De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

De Bondsdag ligt al weer achter ons. Het is voor mij, en ik geloof voor velen met me, altijd een dag, waaraan aangename herinneringen zijn verbonden. Vrienden, die men anders haast nooit ontmoet, ziet men hier. Collega's, die o zoo moeilijk bij elkander zijn te krijgen, worden van uit de verte of nabij welkom geheeten. Besturen van Evangelisaties ziet ge in de weer om op de lijsten voor haar predikbeurten zooveel mogelijk handteekeningen te verzamelen. Uit alles krijgt men zoo den indruk : hier zijn we eens echt onder ons. Broeders onder de broederen, Een heerlijke gewaarwording. Iets waar men beslist niet buiten kan, voornamelijk thans niet, waar alles zoo echt uit elkander wordt getrokken. Trouwens de naam zegt het ook : Bond.
't Is niet voor den eersten keer, dat we dezen dag meemaakten. Wanneer ge dat 25 keer hebt gedaan, zijt ge in staat een zeker overzicht te krijgen over het geheel. Nu ligt het voor de hand, dat elke vergadering haar eigen licht-en schaduwzijden heeft. De moeilijkheden, die zich voordoen in elk menschenleven, vindt ge natuurlijk ook hier. en dan in niet mindere afmetingen. Doch in het algemeen kan worden getuigd, dat de genadige hulpe des hemels ons altijd wonderlijk is bijgebleven.
Hoe groeide onze Bond langzaam uit tot wat hij thans is geworden. Deze groei trad elk jaar in het licht. Niet alleen wat het aantal bezoekers betreft, maar nog sterker uit den opgewekten geest.
Zouden er thans geen schaduwen hangen over onze samenkomst ? 't Was nog maar een half jaar geleden dat we ook in-jaarvergadering samen waren. Het vorig jaar werd deze vanwege het 25-jarig herdenkingsfeest immers opgeschort. Zou er nu genoeg lust zijn om zich op te maken ? Toen we ter vergadering kwamen — in den regel is dit niet te vroeg — trof ons, hoe de groote zaal van het gebouw reeds bijna geheel was gevuld. En steeds kwamen er meer.
De voorzitter opende met gebed en zang, den Heere opdragende de belangen van onzen Bond, straks het woord gevende aan ds. Van Nie, van Hoogeveen. Hoe luisterden allen naar dat gedegen woord. Het zou me niet verwonderen of reeds onder 't uitspreken van deze rede is de gedachte gerezen : ik wil, wat hier wordt verhandeld, wel eens kalm lezen en herlezen.
'k Twijfel niet, of dat zal straks wel gebeuren ook. Zoo'n woord is waard overdacht te worden.
Nu, wat het verdere verloop van de vergadering betreft, hiervan kan worden gezegd : 't was alles in broederlijken geest. Prof. Visscher zat mede aan de bestuurstafel. Wij hopen, dat hij nog jaren zijn krachten mag geven aan de verdediging en verbreiding der aloude beproefde Waarheid, zooals zij in dezen lande door de Ge­ reformeerde Vaderen is beleden, 't Is geen klein voorrecht, dat wij onze jonge menschen, die zich mogen voorbereiden voor de alleszins gewichtige taak van Evangelieprediking, aan deze leiding mogen toevertrouwen. Zegene de Heere met Zijn genadigen bijstand onzen arbeid nog rijkelijk. Immers daarvan hangt alles af. Wij kunnen met nóg zooveel inspanning ons werk doen, de wegen naar onze gedachten juist afbakenen, en dat toch het resultaat nihil is.
Vandaar is het en blijft het gebiedende eisch de knieën te buigen, pleitende op Zijne beloften in Christus.
