VRAGENBUS
Vraag: Blijkt uit de gelijkenis van den verloren zoon niet, dat God den zondaar vergeeft zonder Middelaar en dus „zoo maar" na betoond berouw, zoodat er ook een Evangelie moet verkondigd worden zonder te spreken van „het bloed van Christus" ?
Antwoord : Schrift moet met Schrift worden vergeleken.Men mag zóó maar niet een woord uit de Schrift nemen om daar een bepaalde leer uit saam te stellen. We moeten hebben de doorgaande leering en voorstelling van de Schrift en maar niet een uit z'n verband gerukten tekst. Dan is er in de gelijkenis van den verloren zoon zeer zeker sprake van die kostelijke waarheid „dat er bij God vergeving is" voor den zondaar, die berouwvol tot Hem vlucht. „Want bij Hem is vergeving altijd geweest". Die heerlijke waarheid wordt hier heerlijk uitgebeeld in de gelijkenis. Ook voor den grootsten zondaar is vergeving. Er is blijdschap in den hemel over één zondaar die zich bekeert. Het verloren schaap weergekeerd tot den stal!
Maar zegt de Schrift niet overal, dat God in Christus de zonden vergeeft ? „En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zoude wegnemen" (1 Joh. 3:5).
„Ik geloof de vergeving der zonden", dat is voor een christen : „ik geloof, dat God alzóó lief de wereld gehad heeft, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
De vergeving der zonden is eenvoudig niet te denken zonder Christus.
„Ik geloof de vergeving der zonden", dat is voor een christen : „ik geloof, dat God in Christus was de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende".
„Ik geloof de vergeving der zonden", dat is voor een christen : „ik geloof, dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ons reinigt van alle zonde".
Tusschen al de woorden Gods bestaat geen tegenspraak of strijdigheid, maar een heerlijk verband van éénheid en samenvoeging.
Daarom zegt Johannes ook : „indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid".
In de vergeving van de zonden komt Gods trouw uit. Welke trouw? Immers, dat God getrouw is, onwankelbaar vasthoudt aan Zijn genade-wil om zondaren zalig te maken, om goddeloozen te maken tot Zijn kinderen, in Christus Jezus. Aan dat voornemen, om in Hem, dat is : in Christus, goddeloozen te rechtvaardigen om niet — houdt de Heere Zich als de Getrouwe. Daarin wankelt, daarin verandert Hij niet. En Hij is rechtvaardig, om aan zondaren, die met een verbroken hart en verslagen geest komen, te geven in Christus wat recht is, en wel: de verzoening, door Christus aangebracht, hun tot gerechtigheid. Dat rekent de Heere aan goddeloozen rechtvaardig toe en zoo krijgen zij, door 's Heeren rechtvaardigheid, Christus' verzoenend bloed en Christus' alles bedekkende gerechtigheid, hun tot een deel des rechts geschonken. Hun zonden komen op Christus en Christus' gerechtigheid komt over hen : Zijn bloed reinigt van alle zonden.
De heerlijke waarheid van de gelijkenis van den verloren zoon is dus : er is vergeving bij den Heere, ook voor den grootste der zondaren, die zich tot God leert bekeeren en tot Hem vlucht.
En die vergeving, die verzoening, is door Gods genade in Jezus Christus op 't heerlijkst geopenbaard, waarbij de Heere getrouw en rechtvaardig is. (1 Joh. 1 vers 9).
Laten we daarom het heerlijk Evangelie door onze spitsvondigheden niet ontwrichten en verknoeien. Alléén in hartgrondig zondebewustzijn en oprechte schuldbelijdenis ligt de opening, om door Christus met God verzoend, Gods kind genaamd te worden.
Wie het anders leert, maakt God tot een leugenaar ; en Zijn Woord is niet in ons. (1 Joh. 1 vers 10).
In Christus zoekt de Vader een zondig volk. In Christus staat Hij op den uitkijk en zegt: „Keert weder, gij afkeerige kinderen en Ik zal uwe afkeering genezen". In Christus — getuigen al Gods kinderen — in Christus heeft Hij ons liefgehad, toen wij nog zondaars waren, ja, vijanden, goddeloozen. Toen heeft Hij Zijn liefde jegens ons bevestigd, dat Christus voor ons gestorven is. Toen heeft Hij ons liefgehad, ons gezocht, ons geroepen, ons gewacht, — en „toeloopende viel hij hem om zijn hals en kuste hem". Dat ervaren arme zondaren, niet als ze vluchten tot de Farizeen en Schriftgeleerden, niet als ze zich krommen onder de wet, maar als ze vluchten tot Hem, die gezegd heeft: „Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven".
„Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen, waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's