De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Daar zijn weinig dingen, die zulk een vervelenden indruk maken, als de dagelijksche gesprekken over de malaise. Ik kan het mij zo levendig indenken, dat de man, die bij een huiselijk feestje de leiding op zich had genomen, als „Artikel zooveel" opnam deze bepaling, dat bij de toespraken, welke aan tafel gehouden zouden worden, dit punt niet zou worden behandeld. En ik kan het me nog levendiger indenken, dat de beambte, die aan het loket stond op een der groote kantoren, eens de verzuchting slaakte, dat hij bij het hooren bespreken van dit onderwerp ziek dreigde te worden. Alleen hierin verschilde hij met mij in meening, dat het heusch nog al meeviel met die malaise, „'t Was zoo erg niet. De menschen praten elkander maar na", zooals hij zeide. „'t Loopt best mee".
En om zijn bewering te staven, om het aannemelijk te maken zijn standpunt in dezen, wees hij naar het leven, zooals het aan lederen waarnemer voorbij gaat.
Is hier eenige achteruitgang te speuren ? Is hier iets, dat naar versobering heenwijst ? Let eens op de kleeding. Zie eens wat de gewone man zich nog veroorlooft. Om van het uitgaand publiek nog te zwijgen. Staat men niet in letterlijken en in figuurlijken zin verbaasd stil aan den weg, als de lange file van auto's voorbij trekt ? 't Lijkt alsof de wereld haar weeldeleven niet op kan. Dus spreekt me niet weer van malaise. De menschen praten er wel over, maar inderdaad is het zoo erg nog niet.
Zoo ongeveer luidde het gesprek, dat ik vanuit de verte beluisterde.
Oogenschijnlijk had de man geen ongelijk. Het leven gaat, in zijn geheel genomen, ook nog weinig anders dan een enkel jaar geleden. De geesten keeren ook niet zoo gemakkelijk. En de geest beslist.
Net zooals een zeilschip afhankelijk is van den wind, of een boot van den motor, zoo zijn ook de levensverschijnselen uitingen van den geest, die bij het volk voorzit. En nu geloof ik niet, dat iemand met een nuchteren zin begiftigd, mij zal tegenspreken, wanneer ik zeg : de geest, dien de wereld de laatste jaren bezielde, was verschrikkelijk ondoordacht en dwaas. Men bouwde maar en men legde maar aan. Steden werden tegen de steden aangeworpen. Dorpen, die voorheen echt dorpelijk aandeden, vertoonen precies hetzelfde beeld als een stad in wording. Alles kon. Wat bij het eerste aanhooren u als al te wonderlijk in de ooren klonk, stond straks voor u als een voortbrengsel van dien geest, die voor niets terugdeinzend, u deze vraag scheen voor te leggen : zegt ge nu ook nog dat het niet kan ? Mijn kunnen is grooter dan ooit".
Nu, die geest, die in zelfbewustheid voor niets schier uitweek, komt zoo gemakkelijk niet tot stilstand. Neen, daartoe behooren geweldige breidels. Nu, deze worden aangelegd. Een onzichtbare hand is deze bezig aan te brengen, dat merkt ieder die opmerkzaam het wereldbeeld in oogenschouw neemt.
Het leven steigert in onze dagen.
'k Geloof, dat velen wel anders zouden willen, maar het vermogen ontbreekt. Er schuilt dan ook ontegensprekelijk een waarheid in het zeggen : „de wereld onzer dagen leeft niet, maar wordt geleefd".
Zoo komt het dan, dat iemand die niet verder ziet dan wat zijn oog aanschouwt, in twijfel wordt gebracht omtrent de steeds voortschrijdende verarming onzer dagen. „Neen", zegt hij, „alles gaat gewoon door. Er is van malaise in werkelijkheid nog heel weinig te merken. Wanneer men maar eens ophield met spreken daarover, was alles straks weer heel gewoon". M.a.w. doorgaan, niet breken met het spel.
Weet ge waaraan we dachten ? De Heere zegt; in de dagen, toen Sodom verdorven werd, en het vuur en zwavel regende van den hemel, aten ze en dronken ze en verkochten en kochten ze, zij plantten en bouwden.
De wereld ging gewoon haar gang, totdat het verderf genaakte.
Wij leven ongetwijfeld in een benauwende atmosfeer. Die bij het Woord des Heeren leven en acht geven op de teekenen der tijden, zien met andere oogen dan die van dit alles niets weten. Zij worden van alle kanten gewaarschuwd : haast u, behoudt u om uws levens wil.
In den wereldgang van onzen tijd maakt de Heere Zijn Woord waar. Dat een ieder onzer hierop maar acht geve, in biddend opzien vragend : Heere, wat hebt Gij mij In dit alles te zeggen ? Waren ook wij niet bezig hard mee te doen met die wereld, waartegen de waarschuwende stem des Heeren zoo luide weerklonk ? Dan kon de uitwerking wel eens zóó zijn, dat wij van achteren moesten belijden : de weg van tegenheden leverde voor ons heerlijker vrucht dan die, welke afgelezen werd van den boom van zelfzuchtig genot en eigenzinnig uitleven van het booze, dat in ons zondig ik op den troon zit.
Daar is ongetwijfeld een luide prediking, welke de heele wereld onzer dagen doorklinkt in dat woord, wat wij noemen „malaise". Het klinkt alle rangen en standen door. Daar is geen enkel land, dat buiten den cirkel van deze bizondere bemoeienissen Gods valt.