Als Penningmeester hebben we natuurlijk ook verslag gegeven van onzen arbeid. We mochten daarbij wijzen op Gods bizondere hulp. Wat we niet hadden durven denken, heeft Hij gedaan. De inkomsten namen bij ons niet, zooals van alle kanten wordt gehoord, noemenswaard af. Telkens stonden we beschaamd. ledere week was het weer hetzelfde : „hoe is 't mogelijk ! Waar komt het lederen keer weer vandaan ? " Wanneer we Gods hand er maar in mogen opmerken, anders kon het wel eens o zoo spoedig keeren. Er zijn vijandige machten te over, die niets liever zouden zien dan dat onze bronnen verstopt raakten en alzoo de rijen van onze aanstaande predikers werden gedund.
Naar den mensch gesproken, hangt er toch zooveel van af of onze arbeid zal kunnen doorgaan. Daarom mag ik niet nalaten bij ieder, die de Gereformeerde Waarheid liefheeft, aan te dringen : bidt voor ons, en houdt uw hand niet in.
Het allerkleinste wil de Heere zegenen.
Op de vergadering zelf heb ik onze zaak mogen uiteenzetten, wat de financiën betreft. Ik heb een enkele aanbeveling er aan toegevoegd, maar toch heb ik nog enkele dingen vergeten te zeggen. Eerst, dat ik van de verschillende afdeelingen, die me de ledenlijsten nog niet toezonden, deze gaarne zou ontvangen, liefst zoo spoedig mogelijk. Anders is mijn werk zoo zwaar. In deze uitwendige dingen moet óok zijn orde en regel. Dat wil de Heere. Wanneer ge mij wilt helpen, zal ik zorgen D.V., dat ge met de kwitanties der leden spoedig kunt uittrekken. Dit mag geen half jaar duren.
Ook had ik busjes meegebracht ter vergadering, in de hoop, deze allen te zullen plaatsen, 't Zijn kleine busjes, maar waar nog heel wat in kan. Waarvoor de inhoud dient, staat er buiten op geschreven. Natuurlijk voor het fonds, waaruit de jonge menschen studeeren. Van een enkele kreeg ik reeds een aanvraag. Zou het nu niet ineens kunnen worden afgedaan ? Telkens één maakt den arbeid moeilijk. Hoeveel mag ik zenden ?
Natuurlijk staan de jonge dominees, die indertijd zelf steun ontvingen, vóóraan.
Dan zijn er onderscheidene vereenigingen, die mede op dezelfde basis zijn opgetrokken. Ook deze worden verwacht. En eindelijk staat het ieder meelevend lid vrij zijn inzameling te beginnen. In mijn eigen gemeente heb ik het reeds ondervonden wat dit voor beteekenis kan hebben. Het is een voortdurende aanbeveling van onze zaak.
Nu, laat het voor dezen keer voldoende zijn. 'k Verwacht van onze menschen nog heel veel wenken. Al behooren we niet tot de jongere garde, toch willen we nog gaarne iets leeren. Onze zaak moet niet alleen blijven op dezelfde hoogte waarop zij staat, maar ze moet nog winnen. Dit kan met Gods hulpe gemakkelijk.
Mogen we thans met ons overzicht van deze week beginnen ?
Laat me aanvangen met wat
1. Collega Van Amstel van Groot-Ammers mij toezond uit Noordeloos. Als consulent had hij hier een Paaschcollecte mogen houden. Prachtig hoor. Beiden, gemeente èn voorganger, onzen hartelyken dank. De collecte bracht op ƒ34.45
2. Door ds. Heijer van Vlaardingen werd me toegezonden de helft van een gift „van een overleden vriend" voor het Studiefonds 't Is niet de eerste keer, dat zulk een gift ons gewerd. ƒ25.—
Zij stemt tot teederen dank.
