein kon slaan of scherpschutters hun talent mochten beproeven op een aantal lange pijpen, of op een nagemaakten beer, waarop een vreeselijk bombardement losbrak. Vervolgens de noodige koekblokken, waarbij tegelijk om een boterkoek kon worden gedobbeld onder de zeven of boven de zeven, en de bierkraampjes, waar je voor één enkelen cent een heel glas stroopwater met azijn gemengd kon koopen, om maar niet te spreken van nog tal van andere heerlijkheden. Het grootste vermaak voor oud en jong gaf natuurlijk de draaimolen met zijn verblindend licht, zijn schitterende versiering, zijn vroolijke muziek en zijn aantrekkelijke draaierij. Ook was er een schouwburg opgeslagen, om boeren, burgers en buitenlui het dramatisch leven van de ongelukkige Maria Antoinette zichtbaar voor oogen te stellen.
't Was voor de dorpsjeugd al feest als het eerste kermisschip, kenbaar aan de groote hoeveelheid planken, balken en palen op den bovenlast, de dorpsvaart opkwam. Gewoonlijk kon de schipper met zijn volk gerust bij het roer blijven en een pijp rooken, omdat er genoeg handen waren die vrijwillig de lijn aangrepen om het vaartuig op de plaats van bestemming te brengen, en als dan eindelijk de tijd daar was, dat de houten of linnen tenten mochten worden opgericht, waren het al wederom de dorpskinderen, die zonder loon van den morgen tot den avond sjouwden en draafden als ging het om hun leven, om zooveel mogelijk mede te helpen aan het doen verrijzen van al die vermakelijkheden, welke zooveel genot beloofden.
Toch nam niet geheel Kleiterp aan de kermisjool deel. Wie hieraan mee deden, waren verreweg de meesten van degenen, die niet gewoon waren Zondags op te gaan onder het gehoor van ds. Feurman en ds. Velthuis, die beiden niet nalieten in hun prediking te waarschuwen tegen de ijdelheid der wereld en inzonderheid de jeugd wezen op de gevaren, welke uit deze ongebondenheid voortvloeiden.
Ook op de Christelijke school werden de leerlingen bepaald bij het zondige van de kermispret en hun opmerkzaam gemaakt, dat de duivel daar feest vierde, wat evenwel niet wegnam, dat toch menigeen hunner na afloop der schooluren een kijkje nam of de verkregen centen van familieleden of kennissen gingen verdraaien of verdobbelen. Bij sommigen hunner ging 't wel wat met vreeze gepaard, in de eerste plaats met het oog op den duivel, met wien zij niet gaarne kennis maakten, en dan ook omdat zij niet gaarne hadden dat dominé of meester hen op dit verboden terrein zag, en omdat de kinderen van de Openbare school hen wel eens scholden dat zij fijnen waren en niet hoorden op de kermis. De verzoeking, om toch eens even te zien, was echter te groot; vooral wanneer 's avonds alles zoo schitterend verlicht was, die muziek zoo vroolijk speelde, en die heerlijke geur van de oliebollen over heel Kleiterp trok, als om de maag te prikkelen en de menschen tot eten uit te noodigen. De ouderen zochten hun vermaak bij iets anders ; 't zij bij het echte, Friesche kaatsspel, de meest geliefde sport in de Provincie, waarbij om hooge prijzen werd gespeeld, of bij de harddraverij, waaraan paarden, „van zessen klaar", deelnamen, of als de avond gevallen was, in den schouwburg of op de bovenzaal van „de Vergulde Hoorn", waar een specialiteitengezelschap optrad of een strijkje ten dans uitnoodigde.
Daarentegen belegden de Christelijken een anti-kermisvergadering, door de tegenstanders vaak de „fijne kermis" genoemd, waardoor getracht werd de jongelui buiten de verleiding der wereld te houden, en waar men ook den avond in onschuldig genot kon doorbrengen, zonder dat dit naberouw bracht. Zoo was het al jaren geweest, zoo is het ook nu.
Midden op het dorpsplein staat de draaimolen en daar om heen een aantal grootere en kleinere tenten. Op de speelplaats van de Openbare school is met goedvinden van het hoofd der gemeente een „theater" opgeslagen, waar reuzenvoorstellingen zullen gegeven worden als, volgens de aankondiging, nog nooit te Kleiterp werden vertoond. Eenige acrobaten, waaronder vooral de boeien-koning als een vermaardheid wordt aangeprezen, zullen voor „de Vergulde Hoorn" hun kunsten ten beste geven. Een paar woonwagens, ter elfder ure nog aangekomen, verbergen voor de nieuwsgierige blikken van de jeugd iets geheimzinnigs, maar dat zeker „heel mooi" zal zijn. Voorts leveren draaiorgels, harmonica's, violen, een groote en kleine trom, zelfs een enkele rommelpot en tamboerijn de veelsoortige muziek voor het straatconcert, terwijl een troepje hoornblazers, die 's avonds dienst hebben te doen in de groote tent op het schoolplein, overdag nog eenige centen zoeken , te verdienen met het spelen van eenige vroolijke wijsjes op de hoeken der straten of op de bruggen. Een jongen met een aap en een meisje met een marmotje in een sigarenkistje zoeken het medelijden van de kermisgasten op te wekken die, ditmaal ruim van hart, ook ruim van beurs schijnen te zijn. 't Is op sommige punten een oorverdoovend lawaai, want door al dat ongewone tumult, dat aan het anders zoo rustige Kleiterp een geheel ander aanzien geeft, schijnen ook de bewoners door een geest van luidruchtigheid te zijn aangegrepen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's