De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Dat het met de kennis der waarheid, de allereenvoudigste kennis, in groote stukken van ons vaderland allerdroevigst gesteld is, kan voor weinigen een geheim zijn gebleven. Wanneer eens een ernstig onderzoek werd ingesteld, zou nog menigeen schrikken. Al is dit nu de nuchtere werkelijkheid, toch doet het altijd pijnlijk aan het te ervaren.
Wat me vóór enkele dagen door een onderwijzer aan een onzer Christelijke onderwijsinrichtingen werd medegedeeld, is wel teekenend.
Een der bestuursleden van een schoolvereeniging wordt opgebeld. Wat we hier als voor onze oogen zien gebeuren, had niet plaats in een afgelegen oord van de wereld, waar men nauwelijks weet wat een telephoon is, neen, wij bevinden ons thans in een der deftige huizen van het centrum van het land.
De telephoon is nauwelijks overgegaan of Mevrouw geeft antwoord.
Het blijkt, dat wie opgebeld heeft, ook een Mevrouw is.
Tusschen deze twee Dames ontwikkelt zich het volgende vraaggesprek :
„Neemt u me niet kwalijk, mevrouw, dat ik u een oogenblik lastig val. Zooals u misschien weet, gaat mijn kind op die en die school. En nu zag ik onder de bestuursleden van deze inrichting ook uw naam. Zoudt u mij ook kunnen inlichten omtrent een enkel ding.
De kinderen leeren er alleraardigst. Zoo worden er ook heel aardige versjes geleerd. Alleen : ik heb er nooit van gehoord, 'k Zou zoo graag eens willen weten of deze ook ergens in een verzameling van liederen voorkomen. Dan kon ik ze zelve ook eens inzien".
Luidde zoo de vraag ter inleiding, let nu op het antwoord.
„Kunt u me dan ook zeggen hoe dat vers, wat u zoo opviel, begint ? Als u den beginregel maar noemt, zou ik u waarschijnlijk wel verder kunnen helpen".
Weer volgt het antwoord.
„Wacht u een moment. Ik heb het zoo. Juist, nu weet ik 't weer: „Heer, ai maak mij Uwe wegen". Zóó was het. Zoo was de eerste regel.
Of er ook van eenige verbazing — om geen ander woord te kiezen — heeft doorgeklonken in de stem, toen het antwoord gegeven werd aan de vraagster, weet ik niet. Toch zou het niet te verwonderen zijn geweest.
„Mevrouw" — zoo luidde het antwoord — „dat is een Psalmregel, een regel van Psalm 25".
„Is er ook mogelijkheid dat ik zoo'n boekje krijg, waar ze in staan ? Zijn deze werkelijk in den handel ? "
Wij laten het hierbij.
Is dat niet droevig ? Van een Psalmbundel heeft men nooit gehoord. Men weet niet eens dat deze bestaat. Heele kringen van ons volk zijn er voor gesloten. Hoog en laag zijn in dezen weinig van elkander onderscheiden. Zij wedijveren met elkander in onkunde.
Nu is het gevaar lang niet denkbeeldig, dat een zeker gevoel van hooghartig op zulke menschen neerzien, in ons hart opkomt. Dat zou droevig zijn en geenszins de vrucht, welke de Heere zoeken zal. De Farizeër keek ook uit de hoogte neer op de schare, die de Wet niet kende. Zij wisten het, en zij volbrachten, in eigen oog tenminste, haar zonder mankeeren. Ach, die aan de hand van Gods Woord en Geest leerde leven, kent niet alleen van Psalm 25 vers 2 den eersten regel, maar óok wat er volgt: Heere, Uwe wegen ken ik niet, dan door gedurig onderwijs van Uw Woord en Geest.
Welke schatten in het Woord des Heeren liggen opgesloten in het algemeen, en in den heerlijken Psalmbundel in het bijzonder, weet ieder, die een hart kreeg om op te merken, 't Is een verborgen schat en het zijn verborgen wegen, 't Kan dan ook moeilijk met juister bewoordingen worden weergegeven dan in dienzelfden Psalm :
Gods verborgen omgang vinden
Zielen, daar Zijn vrees in woont.
't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden,
Naar Zijn vreêverbond getoond.
't Is Gods werk alleen. Hij toont het. Hij laat het zien. Hij brengt alles mee, wat de ziel rustig stemt, 't Wordt een geheim, als tusschen twee elkander minnenden. Het mijne wordt het Zijne en het Zijne 't mijne.
Zie, dat is zaligheid.
Ik ben mijn schuld kwijt; mijn zonde en overtreding is toegedekt. Christus werd mijn alles-betalende Borg. En niet alleen dat Hij alles betaald heeft, maar Hij geeft uit de volheid Zijner schatten mij naar Ik behoef. Ik heb alles en toch niets. Het blijft het Zijne. Ziet hier het geheim.... dat aan Zijn vrinden geleerd wordt, dagelijks opnieuw.
En waar het zoo gelegen is, dat niemand het kent uit zichzelf, wordt alle hooggevoelendheid gebooden. Wat de Heere mij leeren wil, dat kan Hij aan anderen ook leeren. Ik was toch ook niets bevattelijker dan een ander, doch Zijne opzoekende liefde was de bewerker van dit alles. En ziet, daartoe gebruikt Hij nu menschenkinderen. Waar 't Woord des Heeren gezaaid wordt, mag ook worden gewacht op wasdom.
