FINANCIËN
„Die wat spaart, die wat heeft", luidt zoo niet de spreekwijze ?
Zoo dachten onze voorvaderen omtrent de zaken van het dagelijksche leven. „Niet alles opmaken. Neen, iets overleggen voor den ouden dag, of den slechten tijd". Ziet hier uitdrukkingen, welke in onze kindsche jaren vaker dan eens werden beluisterd.
Ons volk stond er dan ook voor bekend als een spaarzaam volk.
In den loop der jaren, inzonderheid in de laatste, is hierin niet weinig veranderd. Door de steeds hoogere inkomsten, en de reuze-omzetten in zaken trad, in den eersten tijd nog schoorvoetend, doch straks met steeds grootere vaart, eene vrijgevigheid in, waarvan in vroegeren tijd niet werd gedroomd.
De ouderen stonden schudhoofdend toe te zien, mompelende voor zich heen: „of dit goed zal uitkomen, weet ik niet". „Begrijpen doe ik er niets van".
De jongeren lachten er om, zeggende : „gij waart veel te bang en te benauwd met alles. Ge moet het geld laten rollen. Wat meer er uitgegeven wordt, wat meer men kan verdienen. Let er eens op, of in onzen tijd niet betere zaken zullen worden gedaan dan in dien van voorheen."
Hoe aanstekelijk dit werkte weten we allen. Heel de wereld deed mee. In meerdere of mindere mate vertoont heel onze omgeving één beeld. De gewone spaarzaamheid heeft een geweldige deuk gekregen. Of onze tegenwoordige jeugd het nog zoo gemakkelijk zal leer en, als die van voorheen, is zeker een opene vraag. In ieder geval kan niet worden bestreden, dat wie den voor-oorlogschen tijd gekend hebben in deze een niet te miskennen voorrecht hebben gehad. Zij hebben gezien, hoe de ouden leefden zonder verkwisting en zonder dat zij onverantwoordelijke uitgaven zich getroostten. Ik voor mij heb er tenminste nog nooit spijt van gehad ouders te hebben gehad, die ook in het maatschappelijk leven als voorbeeld konden worden gesteld. Deze trek, in de jeugdjaren bijgebracht, raakt men nooit geheel kwijt. Bij alles wat ge doet staat het jeugdbeeld u toch nog altijd voor oogen.
Ik merk dit onder anderen ook telkens nog bij mij op bij het beredderen van de penningen van onzen Bond. Het gebeurt me haast elke week, dat ik bij het afsluiten van de rubriek „financiën" nog een of twee postjes achterhoudt voor de volgende week. Iets sparen. Het begin is er vast. 't Mocht eens niet willen vlotten. Wanneer er in de komende week eens niet al te veel inkwam, heb ik vast iets.
Zoo zijn de gedachtengangen dan. Nu eerlijk gezegd, liepen mijn overdenkingen verleden week ook in genoemde richting.
Toen ik de onderscheidene posten had opgeteld, dacht ik „dat is hoog genoeg". Over de duizend gulden, en dat bij de nalezing. Neen hoor, meer komt er voor dezen keer niet in de courant. Dan heb ik voor de komende week al vast een mooie beginpost.Ge moet weten, dat ik nu Zondag voor een week Collega Luteijn bevestigen mocht in de gemeente van Onstwedde.
Mocht, zeide ik, want aan deze gemeente gevoelde ik altijd nog eenige verplichting. Niet alleen, dat in vroegere jaren een tweetal verwanten hier op den kansel, en daaronder, het Woord met zegen hadden uitgedragen, doch ook de herinnering aan onzen ouden vriend ds. Weidner lag nog te versch in ons geheugen om deze gelegenheid niet ongebruikt te mogen laten voorbijgaan.
Deze gemeente staat sedert onheuglijke tijden bekend als waarheidlievend en hoogelijk waardeerend de prediking naar de Schriften. Ik verblijd er mij altijd in, als zulke gemeenten niet al te lang moeten wachten op een eigen Dienaar des Woords. De vacature was hier zelfs, naar het getuigenis van den Ring, opvallend kort geweest.
