De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Ligt de tijd nog betrekkelijk dicht achter ons dat iemand, na een goede opleiding en eenige geschiktheid voor den arbeid, welken hij gekozen had, zoo goed als zeker dadelijk aan het werk kon tijgen, dit is alles nu zóo geheel anders, dat wij ons dien ouden toestand haast heelemaal niet meer kunnen voorstellen. Daar is van alles te veel. In het maatschappelijk leven spreekt men dan ook van overproductie. De markt is overvoerd, vandaar de val in alles. Wanneer niet de Overheid helpend tusschenbeide trad, stonden de leelijkste toestanden zóó voor de deur.
Armoede uit overvloed.
Bij het eerste hooren zegt ge : neen, dat kan niet. Dat is ook niet waar. En toch is het zoo. Daar gaat wel een luide prediking uit tot alle natien, want het is in alle landen vrijwel hetzelfde verschijnsel dat we kunnen opmerken. God zegent, en toch wordt het een vloek. Van alles is meer dan genoeg, en toch lijden duizenden bij duizenden kommer en gebrek. Het weinige dat van alles gevraagd wordt, hebben zeer velen nog niet eens tot hun beschikking, en wel, omdat ze geen arbeid hebben.
Dit is een verschijnsel, voor niemand in onze dagen iets vreemds.
Dat dit een kwaad is, een geweldig kwaad, een ramp, behoeft niet eens te worden gezegd. Dat voelt ieder. Want hieruit volgen noodzakelijkerwijs andere niet minder droeve toestanden.
Vraagt maar eens hoe het den handwerksman gaat op het platteland. Omdat het èn landbouw én veeteelt beide allesbehalve naar den vleesche ging, omdat de bronnen van inkomsten zoo goed als droog lagen, werd alleen aan het allernoodigste gedacht. De handwerksman verdiende dientengevolge niet de helft van wat hij gewoon was en leed daarom ook gebrek. En zoo hij het voorrecht niet heeft gehad in de goede jaren over te leggen, zijn de zorgen meer dan groot.
Geldt dit een zeer groot deel der bevolking, wie meent, dat ieder die daartoe niet behoort, van wat zooeven genoemd werd niet zou alweten, vergist zich schromelijk, in de arbeidscentra is de nood schrijnend. Hier is geen werk, en wat in den eersten tijd nog met een zekeren schroom werd toegepast, dreigt langzamerhand regel te worden. Om den kostprijs zoo laag mogelijk te maken, worden de duurdere krachten, — dat zijn de vaders van gezinnen — ingeruild voor beginnelingen. Ik kwam dezer dagen op een der groote kantoren, en wat me daar zoo dadelijk opviel was dit, dat er tusschen al die jonge menschen maar een enkele volwassene zich bevond. En wat ook werd opgemerkt: het vrouwelijk personeel overtrof verreweg het mannelijke.
Met zorg ziet menig huisvader de toekomst tegen.
Wat moet mijn jongen worden ? Is er na jarenlange opleiding wel plaats ? De scholen zijn overvol. De duur, dat zij aan de schoolbanken zijn verbonden, wordt eerder uitgezet dan ingekrompen. Doch als deze voorbij is, wat dan ? 't Geldt elke branche, lederen tak. Wanneer ge de scholen van Nijverheid, van H.B.S. of Gymnasium en Lyceum ziet leegstroomen, vraagt ge met 'n gezicht dat van verbazing getuigt: waar moeten die allen op den duur blijven ?
Daar is dan ook op dit moment zeker een geweldige aanvoer van krachten, die steeds grootere moeilijkheden schept. Hoe ge de dingen ook beziet, en hoe ge dit alles ook wendt of keert, een afdoend antwoord laat zich wachten. Niemand die het u zeggen kan.
Wanneer nu hieromtrent niet het minste verschil van opinie tusschen ons zich voordoet, is het des te meer dat u opvalt wat ik u thans wil zeggen.
Wat zijn er nog vele gemeenten, waar de pastorieën leeg staan. Niet, zooals in normale tijden, enkele weken of maanden — maar jaar en dag.
Daar is een tijd geweest, dat een reglementaire moeilijkheid als oorzaak kon worden genoemd. De Kerk zelve had een obstakel opgeworpen, doch als deze was ter zijde geschoven was men er nog niet. Nu pas kwam de leemte in heldere belichting. Was er een candidaat of prediker, dien men begeerde, het uitgebrachte 'beroep was het sein, dat door tien en meer werd gevolgd, ledere gemeente van Gereformeerde richting weet er van met hoeveel moeite men te worstelen heeft om een eigen Dienaar des Woords te krijgen.
