MEDITATIE
Want wij weten, dat zoo ons aardsche huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebtoen, een huis, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. 2 Corinthe 5 vers 1.
BUJMOEDIGE GEDACHTEN AAN DEN DOOD.
De wereldsche mensch wordt niet gaarne bepaald bij zijn sterven. De gedachte aan den dood wekt bij hem een ware droefgeestigheid op. Immers zal hij dan al zijn lieve schatten moeten loslaten ; hij zal losgescheurd worden van zijn dierbaren en hij siddert heimelijk toij de gedachte aan de duistere eeuwige toekomst. Verre van liefelijk zijn de gedachten aan den gevreesden dood voor den natuurlijken mensch, want hij wil leven, al is het onder nog zoo vele kruisen. Voor den dood is er een heimelijke huivering.
De apostel Paulus evenwel schuwt de gedachte aan zijn dood niet. Verre daarvan. De dood, die anders zoo gevreesde vijand, is voor hem geen koning der verschrikking meer, doch een welkome bode des vredes en geleider naar zaliger gewesten. Daarom ook kan hij met blijmoedigheid aan het oogenblik van zijn sterven denken en verklaren, dat hij wel wenschte ontbonden te wezen en met Christus te zijn. Na dit leven in allerlei verdrukking wacht hèm aan de andere zijde van het graf een kroon der eere en een leven in heerlijkheid. Is het wonder, dat Paulus den dood niet alleen in het aangezicht durft zien, maar zelfs welkom is ? Hij is geheel vertrouwd geworden met den dood. Hij weet, dat zyn uitwendige mensch verdorven wordt. Hij ziet er zijn lichaam eens op aan. Het is een aardsch huis, een broze leemen hut, een tent, die ieder oogenblik uiteengenomen en opgebroken kan worden. Ja, tentbewoners zijn wü, die hier slechts een kort en vluchtig verblijf hebben. Het is hier voor ons geen blijvende stad. O, laat ons daarom onze pinnen niet te vast slaan. Vergeten we niet, dat elk oogenblik tot ons het Godsbevel kan klinken : „Bereidt uw huis, want gij zult sterven". De heidenen reeds hebben steeds vermaand om verliesbaar goed en de wereld over het geheel slechts matig te winnen. Hoeveel te meer moeten wij dan luisteren naar den Mond der waarheid, die gezegd heeft : „Vergader u geen schatten op de aarde". Laat ons acht geven op des apostels woord, dat zoo dringend vermaant om niet te zoeken de dingen die beneden zijn, maar die boven zijn.
Om een tent te vernietigen, zijn geen zware stormen of ruw geweld noodig. Een lichte rukwind en vernield is de licht opgeslagen tent. Er is ook niet veel noodig om onze leemen hut te verbreken en inéén te doen storten. Een aanvankelijk onschuldig schijnende gevatte koude, één booze giftige ziektekiem, één misstap, één oogenblik van onnadenkendheid, en ons aardsche huis dezes tabernakels wordt gebroken.
Rekent gij wel in uw zieleleven met deze broosheid en vergankelijkheid van het tijdelijke leven ? En heeft u dat ge tor acht tot de bede van den psalmist om een wijs hart, om onze dagen te leeren tellen ? Wij vliegen daarheen en onze jaren zijn als een gedachte. Zeventig of tachtig jaren een gedachte, meer niet. Eerder dan wij gedacht hebben, klinkt tot ons het onverbiddellijke : Keert weder tot verbrijzeling. Gij jongen en krachtigen, weet en toedenkt, dat de sterkste mensch enkel ijdelheid is. En hoeveel bloemen worden in de lentestormen gebroken in den knop ? Bedenk, o broze mensch, dat gij slechts een ééndagsvlinder zijt, die door een zomerregenbui kan neergeworpen worden. Leer met Paulus gedrongen door de broosheid des levens, u voorbereiden voor de reis naar de eeuwigheid. Zoek met hartelijke verootmoediging over uw zonde de verzoening en den vrede by den eenigen en volkomen Zaligmaker. Hy heelt gebrokenen van harte, die in hun zonden en ellenden naar Hem zich ter genezing wenden.