3. Op den Bondsdag kwamen van verschillende zijden giften bij me in.
Vooreerst door ds. v. d. Wal van Wageningen een ouden gulden van een lezer van De Waarheidsvriend ƒ 1.— van D. N. uit IJsselmonde ƒ 3.— van Den Har tog uit Amstelveen ƒ 1.— Uit den kerkezak van Gouderak ƒ 1.— van N. N. ƒ 1.—
van Joh. Slagboom uit Maarssen 50 halve centen ƒ 0.25 door ds. Plantinga van Harmelen uit den collectezak van Zondag 10 April met bijschrift „uit dankbaarheid" voor het Studiefonds ƒ25.— Verder was er gecollecteerd op de vergadering zelf ƒ 78.— Alzoo tezamen alweer aardig over de honderd gulden. Is 't niet schitterend ?
4. Verder werd mij door ds. Koolhaas uit Charlois, eveneens op de vergadering, ter hand gesteld de som van ƒ 200.—
Wanneer men nu weet dat deze Paaschcollecte met circulaires verkregen, voor een groot deel bijeengebracht is door onze menschen, die over weinig geld en goed beschikken en dan in dezen tijd, zoo is een woord van warmen dank en groote erkentelijkheid geheel op zijn plaats. Wij danken èn ds. Koolhaas èn zijn gemeenteleden zeer van harte.
5. Uit Genemuiden zond me de jonge dominee, die pas uit Leerbroek naar deze gemeente is overgekomen, de collecte, gehouden bij zijn bevestiging en intrede aldaar. De collecte bedroeg, met bijvoeging van twee oude guldens, de reusachtige som van ƒ234.30
Is dit niet om iemand heelemaal stil te maken ? De broeder, met wien het vóór een paar weken nog correspondeerde en die alles zoo voorbeeldig geregeld had, heeft het niet mogen beleven. Hij verheugde zioh zoo bij het vooruitzicht straks weer een eigen prediker te mogen hebben. Hij schreef me : bij de intrede van ds. Bout hopen we de Paaschcollecte te houden.
Met een dankbaar hart wordt deze gift aanvaard, alleen, zij is met een rouwrand omtrokken.
Zou hier niet passen het woord : Gods doen is enkel majesteit. Wij wenschen Hem te zwijgen.
6. Door ds. Ottevanger van Kampen van N. N. voor het Studiefonds ƒ 2.50
7. Door ds. Heijer van Vlaardingen van N.N. voor het Studiefonds ƒ 10.— We merken zoo telkens, dat de vrienden in Vlaardingen het hun dominee niet gemakkelijk maken.
Nu, wat mij betreft, en ik denk omtrent hem niet anders : men maakt het hem niet spoedig te erg.
8. Uit Nieuwe Tonge zond ds. Dekker mij een collecte, waarbij voorging ds. v. d. Berg, van Amersfoort ƒ 25.32
9. De Paaschcollecte uit Benschop, opgezonden door ouderl. Haaksman ƒ25.—
10. De Paaschcollecte uit Ter Aa, welke ik zelf mocht ophalen, ƒ 25.— 11. De Paaschcollecte uit Hei-en Boeicop, opgezonden door diaken de Jong ƒ 10.—
12. De Paaschcollecte, ingezameld in Hazerswoude, bracht op ƒ 23.50
13. Uit het busje van de fam. D. te Utrecht kwam dezen keer ƒ 6.95 Is dat niet prachtig ? 't Is nog maar enkele weken geleden dat het geleegd werd.
Hierop zinspeelde ik bij mijn inleidend woord. Laat het veel navolging vinden. Alles opgeteld, komen we ook deze week tot de waarlijk niet kleine som van
f 732.27.
Wij zijn uitermate dankbaar voor wat we ontvingen. Evenwel wachten we nog op enkele toezendingen.
Ds. J. GOSLINGA. Utrecht.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Ant.a Heikoop, Oud-Alblas, zilverpapier en capsules;
2e. L. W. V. d. Ham, Utrecht, postzegels capsules, zilverpapier, benevens van haar vader en moeder elk ƒ 1.— er bijgevoegd.
3e. J. Mol, Vlissingen, postzegels, capsules en zilverpapier, verzameld door zijn zoontje.
Met vriendelijken dank en aanbeveling.

Mej. J. DEN HARTOG.

Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's