Nu, de indrukken van ouds werden op den intreedag nog eens weer opnieuw verlevendigd. Welk een opkomst en welk een luisterende schare. Heerlijk zoo 't nog eens te mogen meemaken, voornamelijk in zulk een streek. Want wie met deze provincie bekend is, zal het niet onbekend zijn, dat gemeenten waar naar de gereformeerde waarheid gevraagd wordt in de Hervormde Kerk, hier al zeer sporadisch gevonden worden. En welke de resultaten zijn van het prijs geven van deze waarheid, en het loslaten van de schare, merkt ge uit heel het maatschappelijk leven. Het communisme en het socialisme strijden op tal van plaatsen om den voorrang.
Arm volk, dat het Woord kwijt raakt. Hier blijft letterlijk niets overeind.
Zie, daarom gevoelen we ook zoo sterk de noodzaak om de kansels zoo spoedig mogelijk weer te voorzien van eigen dienaren.
Wij zijn met groot genoegen weer een oogenblik in het midden der broeders geweest. En waarvoor ik hun bizonder dank weet, is de prachtige collect, die ik vandaar mocht meenemen.
Och, dit zit eigenlijk aan elkander vast. Van uit zulke gemeenten moet ik mijn inkomsten betrekken.
De ethischen en confessioneelen hebben hun eigen adressen. Onze menschen leven met ons mee.
Hoe drukkend de tijden ook zijn, toch wordt de post financiën van den Gereformeerden Bond niet vergeten. Het spreekt dat met Pinksteren onze rubriek niet veel inkomsten heeft, dan is de Gereformeerde Zending aan de beurt.
Nu, ik twijfel niet of ook hiervoor klopt het hart onzer menschen niet minder warm.
Wij willen thans een overzicht geven.
1. De collecte uit Onstwedde, gehouden bij de bevestiging en de intrede van ds. Luteijn, overgekomen van uit Huizen, bedroeg ƒ 126.14
2. Door ds. Westra Hoekzema van Mijnsheerenland, gecollecteerd op Hemelvaartsdag ƒ 1.—
3. Door ds. V. Mastrigt, van Harderwijk, uit het Kerkeraadsfonds voor 't Studiefonds van den Gereformeerden Bond ƒ 50.—
4. Eveneens door ds. v. Mastrigt, ook voor 't Studiefonds, als gevonden in zijn brievenbus ƒ 10.—
Wij zijn verheugd met deze beide giften.
5. Uit den collectezak van de Jacobikerk alhier, van N. N. ƒ 2.50
6. Door ds. Koolhaas, van Charlois, van N. ƒ 0.50
7. Door J. V. Pijlen te Hazerswoude, van den heer D. voor 't Studiefonds ƒ 1.—
8. Door den heer J. A. Verheijen te 's-Grevelduin-Capelle, voor het Studiefonds en Evangelisatie-Commissie ƒ 2.50
9. Door ds. Pott te Kralingen, van N. N-, door Dick P. ƒ l._
10. Door ds. van Dorp, te 's-Hage, voor de fondsen : ƒ1.— van N. N., ƒ 1.— van N. N., ƒ 1.— zonder letter, voor genoten zegeningen, ƒ1.— van mej. P., ƒ2.50 van mej. T. Totaal ƒ 6.50
11. Van iemand, die zich teekent „op en neer", ontving ik aan postzegels en 1 briefkaart ƒ 1.70
Ik versta u. In de diepte ontvangt men vaak meer dan in de hoogte. Kijk maar eens naar den dauw en den regen. Van de hoogten loopt het af. Wij danken u zeer.
12. Door ds. van Hof te Delfshaven, van mej. A. voor 't Studiefonds ƒ 1.—
13. Nogmaals een gift van ds. Koolhaas te Charlois, n.l. van mej. J. H. ƒ1.— en van den heer H. ƒ0.50, samen ƒ 1.50
Deze stroom staat niet spoedig stil. Wil den dank overbrengen.
14. Door ds. v. d. Zee van Vaassen, een dankoffer van een verblijd gezin ƒ 1.—
Hierbij zal ik het laten voor dezen keer.
Wel heb ik nog een toezegging van uit Feijenoord, doch gedachtig aan wat ik gezegd heb, aangaande mijn gevoeligheid om niets in het zicht te hebben, wil ik met grooten dank aan den Heere besluiten, die voor onze zaak zoo heerlijk zorgt.
Tezamen geteld hadden we thans te verantwoorden de som van
f 206.34.
Utrecht.
J. GOSLINGA
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's