't Is wonderlijk, van alles is er meer dan genoeg ; elke tak aan den boom der menscheiijke samenleving is overladen, doch de gemeenten in onze omgeving, die vragen naar de eenvoudige prediking van Gods Woord, naar de Schriften, zooals onze Vaderen het ons hebben overgeleverd en toebetrouwd, kampen om een enkeling.
Wij noemden het wonderlijk. Ik zou er ook een ander woord voor hebben kunnen kiezen, doch waartoe ? Laat dit tot ons doordringen : waar anderen onder de veelheid zuchten — let eens op de Gereformeerde Kerken, hier zijn veel meer candidaten dan vacante gemeenten — hebben wij veel en veel te weinig.
Er zijn ringen, waar men meer dan de helft vacante gemeenten telt. D.w.z. elken Zondag is er in alle gemeenten maar èèn Dienst des Woords. Dit kan op den langen duur niet anders dan een fatale uitwerking hebben. Hoe actief de kerkeraad ook zijn mag, op den duur treedt verslapping in.
Laten daarom de kerkeraden zich wel bezinnen en niet minder zij, die geplaatst werden om zorg te dragen voor de uitwendige dingen, dat zijn de colleges van kerkvoogden, wat hunnerzijds kan worden gedaan om de opleiding van jonge Dienaren des Woords, die de Waarheid recht verkondigen, zooveel mogelijk te steunen. Op onze volle toewijding zal niet licht tevergeefs een beroep worden gedaan. Maar dan zullen van alle kanten de handen in elkander moeten worden gelegd. Biddend werken, dit geldt inzonderheid in onzen tijd.
Wij blijven aandringen in onze bange dagen en tijden om geestelijken en stoffelijken steun. Alles wat bij de Waarheid Gods leeft, zie met een nuchter oog de dingen aan en vrage den Heere : „Wat wilt Gij, dat ik doen zal ? " En dan geloof ik, dat zeker dit antwoord zal gehoord worden : dat Mijn Woord gebracht worde in uw onmiddellijke nabijheid en tot aan de einden der aarde. Het eene doen en het andere niet laten.
Wij ontvingen in de afgeloopen week van de vrienden weer onderscheiden blijken van medeleven.
Mag ik ze u noemen ?
1. Van ds. Rijnsburger uit O.-Beijerland, deel van een gift ƒ 2.50
2. Door ds. Leenmans uit Delft van den heer v. d. W. te De Lier ƒ 10.—
3. Door den 'heer G. J. Bolzenbroek te Zelhem van de lezers van de Waarheidsvriend : ƒ 25.— voor den Geref. Zend. Bond, ƒ25.— voor 't Leerstoelfonds, ƒ 25.— voor het Studiefonds, ƒ 75.—
'k Zal den eersten post opzenden naar collega Bieshaar. Ik hoop dat hij ook mij eens zal verrassen. Wij beoogen immers één doel: uitbreiding van Gods Koninkrijk èn hier èn tot de einden der aarde.
Den vrienden van Zelhem zeggen we allerhartelijkst dank.
4. Van A. J. S. te H. I. A. ontvingen wij ƒ 10.—
5. Door ds. Pott te Kralingen onder letter L., eveneens ƒ 10.—
6. Uit den collectezak van de Jacobi-kerk alhier ƒ 5.—
en door den heer Van Beek alhier van mejuffr. K. ƒ 1.—
7. Verleden Zaterdag was ik in de Langestraat. Hier kreeg ik van een paar vriendinnen ƒ 1.25 Hartelijk dank, hoor !
8. Door ds. Kruishoop te Bodegraven uit den collectezak ƒ 10.—
9. Door den heer P. van Loo te Hazerswoude twee nagiften, gevonden in den collectezak ƒ 3.50
10. Door den hr. Brouwer te Vlaardingen ontving ik een gift, hem ter hand gesteld door een der vrienden, van ƒ 0.50
11. Als sluitstuk een collecte, gehouden bij de herdenking van het 25-jarig bestaan van de afd. Feijenoord van den Geref. Bond. Ds. Remme van Amsterdam ging hierbij voor. De collecte bracht op de prachtsom van ƒ 80.—
Ge zult het met me eens zijn : dit is in onzen tijd schitterend.
Wij danken onze oude Feijenoordsche vrienden zeer. Alles tezaam geteld kregen we deze week f 218.75.
Blijve de Heere ons gedachtig en zegene Hij onzen arbeid.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's