Als dit nu door ons maar recht verstaan wordt, wordt een heilig meewaren wakker geroepen met menschen, die daarvan nooit gehoord hebben. Onkunde, zooals we zooeven aantroffen, treffen we in onzen tijd haast overal. Er worden geslachten geboren en geslachten gaan heen, die van de allereenvoudigste waarheden van het Christendom nooit iets beluisteren. Men spreekt daarom — en oogenschijnlijk terecht — van een modern heidendom.
Zij staan bij vele heidenen nog ten achter. Dezen houden tenminste nog rekening met 'n onzienlijke wereld, doch genen leven te midden van een wereld, waar het Woord des Heeren nog verkondigd wordt, alsof er van dit alles nooit iets had bestaan.
Van God en Christus weet men niets meer af. Brenge het ons op de rechte plaats en legge het ons deze vraag voor : wat kan onder Godes gunste door onze hand worden gedaan ? Stoote de Heere Zelf dienstknechten uit om in biddend opzien in Zijn wijngaard te arbeiden.
De nood is grooter dan ooit. Make Hij ons maar gewillig. Gode zij dank, dat veler oogen hiervoor meer en meer ontsloten worden. Zoo mogen wij in dit licht ook de gaven bezien, welke bij ons inkomen.
Mag ik nu mijn lijstje u voorleggen ?
1. Uit Feijenoord kwam de Paaschcollecte, bijeengebracht door de afdeeling aldaar, by mij binnen. Hieronder bevond zich ook ƒ 5.— van de Meisjesvereeniging.
De Penningmeester merkte op, dat dit bedrag niet onbelangrijk was, gezien de tijdsomstandigheden.
'k Zou er wel een ander woord voor kiezen, 't Is een blijk van warm meeleven, zooals wij van Feijenoord gewoon zijn. Wij danken de vrienden recht hartelijk voor alles. De collecte bedroeg niet minder dan ƒ 81.
2. Vanuit Hillegersberg gewerd mij nog een nagift op de Paaschcollecte van ƒ 5.—
3. Van den heer M. Kommers te Gortel kwam in ƒ 2.50
4. Door ds. Ottevanger te Kampen gedeelte van een dankoffer van een • echtpaar voor het Studiefonds ƒ5.—
5. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal uit zijn brievenbus „uit dankbaarheid voor des Heeren bijstand in grooten nood" voor den Gereform. Bond ƒ12.50
6. Uit den collectezak onder letters B. G. ƒ0.25, en uit de Vredeskerk voor den Gereform. Bond ƒ 5.—; samen ƒ 5.25
7. Door den heer Lekkerkerker van Rotterdam werd me toegezonden als nagiften op de Paaschcollecte ƒ 7.25
8. Door ds. Koldewijn te Hattem uit den collectezak op Pinksteren ƒ 1.—
9. Door den heer J. de Knijff te Hoorn, bij Alphen a.d. Rijn, van een dankbaar echtpaar uit Alphen, voor het Studiefonds ƒ 5.—
10. In Maarssen zamelden in : mej. Van Rooijen 50 halve centen en Joh. Slagboom 25 halve centen, samen ƒ 0.37
11. Gevonden in de brievenbus van ds. de Looze te Renswoude voor het Studiefonds van den Geref. Bond ƒ 10.—
12. Door ds. Wesseldijk te Den Ham van N.N., uit dankbaarheid voor het bedanken voor het beroep, voor het Studiefonds ƒ 2.50
13. Door ds. de Geus te De Bilt van N.N. voor het Studiefonds, zijnde één derde van een door hem ontvangen gift „uit dankbaarheid voor genoten zegeningen", ƒ 5.—
14. Door ds. Van Willigen te Rijssen uit den collectezak voor de fondsen ƒ 1.—
15. Door den hr. M. Wiersma, Penningmeester van de kerkvoogdij van Driesum ƒ 22.50
Wij zijn dankbaar voor deze gift uit het Noorden en spreken de hoop uit, dat dit voorbeeld door meerderen zal worden gevolgd.
16. Door ds. Van der Wal van Wageningen uit den collectezak op Hemelvaartsdag voor het Studiefonds ƒ 1.—
17. Tenslotte nog een prachtcollecte, uit Hazerswoude. Dit is maar niet een woord om een vriendelijkheid te zeggen, doch in werkelijkheid gemeend. Wanneer zoo vlak na Pinksteren, waarop voor den Geref. Zendingsbond werd gecollecteerd, zooals vanzelf spreekt, een som van over de honderdzestig gulden wordt te zaam gebracht voor onze fondsen, dan vinden we zoo iets kostelijk. Wij danken de vrienden en ook ds. Van der Zee, uit Vaassen, voor alles wat zij in dezen gedaan hebben. Ruste Gods zegen daarop rijkelijk.
De collecte bracht op ƒ 160.64
Tezaam geteld hebben we deze week ontvangen
f 327.51
Wij hadden op zooveel niet durven hopen, 't Klimt al weer uit boven onze verwachtingen.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : Ie. Dames van Munster, Leerdam, postz., caps., zilverpapier, koper.
2e. Jlb. Bot, Feijenoord, een doos, waarin zich bevond : 200 halve centen, zilverpapier en capsules van de kinderen de Zeeuw; een groote partij capsules van de fam. v. Tuil; een partij postzegels van mej. Huizers ; zilverpapier en koper van Jan Kranenburg ; zilverpapier en postzegels van Henny van Walsum, A. Riksman, B. Prins en fam. Bouman.
Hartelijk dank voor deze flinke zending. Vooral die mooie partij zegels is mij zeer welkom, daar die nog de meeste waarde hebben op het oogenblik.
Met vriendelijke groeten en aanbeveling.

Mejuffr. J. DEN HARTOG.

Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's