Als we het nu maar hooren mogen met ware verootmoediging, met ootmoed des harten. De begeerlijkheid des vleesches, de begeerlijkheid der oogen en de grootschheid des levens — ziet daar wat de apostel Johannes zegt — zijn de kenmerken van al wat wereld is. Deze zijn niet uit den Vader.
Dit mogen we ons gezegd houden. En dan de oogen niet sluiten voor wat er als waarschuwing onmiddellijk op volgt: de wereld gaat voorbij en hare begeerlijkheid, maar die den wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid.
Onze wil moet worden gebroken. Gods wil geëerbiedigd, en daaraan al het onze onderworpen. Leere Hij ons dit maar steeds beter te verstaan. Dan wordt de noodzaak ons ook op het hart gebonden dit te doen hooren, te verkondigen aan allen, die met ons verkeeren. Dan gaan de oogen open voor de geweldige gevaren, waaraan wij allen zijn blootgesteld, inzonderheid thans. Dan zien we hoe noodzakelijk het is dat de leidslieden van ons volk leven bij het Woord des Heeren en dit verkondigen naar alle zijden. Dan vloeien de gaven en rijst de bede : Heere, Uw Koninkrijk kome, uit het hart. En wat dit alles tenslotte in heeft: Gods Begeningen vloeien uit in rijke mate. Dolende zondaren keeren wederom tot God en Zijn Naam wordt verheerlijkt in den hemel en op de aarde.
Wij willen voor ditmaal besluiten, doch vóór we onzen staat voor deze week overleggen, een enkele opmerking maken.
De kwitanties voor het lidmaatschap worden in deze dagen in gereedheid gebracht, 't Is best mogelijk, dat uw helpende hand wel eens iets zal moeten terecht brengen. Een ding, dat men uit andere handen overneemt, moet met recht van boedelbeschrijving worden aanvaard. Wanneer er dus een naam op voorkomt, die in dagen van voorheen reeds zich liet schrappen, doch volgens ons kaartregister nog daartusschen prijkt, moet zich niet beleedigd voelen. Hij of zij bedenke : het gaat om de verkondiging der Waarheid naar de Schriften. Voorheen deed ik mee ; waarom nu niet meer ? De afdeelingen gaan voorop. Hier zijn er bij, die heel wat leden tellen. De grootste is tot nu: Vlaardingen. Dan komen : Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Hoogeveen, Zeist. Doch laat me niet verder namen noemen. Immers dan loopt men gevaar iemand, zonder te weten, pijn te doen. En dat mag niet. Mag ik den vrienden in den lande eens heel vriendelijk vragen om hun medewerking in dezen ?
Wanneer er gewerkt wordt, brengt men vaak iets tot stand, waarvan men zeggen zal: ik had het eerder moeten doen. De vrienden hebben tal van blijken van medeleven reeds gegeven ; blijven zij ook nu niet achter.
De vorige week liet ik een enkele mededeeling in de pen, welke ik nu laat uitvloeien.
Vlaardingen heeft niet alleen het grootste aantal contribuanten, maar geeft ook, door het telkens voorkomen in de wekelijksche overzichten, blijk hoe warm men in dezen meeleeft. Ds. Heijer had om te kunnen collecteeren voor ons Studiefonds, ditmaal zijn beurt afgestaan aan collega Van Grieken, den voorzitter van onzen Bond.
Beiden onzen warmen dank voor hun medewerking. Zulke collecten zijn zoo welkom. Inzonderheid in deze dagen. Anders zijn de gaven omtrent dezen tijd niet zoo veel. Zulk een krachtige ruggesteun is thans wel noodig. Zie maar eens. Deze week bracht ik het nog niet tot de helft van de vorige.
Nu, dit kan voor een enkele maal geen kwaad. Die altijd over veel geld heeft te beschikken, waardeert het kleine tenslotte niet meer. En dit behoort zeker wel tot het grootste kwaad. De Heere zegt immers : veracht niet den dag der kleine dingen.
In het kleine schuilt dikwerf nog een grootere zegen dan in het groote.
Er kwam in : 1. Van N.N. uit den collectezak van de Nic.-kerk te Utrecht, bijschrift: uit dankbaarheid voor herstel", ƒ lO.—-
2. Door den heer J. W. Koudstaal te Rotterdam ƒ 1.50 contributie van mej. H., ƒ 1.— als gift van mej. B., ƒ 2.50
3. Door ds. Van der Zee te Vaassen ontvangen op huisbezoek voor de fondsen van de fam. K. ƒ 4.—
4. Door ds. Cuperus te Mastenbroek uit den collectezak van 19 Juni van een echtpaar, dat 40 jaren getrouwd was, als dankoffer ƒ 15.—
5. Van mej. de Groot te Schiedam aan opgespaarde nikkeltjes ƒ 5.—
6. Door ds. Koolhaas, van Charlois, van N.N. voor de fondsen ƒ 2.50
7. Door den heer Wisgerhof te Amersfoort een gift, hem ter hand gesteld door den heer J. B. te Woudenberg, voor het Studiefonds ƒ 2.50
8. Van mevr. de wed. D., ten mijnen huize, voor de beide fondsen ƒ 5.— Tezamen
f 46.50.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's