De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

EIGEN MEENING OF PARTIJBELANG.
In de Amsterdamsche partijfederatie van de Sociaal Democraten doet zich op het oogenblik een ernstig conflict voor, dat vanwege zijn aard van meer dan plaatselijke beteekenis is.
Het loopt bij dit conflict over de vraag, of bij beslissingen over voorstellen in overheidscolleges, zij, die deze beslissingen hebben te nemen, naar eigen inzicht hebben te handelen, dan wel zich hebben te gedragen naar besluiten, die door de partij, waartoe zij behooren, zijn genomen geworden.
Ongetwijfeld is deze vraag, zoo zij gesteld moet worden, er een van groot gewicht, waarbij men zich afvraagt, hoe iemand ter wereld nog in twijfel kan verkeeren ten aanzien van het antwoord, dat op die vraag behoort te worden gegeven.
Dooh voor revolutionairen schijnt niets te wonderlijk te zijn.
De aanleiding tot het conflict was het aannemen door den Amsterdamschen Gemeenteraad van het voorstel van tijdelijke loonsverlaging van het gemeentepersoneel met 3%, voor welk voorstel ook drie leden van de Sociaal Democratische raadsfractie stemden en tengevolge waarvan het voorstel juist de meerderheid van stemmen in den Raad verkreeg.
De houding nu van deze drie Sociaal Democraten, die tegelijk ook de bekwaamste leden der fractie waren, deed in de federatie der dertien partij afdeelingen in Amsterdam een heftigen stryd ontbranden. Er werd in de vergadering der federatie gedreigd met overloopen naar de Syndicalistische federatie, die onder het gemeentepersoneel van de hoofdstad reeds vele aanhangers telt, en naar de nieuw opgerichte Onafhankelijke Socialistische Partij, of naar de Communistische Partij Holland, althans wanneer geen krachtige maatregelen zouden worden getroffen om herhaling van de gebeurtenis, die in den Amsterdamschen Raad zich had voorgedaan, voor de toekomst te vermijden. Tenslotte werd geëischt het aftreden der drie Sociaal Democratische raadsleden, die eigen meening boven het partij besluit stelden.
Het is ontstellend, hoe zelfs de partijleiding der Sociaal Democraten de zijde koos van de partijfederatie, welke het ontslag slechte van de drie Sociaal Democratische raadsleden, omdat zij eigen meening stelden boven hetgeen de partij had geproclameerd en die er niet voor terugdeinsden om het openlijk uit te spreken, dat ten aanzien van loonsverlagingen het partijbelang moet vooropgaan, een partijbelang, dat niet vraagt naar wat recht is en wat de gemeenschap voor hare instandhouding behoeft, doch dat alleen haar oog richt naar de kiezers en dat door hare besluiten den kiezers in het gevlei wil komen,
Zoo schreef Het Volk van 2 Juni: „De partij heeft met groote eensgezindheid en in algeheele overeenstemming met de geheel eensgezinde Vakbeweging sinds het begin van de felle economische crisis, die het land teistert, een loonpolitiek aanvaard, die zich tegen aantasting van de loonen verzet".
De Sociaal Democraten, in welke Overheidscolleges ze ook zitting hebben, weten het dus : dat onder geen beding aantasting der loonen geoorloofd is.
De eigen meening moet, wanneer zij in andere richting gaat, ondergeschikt worden gemaakt aan die van de partij.
Deze houding van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, die gelukkig nog niet door alle Socialisten wordt Ingenomen, levert intusschen een groot gevaar op voor het leven en voor de veiligheid van den Staat. Want vindt de overheersching van het partijbelang eenmaal ingang bij het volk, dan behoeft het niet te verwonderen, als op dit hellend vlak verder wordt gegaan. De Overheid kan dan aftreden om plaats te maken voor de dictatuur van het proletariaat.
De Sociaal-Democraten, die bang zijn voor de fascistische beweging, dragen door hun onverantwoordelijk bedrijf te Amsterdam koren op den molen van het fascisme,
Zij zijn, zooals wij tot een vorige gelegenheid schreven, de gangmakers voor die partij.
Want op actie volgt reactie.
Het gebeurde te Amsterdam is daarom niet van plaatselijke — dooh van algemeene beteekenis.
En in dit opzicht maant het optreden der Sociaal-Democraten weer tot groote voorzichtigheid.

DE BEKENDE VERKLARING.
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsontwerp-Donner tot strafbaarstelling van de smalende Godslastering, kwam in onze handen de bekende verklaring van de 28 predikanten van de Ned. Hervormde Kerk te Amsterdam, luidende :
„Ondergeteekenden, predikanten der Nederd. Hervormde Gemeente te Amsterdam, kennis genomen hebbende van den inhoud van een artikel in het dagblad „De Tribune" van Zaterdag 19 September j.l., getiteld: „Naamlooze Vennootschap J. Christus en Co", waarvan de eerste alinea luidt: „De firma „J. Christus en Co. N.V." werd meer dan 2000 jaar geleden door den eigenaar van het „patent" op het „Rijk der Eeuwigheid", tezamen met nog twaalf Directeuren-aandeelhouders opgericht. De firma bezit het over de geheele wereld meest verbreide handelsmerk : twee elkaar kruisende staven" ; reeds verontwaardigd over de beleedigingen. Hare Majesteit de Koningin en Hare regeering overvloedig aangedaan in hetzelfde dagblad van 16 September jl., spreken hun diepe droefheid uit, dat een zoodanige ongehoorde lastering van den Zaligmaker blijkbaar vrijelijk kan gedrukt en verspreid worden, niet zoozeer omdat de diepste gevoelens van alle christenen hiermede op 't grofst worden beleedigd, maar meest om den vreeselijken smaad, den Zoon van God aangedaan, zich afvragende, waar het heen moet met land en volk, indien zulke dingen getolereerd blijven, en besluiten dit hun gevoelen kenbaar te maken aan Zijne Excellentie den minister van justitie en aan de pers.
Amsterdam, 24 September 1931".
De namen dezer predikanten zijn : P. A. Klap, W. J. M. Engelberts, P. J. Kromsigt, G. Oorthuijs, C. A. ter Linden, A. G. H. van Hoogenhuijze, H. Bakker, F. J. Los, H. G. W. Briedé, H. E. Gravemeyer, W. van Limburgh, L. C. W. Ekering, J. Laurense, J. H. F. Remme, P. J. Roscam Abbing, P. J. de Jong, W. A. Hoek, M. J. A. de Vrijer, G. A. den Hertog, J. Kooy, R. Dijkstra, B. Gijzel, A. A. Dönszelmann, T. G. van Reeuwijk, J. C Koningsberger, Chr. J. Schweitzer, L, D. Poot, T. Kloosterman.
De predikanten, die deze verklaring opstelden en haar naar den Minister van Justitie verzonden, zullen door het indienen van het wetsontwerp-Donner gemerkt hebben, dat aan hunne klacht gehoor is gegeven.
Wanneer toch zoo aanstonds het wetsontwerp, dat in de Tweede Kamer bereid werd aangenomen, zij het slechts met eene kleine meerderheid, de Eerste Kamer zal hebben gepasseerd en een plaats zal hebben gekregen in het Staatsblad, dan zal de gruwelijke Godslastering, waarvan de vergaring slechts een enkele uiting gaf, strafbaar zijn gesteld.
De verklaring is dus niet zonder nut geweest, ook al stemden de Staatkundig Gereformeerden tegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's