Nu kan Paulus niet bepaald worden by de broosheid van zyn leemen hut, of tegelykertijd wordt zyn geest voortgeleid naar het gebouw, dat hy van God ontvangen zal, dat huis, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Dit is het bly vooruitzicht dat hem streelt by zyn doodsgedachten. Hy leeft met de zalige en zekere wetenschap — zooals de kantteekenaren zoo treffend opmerken — dat niet alleen zyn ziel met de hemelsche heerlykheid versierd en als bekleed zal worden, zoo haast zy dezen tabernakel aflegt, maar ook het lichaam daarmee zal bekleed worden als het uit de dooden zal opgewekt zyn. Hy verblydt zich in het aangezicht van den anders zoo gevreesden dood en het nare donkere graf, over de zalige opstanding uit den dood en het eeuwig leven der hemelvreugde.
Nu is zyn woning een aardsche huis en bygevolg broos en vergankelijk. Hier is hy aan allerlei ellendigheid onderworpen. Doch hem wacht een gebouw van God, even onbewogen als de almachtige God zelf, een eeuwige, heerlyke hemel woning. Verlustigen mag Paulus zich over den ingang en zyn eeuwig wonen in het nieuwe Jeruzalem, welks kunstenaar en bouwmeester God Zelf is. Droomen mag Gods kind in zalig overpeinzen over die heerlyke stad, die geen zon noch maan behoeft, omdat de Heerlykheld des Heeren haar verlicht, en ook alle gezaligden met die Heerlykheld gelyk als een kleed zullen overdekt worden.
Wie deze hoop der toekomstige heerlykheld voeden mag, omdat hy vergeving van zonden ontvangen heeft en verzoend is met God, kan triumfeerend juichen : Word maar gebroken, o broze huis myns lichaams. Geen nood. Ik heb een gebouw van God, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Hoe meer het lichaam gesloopt wordt, hoe dichter ik nader tot 't huis van myn Vader en hoe meerder ik hyg.
Voor Paulus is de bitterheid des doods geweken, want hy ziet over de donkere dalen van den dood heen naar de heerlyke, lichtende stad der eeuwige zaligheid. Daarom jaagt de dood hem geen angst meer aan.
En die toekomstige heerlykheld is voor Paulus geen zaak van flauwe hoop. Neen, hy spreekt uit de volle zekerheid des geloofs. „wy weten", zoo betuigt hy. Van dat onzienlyke gebouw van God in de hemelen is hy even zeker als van de dingen, die hier gezien kunnen worden. Hy weet, dat de erfenis daarboven voor hem bewaard wordt. Het is nu nog slechts wachten, totdat het God belieft om zyn kind van zyn aardschen post op te roepen en het zalig bezit van dat groote goed zal geven.
Het verwondert ons niet, dat de apostel by zulk een heerlyk vooruitzicht verlangt met de woonstede, die in den hemel is, overkleed te worden en behagen heeft om by den Heere in te wonen.
En deze zekerheid des geloofs en dit bly de vooruitzicht alleen geven de kracht om den anders zoo gevreesden dood onder de oogen te zien. Kunt gy Paulus' roemtaal overnemen en tot de uwe maken ? Dat is slechts mogelyk, zoo gy Christus kent, die de deur is tot den Vader en het Vaderhuis. Wij kunnen van onszelf in dat rijk der heerlijkheid niet komen, aangezien wij diep bedorven zijn door het kwaad der zonde, en daarboven zal niet inkomen, dat onrein is. Noodig is ons, dat wij gewasschen worden in het bloed van Christus, dat reinigt van alle zonde.
O, zondaren, vlucht met uw zondeschuld in hartelijke verootmoediging naar dien eenigen en volkomen Zaligmaker. Twijfel niet, o bekommerden vanwege uwe zonde, of er is bij den Heere gewilligheid om te behouden en te zaligen. Leef niet alsof gij hier een blijvende stad hebt. Spoedig kan het eind uwer levensreis bereikt zijn. Waar zult gij u bergen, als gij niet schuilen moogt in den rotssteen, welke is Christus Jezus ? Vlied den toekomenden toorn. Dat uw vreeze niet te laat kome.
Sommigen zullen misschien zich vleien met de hoop op de hemelsche heerlijkheid, evenwel zonder ooit in berouw en schuldverslagenheid over hun zonde de verzoening gezocht en gevonden te hebben in Christus' borgtochtelijk werk. Laat niemand zich met ijdele hoop bedriegen. In Christus alleen is de deur te vinden.
Wie met Paulus jubelen mag „ik weet", verblijde zich in de hoop der voorgestelde heerlijkheid. Wordt eens uw aardsche huis dezes tabernakels gebroken, dan zal ook dezelfde Geest, die Christus uit de dooden heeft opgewekt, uw sterfelijke lichamen levend maken en God zal u opnemen in Zijne heerlijkheid.
O.
A. L.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's